Evil Dr. Smith: Laat ik U in deze donkere, aankomende wintertijden meenemen naar Tsjeljabinsk (Chelyabinsk), een flinke stad ten Oosten van de Oeral gebergte en aan de voet van de Westsiberische laaglanden in de buurt bij de grens met Kazachstan. Daar resideert het duo Kauan. Dat was een door doom en black beïnvloede folkband, maar van enige doom, black of zelfs folk is op hun derde album ‘Aava Tuulen Maa’ geen enkele sprake meer. Met een beetje fantasie kan je de stijl nu bestempelen als postrock, waar de doom en black van het debuut en de folk van het tweede album volledig zijn vervangen door ambient krautrock elementen en thematische filmmuziek. Werden op hun vorige twee albums nog vergelijkingen getrokken met Empyrium, Agalloch en de Finse neofolkers Tenhi (niet vreemd aangezien die in 1999 een album uitbrachten met de titel ‘Kauan’), die vlieger gaat hier niet meer op. De muzikale metamorfose in slechts een paar jaar tijd is opmerkelijk, zonder dat dit ten koste is gegaan van bepaalde handelskenmerken van Kauana als het dominante pianospel, de langdurig instrumentale stukken en de mijlendiep melancholische sfeer.
De band wordt tegenwoordig eigenlijk alleen nog maar belichaamd door Anton Belov, die alle credits tot zich neemt. Slechts violiste Lubov Musnikova dult hij als vaste partner naast zich, wellicht omdat dit partnerschap zich niet alleen beperkt tot het muzikale. Ook de rits gastmusici op het vorige album zijn weer van het toneel verdwenen. Aangezien Anton liever op zijn piano pingelt dan op zijn gitaar ragt, is het dromerige resultaat veelvuldig en langdurig in de richting van componisten/pianisten als Max Richter en Michael Nyman (de laatste is vooral bekend van ‘The Piano’). In melancholie doordrenkte pianoakkoorden, aangedikt met zweverige synthesizers á la krautrockers als Eroc, (vroege) Deuter en Cluster. Razendknap eigenlijk dat het niet verzand in verstikkende kitsch.
Als halverwege het tweede nummer eindelijk Anton ook zijn mond opendoet en serene Russische (of is het Finse?) klanken laat horen, doet het me nogal denken aan het rustige werk van Anathema of een minder etherische Sigur Rós. Pas aan het eind van het derde, wat meer rock-gerichte nummer - we zijn ondertussen al halverwege het album, aangezien de vijf nummers gemiddeld een minuut of tien vergen - komt er voor het eerst een voorzichtige gitaarstorm opzetten die zo kenmerkend is voor postrockers als Mogwai, Isis en Pelican. Maar Kauan blijft een ingetogen, zieltogend zwartromantische sfeer houden. Wel zeer krachtig, professioneel en overtuigend neergezet. Verwacht dus geen blikkerige rommel dat door een obscuur karakter en de exotische herkomst zijn charme zou kunnen hebben, maar een volwaardig, prachtig klinkend album dat zich in alle opzichten kan meten met bovengenoemde artiesten. Tsjeljabinsk is dan ook een miljoenenstad met alle bijbehorende moderne faciliteiten. Nee, met metal heeft het geen ruk meer te maken, maar mooi is het zeker! Ook op vinyl verschenen.
Evil Dr. Smith diagnostiseert: 82/100 (toelichting)