Wat is het toch fijn om van muziek te houden. Het is een voorrecht om te genieten van muzikale creaties van mensen die je waardeert en van de uiteenlopende emoties die muziek teweeg brengt. Nog geen twee weken geleden vond op een kilometer afstand van dit café Roadburn plaats; 013 trilde op haar grondvesten maar herbergde ook verrassende, meer verstilde juweeltjes. Prachtig, die diversiteit. Ik realiseer me dat ook het concert van vanavond ‘op het randje’ is. Gelukkig is de redactie van jullie lijf e-zine niet rigide. Ook dit optreden willen en kunnen we jullie niet onthouden. Het Tilburgse Paradox is er in geslaagd – en dat is een prestatie van formaat – om Tim Bowness voor een eenmalig optreden naar Nederland te halen.
Bowness is de helft van het duo No Man. De andere helft kennen jullie allemaal, want dat is niemand minder dan Porcupine Tree’s Steven Wilson. De verlegen Engelsman staat nou niet bepaald bekend als een podiumbeest, hij treedt nauwelijks op. De man schrijft liever muziek of zit in een studio te werken aan composities. Met drie onwijs begaafde muzikanten aan zijn zijde mogen we vandaag echter genieten van een greep uit het uitgebreide oeuvre van No Man en uit zijn solomateriaal. De setting draagt bij aan een bijzonder optreden: het café is klein, sfeervol ingericht met stoeltjes voor het podium en de opkomst is met ongeveer vijftig mensen laag (er is ook nauwelijks publiciteit geweest rondom dit concert). Ik heb daarom het gevoel getuige zijn van een privéoptreden! Zelden zo’n intiem concert bijgewoond.
Om 22.00 uur komen vier mannen het lage podium opgewandeld. Er wordt niet gesproken. Peter Chilvers neemt plaats achter een vleugel, gitarist Michael Bearpark stemt nog even zijn gitaren en Steve Bingham zit nog wat te rommelen aan zijn elektrische viool en zijn Apple. Tim Bowness kijkt wat schichtig om zich heen, nog duidelijk niet op zijn gemak. Dit alles is de opmaak voor een muzikale trip die zijn weerga niet kent. Uit de viool van Bingham komen de eerste tonen van het prachtig melancholische ’Only Rain’, ook het openingsnummer van de onlangs uitgebrachte No Man DVD. Voor een introverte man zingt Bowness opvallend sterk en overtuigend. Hij heeft de klankkleur van iemand als David Sylvian, de melancholie van Paul Buchanan (The Blue Nile) en de zucht van Colin Blunstone. De man articuleert bovendien erg duidelijk waardoor elk woord ook de emotionele lading krijgt die het verdient. Je wordt meegevoerd door de fijne pianostukken van Chilvers (allemachtig, hoe subtiel kun je piano spelen?) en weet Bingham zijn viool te laten huilen en te laten spreken en daarnaast maakt hij meesterlijk gebruik van loops. Daar tussendoor pioniert Bearpark afwisselend met elektrische en akoestische gitaar.
Naast ‘verplichte’ No Man tracks als ‘Things I Want To Tell You’ (van Bowness’s favoriete No Man album ‘Together We’re Stranger’), en ‘Watching Over Me’ worden vooral songs gespeeld van het album ‘California, Norfolk’ een product van Chilvers en Bowness; een godvergeten mooie plaat. Om onbegrijpelijke redenen is die jaren op de plank blijven liggen; wat commercieel inzicht betreft kan Bowness nog wel wat leren van zijn No Man kompaan. Het geluid is overigens ook opvallend goed, ondanks de vrij beperkte akoestiek in het café. Het is intiem, dromerig, subtiel. Het is zo ontzettend prachtig. Na een kleine anderhalf uur zit het optreden er bijna op en mag het publiek de afsluiter kiezen: een nummer wat al is gespeeld of een improvisatie. Natuurlijk wordt voor het laatste gekozen. De navolgende tien minuten zijn typerend voor de vier Engelse heren: ze hebben een onnavolgbaar gevoel voor muziek maar zeker ook voor elkaar. Er is geen oogcontact nodig om te weten wat de één wil of wat de ander moet doen: het is een organisch muzikaal proces van hoog niveau. Bowness gebruikt de effecten van Bingham om ook met zijn stem loops aan te brengen, we horen Bearpark Pink Floydiaans experimenteren en Chilvers is de stabiele factor die een en ander met zijn zwart-witte toetsen bij elkaar houdt. Wat kan muziek toch mooi zijn………..