Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Running Wild – The Noise Records Reissues

Door: Nima

Het Duitse Noise Records is één van de belangrijkste platenmaatschappijen voor metal geweest en is vooral in de jaren 80 en 90 verantwoordelijk geweest voor het uitbrengen van vele albums waarvan vele tegenwoordig als klassiekers gezien worden. In 2001 werd Noise verkocht aan Sanctuary, maar hield op te bestaan toen dat label failliet ging. Vorig jaar (als ik mij niet vergis) werd de boel alsnog gered toen BMG de bol opkocht. De wederopstanding werd gevierd door het uitbrengen van een reeks “best of” albums van de “Noise-years” van vele nu-klassieke bands zoals o.a. Tankard, Helloween, Kreator, Kamelot, en Sinner. Nu is BMG ook bezig met het opnieuw uitbrengen van vele van die klassiekers. Eén van de bands die aan het begin van hun carrière spontaan door Noise werd opgepikt was Running Wild, die tevens een van de bands is die het langst bij Noise onder contract stond (1983-1995) en maar liefst negen studioalbums via het label uitbracht.

Onlangs bracht Noise/BGM de complete Running Wild discografie die bij Noise is verschenen (en dan heb ik het alleen over de negen studioalbums) opnieuw uit, zowel op cd als op vinyl. De vinylversies heb ik helaas nog niet in de hand gehad, dus dit verslag heeft alleen betrekking op de cd’s. En die verschijnen in een prachtige digipak, met daarop bonustracks (en enkele zelfs met een bonus-cd). Elke cd bevat daarnaast een speciaal voor deze serie gemaakt boekje waarin zanger/gitarist en opperhoofd (Rock N’) Rolf Kasparek uitgebreid aan het woord komt over de desbetreffende plaat. Erg informatief en erg fijn om te lezen. De meeste bonustracks zijn de heropnames uit 1991, afkomstig van de ‘The First Years Of Piracy’ compilatie, en heropnames en bewerkte versies uit 2003, afkomstig van ’20 Years In History’ compilatie. Echter komen we hier ook vele b-kantjes en alternatieve versies tegen. Bovendien zijn alle songs/albums opnieuw gemastered. Gelukkig zijn alle originele opnames in hun waarde gelaten, en is de sound enkel opgepoetst en gepusht, waardoor het geheel net iets krachtiger klinkt dan voorheen. Alles bij elkaar maakt deze re-issues zeker de moeite waard, en een waardige toevoeging aan de collectie. Daar een aantal albums in de afgelopen jaren moeilijk te krijgen waren, is deze serie vooral voor de jongere generatie een mooie gelegenheid om deze klassiekers van één van de meest invloedrijke bands in metal geschiedenis in huis te halen. Zet je maar schrap, en ga even mee terug in de tijd.

band image


In 1976 begonnen een aantal schoolvrienden een bandje onder de naam Granite Heart, zonder enig idee te hebben waar ze mee bezig waren, en in de eerste jaren was men naar eigen zeggen maar wat aan het aankloten. Tegen 1979 had de band rondom gitarist/zanger Rolf Kasparek een nieuwe ritmesectie en begon serieuzer te werk te gaan. De naam werd veranderd in Running Wild, genaamd naar de gelijknamige song op Judas Priest’s ‘Hell Bent For Leather’, die destijds een groot voorbeeld voor de band was. De band verscheen op de legendarische ‘Rock From Hell – German Metal Attack’ compilatie die in 1983 door Noise werd uitgebracht. De compilatie deed het erg goed en ook voor Running Wild begon het balletje te rollen. De band kreeg de kans om op Noise’s nog legendarischere ‘Death Metal’ compilatie te verschijnen en kreeg meteen ook een recorddeal aangeboden. De rest is – zoals dat zo mooi heet – geschiedenis.

In 1984 verscheen dan de eerste langspeler van de ondertussen redelijk ervaren band, genaamd ’Gates To Purgatory’. Wat Rolf en zijn mannen op dat album presenteerden was pure heavy metal die inderdaad zwaar door Priest, maar ook bands zoals AC/DC en KISS was beïnvloed. De heren maakten, vooral voor die tijd, behoorlijk stevige muziek, maar maakten vooral indruk met hun goede en goeddoordachte composities. Songs zoals ‘Victim Of State Power’ en ‘Adrian S.O.S’ zijn zelfs twee composities die – mijn inziens – de blauwdruk vormden voor wat later een nieuwe sub-genre op zich zou worden, namelijk speed metal. Alhoewel de muziek die men op ‘Gates To Purgatory’ liet horen toch behoorlijk anders is dan hetgeen men later vooral om bekend geworden is, bevat de plaat een achttal sterke songs, die door de jaren heen niets aan kracht hebben ingeboet. Door de nieuwe mix, waarbij – zoals gezegd – de oorspronkelijke magie van de plaat intact is gehouden, knalt het geheel er net iets sterker uit. De re-issue bevat acht bonus tracks, waaronder ‘Satan’ en ‘Purgatory’ die destijds in verband met het beperkt budget de oorspronkelijke plaat niet hadden gehaald. Daarnaast krijgen de songs die op de bovengenoemde compilaties stonden, enkele b-kantjes en heropnames uit 1991.



Met een succesvol debuut en een zekere naam en reputatie maakte de band zich klaar voor de opvolger, Branded And Exiled’, die in 1985 verscheen. Als je de linernotes leest waren de verwachtingen hoog, wat toch enige druk op de band uitoefende. Gitarist Gerald “Preacher” Warnecke, die samen met Rolf verantwoordelijk was voor het materiaal op het debuut en een bepalende factor was in de sound en songwriting, verliet de band kort voor dat ze de studio ingingen om aan de tweede plaat te werken, wat nog meer druk uitoefende op Kasparek, die nu de songwriting alleen moest verzorgen. In de studio zijn de zaken ook niet precies gegaan zoals ze het moest. Deze zaken wist ik eerlijk gezegd allemaal niet, en met die kennis is het toch wonderlijk dat het album zo goed uit de verf gekomen is. Muzikaal gezien liet de plaat een iets andere aanpak horen dan het debuut, wat niet verbazend is daar één van de songwriters weggevallen was. Toch liet het album een meer volwassen band zien. Bovendien waren het vooral de riffs op de plaat die opvielen. Nog meer dan op de vorige plaat wisten Rolf en zijn mannen de nekspieren aan het werk te zetten. Alhoewel de invloeden van vooral Judas Priest nog altijd aanwezig waren, had de band toch een unieke sound ontwikkeld. Ook Rolf zong veel stabieler en was zijn stem, net zoals de riffs, bepalend geworden voor Running Wild. Dit was het prille begin van de welbekende Running Wild stijl die wij vandaag de dag kennen. En nog meer als het debuut is ‘Branded And Exiled’ mijn inziens één van de meest invloedrijke albums in metalgeschiedenis. Met het titelnummer bevat de plaat een onsterfelijke metal-anthem, die samen met één van de publieksfavorieten, ‘Mordor’, nog altijd live gespeeld wordt. Als bonus bevat de reissue een drietal heropnames (van albumtracks) uit 1991, en twee uit 2003.



Op ‘Branded And Exiled’ was de band al af afgestapt van het satanische imago die ze op het debuut introduceerden. Toch had ook dat album iets duisters over zich en de band begon hier en daar problemen te krijgen door hun imago, die volgens Rolf ook niks meer was dan een imago. Ook namen sommige fans, tot ongenoegen van de band, het imago serieus. Op de derde langspeler wilde men dan daar nog meer afstand van nemen. Op Muzikaal gebied was Running Wild steeds volwassener gaan klinken, en ook op songwriting gebied had Rolf – die wederom verantwoordelijk was voor het complete schrijfproces – een enorme stap vooruit gezet. ’Under Jolly Roger’ (1987) was dan ook het meest complete en tevens meest afwisselende album die men tot op dat moment had gepresenteerd. De aanpak die Rolf op het titelnummer liet horen was bovendien de blauwdruk van wat later een van de handelsmerken van de band is geworden. Dit was tevens de eerste plaat waarop men het piratenimago, die spontaan was ontstaan, had geïntroduceerd. Op het titelnummer na hadden de rest van de songs echter niks met het hele piratenimago te maken. Maar goed, dat nummer, diens sfeer en uiteraard de teksten, alsmede het coverartwork en vooral ook de backcover die een tekening van de band liet zien in complete piratenoutfits, was hetgeen wat het meest opviel. Alhoewel de backcover geen idee van de band zelf was, zag men dat wel zitten en besloot ook zo het podium op te gaan. Ook de meeste fans ontvingen dat met open armen, maar de pers was een ander verhaal, en werd de band behoorlijk bekritiseerd. Desondanks was het album een enorm succes en wordt vandaag de dag nog altijd gezien als een klassieker. Hoe dan ook, een nieuw tijdperk voor Running Wild was begonnen. De re-issue van het album bevat een extra bonus-cd, met daarop opnieuw opgenomen versies van alle zeven van de acht albumtracks van 1991 en 2003, en een alternatieve versie van ‘Beggar’s Night’. Leukste van deze bonustracks is echter ‘Apocalyptic Horsemen’, die oorspronkelijk voor het album was geschreven, maar pas op de best-of compilatie, ’20 Years In History’ verscheen.



Na ‘Under Jolly Roger’ besloot Rolf om het piratenimago door te zetten en ging voor een serieuzere aanpak wat het thema betreft. Op de live-plaat die daarop volgde (‘Ready For Boarding’ uit 1988) was het imago al voortgezet, maar met de vierde langspeler Port Royal uit datzelfde jaar, kwam de echte klapper. Alhoewel niet alle songs over dat thema gingen, was men daar duidelijk mee bezig. Op dat album introduceerde de band een nieuwe ritmesectie, die duidelijk sterker was dan de vorige en liet een enorm volwassen band horen. Wat vooral opviel aan het nieuwe materiaal was dat ze veel heavier waren. Naast het imago was ook de muzikale aanpak die men op de song ‘Under Jolly Roger’ had geïntroduceerd voortgezet en de band had duidelijk haar sound en stijl gevonden. Wat daarnaast opviel was het feit dat Rolf enorm gegroeid was als zanger en veel meer met echt zingen bezig was dan voorheen. En daarmee viel het ook op wat voor een mooie stem de beste man eigenlijk heeft. Alles bij elkaar was ‘Port Royal’ een ijzersterk album, die decennia later nog altijd evenveel impact heeft. Van alle re-issues en de geremasterde versies ben ik het meest blij met deze. Alhoewel de originele versie zeker een goede productie had, vond ik de volume nog net iets te zacht om de songs van de impact te voorzien die ze had moeten hebben. Gelukkig is dat nu rechtgezet en is het volop genieten van de onvervalste heavy/speed metal juweeltjes die de plaat herbergt. Als bonus krijgen we hier twee heropnames van 1991 en een alternatieve versie van ‘Uaschitschun’.



De stijgende lijn en de stijl – ofwel “Pirate Metal” – die men op ‘Port Royal’ liet horen was doorgetrokken op de opvolger, ’Death Or Glory’ (1989). Dankzij een deal die Noise destijds met EMI had gesloten kon Running Wild een extra push en publiciteit krijgen, wat leidde tot het meest verkochte plaat van de band tot op dat moment, waardoor deze zelfs op nummer 45 in de Duitse charts eindigde. En dat zonder maar een moment toe te geven aan commercie. Wel was dit album een stuk afwisselender dan diens voorgangers, en kende vooral de beste sound en productie die men tot dan toe had laten horen. Ook verscheen er een video van de song ‘Bad To The Bone’, waarmee de band ook op MTV de nodige aandacht kreeg. De re-issue bevat een bonus disc met daarop de complete ‘Wild Animal’ EP die het album opvolgde, alsmede bewerkte versies van ‘Riding The Storm’ en ‘Bad To The Bone’.



Running Wild was in de lift, maar onderling waren er problemen in de band, wat opnieuw leed tot een bezettingswisseling. De belangrijkste verandering was het vertrek van gitarist Majk Moti, die al vanaf 1985 in de band was en op zijn manier bijgedragen had aan het succes. Toch kreeg Rolf het voor elkaar om het succes van de voorgaande platen te evenaren, en zelfs te overtreffen op Blazon Stone (1991). Het ondertussen welbekende Running Wild geluid was verder geperfectioneerd. Grappig genoeg bevatte dit album geen enkel nummer die met het piratenthema te maken had, maar wel die sfeer ademde. Alles bij elkaar was en is ‘Blazon Stone’ één van de sterkste albums in de band’s geschiedenis en bevat een aantal magnifieke stukken muziek die in mijn ogen ongeëvenaard zullen blijven. Op deze re-issue zijn de nummers ‘Billy The Kid’ en (de gave) Thin Lizzy-cover ‘Genocide’ aangegeven als reguliere albumtracks. Oorspronkelijk stonden deze echter op de ‘Little Big Horn’ single. Verder krijgen we de bewerkte versies van het titelnummer en ‘Little Big Horn’ uit 2013.



Na de tour voor ‘Blazon Stone’ had de band opnieuw te kampen met een wisseling in the line-up. Rolf had echter bewezen dat hij het hart van Running Wild was, en dat het komen en gaan van muzikanten geen invloed had op de band’s sound en stijl. En dat maakte hij nogmaals duidelijk op het fantastische Pile Of Skulls (1992). Ook was het piratenthema teruggekeerd en bevat het album wat voor mij persoonlijk dé ultimate piratensong is; het adembenemende ‘Treasure Island’. De re-issue van dit album bevat een bonus-disc met daarop de complete ‘Lead Or Gold’ single die het album voorging, alternatieve versie van ‘Beggar’s Night’ en ‘Uaschitschun’, en opnieuw opgenomen versies van ‘Whirlwind’ en ‘Treasure Island’ uit 2013.



Zoals bij alles in het leven is het bij muziek ook altijd een kwestie van “You win some, you lose some”. Voor meer dan een decennium had Running Wild een geluksperiode en waren de albums – ook commercieel gezien – een groot succes. Zowel Noise als de band zelf hadden gedacht en gehoopt dat het succes zou aanhouden op ’Black Hand Inn’ (1994), wat echter niet het geval was. In tegenstelling tot diens voorgangers sloeg de plaat niet aan en verkocht stukken minder. Naar eigen zeggen zelfs het slechts-verkochte album in de band’s geschiedenis! En eerlijk gezegd begrijp ik dat niet. Okay, geluidstechnisch gezien had de plaat een, vooral voor die tijd, behoorlijk moderne productie meegekregen, maar of dat de reden is geweest waarom de plaat het destijds slecht heeft gedaan betwijfel ik. Muzikaal gezien is het materiaal ijzersterk, en is bovendien op en top Running Wild. Twintig jaar later doet het album het in ieder geval al veel beter. Als bonus krijgen we op de re-issue de songs ‘Dancing On A Minefield’ en ‘Poisoned Blood’, die op de ‘The Privateer’ single stonden.



In tegenstelling tot ‘Black Hand Inn’ sloeg de opvolger ’Masquerade’ (1995) wel weer aan. Het album was wederom een typische Running Wild plaat, en een logisch vervolg op diens voorganger. Echter was deze wel een stuk afwisselender dan ‘Black Hand Inn’ en klonk als een soort bloemlezing uit de band’s geschiedenis, met stevige rockers en door Priest-beïnvloede riffs, maar ook de typische speed metal die men op de latere albums kenmerkte. Wel was het wel zo dat men op de vorige plaat veel tijd had besteed aan de opnames om alles zo perfect als mogelijk te krijgen, waardoor het geheel misschien net iets te gladjes klonk. Wat dat betreft klinkt ‘Maquerade’ een stuk spontaner, wat misschien voor een te maken heeft gehad met het feit dat die plaat het beter deed. Als bonus krijgen we hier de bewerkte versies van ‘Lions Of The Sea’ en ‘Black Soul’ uit 2003. Dit was echter het laatste album die men voor Noise maakte, daar men na vervelende meningsverschillen wederzijds besloot hun wegen te scheiden.

Running Wild
Noise Records
BMG

<< vorige volgende >>