Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2017 - ZONDAG

Door: Jan-Simon

Roadburn. Een naam die wereldwijd zowel heavy bands als de fans van moderne, alternatieve heavy muziek in vervoering brengt. De naam van een festival waar je geweest moet zijn als je jezelf fan van stoner, heavy psych, prog metal, hipster black metal, shoegaze, psychedelische rock of wat voor heavy subgenre dan ook noemt. Het festival waar je ooit gespeeld wil hebben – nee moet hebben als band. Het festival ook dat Tilburg voor vier dagen de ontmoetingsplaats van een wereldomspannende gemeenschap van gelijkgestemde alternatievelingen (of weirdo’s zoals ze liefkozend door de Tilburgers genoemd worden) maakt. Gedurende dat ene lange weekend in april is er in de wijde omgeving van de stad geen hotelkamer of airbnb locatie te boeken, of het moet zijn tegen exorbitante prijzen en is de kans dat je op de Korte Heuvel Engels, Fins of Duits hoort spreken groter dan dat er iemand in plat Tilburgs tegen je gaat praten.

Het festival begon ooit met een paar bands op één avond en was toen nog uitsluitend gericht op de stonerrock scene. Voor velen is Roadburnmuziek nog steeds een andere benaming voor stonerrock, maar een stonerfestival pur sang is Roadburn allang niet meer. Die rol is overgenomen door de diverse Desertfests en andere klonen. Roadburn, met ferme hand geleid door artistiek opperhoofd Walter “Mr. Roadburn” Hoeijmakers, is niet stil blijven staan, maar geëvolueerd tot een festival waar eigenlijk alles mogelijk is onder de veelomvattende paraplu’s “heavy” en “psychedelica”.

Zo bood de tweeëntwintigste editie van het festival van 20 tot 23 april een staalkaart van progrock, black metal (van orthodox “trve” tot onverwachte fusies met andere genres), doom, space rock, sludge, synthesizerpret, alt-folk, heavy psych, garage rock, jazz punk, hip hop in de vorm van Dälek – en warempel ook nog hier en daar zo’n ouderwetse stonerband. Honderdnegentien optredens verdeeld over vier dagen en vijf podia, met een aantal “album in full” shows (een trend die jaren geleden al zijn opwachting maakte op Roadburn), bijzondere vaak eenmalige samenwerkingen en daadwerkelijk unieke optredens van genre-definiërende bands (in dit geval Coven).

Traditiegetrouw doet Lords of Metal uitgebreid verslag van Roadburn en daarom trokken dit jaar vijf dappere reporters in topconditie richting epicentrum 013 om zich vier lange dagen te laven aan een bijna beangstigende hoeveelheid luide muziek van (meestal) hoge kwaliteit, op zoek naar de ultieme riff. De belevenissen van Evil Doctor Smith (EDS), Cedric (C), Jan-Simon (JS), Martin (M) en William (W) vind je hieronder.

MAIN STAGE

De hippe doomsound van Pallbearer heeft de band zeker geen windeieren gelegd. Het hele weekend kom ik mensen tegen met t-shirts of patches van de band, het is dus ook niet verwonderlijk dat de hoofdzaal van 013 goed gevuld is voor het optreden van de Amerikanen. Muzikaal klinkt de band echt goed, van loodzware riffs tot bloedmooie melodielijnen. Het geheel klinkt krachtig, passioneel en getergd. Jammer genoeg wil de stem van Brett Campbell vandaag niet helemaal mee, waardoor hij soms zelf bijna vals aan het zingen is. Live is zijn zang nooit het sterktste punt geweest van de band, maar vandaag vind ik het echt niet goed. Alle mooie songs en muziek ten spijt moet ik concluderen dat de zang het voor mij vandaag wel wat verneukt. Maar goed, de zaal lijkt er wel van te genieten dus wie ben ik. (C)



De performance van Les Discrets doet heel professioneel aan. De sound is glashelder, de band staat strak te musiceren en het lichtspel zorgt voor de perfecte sfeerbegelieding bij de dark/post rock van de Franse band. Het is echter de laatste dag van Roadburn, de vermoeidheid is reeds toegeslagen en dat merk je ook aan het publiek. Iedereen, inclusief ondergetekende, is wat suf en de eerder rustige muziek van Les Discrets zorgt niet meteen voor de nodige energie boost. De band treft absoluut geen schuld, zij musiceren op hoog niveau, maar door de programmatie lijkt de algemene interesse van het publiek wat aan de lage kant. Je ziet dan ook regelmatig mensen de zaal verlaten om buiten een frisse neus te halen. Na een aantal songs ben ik ook toe aan wat frisse lucht, maar Les Discrets liet muzikaal wel een zeer goede indruk na. Oh ja, zanger/gitarist/mastermind Fursy Teyssier liet terloops ook nog even weten dat deze show opgenomen wordt. Hebben zij recent dan al geen Roadburn release op de markt gebracht? (C)



Het plan was duidelijk: drie minuten Ulver meemaken, teleurgesteld weglopen, net als de vorige keer, en eten. De band had namelijk al aangekondigd om het zeer poppy nieuwe album ‘The Assassination Of Julius Caesar’ in zijn geheel te gaan spelen en dat is zeer zeker niet waar ik op zit te wachten als het om deze band gaat. Natuurlijk, de dagen dat men black metal speelde zijn echt voorbij (iets wat zanger Kris Rygg met een niet mis te verstaan ‘No…’ bekrachtigt wanneer iemand in het publiek om een black metalnummer schreeuwt), maar wat de band ook deed, men was altijd vooral overtuigend wanneer er een flink blik melancholie opengetrokken werd. Een poppy album zou daar toch echt niets aan kunnen bijdragen. Althans… dat was het plan en het mislukte helemaal. Ulver’s nieuwe materiaal blijkt live namelijk uitstekend tot zijn recht te komen. Zoals vele andere bands is Ulver kennelijk in een Depeche Mode fase terechtgekomen, maar in tegenstelling tot al die bands werkt het hier juist wel. De compacte songs blijven live uitstekend overeind staan en de band weet over de gehele linie te overtuigen, met uitzondering van een te lang stuk gitaargeneuzel. Zeker, men heeft nog steeds de podiumuitstraling van een zak aardappelen, maar met dank aan de LED/laser-show, die weliswaar erg retro is maar ook erg mooi, maakt dat niet eens zo veel uit. (M)



Youth (Killing Joke) en David Tibet (Current 93) samen in een band. Alleen dat al rechtvaardigt een zekere nieuwsgierigheid omtrent Hypopazuzu. Het uiteindelijke oordeel? Zelfs nu weet ik het nog niet. Hypnopazuzu lijkt meer een geesteskind van Tibet dan van Youth, want de bassist drukt eigenlijk nauwelijks een stempel op de muziek, die traag, folky en vrij monotoon is. Het unieke stemgeluid en de vervreemdende teksten van Tibet, die tijdens deze show met Deutsche Gruendlichkeit een paar flessen wijn wegtikt, bepalen echter des te meer hoe Hypnopazuzu klinkt. Fascinerend is het zeker, maar van een echte spanningsboog is geen sprake. Ik merk dat ik lange tijd blijf staan en eigenlijk vrijwel de hele tijd zit te wachten op een uitbarsting die er nooit komt. (M)



De band waar vele mensen naar uitkeken dit weekend is het Amerikaanse Pillorian. Na het uiteenvallen van Agalloch is zanger/gitarist John Haughm niet bij de pakken blijven zitten en richtte hij samen met bevriende muzikanten Pillorian op. De debuutplaat ‘Obsidian Arc’ draait regelmatig rondjes ten huize van ondergetekende en ik was dan ook benieuwd hoe de band het er live van af zou brengen. Voor de duidelijkheid, neen er werden geen Agalloch nummers gespeeld. Dat hoofdstuk is voor Haughm volledig afgesloten. De band bracht wel een integrale uitvoering van de debuutplaat, goed voor iets minder dan een uur sterke black metal. Natuurlijk vallen hier en daar wat muzikale referenties naar Agalloch te ontdekken, maar Pillorian klinkt algemeen een stuk steviger en venijniger dan voornoemde band. De blastbeats, dubbele basdrums en tremolo-picking gitaarrifs vliegen je om de oren, en Haughm’s screams/grunts klinken agressiever dan ooit tevoren. Men geeft de nummers echter ook de nodige ademruimte door regelmatig het gas terug te nemen en meer post metal of doomgerichte passages in te bouwen. Pillorian is meer dan ‘de nieuwe band van die man van Agalloch’ en bewijst dat vanavond tijdens dit super optreden. De zaal is niet heel vol, wat wel meer gebeurt op het einde van Roadburn’s vierde dag, maar elke aanwezige is er wel speciaal voor Pillorian. Sterke band, sterk optreden! (C)



GREEN ROOM

Man versus machine. Gooi Ministry, Nine Inch Nails, Skinny Puppy en Godflesh in een blender, voeg er een zooi ijzerschroot, spijkerbommen en nitroglycerine aan toe en laat het een vol uur op de hoogste stand rondrazen. Et viola… Author & Punisher Zijn naam kwam ik tegen vanwege de opvallend getitelde 'Melk En Honing’ (2015). Opvallend, want Shore is een volbloed Amerikaan met, voor zover ik weet, geen Nederlandse connectie. Wat deze eenmansband van Tristan Shore allemaal voor auditief geweld kan produceren, grenst aan het ongelooflijke. Om loeiharde industrial metalnoise te produceren heb je helemaal geen band nodig, dat kan je net zo makkelijk in je uppie.

Nouja, makkelijk? Dat is wat te simplistisch gezegd, want Tristan is wel als een malle in de weer om vanachter een stellage met een eindeloze hoeveelheid stekkers, snoertjes, toetsen en knopjes een tonale variant van Merzbow te produceren. Hij knutselt alles ook zelf in elkaar, maar dat is deze neurowetenschapper die werkzaam is met elektronenmicroscopen wel toevertrouwd. Aparte techniek heeft hij ontwikkeld om de loeiharde drums die als donderslagen door de Green Room denderen: dat gaat middels een schuif die Shore met zijn rechterhand bediend alsof het een kwartslag gedraaide versnellingsbak is van een automaat. Met zijn linkerhand bedient hij dan weer een hendel waarmee hij deze donderende drumslagen kan vervormen. Of zijn eigen stem, waarmee hij vol overgave spuwt en schreeuwt in een joekel van een microfoon die driekwart van zijn gezicht bedekt. Toch mis ik na een half uur koud industrieel geweld iets dat in mijn hoofd blijft plakken: een thema, een melodie, een riff. Om de dreiging van eentonigheid en verveling voor te zijn, besluit ik mijn biezen te pakken en richting een andere lawaaiband te gaan: Sumac. (EDS)

Kennelijk is ‘Mourner’ van Caina enigszins een undergroundklassieker op het gebied van shoegaze black metal. Wat mij betreft heeft dit eenmansproject eigenlijk nooit een deuk in een pakje boter geslagen, maar kennelijk was er genoeg animo om Andrew Curtis-Brignell te vragen om dit album als ACB Of Caina te komen vertolken. Het blijkt echter zeker geen slimme zet om dat in zijn eentje te komen doen. Zowel optisch als muzikaal slaat ACB Of Caina de plank behoorlijk mis. Er valt natuurlijk niets te zien op het podium en de combinatie van loops, samples en een goedkoop klinkende gitaar is ook niet bepaald om over naar huis te schrijven. Wat doet deze slaapverwekkende slaapkamermuziek op dit festival? (M)



Het is een onmogelijke viervoudige clash: The Doomsday Kingdom, Emma Ruth Rundle, Hypnopazuzu en Come To Grief, alle bands wil ik graag zien. Alles overlapt elkaar. Wat te doen? Ik kijk naar mijn rooster en zie dat ik ben ingepland om na The Doomsday Kingdom naar Pontiak te gaan. Ja, lekker is dat. Word ik opgezadeld met de grote onbekende. En die drie andere artiesten dan? Dikke vinger naar Pontiak, ik ga mooi naar Hypnopazuzu voor een hypnotiserende onderdompeling in een steeds heftigere pazuzu. Als ik vlak na aanvang van Pontiak heel plichtsgetrouw toch even check wat voor gepeupel het precies is, wrijf ik even goed in mijn ogen. Huh, ik zie dubbel. Nee, ik zie driedubbel! Ben ik nog aan het hallucineren van Hypnopazuzu? Nee, ik zie het toch echt goed. Ik zie drie identiek uitziende rednecks op het podium. En niet zomaar rednecks, nee, dit zijn met afstand de lelijkste dumb-ass-motherfuckers die je kan voorstellen.

Kalende schedel en onverzorgd lang haar dat meer dooie punten bevat dan het aantal slachtoffers na een gemiddelde chemische gifaanval in Syrië, diep laaghangende monobrows die de schakel vormen tussen de uitgestorven gewaande Neanderthaler en de Homo erectus, plukkerige lange baarden die er smeriger uitzien dan de Quentin Blake-tekeningen van De Griezels (William: Valt allemaal reuze mee en trouwens, sinds wanneer is rock en metal een modeshow?), en nummers met titels als ‘Ignorance Makes Me High’, ‘Hidden Prettiness’ en ‘Easy Does It’: de band schaamt zich niet om de draak te steken met hun eigen uitstraling. Maar alle pesterijtjes terzijde, deze inteelt-bastaardzoons van ZZ Top weten wel een heerlijke stonerset neer te zetten. Vette riffs, heerlijke jams en bijna psychedelisch aandoende grooves: je kan zeggen wat je wil, maar dat deze band al twaalf jaar aan de weg timmert en negen albums (!) heeft uitgebracht, is ze goed aan te horen. En dat ze perfect op elkaar zijn ingespeeld mag ook geen wonder zijn, want het blijken inderdaad broers van elkaar te zijn. Dat kon ook niet anders. Wel opmerkelijk dat ze niet eens uit de Southern States komen, maar wonen aan de westkust in de nabije regio van Washington DC. Hoogste tijd in ieder geval om eens wat werk van deze band op te snorren. Was Roadburn van origine een stonerfestival, de laatste jaren wordt het steeds dieper zoeken naar dit soort type bands. Alleen al daarom een zeer passende afsluiting van een gruwelijk lekkere editie. (EDS)

HET PATRONAAT

Het is duidelijk dat veel mensen hebben uitgekeken naar deze show van Oxbow. Zelfs Scott Kelly geeft aan dat hij een interview (dat volgende maand zal verschijnen) met ons bij voorkeur zodanig plant dat hij deze band kan zien. Waarom precies? De band rondom Eugene Robinson is zeer zeker uniek en allesbehalve een alledaagse verschijning. De frontman verschijnt in pak en met hoed op het podium, maar iedereen die enigszins bekend is met de band, weet dat al die kleren niet heel lang zullen aanblijven. Robinson’s nogal aan striptease grenzende act blijft toch bijzonder, om maar te zwijgen over de zwarte tape die de frontman over zijn oren geplakt heeft. Ieder zo zijn hobby, zullen we maar zeggen. Tegen de tijd dat ik besluit dat het wel genoeg is, heeft de frontman overigens (gelukkig) nog behoorlijk veel kleding aan. Alle heisa rond de band ten spijt, kan ik namelijk niet erg goed uit de voeten met Oxbow. Zeker, de vreemde, noisy rock van het kwartet is bijzonder en wordt met verve gebracht, maar de band kan mij enkel dan bekoren wanneer men zich richt op het stevigere werk en de feedback door merg en been gaat. Dat doet men echter zeer sporadisch helaas. (M)



Kraak, piep, knars, grom, noise, schuur, dreun, diep, boem, growl, boer, kabaal, lomp, riff, doodsrochel, razernij, sludge, dissonant, bulder, zwaar, brul, feedback, schreeuw, kakofonie, laag, schuimbekken. Nee, alle subtiliteit is vreemd voor Sumac, niet te verwarren met Suma die donderdag optrad, noch met de Peruviaanse exotica-zangeres Yma Sumac. Sumac is het al niet meer zo nieuwe geesteskind van Aaron Turner (Old Man Gloom en Isis-faam) dat hij bevruchtte met bassist Brian Cook (Russian Circles, These Arms Are Snakes en Botch-legende) en houthakker Nick Yacyshyn (Baptists). Een klein supergroepje dus toch wel. Ik ging er eens lekker voor staan, want mozeskriebel, wat geeft de inmiddels dik be(h/b)aarde Turner hem van jetje. Alle woede, adrenaline en frustratie gooit hij eruit, zowel in zijn boertige neanderthalerbrul als in de lood- en doomzware caveman sludgeriffs. Heel imposant, bijkans intimiderend. Daarom des te jammer dat iets te veel passages bestaan uit dissonante klanken, monotoon gebeuk, krakende feedback en doelloos gepiel in de marge, die de vaart (welke?) uit het optreden halen. En aangezien na dit optreden de grootst mogelijk denkbare muzikale tegenpool van hen optreedt en mijn maag snakt naar een warme hap kip roti, besluit ik na een goed half uur het oorverdovende kabaal achter me te laten. Ondertussen gaat Sumac niets ontziend door. Donder, bats, poef, ronk, slag, gier, geweld, wanluidend, grof, snerp, braak… (EDS)

Met een gevulde maag is het beter luisteren. Zeker als je de hippie-de-pippie-love-and-peace-spaceprogfolk van Gong als after dinner geserveerd krijgt. Nooit was het mij gelukt om deze al in 1968 (!) opgerichte band eerder te zien. En eigenlijk heeft het nu ook geen zin meer. Want de belichaming van de band, Daevid Allen, is inmiddels ontzield en twee jaar geleden op de voor rockbegrippen respectabele leeftijd van 77 jaar gaan hemelen. Daarbij is eind vorig jaar ook nog eens de andere mede-oprichter en voormalig Allens echtgenote Gilli Smyth (83 jaar) heengegaan. Tsja, met enig wantrouwen zie ik het optreden dus wel tegemoet. De band heeft van Daevid Aellen op zijn sterfbed zijn zegen gekregen om door te gaan, dus het is legitiem. En, gelukkig maar! Want wat we in de volgende vijf kwartier te horen krijgen, overtreft mijn stoutste verwachtingen. Niks heppie-de-peppie-deuntjes, focking briljante harde rock krijgen we voor onze kanis! De band gaat flitsend van start met ‘The Thing That Should Be’, afkomstig van het vorig jaar verschenen, eerste post-Allen verschenen album ‘Rejoice! I'm Dead!’.

Allen is vervangen door de Perzische Brit Kavus Torabi en deze excentrieke zanger/gitarist windt met zijn clownesk-cabareteske mimiek en onvoorspelbare podiumpresentatie het publiek om zijn vinger. Snap ik nu ook waarom ik op Roadburn iemand een shirt zag dragen van The Cardiacs, want Torabi zit in een nieuwe incarnatie van deze band. Het was lang geleden dat ik Gong albums als ‘Flying Teapot’, ‘Camembert Electrique’ en ‘Angel’s Egg’ had gedraaid, maar wat ik nu hoor klinkt zoveel energieker, krachtiger en ja, stiekem ook beter dan dat ik me van deze klassieke albums uit de vroege jaren 70 kan herinneren. Niks geen zoete Canterbury-prog, maar robuuste King Crimson meets Van Der Graaf Generator proggeweld, inclusief saxofoon (soms ingeruild voor een klarinet of fluit). Hoogtepunt van deze krachtmeting was ongetwijfeld de dubbel zo lang uitgesponnen versie van ‘Master Builder’, dat oorspronkelijk zes minuten aan groef vergde op het album ‘You’ (1976) en gedragen wordt door een werkelijk monsterlijk vette spacerockriff. Zo, ga ik even uit mijn plaat! Na afloop zegt Torabi dan ook terecht: “Best riff in the world, thank you Steve Hillage!” Ze spelen nog enkele andere oeroude nummers (‘I’ve Been Stoned Before’ en ‘I Never Glid Before’) die ze afwisselen met gloednieuw werk (titelnummer, ‘Kapital’) en na afloop hijg ik nog bewonderenswaardig na en denk tegelijktijdig: misschien was het zelfs beter om de band te zien zonder Allen en Smyth, want zoveel energetische krachtpatserij kan je op hoogbejaarde leeftijd toch niet meer genereren. Reden te meer om te zeggen: rust in vrede Daevid en Gilli en zie vanaf een wolk neer op Gong en weet dat het goed zit. (EDS)

Een van de weinige bands die ik vanwege Roadburn van tevoren toch even extra had geluisterd was The Doomsday Kingdom. Het is dan ook niet zomaar een bandje, want de nieuwe band van bassist Leif Edling. Met Candlemass, Krux en Avatarium heeft hij drie van mijn favoriete (doom) metalbands gecreëerd. Elke band bleek een kanoninslag in de roos, dus de verwachtingen zijn hoog. Deze werden op plaat niet helemaal ingelost. Waar hij met de andere bands het genre naar een nieuw of hoger plan wist te tillen, klinkt The Doomsday King opvallend traditioneel, met veel invloeden uit de evenzo traditionele 80s nwobhm/heavy metal. Voor alle duidelijkheid: het is wederom wel erg goed! Hoe wordt dat live, dat, tot mijn verbazing, slechts door een driekwart gevulde Patronaat overgebracht? Het geluid is knoerthard (die gitaarsoundcheck alleen al: auw! Dat is mijn boetedoening voor het weigeren van oordopjes) en bij de eerste paar nummers is zanger Niklas Stålvind (vooraan) nauwelijks te horen. Wat een klein menneke is hij trouwens. Met zijn krommige neus, sluike haar en vileine stem lijkt deze bij Wolf weggeplukte lilliputter net een mannelijke heks. Het optreden gaat na de geluidsverbetering lekker, de muziek klinkt goed, band heeft er zin in (zeker niks mis met de actieve performance van Niklas), maar belangrijker: Leif lijkt dat, ondanks zijn vermoeide uitstraling, ook te hebben. Hij heeft namelijk nog steeds last van (de nasleep van) een hardnekkige, al jarenlang voortslepende burn-out waarbij zelfs lezen of tv kijken al te veel energie kostte. Enkel muziek componeren verlichtte en verluchtte zijn leven. En het opstarten van deze band, waarover meer te lezen is in de recensies van de ’Never Machine EP’ en de zojuist verschenen naamloze debuutplaat.

Van deze platen worden natuurlijk diverse nummers gespeeld, maar aan het einde van de set wacht ons nog een behoorlijke verrassing. Niklas geeft de microfoon aan Leif en neemt de basgitaar over. Huh? Wat gebeurt er nu? Gaat Leif zingen? Jaja... Ja! Zo is de beste man te moe om met zijn andere bands op het podium te staan, zo neemt hij potdikkie de lead vocals voor zijn rekening! Het betreffende nummer, ‘The God Particle’, blijkt, zo zegt hij, een belangrijk, therapeutisch nummer te zijn geweest om met zijn ziekte om te gaan. En, kijkend naar Niklas: "He's probably a better bass player than me anyway." Ik dacht een uniek moment mee te maken, maar vrienden wisten me naderhand te vertellen dat Leif ook met Candlemass een keer heeft gezongen op Roadburn 2014). Bijzonder en emotioneel was het wel, maar… wat kan hij basspelen hè, die vent!. Wel prachtige solo’s van gitaarmaestro Marcus Jidell trouwens, maar dat zijn we wel van deze workaholic gewend (Avatarium, Evergrey, Soen, Royal Hunt). Na dit fraaie sluitstuk, waarbij Leif aan het einde nog even langs het publiek loopt voor wat handen schudden, keert de band nog eenmaal terug voor een vette uitvoering van ‘Hand Of Hell’. Rekening houdende met het feit dat dit hun debuutoptreden (!) is, was het een alleszins bevredigend concert. (EDS)



Wie geen aanvullende ziektekostenverzekering heeft voor tandheelkundige aangelegenheden kan maar beter wegblijven bij Inter Arma, want deze gaat vol op de tandjes! Wat de band nou precies speelt, is mij ook na dit optreden van een uur nog niet helemaal duidelijk, maar op een of andere manier werkt de combinatie van doom, crust, death en postrock wel. De band beukt, ramt, sloopt en plet zich door een set die werkelijk alle kanten op stuitert, maar toch erg coherent klinkt. De grote gemene deler is bruut geweld. Zelden heb ik een band gehoord die Het Patronaat zo hard op haar grondvesten doet schudden. Iedere noot lijkt net zo lang te zijn bijgeschaafd tot de maximaal mogelijke lompheid bereikt is. Een groot deel van het Roadburnpubliek is natuurlijk al naar huis, maar toch weet Inter Arma de zaal nog helemaal vol te krijgen en de aanwezigen van het laatste beetje energie te ontdoen met deze sloopkogel van een optreden. Een perfect einde voor dit prachtige festival! (M)

CUL DE SAC

Nou, vooruit: laat ik dan toch één keer Cul te Krap aandoen. Het is tenslotte zondag, de rustigste Roadburn dag, en nog vroeg in de middag. Dus misschien is er nog een gaatje om me naar binnen te wurmen. En ja, zowaar! Waarschijnlijk omdat collega Marcel net naar buiten was gelopen, was er weer plek voor een man of vijf om naar binnen te gaan. Het Tilburgs-Bredase Faal was inmiddels al diep verwikkeld in hun voorlaatste nummer (een nieuw nummer volgens Marcel). Het blijft toch een parmantig gezicht: vijf langharige mannen en vrouw (achter de toetsen) op zo’n knullig podiumpje. Ergens achterin, tegen de muur aangedrukt, zit nog de drummer verscholen. Zanger William Nijhof is genoodzaakt vlak áchter de gitaristen te staan, omdat hij anders een gitaarhals in zijn smoel krijgt. Ik pik dus nog net een laatste nummer mee, maar dat zijn wel de dikke tien minuten van het titelnummer van ‘The Clouds Are Burning’. Ze worden nogal eens met Esoteric vergeleken, maar door de subtiele atmosferische black metal en postmetal-invloeden vind ik ze een stuk sfeervoller en melodieuzer door hun desolate, nihilistische (funeral) death-doom heen ploegen. Ook Williams grunt is erg overtuigend. Goh, verdomd goed klinkt het eigenlijk zeg! Marcel, wil je voortaan wat eerder ruimte voor me vrijmaken? ;)
(EDS)

Op de Roadburn zondag, ben ik zoals gewoonlijk, ontzettend gaar. De voeten en rug doen pijn, de katers beginnen zijn tol te eisen de post-Roadburn depressie begint langzaam in te zetten. Moeilijke muziek is dan iets wat ik niet helemaal goed trek. Op naar Sink wat precies doet wat ik ontzettend gaaf vindt maar ook moeilijk mee te krijgen is gezien mijn staat. Elektronica/psychedelica op en top. Drones, zweverige passages, van alles aan dingen waardoor ik ga staren en dromen en op mijn benen sta te tollen. Deze zondag zou voor mij een korte gaan zijn, gezien maandag weer vroeg dag zou zijn en dat op tijd naar bed een vereiste was. Godverdomme, ik ben zo oud nog niet maar al die impulsen van Roadburn. Ik hou er van. (W)



Vorig jaar kocht ik het debuutalbum ‘Dor’ van Turia en was direct verkocht. Dit drietal, bestaande uit driekwart (het eveneens sterke) Lubbert Das, is een band die ik voor geen goud wilde missen. Nadat ik bij de deceptie die Ulver was weg liep, was deze band een opluchting. Sferische, organisch klinkende black metal met een erg sterke 90s vibe. Iets waar ik erg gelukkig van word. Naarmate de show vorderde, kon ik me iets verder naar voren manoeuvreren, wat er voor zorgde dat ik het intense optreden kon zien. De uitstekende vocalen, de atmosferische/hypnotiserende riffs en de hard aangeslagen houthakker drums vormen samen een bijna rustgevende mindset bij me. Terwijl ik dit schrijf, draai ik nu het recent uitgebrachte ‘Dede Kondre’ en zou willen dat het weer zondag was. Al was het maar om meer mensen naar de Cul De Sac te sturen. (W)

Over het optreden van het Nederlandse Stone In Egypt in Cul De Sac kan ik heel kort zijn. De show was energiek, heel entertainend, maar de sound van de band is niet heel origineel te noemen. Gooi (heel veel) Pentagram in de mixer met wat hardcore invloeden en hier en daar een thrashy ‘Kill ‘Em All’ gitaarpartij en je hebt een goed beeld van wat de band hier liet horen. Zanger/gitarist Tjeerd de Jong is geen wereldzanger, maar speelt duidelijk wel met passie voor zijn muziek. Soms klinkt hij vreemd genoeg zelfs een beetje als Brian Molko van Placebo. Los van het gebrek aan originaliteit klinkt de band enthousiast en het publiek geniet met volle teugen. De sfeer in Cul De Sac is optimaal en het bier gaat vlot naar binnen. Al bij al een leuke show van dit Stone In Egypt. (C)

Conclusie van de dag:

William: Depressief ga ik weer naar huis. Het maakt blijkbaar niet uit hoe vaak je naar Roadburn gaat. Je raakt nooit gewend aan dit fantastische festival.

Martin: Het is weer tijd voor de jaarlijkse post-Roadburn depressie. Jaar na jaar weet dit festival mijn stoutste verwachtingen te overtreffen en mij vakkundig te verlossen van het laatste restje energie dat ik nog in reserve had. Op deze editie ontbrak het enigszins aan de echt hele grote namen, maar de line-up was over de gehele linie zeer sterk en erg gevarieerd, wat zeker hoop geeft voor de toekomst. Ja, de kleinere podia zijn vaak vrijwel onbereikbaar, maar op een festival als dit ga je nu eenmaal veel missen.

De top 3 in sound bites:

Chelsea Wolfe: zowel muzikaal als emotioneel een van de meest heavy optredens van deze editie. Chelsea Wolfe is gewoon klaar voor een veel groter publiek.

Aluk Todolo: iedereen die denkt dat Oranssi Pazuzu goed is, moet hier maar eens naar luisteren, want deze band bereikt veel meer diepgang met enkel gitaar, bas en drums.

Mysticum: De Fist Of Satan vol in je gezicht. Wellicht niet voor iedereen de gedroomde headliner, maar wat een unieke, volstrekt overrompelende ervaring!

Cedric: Pillorian, Pillorian, Pillorian! Wat een mooie afsluiter van (alweer) een geslaagde Roadburn editie!

Evil Dr. Smith: Wat voorheen nog als een Afterburner werd beschouwd, daar is de zondag inmiddels een volwaardig vierde Roadburn dag. Al zullen enkele artiesten doelbewust voor de zondag zijn geprogrammeerd (Les Discrets, Ulver, Hypnopazuzu, Gong, Emma Ruth Rundle). Ik heb me wederom opperbest vermaakt met andermaal nauwelijks tegenvallers (ja, het missen van Emma Ruth Rundle), iets waar deze Roadburn editie in opvalt: een gebrek aan tegenvallers. Behalve de donderdag dan. Wel weer veel fraais gezien, met als zondagshoogtepunt het heerlijke optreden van Gong. Yup, wederom gaan de oudjes er weer met de dagprijs vandoor (terwijl de andere oudjes van Magmaaaaaaarrgh er ook al met de festivalprijs vandoor gaan). Speciale vermelding nog voor de straatmuzikant die in de avonduren met zijn accordeonspel veel bezoekers liet glimlachen en zelfs een keer liet verleiden tot een groepsdansje. Maar de meest speciale vermelding natuurlijk voor wie anders dan Walter, zonder wie Roadburn niet zou hebben bestaan. Man, wat heb je weer verschrikkelijk goed werk geleverd! Al sinds jaar en dag is Roadburn voor mij het leukste vakantie-uitje van het jaar (sssst, niet tegen mijn vriendin zeggen) en wederom is het een vakantie geworden die me nog lang zal heugen. Dankjewel.

<< vorige volgende >>