Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2017 - ZATERDAG

Door: Jan-Simon

Roadburn. Een naam die wereldwijd zowel heavy bands als de fans van moderne, alternatieve heavy muziek in vervoering brengt. De naam van een festival waar je geweest moet zijn als je jezelf fan van stoner, heavy psych, prog metal, hipster black metal, shoegaze, psychedelische rock of wat voor heavy subgenre dan ook noemt. Het festival waar je ooit gespeeld wil hebben – nee moet hebben als band. Het festival ook dat Tilburg voor vier dagen de ontmoetingsplaats van een wereldomspannende gemeenschap van gelijkgestemde alternatievelingen (of weirdo’s zoals ze liefkozend door de Tilburgers genoemd worden) maakt. Gedurende dat ene lange weekend in april is er in de wijde omgeving van de stad geen hotelkamer of airbnb locatie te boeken, of het moet zijn tegen exorbitante prijzen en is de kans dat je op de Korte Heuvel Engels, Fins of Duits hoort spreken groter dan dat er iemand in plat Tilburgs tegen je gaat praten.

Het festival begon ooit met een paar bands op één avond en was toen nog uitsluitend gericht op de stonerrock scene. Voor velen is Roadburnmuziek nog steeds een andere benaming voor stonerrock, maar een stonerfestival pur sang is Roadburn allang niet meer. Die rol is overgenomen door de diverse Desertfests en andere klonen. Roadburn, met ferme hand geleid door artistiek opperhoofd Walter “Mr. Roadburn” Hoeijmakers, is niet stil blijven staan, maar geëvolueerd tot een festival waar eigenlijk alles mogelijk is onder de veelomvattende paraplu’s “heavy” en “psychedelica”.

Zo bood de tweeëntwintigste editie van het festival van 20 tot 23 april een staalkaart van progrock, black metal (van orthodox “trve” tot onverwachte fusies met andere genres), doom, space rock, sludge, synthesizerpret, alt-folk, heavy psych, garage rock, jazz punk, hip hop in de vorm van Dälek – en warempel ook nog hier en daar zo’n ouderwetse stonerband. Honderdnegentien optredens verdeeld over vier dagen en vijf podia, met een aantal “album in full” shows (een trend die jaren geleden al zijn opwachting maakte op Roadburn), bijzondere vaak eenmalige samenwerkingen en daadwerkelijk unieke optredens van genre-definiërende bands (in dit geval Coven).

Traditiegetrouw doet Lords of Metal uitgebreid verslag van Roadburn en daarom trokken dit jaar vijf dappere reporters in topconditie richting epicentrum 013 om zich vier lange dagen te laven aan een bijna beangstigende hoeveelheid luide muziek van (meestal) hoge kwaliteit, op zoek naar de ultieme riff. De belevenissen van Evil Doctor Smith (EDS), Cedric (C), Jan-Simon (JS), Martin (M) en William (W) vind je hieronder.

MAIN STAGE

Dilemma’s, dilemma’s. Oranssi Pazuzu was een van die bands die ik per se wilde zien. Gelukkig speelden ze dit keer in de grote zaal. Een verstandige upgrade die de kans op ellenlange wachtrijen en eeuwige teleurstelling zoals vorig jaar (en dit jaar bij Zeal & Ardor) voorkwam. Zo konden we dus bij Razors in the Night, dat veel leuker dan verwacht was, blijven hangen en toch nog bijna drie kwartier van Oranssi Pazuzu meepikken. De grote zaal was afgeladen, wat wonderlijk blijft gezien de tamelijk ontoegankelijke mix van psychedelia, drone, krautrock en vooral black metal van deze Finnen. Oranssi Pazuzu deed wat van te voren van ze werd erwacht: hun eigen unieke ding op hun eigen onnavolgbare wijze.

Er werd veel van het recente album ‘Värähtelijä’ gespeeld en dat leidde zoals te verwachten viel tot een cycloon van geluid en stroboscooplicht die op ons werd losgelaten met als gevolg een trance-achtige hemelvaart op geluidsgolven zo dik dat je ze met een broodmes kon snijden. Geleid door een gitaarheld op sokken die als een derwish op speed ronddraaide leek Oranssi Pazuzu, vooral tijdens lange songs als ‘Vasemman Käden Hierarkia’, op de duivelse jonge broertjes van het even Finse – en dwarse – Circle / Pharaoh Overlord, nog zo’n Roadburnfavoriet. Dezelfde metronoomachtige motorik-ritmes vormden de basis voor een hoogmis van feedback, drone en tremolo waarbij uit schijnbaar atonale chaos iets bijzonder moois ontstaat. Alsof je luistert naar een schilderij van Jackson Pollock. Voor iedereen die er – om wat voor reden dan ook – vorig jaar niet bij kon zijn was dit een waardige revanche en onmiskenbaar een van de hoogtepunten van het festival. (JSH)

Ontstaan uit de as van het legendarische Bolt Thrower staat hier vandaag Memoriam het beste van zichzelf te geven. Met ‘The World At War’ (uit de film ‘The Longest Day’) als intro en doorheen de rest van het optreden beelden uit films als ‘Paths Of Glory’ wordt de oorlogsgetinte sfeer die we reeds kennen van bij Bolt Thrower ook hier door Memoriam verder gezet. De band speelt hun brute death metal op volle kracht en het publiek wordt onmiddellijk meegezogen in het enthousiasme van de band. De old-school sound van de band ligt (logischerwijs) ergens tussen Bolt Thrower en Benediction in. Super strak vind ik Memoriam niet musiceren, maar binnen deze lompe soort death metal vind ik dat helemaal geen obstakel. Het geluid is top, lekker zwaar, en zanger Karl Willets is weer zijn sympathieke zelve. Jammer genoeg kan ik niet heel de set uitzien, daar Ahab al staat te trappelen om in de Green Room het beste van zichzelf te geven, maar afgaand op wat ik wel gezien heb was dit een sterke show van deze ‘nieuwe’ band. (C)



Lang geleden zou ik My Dying Bride zien, maar de tour ging niet door omdat de band heel veel geld kon verdienen in de VS. Ik was boos, maar alles is nu vergeven want My Dying Bride maakte mijn Roadburnervaring compleet. Met een integrale vertolking van het legendarische album Turn Loose The Swans, aangevuld met andere klassiekers van net voor en na dat album kwamen, zagen en overwonnen de mannen (en vrouw) uit Yorkshire.

Startend met ‘Sear Me MCMXCIII’ moest meteen een kleine noodsprong gemaakt worden, aangezien de nieuwe violist Shaun Macgowan (ook al doet hij al acht jaar zijn ding bij My Dying Bride, hij blijft nieuw) niet de toetsen en viool (de enige begeleiding van Aaron Stainthorpe) tegelijk kon spelen en het blijkbaar niet mogelijk was om een toetsenist én een violist in te huren. Daarom kwamen de toetsen uit blik, wat een vreemd effect gaf ook al was het begrijpelijk. Na deze emotionele opening kregen Aaron, zoals altijd onberispelijk gekleed, en Shaun gezelschap van de rest van de band en werd ‘Turn Loose The Swans’ nummer voor nummer afgewerkt. Wat een band en wat een performer die Stainthorpe. Geconcentreerd en vol overgave ging het richting het slot, maar ‘Black God’ bleef ongespeeld omdat er geen geschikte zangeres gevonden kon worden.

De atmosfeer was geladen en grote stukken van de teksten werden luidkeels meegezonden in het publiek. Met een soort van toegift, bestaande uit de originele ‘Sear Me’, ‘Your Shameful Heaven’ en ‘The Cry of Mankind’ werd de katharsis compleet. Volgens het blokkenschema zouden er nog bands spelen tot in de vroege uurtjes van de volgende dag, maar voor de meesten in de grote zaal was de avond toen My Dying Bride stopte met spelen af, want de show was volmaakt. (JSH)



Het is weer eens tijd voor een klein lesje geschiedenis: Mysticum bracht in 1996 een album uit dat de black metalwereld behoorlijk op zijn kop zette. Met ‘In The Streams Of Inferno’ liet men niet alleen zien niet bepaald vies te zijn van zo’n beetje alles wat er aan verdovende middelen te krijgen is, maar wist men black metal, zware industrial en goa trance op een dusdanige manier aan elkaar te knopen dat het volkomen logisch klonk. Het album doorstond de tand des tijds uitstekend en geldt inmiddels als klassieker. Tegelijkertijd bleef het angstvallig stil rond Mysticum, op een paar losse nummers na. Hoewel er in het boekje van ‘In The Streams Of Inferno’ al werd gesproken over ‘Planet Satan’, duurde het maar liefst 18 jaar tot de plaat uitkwam. Mysticum bleek echter nog niets verleerd te zijn, en ‘Planet Satan’ sloeg wederom in als een bom. Sindsdien heeft men een handjevol shows gedaan, waarvan enkele beelden op Youtube zijn beland. De band heeft een klein vermogen geïnvesteerd in een lichtshow die slechts een doel dient: het publiek volstrekt overrompelen. Slechts weinigen hebben tot nu toe het geluk gehad dit in levenden lijve te mogen meemaken. Vandaag staat men op Roadburn. Snapt u nu waarom ik al een paar maanden met kippenvel rondloop!?

Normaliter sta ik liefst zo ver mogelijk vooraan bij een show om gewoon keihard door alle muzikale geweld omver geblazen te worden. Bij Mysticum leek mij dat minder handig, want de drie muzikanten staan ieder op hun eigen voetstuk van zo’n 3 a 3.5 meter hoog. Deze plateaus dienen, net als zo ongeveer het hele podium, als schermen voor de beelden die zonder ook maar een seconde adempauze geprojecteerd worden, waardoor de bandleden zich dus letterlijk midden in de lichtshow bevinden. Zelden heb ik een show meegemaakt die zo samenhangend is, van de militante zwart-witbeelden, afgewisseld met onder meer structuurformules van drugs, tot de beukende drumcomputer en de snerpende black metalgitaren. Het is niet moeilijk om te geloven dat we ons op ‘Planet Satan bevinden’. Van die plaat worden overigens gewoon alle nummers gespeeld vanavond. ‘In The Streams Of Inferno’ komt er met slechts twee nummers relatief bekaaid vanaf, hetgeen misschien een doorn in het oog is van sommige puristen, maar daarentegen komt er wel weer een relatieve onbekende als ‘Black Magic Mushrooms’ voorbij.

Eigenlijk is een band als Mysticum gewoon te extreem voor Roadburn. Deze productie is veel te groot voor een kleiner podium, en ik zou medelijden hebben met elke band die nog na dit offensief op de zintuigen moet spelen, maar een volkomen logische headliner is dit zeker niet. De publieksreacties spreken boekdelen: vanaf het balkon is het collectieve ‘WTF!?’ zeer goed gade te slaan. De zaal is geen enkel moment echt vol en een groot deel van het aanwezige publiek laat het bombardement van Mysticum gelaten over zich heen komen. Niet mijn probleem overigens; ik sta met volle teugen te genieten van een unieke, weergaloze show. Het duurt een paar nummers voor het geluid echt goed is, maar dan valt er echt niets aan te merken op dit optreden. Na exact 70 minuten zit het erop en eindigt ‘All Must End’ letterlijk met een knal. Het wordt onmiddellijk aardedonker. Zeker, iets meer dood en destructie in het publiek had de sfeer goed gedaan, maar verdomme, wat is dit fijn! (M)



GREEN ROOM

‘Fuck the law! Fuck the law!’ Geen wonder dat Phil McSorley geen deel meer uitmaakt van Cobalt. De tegenstelling tussen zijn carrière als beroepsmilitair en het gedachtegoed van zijn voormalige band, die zich verwant voelt met beroepschaoten als Ernest Hemingway en Hunter S. Thompson, kan bijna niet groter zijn. In de persoon van Charlie Fell, die overigens als eerder op Roadburn stond met Lord Mantis, heeft multi-instrumentalist Erik Wunder (ook al eerder op Roadburn gestaan, als drummer van Jarboe) in ieder geval een medestrijder gevonden die dit gedachtegoed uitstekend kan uitdragen. De zanger begint het optreden dronken en eindigt stomdronken, zwalkt vervaarlijk over het podium in een oneindige, golvende beweging van lichaamsvet, als een soort black metal barbapapa. Schijt aan alles. De hemeltergende krijs- en schreeuwvocalen worden er in ieder geval niet minder intens door. Cobalt is altijd al een vreemde eend in de black metal vijver geweest. Waar menig band zich beroept op een duister, satanisch imago, brengt dit duo, live aangevuld tot kwartet, vooral een hommage aan alles wat god verboden heeft, en dus lekker is. Drank, drugs, chaos… men is er overduidelijk niet vies van. De muziek geeft daar ook uiting aan. Blastbeats worden tot een minimum beperkt en men geeft zich vooral over aan smerige grooves, smeuïge, psychedelische ritmepartijen die soms naar Tool neigen, en een aangenaam verrot geluid. Strak is het zeer zeker niet, maar dat hoeft ook niet met zo’n attitude. Lekker! (M)



Ja, da-hag! Alsof ik tijdens het optreden van Oranssi Pazuzu verslag wil doen van de monotone drones van Gnod vs. Kuro? Dacht het mooi even niet. Ik had ze vorig jaar in Het Patronaat al nauwelijks kunnen zien, deze keer gaat me dat niet gebeuren. En toch, history repeats itself, want ik kom deze dag pas vrij laat aan op Roadburn, vlak voor aanvang van Oranssi Pazuzu. Onderweg een flinke vertraging opgelopen door een file die werd veroorzaakt door een auto die in de fik was gevlogen (hoe roadburn wil je het hebben?) De main stage is dan al behoorlijk volgeladen. En als ik een band wil zien, dan wil die echt ondergaan en niet van een afstandje als een dooie lijkzak staan te bekijken. Dus sta ik net als vorig jaar ze weer van een te grote afstand te bekijken en komt de psychedelische metal niet goed mijn achterhoofdskwab binnen, zodat ik na een kwartiertje toch maar de Green Room binnenstap waar Gnod net begonnen is. Met ene Kuro dus, dat het Frans/Britse duo Agathe Max op viool en Gareth Turner (bassist) te zijn. Ik type het ook maar over na een zoektocht wie of wat die Kuro wel niet moge zijn. Max draagt een toepasselijk shirt: hagelwit met het opschrift ‘Not All Drone Is Good Drone’. Dat gaat op voor de eerste tien minuten die echt gewoon te minimaal en saai voortmodderen op een sonore toon.

Aan één John Cage's Organ²/ASLSP (As SLow As Possible) hebben we meer dan genoeg, hoe Chris Haslam ook zijn best doet met een theremin. Maar toch, langzaam, héél langzaam komt er meer body in het nummer. De lapsteelgitarist voegt extra noise toe aan de vervormde dronegeluiden uit de knoppenkasten die door Paddy Shine en Marlene Ribeiro worden bediend. Haslam pakt een elektrische contrabas, ergens op de achtergrond zie ik nog iemand gehurkt zitten die plotseling gaat staan met een bas. En zowaar, na bijna een half uur komt dan ook Gareth Turner het podium op om zijn basgeluid in de inmiddels hypnotiserende, pulserende dronebeats te voegen. De drums zwellen tergend langzaam aan, de eindeloos herhalende groove wordt sluipenderwijs dwingender, harder, en uiteindelijk ga je toch voor de bijl en word je gevangen in een verslavend lekkere drone. Het kwam uit de tenen, maar toch een aangename kennismaking met de livecapaciteiten van Gnod. En Kuro, vooruit: ook kudo’s aan hen. (EDS)

De Green Room puilt volslagen uit als Slomatics begint. Als ik echt veel moeite doe, kan ik nog net het koppie van de zingende drummer zien vanaf het balkon, maar verder is het vooral gewoon een zee van mensen. Eigenlijk is dat best een beetje gek, want hoe goed en vet Slomatics live ook klinkt, van al te veel originaliteit kan men het trio in ieder geval niet betichten. Men heeft toch overduidelijk wel van een band als Sleep gehoord. Anderzijds schitteren de echt grote namen uit die hoek dit jaar vooral in afwezigheid en is het dus misschien toch niet zo gek dat Roadburners van het eerste uur in groten getale richting Slomatics zijn getogen. Men wordt in ieder geval getrakteerd op een heel vet klinkende pot lekkere doomdrab waarop zich helemaal niks mis mee is. Zelf houd ik het na een paar nummers wel voor gezien, eenvoudigweg omdat het op zijn tijd ook wel eens fijn is om te kunnen ademhalen. (M)



De Duitsers van Ahab heb ik in het verleden reeds een paar keer live kunnen aanschouwen, maar hun optreden in de Green Room vandaag belooft iets speciaals te worden. De band heeft namelijk aangekondigd dat ze vandaag haar debuutalbum, ‘The Call Of The Wretched Sea’, integraal gaat spelen. Ahab maakt de verwachtingen alleszins dubbel en dik waar, met een duidelijk genietende Green Room als gevolg. Van ‘Below The Sun’ tot ‘Ahab’s Oath’ klinken de songs donker, loodzwaar en dreigend. Maar wat Ahab in mijn ogen echt speciaal maakt zijn de melodielijnen in de muziek. De melodieuze gitaarpartijen die hier en daar de kop opsteken klinken altijd ten volle als Ahab. Hun doom is niet enkel rauw en donker, maar bij momenten ook adembenemend mooi. Soms heeft de band niet eens meer nodig dan een paar drumslagen, zoals in ‘The Pacific’, om het publiek helemaal mee te krijgen in het verhaal. Hoewel ik hun platen telkens minder vind worden blijft de band live een waar genot, wat ook vandaag niet anders is. Top! (C)



Oh, wat stom! Ik had dit Carpenter Brut echt eerst moeten checken, dan had ik ze van de eerste tot de laatste seconde willen zien. Maar nu overlapten ze grotendeels met het overdonderende spektakel van Mysticum en wist ik lange tijd niet wat ik ging missen. Totdat ik Mysticum toch even links liet liggen om eens even om het hoekje te gluren in de Green Room om te zien hoe bruut deze timmermannen wel niet zijn. Nou, bruut blijken ze allerminst. Aanstekelijk allermeest. Zelden zó snel mee gaan swingen en dansen met de rest van de volgepakte Green Room. Wat een gevaarlijk aanstekelijke muziek, waardoor ik er niet eens stil bij kán staan of het nu camp, cult of kunst is. Who f*cking cares? Carpenter Brut is instrumentale spacediscoglammetal voor obscure 80s slasherseksfilms. Of compacter: Goblin 2.0. Ik had eigenlijk wel spijt dat ik gisternacht geen puf meer had om Perturbator te zien, maar de horrorsynth-dancerock van dit Franse gezelschap blijkt een meer dan adequate vervanger. Zo jammer dat ik ze maar twintig minuten heb gezien. De band sluit af met een geniale karaokeversie van Michael Sembello’s ‘She’s A Maniac’, inclusief flitsende 80s hairmetal-gitaarsolo (geniaal en karaoke zijn eigenlijk antoniemen van elkaar, maar voor deze ene keer omarmen de termen elkaar). Wat een heerlijk afsluitend feestje van alweer een fijne Roadburndag. Zo, en nu klikken op onderstaande YT-link en meebrullen maar! (EDS)



Oranssi Pazuzu is zonder enige twijfel de meest overgewaardeerde band van het hele festival. Wie dat niet gelooft, moet maar eens gaan luisteren naar Aluk Todolo. Beide bands combineren black metal en zware psychedelica op een min of meer soortgelijke manier, maar waar het bij de Finnen gewoonweg ontbreekt aan een eigen sound en goede ideeën, excelleert het Franse trio juist precies daarin. Zang is gewoonweg overbodig; de venijnige snerp die de Fenderversterker uitbraakt zorgt er wel voor dat het sublieme gitaarspel, dat klinkt alsof Varg Vikernes een paar lesjes heeft genomen bij Link Wray, of andersom, de volledige aandacht zou opeisen, ware het niet dat de ritmesectie al even subliem is. Vooral de volledige vrijheid en creativiteit in het jazzy spel van drummer Antoine Hadjioannou is gewoonweg absurd! Een fancy lichtshow heeft Aluk Todolo ook al niet nodig. Een enkel peertje, met een lichtintensiteit die met de muziek mee varieert, volstaat. Ook de setlist is simpel: de band speelt ‘Voix’ gewoon van voor tot achter, maar durft het materiaal live wel nog vrijer en speelser te brengen dan op plaat. Het massieve geluid zorgt er tevens voor dat alles nog meer impact heeft. We kunnen er lang of kort over praten: Aluk Todolo zet gewoon met afstand het beste optreden van het hele festival neer. De Green Room puilt dan ook volkomen terecht uit en het leeuwendeel van het publiek lijkt eenvoudigweg met stomheid geslagen. Erg knap, gezien het feit dat de muziek van deze Franse band toch echt allesbehalve hapklaar is. (M)

HET PATRONAAT

Er zit maar een dunne scheidingslijn tussen metal en techno, zoveel bewees het Ierse trio No Spill Blood zaterdagmiddag in het Patronaat. Gewapend met een drumstel, basgitaar en een verzameling vintage Sequential Circuit synthesizers van minstens 35 jaar oud toonden ze aan dat je ook zonder gitaar kunt rocken. En swingen. En hakken. Whatever.

Met een ronkend, warm piep-tuut-knor geluid uit de ouderwetse monofone synthesizers dat herinneringen opriep aan legendes als Suicide met Alan Vega – maar dan wel een stuk harder – was No Spill Blood zo’n typische Roadburn verrassing, al bleek de band voor velen zo vroeg op de middag wat te hoog gegrepen. Dat bleek uit het feit dat de band de zaal voor meer dan de helft leeg had weten te spelen. Volkomen onterecht. De stuwende spacerock meets metal-house bracht ons terug naar de tijd van de Atari spelcomputers. No Spill Blood creëert een nieuwe heavy metal soundtrack bij Space Invaders en die klinkt goed! (JSH)



Heel veel tijd om mij voor te bereiden op deze editie van Roadburn heb ik niet gehad. Bij sommige bands op de affiche wist ik dus ook niet wat mij te wachten stond, maar dat is eigenlijk helemaal geen ramp op dit festival, want meestal krijg je hier enkel interessante acts voorgeschoteld. Voor het optreden van Razors In The Night in Het Patronaat viel me op dat de rij aan de inkom wel heel lang was voor een band waar ik in eerste instantie nog nooit van gehoord had, maar vanaf dat de heren het podium opkwamen wist ik ineens wel waar al deze interesse vandaan kwam. John Baizley (Baroness) en Scott Kelly (Neurosis) maken namelijk deel uit van Razors In The Night. Zij hebben deze band opgericht als eerbetoon aan punk en spelen samen dan ook een hele rits covers van hun favoriete punkplaten. Goh ja, het klinkt allemaal wel goed gespeeld en de heren hebben er duidelijk veel plezier in, maar laat dit nu net een stijl zijn waar ik niet helemaal wild van ben. Voor liefhebbers van het genre ongetwijfeld een feestje, maar na een aantal nummers en een biertje hou ik het echter voor bekeken. (C)



Hier was door velen met spanning naar uitgekeken: Razors In The Night, de eenmalige samenwerking tussen John Baizley (Baroness) en Scott Kelly (Neurosis). Samen hadden ze een set punk- en hardcoreklassiekers ingestudeerd en het resultaat was historisch. Wie had ooit gedacht de Ramones op Roadburn te kunnen horen. Stooges, ja dat is min of meer logisch, maar de Ramones? Razors In The Night, niet te verwarren met een gelijknamige band uit Boston, flikte het zelfs twee keer en gooide er verder nog onder andere Blitz, Minor Threat, 4Skins, Discharge en Vitamin X uit. Het was nostalgisch en bruut tegelijk. Gespeeld met overduidelijk plezier en tegelijk ook bloedserieus. De tijd vloog voorbij met de hartstochtelijk meegebrulde ‘I wanna be your dog’ en ‘A.C.A.B.’. Ook dit is jeugdsentiment voor velen. Wat waren al die punknummertjes toch goed eigenlijk… En toen was het al weer voorbij, veel te vroeg. ‘Dat was het, jullie zien ons nooit meer terug’, besloot Baizley dit optreden. Maar wij waren er bij, hebben het gezien en die herinnering blijft. (JSH)

Kut, per abuis Warning gemist. Dan maar op naar Wear Your Wounds. Op voorhand, heb ik niet echt de moeite genomen om bands waar ik niet mee bekend mee was, te luisteren. Sceptisch als ik ben, verwachtte ik dus ook niet zo veel. Wat was ik aangenaam verrast toen het om een band van Jacob Bannon (Converge) bleek te gaan! In tegenstelling tot het energieke Converge, leunt Wear Your Wounds voornamelijk op atmosfeer. Een melancholisch klinkende post-rock/metal set wordt overtuigend geserveerd en bij vlagen, proef ik een Pink Floydiaanse vibe. Ik moet dit werk nog op plaat luisteren, dus misschien zit ik er volkomen naast. Ik hoop van niet, want dit trok ik goed! (W)

Je mag toch rustig stellen dat, hoe breed georiënteerd de programmering van Roadburn tegenwoordig ook is, een band als Trans Am een beetje een vreemde eend in de bijt is. Maar dat is de band mogelijk op élk festival. Aangezien ze al sinds 1990 opereren, wordt de band tot de eerste generatie postrockbands beschouwd, al klinkt hun muziek wezenlijk anders dan wat men tegenwoordig onder postrock verstaat. Hun veelal instrumentale nummers schurken zowel tegen 80s tv-soundtracks aan (hoor ik iemand Miami Vice en Magnum roepen?), als tegen Kraftwerk (hallo Sennheiser vocoder), disco, synthwave (jaja, ook jij Perturbator!) en vooral postrockbands als Tortoise. Dit alles met een zweem van merkwaardige humor en (doel/onder?)bewuste homoseksualiteit. Deze laatste zin is vooral van toepassing op gitarist/bassist/toetsenist/zanger Philip Manley, die met een slungelige Marc Almond-look (inclusief eyeliner) en een blauw jaren 80-hempje erbij staat alsof hij auditie doet voor masochist in Rammsteins ‘Bück Dich’. De weirde humor komt naar voren als Manley tijdens het nummer ‘Tesco v. Sainsbury's’ een hele zak Doritos tortillachips naar binnen werkt. Ja, tijdens het nummer en ja, een héle zak. Het is zijn magere kippenborstje niet aan te zien.

Drummer Sebastian Thomson (die dan weer veel wegheeft van Hugo Borst) is wellicht de reden dat Trans Am op Roadburn speelt, want sedert enkele jaren drumt hij ook in een of ander metalbandje genaamd Baroness… Hij viert zijn verjaardag vandaag en misschien dat daarom zijn drumkit helemaal vooraan op het podium staat. Wie er aan de rechterkant aan de bas zit te plukken en soms ook op een keyboard staat te drukken heb ik niet kunnen achterhalen. Maar meeste aandacht gaat toch uit naar Manley en Thomson. Natuurlijk worden diverse nummers van hun zojuist verschenen elfde (!) album ‘California Hotel’ gespeeld (‘I Hear Fake Voices’, ‘Alles Verboten’) , maar ook het lekkere ‘Firepoker’ van hun debuutalbum uit 1996 (niet 1995, Thomson) wordt uit de mottenballen gehaald. Het is allemaal verschrikkelijk dansbaar en erg gezellig, maar ze hebben het probleem dat ze clashen met zowel My Dying Bride en Aluk Todolo, dus na drie kwartier laat ik heupwiegend en met een brede glimlach de discoballenpostrock achter me. (EDS)



Disfear! The Zweedse d-beat/crust helden trokken flink wat mensen aan met hun Het Patronaat show maar gelukkig wist ik een mooi plekje te bemachtigen! Lindberg, Peterson, Andersson, Cederlund en Axelsson klapten er gelijk op en het is direct een feestje! De lichte Motörhead rock & roll vibe doet zijn werk en na al het experimentele, avant-garde en uitgerekte, is dit als een ijskoud pilsje in de zon. Ondanks dat het super fijn is in de warme zon, lucht een koud biertje wel op! Na ongeveer drie nummers ontstaan er microfoonproblemen maar gelukkig laat Lindberg zich niet kennen. Hij gaat gewoon door alsof er niets aan de hand is. Ineens, knallen alle lichtspots aan en schijnt er een onuitstaandbaar fel licht de zaal in. Iedereen knijpt zijn ogen dicht en het geheel is erg oncomfortabel. Dit ging nog best even door! Wat het was? Geen idee. Desalniettemin een geniale d-beat show. Ik heb hier erg van genoten!(W)

EXTASE

Het is altijd een helse belevenis om de zaal van Extase binnen te geraken. Als je niet ruim op tijd aanwezig bent kan je het wel schudden. Voor het optreden van Woe kan ik nog net een plaatsje veroveren achter in de zaal aan de bar, maar gelukkig hangen hier schermen waardoor ik toch ook een idee krijg van hoe de band zich op het podium gedraagt. Visueel valt er echter niet zo veel te beleven bij Woe, de band is ook vrij statisch, maar muzikaal (en daar draait het toch om) valt er veel te genieten. De black metal van deze Amerikanen doet bij vlagen heel Scandinavisch aan, inclusief epische gitaarlijnen. De drums klinken allesverwoestend en dat is in dit genre een heel groot pluspunt. Wat een beest is die drummer toch! Door de aanhoudende drukte en bijhorende hitte in de Extase heb ik het optreden niet uitgekeken, maar als Woe nog eens in de buurt speelt ga ik er zeker trachten bij te zijn. (C)

Het is duidelijk van Roadburn uit de voegen begint te barsten. Ik heb het gevoel dat er meer tickets dan ooit verkocht zijn en dit zal vast te maken hebben met de uitbreiding van de 013. Meer dan eenmalig, vond ik mezelf in een erg lange rij om een show te zien. Als ik dan uiteindelijk aan kwa,, vond ik mezelf in een ontzettend volle zaal waar het gruwelijk warm was. Dát, of ik gaf het wachten op. Toen ik Dolch ging kijken, trof ik deze aan in de sauna genaamd Extase. Iedereen stond als sardientjes in blik tegen elkaar aangedrukt en na drie minuten besloot ik de show vanuit de gang te kijken. Menigeen mens was het eens met het feit dat het geluid erg slecht was. Je zag geen drol op het podium door de rook en de onuitstaanbare warmte zorgde er voor dat ik na een kwartier weg ging. Kut, want ik vind Dolch super. (W)

De gelijkenis was zo overduidelijk dat het Butthole Surfers t-shirt van de gitarist van Casual Nun overbodig was. Zeg nou zelf: twee drummers (een man en een vrouw), een behoorlijk gestoorde zanger die dol is op delay en andere geluidseffecten en muziek die uit gelijke delen psychedelica, noise rock, punk en metal is opgebouwd. Plus een tamelijk chaotische show. Dat is toch een eenvoudige optelsom. Is Casual Nun dan een Butthole Surfers tribute band? Nee, dat zeker niet. Daarvoor waren de Surfers nog even wat gekker en gaan de Britten van Casual Nun te veel hun eigen bizarre heavy psych weg. Zelf noemen ze onder andere Les Rallizes Dénudes als inspiratie en iets van de compromisloze attitude en keiharde nihilistische noise van deze Japanners sijpelt wel door.

De bijna tribal aandoende dubbele drumpartijen, de freaksoli en de spacey toongeneratorgeluiden nemen de bezoekers van de Extase mee op een lange trip. We hadden onze les geleerd en waren op tijd gekomen. Zodoende stonden we redelijk vooraan waar je wat kon zien en het geluid meer dan redelijk was. Casual Nun is het beste dat sinds lange tijd uit de Londense Underground naar boven is gekomen. Niet alles ging goed en sommige onderdelen van het optreden hadden beter achterwege gelaten kunnen worden (zoals het xylofoonspel aan het begin van de show) maar zoals Gibby Haines 30 jaar geleden al zei: “the funny thing about regret is that it's better to regret something you have done than to regret something that you haven’t done”. Dat is Casual Nun, gewoon proberen en kijken of het lukt. En als het niet lukt, dan is het in ieder geval geprobeerd. Ik had in ieder geval geen spijt van mijn beslissing dit optreden van begin tot eind te zien. (JSH)

CUL DE SAC

Een optreden van het Belgische Lotus is steeds een energieke bedoening. De hardcore/punk van deze heren klinkt chaotisch (op een goede manier), brutaal en donker. De vrij korte set (om en bij de twintig minuten) knalt van begin tot eind. Gelukkig had ik oordopjes bij want het geluid in Cul De Sac stond weer oorverdovend hard. Jelle, de zanger van de band, heeft duidelijk geen zin om op het podium te blijven staan. Hij mengt zich tussen het publiek, kruipt over de grond, begeeft zich in de moshende menigte en springt in het rond. Zijn schelle schreeuwvocalen klinken kwaad en bitter. Lotus speelt vandaag een energieke set, boordevol passie, en zorgt zo voor een van mijn (onverwachte) hoogtepunten op Roadburn. Alles moet kapot! (C)

Vertrekkende bij de ellende dag de Dolch show was, ging ik door om een Mysticum biertje te drinken bij Hedonist. Alweer, trof ik mezelf in een ontzettend volle bar, dus besloot ik vanuit het terras de band te luisteren. Wat ik hoorde, deed me denken aan Black Cobra en de Savannah sludge sound die een paar jaren geleden erg populair was. Ik besloot na een tijdje de band weer van wat dichterbij de aanschouwen en ik trof een erg enthousiaste band aan, dat met een soort punk/sludge het publiek bestookte. Het klonk absoluut niet slecht, maar het heeft me eigenlijk geen moment weten te boeien. Wellicht dat dit vijf jaar geleden anders was. (W)

Conclusie van de dag:

Jan-Simon: Wat een dag. Bijna alleen maar superoptredens gezien met als absolute uitschieters Razors in the Night (terug naar mijn punkjaren) en My Dying Bride (hoe het weerzien met een jeugdliefde niet teleurstelde).

William: Man. Wat was Mysticum geniaal. Enough said.

Martin: Voltreffer!

Cedric: Lotus, Oranssi Pazuzu, Ahab en een allesvernietigende set van Mysticum zorgen voor een onvergetelijke derde dag op deze editie van Roadburn. Het blijft geweldig dat dit festival bestaat, want waar zou je anders zo een uiteenlopende programmatie kunnen vinden, met de garantie dat er kwalitatief hoogstand gespeeld wordt. All hail Roadburn! (en ook wel Mysticum)

Evil Dr. Smith: Na de verpletterende vrijdag was alles daarna nog louter als leuke bonus meegenomen. Dat was niet te danken aan Warning. Een band als Magmaaaaargh verpulverde, vernietigde en devalueerde Yawning tot een miserabel hoopje klagende, vals spelende zeurdoom: ik snap niet wat veel mensen in deze middelmatigheid zien, behoudens de prachtige backdroppings. Nee, de bonus was meer te vinden bij Gnod, Memoriam (Karl Willets krijgt de award voor meest sympathieke frontman van het festival: ik werd helemaal vrolijk van zijn enthousiasme en kamerbrede grijns), en, zeker niet verwacht, My Dying Bride, die bewijst dat ze het oude werk nog fantastisch kunnen spelen, en zelfs grunten. Veel disco-invloeden vandaag: in de vorm van postrock bij Trans Am en bij het onverwacht hoogtepuntje van de dag bij de discoballenhorrorsynths van Carpenter Brut.

<< vorige volgende >>