Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2017 - VRIJDAG

Door: Jan-Simon

Roadburn. Een naam die wereldwijd zowel heavy bands als de fans van moderne, alternatieve heavy muziek in vervoering brengt. De naam van een festival waar je geweest moet zijn als je jezelf fan van stoner, heavy psych, prog metal, hipster black metal, shoegaze, psychedelische rock of wat voor heavy subgenre dan ook noemt. Het festival waar je ooit gespeeld wil hebben – nee moet hebben als band. Het festival ook dat Tilburg voor vier dagen de ontmoetingsplaats van een wereldomspannende gemeenschap van gelijkgestemde alternatievelingen (of weirdo’s zoals ze liefkozend door de Tilburgers genoemd worden) maakt. Gedurende dat ene lange weekend in april is er in de wijde omgeving van de stad geen hotelkamer of airbnb locatie te boeken, of het moet zijn tegen exorbitante prijzen en is de kans dat je op de Korte Heuvel Engels, Fins of Duits hoort spreken groter dan dat er iemand in plat Tilburgs tegen je gaat praten.

Het festival begon ooit met een paar bands op één avond en was toen nog uitsluitend gericht op de stonerrock scene. Voor velen is Roadburnmuziek nog steeds een andere benaming voor stonerrock, maar een stonerfestival pur sang is Roadburn allang niet meer. Die rol is overgenomen door de diverse Desertfests en andere klonen. Roadburn, met ferme hand geleid door artistiek opperhoofd Walter “Mr. Roadburn” Hoeijmakers, is niet stil blijven staan, maar geëvolueerd tot een festival waar eigenlijk alles mogelijk is onder de veelomvattende paraplu’s “heavy” en “psychedelica”.

Zo bood de tweeëntwintigste editie van het festival van 20 tot 23 april een staalkaart van progrock, black metal (van orthodox “trve” tot onverwachte fusies met andere genres), doom, space rock, sludge, synthesizerpret, alt-folk, heavy psych, garage rock, jazz punk, hip hop in de vorm van Dälek – en warempel ook nog hier en daar zo’n ouderwetse stonerband. Honderdnegentien optredens verdeeld over vier dagen en vijf podia, met een aantal “album in full” shows (een trend die jaren geleden al zijn opwachting maakte op Roadburn), bijzondere vaak eenmalige samenwerkingen en daadwerkelijk unieke optredens van genre-definiërende bands (in dit geval Coven).

Traditiegetrouw doet Lords of Metal uitgebreid verslag van Roadburn en daarom trokken dit jaar vijf dappere reporters in topconditie richting epicentrum 013 om zich vier lange dagen te laven aan een bijna beangstigende hoeveelheid luide muziek van (meestal) hoge kwaliteit, op zoek naar de ultieme riff. De belevenissen van Evil Doctor Smith (EDS), Cedric (C), Jan-Simon (JS), Martin (M) en William (W) vind je hieronder.

MAIN STAGE

Magma. Vorig jaar oktober zag ik ze een zinderend optreden geven in de Boerderij, Zoetermeer. Met afstand mijn concert van het jaar (en ja, het was in hetzelfde jaar dat Diamanda Galás Roadburn aandeed). En wie zag ik daar ook? Walter, aka Mister Roadburn. Dat kon geen toeval zijn. Dat bleek inderdaad geen toeval, want diezelfde avond ná het optreden werden de laatste puntjes op de i gezet om de band voor de tweede keer op het Roadburn-affiche te zetten. Na hun allesoverdonderende optreden in 2014 is het dus nu wederom tijd voor Magmaaaaaaaarrrggh! Deze keer zouden ze, net als in Zoetermeer, ook nog eens integraal ‘Mekanïk Destruktïw Kommandöh’ vertolken, hun magma opus onder hun diverse meesterwerken. Uit 1973 alweer. En al is de achtmansformatie rondom drummer Christian Vander al bijna 50 (vijf-tig!) jaar de grenzen van de westerse muziek aan het verkennen en tarten, het is bijna onthutsend te horen hoe urgent, tijdloos én bij tijd en wijlen modderfokking heavy de band speelt. Nog los van de torenhoge professionele kwaliteit van de muzikanten (die bassist, damn! die gitarist, nondeju!). Je wordt heen en weer geslingerd tussen de het meer experimentele werk van Frank Zappa, de repetitieve minimal van Philip Glass, de melodische gitaarsolo’s van Pink Floyd, de avantgarde-jazz van Pharoah Sanders, John Coltrane en Miles Davis’ ‘Bitches Brew’ en de oratoria van Carl Orff (‘Carmina Burana’). Dat laatste met dank aan de twee zangeressen. De zanger heeft een fikse kluif aan het vertolken van het zogenaamde Kobaïaans, een fictieve taal door de drummer zelf verzonnen, welke qua typografie eruitziet als een combinatie van Fins en Turks, en klinkt als een combinatie van Duits, Frans en de dadaïstische Ursonate van Karl Schwitters. Qua geluid vond ik de uitvoering iets minder uitgebalanceerd klinken dan in Zoetermeer, daarentegen klonk het zeker niet minder spannend en krachtig.

Voorafgaand aan ‘Mekanïk…’ speelt de band ‘Theusz Hamtaahk’, een nummer met een lange, grillige geschiedenis die ook al teruggaat tot 1974. Daarbij blijft de band schaven en slijpen aan hun ellenlange nummers (beide nummers nemen zo’n veertig minuten in beslag), zodat het iedere keer toch weer anders klinkt. Vander bewijst halverwege ‘Mekanïk…’ ook nog eens een begenadigd zanger te zijn. Loepzuiver en gevoelig weet hij de zuiverste noten te raken. En hij is 69, hè?! Maar Vander zal Vander niet zijn als zijn minuten durende solozang langzaam ontwikkelt via een soort avant-scat eerbetoon aan Al Jarreau tot complete bizarre, maar heel intense onzingebrabbel, waarbij het spuug in de rondte vliegt. Prachtig om te zien. En zei ik al dat hij 69 is? Het zal je (groot)vader zijn die daar staat. Onwerkelijk. Na een kleine tachtig minuten is een terecht langdurig en ovationeel applaus Magma’s deel, die de bandleden zichtbaar dankbaar in ontvangst nemen. Ik ben niet religieus, maar godallahmachtig, wat een ongelooflijk te gekke band. Magma was weer bloedstollend, vuurspuwend spannend en ging tekeer als een pyroclastische lava-eruptie. Wederom optreden van het jaar, dat kan niet anders. (EDS)



Over overgangen gesproken… Het ene moment zit je nog je best te doen om je studenten iets over debatteren te leren (doen ze best goed!), om nauwelijks een uur later even een flinke portie Oathbreaker om te oren te krijgen. Dat is nog eens een begin van de meivakantie! Het gaat goed met Oathbreaker. ‘Rheia’ heeft wereldwijd indruk gemaakt en het begint er dan ook op te lijken dat men langzaamaan onder de vleugels van Amenra uitgroeit. Dat men vandaag op het hoofdpodium mag staan, is dan ook dik verdiend. Tegelijkertijd is dit optreden, zonder meer het grootste in de carrière van de band, cruciaal om de sprong te maken van veelbelovende band naar gevestigde naam. Aan de nokvolle zaal en de enthousiaste reacties te oordelen, lijkt dat vandaag ook gewoon gelukt. Oathbreaker geeft een zeer solide optreden, dat echter zeker niet te boek zal staan als een van de beste shows van de Belgen. Er wordt zonder meer zeer goed gespeeld. Nieuwe drummer Wim Coppers (Wiegedood, Rise And Fall) toont zich wederom echt een aanwinst met zijn voortstuwende spel. Ook op de set, die zoals verwacht zwaar leunt op ‘Rheia’, is niets aan te merken, en met frontvrouw Caro heeft Oathbreaker natuurlijk een blikvanger van de bovenste plank in huis. Ze fluistert, zingt, mompelt en krijst zich door de set heen, haar gezicht veelal verscholen achter een enorme bos haar.

De achilleshiel van Oathbreaker blijft echter hun livesound. Men heeft te vaak last van een matig geluid en dan wordt het toch echt tijd om eens na te gaan waar dat aan ligt. Ook vandaag is het geluid verre van ideaal. De basgitaar staat veel te hard en al met al overheersen de lage tonen. Caro’s vocalen verzuipen ook enigszins in de mix. Voor het overwegend snelle materiaal van ‘Rheia’ is dit nog te overzien, maar een ouder nummer als ‘The Abyss Looks Into Me’ wordt er zelfs bijna onherkenbaar door. Dit alles ten spijt maakt Oathbreaker vandaag zeer zeker indruk en heeft men er zeker fans bijgewonnen. Nu nog de puntjes op de i, en dan kan de band echt heel groot worden. (M)



Zo, eens even lekker op adem komen met wat meer ingetogen muziek. Nou, nee dus! Chelsea Wolfe trekt vandaag gewoon alle registers open. Zeker, de nummers van ‘Pain Is Beauty’ en ‘Abyss’ blijven gewoon uit duizenden herkenbaar, maar alles wordt een behoorlijk stuk steviger ten gehore gebracht. Tegelijkertijd wordt het er alleen maar sfeervoller op. Het contrast tussen het vuige gitaargeluid en de imposant beukende drums enerzijds en Wolfe’s onmiskenbare, bijna fragiele stemgeluid is magistraal. Chelsea Wolfe is eigenlijk gewoon altijd goed bij stem, en vandaag vormt daarop geen uitzondering. De set is behoorlijk gevarieerd, maar Wolfe en haar sobere, driekoppige begeleidingsband gooien wel een Abyss-sausje over alle nummers, waardoor een op plaat vrij luchtig nummer als ‘We Hit A Wall’ opeens veel meer impact krijgt. Kijk, nu snap ik opeens hoe die muur voelt! Chelsea Wolfe doet vandaag haar optreden uit 2012 verbleken, en het lijkt haar niet eens moeite te kosten. Die eerste Roadburn-show was al goed genoeg voor een liveplaat (die overigens stukken beter is dan het optreden zelf, dat enigszins kampte met een gebrek aan sfeer), dus ga maar eens na hoe goed er vandaag gespeeld wordt. Waar we bij een band als Wolves In The Throne Room toch wel met enige gevoelens van nostalgie terugkijken op de dagen dat men nog in de Green Room stond, kan ik mij bij Chelsea Wolfe al bijna niet meer voorstellen dat ze amper vijf jaar geleden nog op zo’n klein podium weggestopt werd, en ik was er nota bene zelf bij. De volwassenheid en grote klasse van dit optreden, het geluid, de uitstraling en het songmateriaal rechtvaardigt zonder meer een plek op dit grote podium en doet eigenlijk vooral vermoeden dat Chelsea Wolfe de komende tijd alleen maar groter gaat worden. Absoluut een van de hoogtepunten van deze editie! (M)



Ik geef het toe: ik ben een beetje Amenra-moe. Ze beginnen mijns inziens wat te opzichtig de nieuwe huisband van Roadburn te worden. Eerst kon je geen Roadburn zien zonder de boeventronies van Neurosis, de laatste paar jaar lijkt deze taak te zijn overgenomen door onze Vlaamse zuiderburen. Wat Anouk en Faithless zijn voor Pinkpop, dat zijn Neurosis en Amenra voor Roadburn. Edoch, ik kreeg de weledele taak toebedeeld om dit jaar verslag te doen van Amenra, dus gedwee en zonder morren zoek ik ruim voor aanvang een plekje rechts vooraan bij het podium. Bewust een beetje aan de rechterkant, zodat ik de immer met zijn rug naar het publiek gekeerde zanger Colin toch nog en profile kan zien, aangezien hij tijdens zijn performance altijd met zijn linkerbeen voor en rechterbeen achter staat (op drie korte momenten tijdens een concert na, als hij zich even omdraait en zijn gezicht laat zien). Maar wat zie ik nu? Heeft Colin nu ook al een fiks baardje gekweekt? En hij oogt ook wat minder afgetraind: ik ontwaar op zijn pezige lijf zowaar een heel dun vlezig laagje op zijn buik. En hij hinkebeent ook nog. Baardje, buikje, beentje: wat is er aan de hand? Is dit de fysieke personificatie van de korte documentaire 'Noisey Meets: Colin van Eeckhout' die op Roadburn in première gaat? Nee hoor, geen diep leed of getormenteerde kwellingen, behalve dat hij de week ervoor zijn voet heeft gebroken tijdens het in- en uitladen van de apparatuur.

Het weerhoudt Colin er niet van om andermaal met bezielde intensiteit volkomen op te gaan in de massieve sludge. Het blijft toch knap hoe deze band de kunst van het eenvoud tot in extreme perfectie weet uit te voeren. Of dat nu de feitelijk eenvoudige composities als opener ‘The Pain It Is Shapeless We Are Your Shapeless Pain’, Thurifer, ‘À Mon Âme’ en ‘Razoreater’ zijn, of de prachtig aanvullende zwartwit-beelden. Heel eenvoudige natuurfilmpjes worden vertraagd en uitvergroot in zwartwit vertoond, en het past zó goed bij de muziek dat zelfs David Attenborough er sprakeloos van zal worden. Dacht ik eindelijk een keer een Neurosisvrij Roadburn te krijgen: weer mis. Want wie spelen er mee tijdens ‘Nowena | 9.10’? Niet alleen John Baizley op derde gitaar, maar ook Scott Kelly himself. Blijkt trouwens dat de volgende dag Scott en John samen optreden in de 80s hardcore-punk-tribute band Razors In The Night, maar dat realiseerde ik me pas veel later. Na de classic ‘Am Kreuz’ is het uur voorbij gevlogen en moet ik toch bekennen dat ik weer verschrikkelijk genoten heb van hun optreden en mijn Amenra-moeheid voorbarig bleek. Ondanks Colins blessure, die stoïcijns de volgende dag weer staat te zwoegen bij de merchandise, een imposante performance. (EDS)



Dit was het festival van Baroness. Of van John Dyer Baizley, wat een beetje op hetzelfde neerkomt. De baardige voorman van Baroness was niet alleen als curator verantwoordelijk voor een groot deel van de programmering, bij creëerde ook eigenhandig de festivalposters voor dit jaar. Het optreden van Baizley op het hoofdpodium was dan ook van te voren getipt als een van de hoogtepunten van de editie 2017. En toch, tussen al het extreme black metal en avantgarde geweld dat Roadburn dit jaar kenmerkte was Baroness bijna een vreemde eend in de bijt met zijn bijna traditioneel klinkende alternative sludge metal. Het was desalniettemin een solide performance met bijna stadionrockwaardige allure. Iets wat natuurlijk versterkt werd door de enthousiaste publieksreacties. Er werd zelfs meegezongen. Bijzonder was dat flink werd teruggegrepen naar de beginperiode met een setlist waarin veel ruimte was voor ‘Red’ en ‘Blue’, de eerste twee album van bijna 10 jaar gelden. Baizley en zijn bandmaten hadden er zichtbaar zin in. De grijns was bijna niet van zijn gezicht te poetsen. Na een toegift (het oude ‘ISak’ en ‘Take My Bones Away’ van ‘Yellow/Green’) waarbij eerst Walter en iedereen op Roadburn bedankt worden zit het erop en heeft Baroness gedaan wat iedereen van ze verwachtte. (JSH)



GREEN ROOM

Het optreden van Gnaw Their Tongues heb ik door allerlei obstakels jammer genoeg moeten missen. Daar de rol van Maurice tijdens het optreden van Ortega vrij beperkt bleek te zijn keek ik des te meer uit naar deze performance. Hopelijk krijg ik snel een nieuwe kans om deze, toch wel unieke band live aan het werk te zien. (C)



True Widow was een trip down memory lane. Het trio uit Dallas, Texas bracht in de Green Room een prettige mix van jaren tachtig indie, grunge en shoegaze, door een filter van stoner geperst. De combinatie van laag tempo en afwisselende zang van gitarist en bassiste deed zelfs aan slowcore giganten Low denken. Tijdens een avontuurlijke sessie waarbij de versterkers op 5 gingen in plaats van op 1 zoals normaal dan wel weer. Het beste was de band op de momenten dat bassiste Nicole Estill er een Kim Dealtje uitgooide. Het enige dat een werkelijk gedenkwaardig optreden in de weg zat was de bijzonder eenvoudige benadering van het drumwerk. Pas tegen het einde besloot drummer Tim Starks eens iets anders te doen dan steeds maar weer boem-tik, snare-bekken. Daar is nog wel wat te winnen. (JSH)



Dit jaar heb ik me bewust weinig voorbereid op Roadburn. Elk jaar spelen er talloze bands die ik niet ken, welke ik deels van tevoren ga checken op YouTube e.d. Dit jaar besluit ik dat niet te doen. Ik merk wel wat er op mijn pad komt. Soms pakt dat heel leuk uit. Soms ook niet, want ik kreeg Big Business toebedeeld om verslag van te doen, terwijl die band tegelijkertijd met Oathbreaker speelt. Verdomme. Bedankt hoor. Nouja, laat ik dan toch maar even tien minuten om het hoekje kijken wat voor meuk dat is, dan kalk ik er een paar volzinnen over en ga ik lekker terug naar Oathbreker. Maar… maar… wat is dat? Wat gebeurt hier? Holy shit.. ik… fuck… Het is BAS, DRUM, STROT en de vetste riffs en grooves van het westelijk universum. Godskolere, wat een coole band! Het is zo simpel. Slechts een bassist met de vuigste truckdriverstrot denkbaar (Jared Warren) en, jawel, gewoon de fokking beste drummer (Coady Willis) van het festival! Maar hoe kan je met zo weinig middelen toch zulke verpletterende stonermetalriff’n’grooves de zaal indonderen? Geen idee, maar ze doen het. In no time bang ik me een whiplash.

Enkele passages laten een wat melodieuzere kant horen van de band, waar dan ook nog eens blijkt dat Warren, die soms zijn zang ter plekke samplet voor een verdubbelend effect, een prachtige zangstem heeft. Werkelijk onbegrijpelijk dat deze band al die jaren onder mijn radar is gebleven, te meer daar de bassist/zanger en drummer al tien jaar de helft van de live-outfit van Melvins vormen. Ze hebben zelfs tien jaar geleden al een keer op Roadburn gestaan. Was ik net bekomen van naar wat ik dacht het beste en niet te overtreffen optreden van Roadburn 2017 (Magma), volkomen onverwacht komt Big Business nog akelig dichtbij dat Franse spektakel te evenaren. ‘Best band so far’, hoor ik iemand na afloop zeggen. Geen idee of de impact van de band op plaat van hetzelfde kaliber is, maar man o man: als je deze band in de concertagenda ziet staan, ga er koste wat kost heen! Een topavond met kapotte nekspieren verzekerd. Dit pakte dus fantastisch uit. Verdomme, bedankt hoor! (EDS)



Alsof Big Business nog niet genoeg mijn nekspieren teisterde, komt daar een half uur later de schizofrene jazzmetalnoise van het Italiaanse Zu nog eens driedubbeldik overheen. Mama! Ik…kan…niet…meer. Zoveel waanzin, zoveel gekte: it’s too much to handle. Prachtig gewoon. Het was inmiddels weer een aantal jaren geleden dat ik de band een aantal keer had zien optreden – ten tijde van hun doorbraakalbum ‘Carboniferous’ (2009) – en in de tussenliggende jaren hebben ze nog wel eens Nederland aangedaan, maar iedere keer kwam er voor mij wat tussen. Nu hielp geen enkele rotsmoes meer, ik moet en zal de noisemathjazzmetal ondergaan.

En wat een heerlijke auditieve marteling was het weer. Meest in het oog springend is natuurlijk de kale, bebaarde en lijvige Luca Mai (die zelfs mannen uit het publiek een ‘I love you, Luca!’ weet te ontlokken, tot een milde grijns van Luca zelve), die zijn baritonsaxofoon met liefde en vuur martelt en geselt alsof het zijn vrouw is. Maar laten we ook zeker niet de pezige bassist Massimo Pupillo vergeten, want met veel flair en stoere poses weet hij de gaafste plukken uit zijn instrumenten te halen. Het trio wordt gecompleteerd door drummer Tomas Järmyr, die sinds een paar jaar in de band zit. Geen idee wat of welke nummers ze allemaal eruit rammen, dat doet er ook niet toe, want Zu is een exercitie die je moet ondergaan zonder nadenken. Zu zindert, knettert, raast en tettert vol overtuiging en niets ontziend als een doldwaze, op hol geslagen Fyra-trein en laat na een vol uur het publiek volkomen murw gebeukt als een zielig hoopje doof geworden kwartels vol bewondering achter. (EDS)



Whores (officieel met een punt erachter) past in het rijtje Melvins, Fudgetunnel en Helmet, maar ook weer niet. Daarvoor missen ze kwaliteit en dat beetje je ne sais quoi. Dat wordt dan weer gecompenseerd met heel veel energie en een aantal gimmicks om de noise rock te verlevendigen. Lang herhalende staccato akkoorden, echo en zelf opgenomen loops zorgden ervoor dat de Whores niet slechts bores zijn. De intensiteit op het podium deed de minder gedenkwaardige songs snel vergeten en maakten van Whores een leuk tussendoortje. (JSH)



Van Gnod had ik al veel goede dingen gehoord, maar wist niet echt aan wat ik mij kon verwachten vandaag in de Green Room. Met een open geest aanschouwde ik de show van Gnod en zag dat het geweldig was. Vanaf de eerste noten klinkt Gnod hypnotiserend, boeiend en geïnspireerd. De repetitive baspartijen zorgen samen met de strak gespeelde drums en gitaren voor een uurtje psychedelica en krautrock van de bovenste plank. Gnod slaagt er perfect in om je doorheen heel de set mee te nemen op een dansbare trip doorheen een uit LSD bestaand landschap. Met een zanger die qua uiterlijk niet zou misstaan bij The Brian Jonestown Massacre en de politiek geïnspireerde boodschappen die geprojecteerd worden is ook het visuele aspect tijdens de show dik in orde. (C)



HET PATRONAAT

Vrouwlief vertelde me een paar maanden geleden over Schammasch, en met name de laatste schijf ‘Triangle’. Sinds dat moment staat deze plaat regelmatig om en werd omwille van die reden dus ook de nieuwsgierigheid gewekt. Tijd om te ondervinden of de avant-garde black metal ook live tot zijn recht komt. Ondanks het feit dat deze mannen relatief vroeg op de middag optraden, had ik geen moment het gevoel dat het buiten vrij zonnig was. Schammasch was onheilspellend, meeslepend en hypnotisch en als je mij een beetje kent, is het dát was bij mij de juiste snaar weet te raken. Het doet me ontzettend goed dat black metal een waar podium heeft gekregen op Roadburn. Ik zou het graag zien dat meer van de black metal, geprogrammeerd op dit festival in Het Patronaat geplaatst wordt. Het gebouw leent zich hier zo ontzettend goed voor. (W)

Al vroeg op deze tweede dag zorgt de IJslandse band Zhrine voor een persoonlijk muzikaal hoogtepunt. Het Patronaat is terecht mooi gevuld om het optreden van de band bij te wonen, Zhrine stelt niet teleur. De black/death metal wordt strak gespeeld, waardoor zelfs de snelste passages in de muziek nooit verzanden in een ongeleid projectiel. Zhrine voegt ook de nodige post metal elementen toe in hun songs en zorgt zo voor voldoende afwisseling tussen blastbeats, dissonante gitaarpartijen en de rustigere sfeermomenten. Er is de laatste jaren veel te doen rond IJslandse black metal, met ook hier weer evenveel voor- als tegenstanders, maar een feit is wel dat de bands hun muziek live zeer sterk weten te brengen. Het algemene geluid in Het Patronaat is echter niet helemaal top en dat zal jammer genoeg het hele Roadburn weekend zo blijven. Maar daar zit de band natuurlijk voor niets tussen. (C)

Wat een donkere sound heeft Emptiness toch! Deze Brusselse band heeft zich ontwikkeld van een eerder black metal-klinkende band, tot een muzikaal concept waarin plaats is voor allerlei stijlen uit het donkere spectrum van de muziek. Van ambient tot doom, darkwave en black metal worden allerlei invloeden samengebracht tot een onheilspellend klinkend geheel. Emptiness bracht recent nog de fantastische plaat ‘Not For Music’ uit, maar weet zich ook op een podium staande te houden. Prachtig, mysterieus en nihilistisch zijn slechts een paar kernwoorden die het optreden van Emptiness helpen beschrijven. Het aanwezige publiek in Het Patronaat geniet volop en ook ondergetekende is helemaal overtuigd. Deze band heeft het in zich om zeer groot te worden in het genre. Hou ze zeker in de gaten! (C)



Vorig jaar was de akoestische set van Amenra een van de verrassingen en hoogtepunten van Roadburn. Wellicht dat daarom dit keer de dames en heren van SubRosa de stoeltjes mochten pakken voor een semi-akoestische set? Het pakte in dit geval wat minder gedenkwaardig uit. Het contrast met het “gewone” optreden van een dag eerder was minder groot dan destijds bij Amenra en de ingetogen uitwerking van de SubRosa songs leidde tot een wat statische, klinische bedoening waar weinig bezieling uit sprak. Daar waar SubRosa op de Main Stage iedereen omverblies met een gedreven set, daar bleef het in het Patronaat iets te rustig. Een gemiste kans. (JSH)

Tijd voor Naðra. Vorig jaar traden deze heren op in Extase en was het geluid nogal matig. Nu, in Het Patronaat, worden we door het IJslandse black metal gezelschap getrakteerd op een set, die in vergelijking met destijds een gigantisch stuk sterker is. De ijskoude 90s doordrenkte passages, de charismatische, maar venijnige frontman Örlygur Sigurðarson en het feit dat Naðra het voor elkaar krijgt om Tilburg even van het zonnetje te onttrekken maakt dit voor mij een zeer geslaagde show. Deze IJslanders hebben in 2016 met ‘Allir Vegir Til Glötunar’ en ‘Forn’ albums uitgebracht die hier regelmatig de revue passeren, dus ik ben blij om te zien dat de mannen revanche genomen hebben voor de Extase show, waar ze niet helemaal uit de verf kwamen. (W)



Zeal & Ardor. 24 Juli 2016 werd ik in een Facebook-bericht getagd door een vriend om eens iets ‘creatiefs en avontuurlijks’ te luisteren. Ik viel bijkans van mijn stoel vanwege de té bizar originele combinatie: negro spirituals en black metal. En dan nog met een sausje van hiphop en techno eroverheen ook. Ronduit bezopen om het überhaupt te verzinnen. Daarvoor alleen al verdienen ze een Grammy Award. Nu schrijf ik ‘ze’, maar Zeal & Ardor is eigenlijk één man: de Zwitserse Amerikaan Manuel Gagneux. Nog krankzinniger is dat het nog te gek klinkt ook. De uitwerking is wellicht hier en daar (compositorisch) nog voor verbetering vatbaar, maar het idee klopt, de band heeft een eigen geluid, de nummers zijn pakkend en de verwachtingen voor een nieuwe sensatie (hype?) werden in recordtempo opgebouwd. Het is voor mij, naast Magma, de band om te móeten zien. Om de verwachte lange rij in Het Patronaat voor te zijn ben ik bijna drie kwartier voor aanvang al in de zaal, net na het optreden van Nadra. Klokslag elf uur gaat de band van start. Manuel heeft een band om zich heen verzameld, waaronder twee mannelijke zangers en een bassiste, allen gehuld in wat cheapo ogende monnikspijen (of waren het gewoon hoodies?).

Na de rituele mis van Batushka is het maar goed dat ze hun capuchons snel afdeden, want als je een gimmick of theatrale act wil maken, dan kan je het beter meteen goed doen. Z&A heeft dat allemaal niet nodig, naar blijkt. Komt openingsnummer ‘In Ashes’ nog stroef uit de startblokken, vanaf (het nieuwe) ‘Servants’ klinkt het geluid optimaal en maken band en publiek zich op voor een naar later blijkt historisch optreden. Van het debuutalbum (je zou bijna vergeten dat er in 2014 nog een gelijknamig album is verschenen) werd niets gespeeld. Nieuwe nummers daarentegen des te meer. Sterker nog: het merendeel van de nummers is nog niet (digitaal of analoog) vastgelegd. Vooral ‘Row Row’ en ‘Don’t You Dare’ zijn nummers om naar uit te kijken. Manuel blijkt een charismatische zanger en prima gitarist te zijn, qua uitstraling het onverzorgde, manische broertje van Lenny Kravitz (met een T-shirt aan van Japanische Kampfhörspiele, top!), en een half uur lang blijkt hun pas vierde optreden in het bestaan een rollercoaster van succes. Tot plotseling halverwege een nummer de elektriciteit uitvalt. Daar staan ze dan, in hun akoestische nakie. Manuel kijkt wat ongemakkelijk om zich heen, maar zijn ongemak verandert in een brede grijns als blijkt dat het publiek dit technisch mankement uiterst sportief oppakt en luid begint te klappen, te joelen en ‘The devil is fine’ begint te scanderen. Manuel brult nog even onversterkt mee, maar stapt dan toch met de band van het podium. Vijf minuten later wordt de draad weer opgepikt. En verdomd, alsof de duvel ermee speelt, valt enkele minuten later de stroom weer uit. Andermaal blijft het publiek sportief, al lacht Manuel inmiddels als een boer met kiespijn. Deze keer duurt de onderbreking wat langer, maar daarna blijven verdere mankementen de band bespaard. Naderhand hoor ik dat het ook een beetje hun eigen schuld was, omdat ze met alle geweld zelf hun geluidstechniek wilden doen en deze niet wilden overdragen aan de Roadburn-crew. Hoe het ook zij, mede door de geweldige reactie van het publiek maakt dit alles een zeer memorabele show, en hoe kan deze anders worden afgesloten dan door de nu al klassiek geworden anthem ‘Devil Is Fine’? ‘n Grandioze afsluiting van een absurd goede Roadburndag. (EDS)



Nadat ik zo een drie kwartier in de rij heb staan wachten om Het Patronaat binnen te komen, begon de show ook nog eens halfuur later dan Perturbator zou starten. De chagrijnigheid nam ondertussen de zin om James Kent live te zien over. Als iemand die zelf retro wave maakt, is Kent iemand waar ik op vlak van productie naar op kijk. Tevens is dit de eerste keer dat ik het live mocht aanschouwen. Ondanks dat het muzikaal, na dat het onderhand begon, prima in elkaar zat; het wist me niet te overtuigen. Deze set hoort in een donker hol. Mensen stonden eerder gek rond te kijken dan te dansen en dat gaf me het gevoel dat mensen voornamelijk uit nieuwsgierigheid kwamen kijken dan dat ze daadwerkelijk wisten wat er op hun af kwam. Is het te vroeg voor dit soort acts op Roadburn? Voor mij persoonlijk niet. Doordat er een vage sfeer hing die ver van een feestje af lag, hielden ik en mijn gezelschap het voor gezien. Wat jammer. (W)

EXTASE

King Woman maakte indruk met de cd ‘Created In The Image Of Suffering’, een album waarop frontvrouw Kristina Esfandiari afrekent met haar verleden in een streng christelijke commune. Tegen een achtergrond van gruizige noiserock zingt ze met een typische, lage stem de demonen van zich af. Op zich wist de band King Woman het geluid van de plaat redelijk te benaderen tijdens hun show in de Extase, maar de al genoemde beperkingen van de zaal versterkten de beperkingen van de band. Met name het geringe bereik en vlakke stemgeluid van Esfandiari sloeg dood in de lage ruimte, waardoor het een eenvormige brij werd. Hier had meer in gezeten. (JS)



Joy in Extase. Op basis van de namen een gouden combi en ja, het was goed. Het speelplezier spatte er vanaf bij deze Zuid-Californische psychedelische jammers. Drie fantastische muzikanten bewezen dat het mogelijk is: een geweldige show in de Extase. In dit geval werkte alles maar het was verbazend om te zien hoe leeg de zaal was. Waar was iedereen? Dit was een hoogtepunt van het festival, zeker voor die Roadburners die nog eens ouderwetse heavy psych wilden horen in plaats van hun trommelvliezen nog eens op te schuren met de zoveelste new wave van black metal. Waar je normaal moet vechten om binnen te komen, kon je nu in een keer door lopen naar het podium. Had iedereen Joy dan al in de Cul De Sac gezien op donderdag? Onmogelijk, die zaal is nog kleiner. Of dacht men dat de verschillen met labelgenoten Harsh Toke te klein waren om beide bands te gaan bekijken? Hoe het ook was, veel mensen hebben een wild psychedelische jamparty gemist, inclusief een echte drumsolo. Want als je een goede drummer hebt, dan moet je daar natuurlijk optimaal gebruik van maken. Zij die er waren genoten met volle teugen. (JSH)

Het Tilburgse Antropomorphia maakt zijn opwachting in Extase en gezien hun recent uitgebrachte plaat ‘Sermon Ov Wrath’ een sterke indruk op me heeft achtergelaten, is er geen kans dat ik dit death metal viertal over ga slaan. Achteraf gezien, kan ik zeker stellen dat ik hier geen moment spijt van heb gehad. Ik denk niet dat deze mannen het nodig hebben om vergeleken te worden met een andere band. Ze staan immers op eigen poten en dat doen ze meer dan prima. Desalniettemin doe je in mijn ogen iets heel goeds, al ik bij vlagen de magie voel van de Incantation klassieker ‘Onward To Golgotha’. Log, gortdroog maar toch dikke, stroperige riffs, fijne tempowisselingen, sterke vocalen en al met al een imposante podium uitstraling, zorgt er voor dat het Roadburn debuut van deze death metal eenheid een succesvolle is.Ik ben een van die mensen die sfeer over snelheid prefereer. Venijn over continu lopen raggen. Alles wijst er op dat Antropomorphia dit goed onder de knie heeft. Ben je niet gaan kijken? Kut voor je. (W)



Conclusie van de dag:

Jan-Simon: De dag van de overlap. Magma was fascinerend, Oathbreaker gewoon goed en Baroness degelijk. Maar tegelijkertijd speelden bands die ik noodgedwongen heb moeten missen. Ook dat is Roadburn: meer goede muziek dan een normaal mens op een dag aan kan. Hoogtepunten? Joy, of toch Baroness. Of Oathbreaker. Ach, laat maar. Mooie dag.

William: Schammasch, Zhrine en Nadra waren de winnaars van de dag voor me. IJslands feestje!

Martin: Het contrast tussen de gezellig gezapige donderdag en vandaag kon bijna niet groter zijn. Helaas heb ik vanwege werkverplichtingen veel van de middag moeten missen, maar dat maakt allemaal opeens stukken minder uit als je wordt verwelkomd met een fijne pot Oathbreaker. Daarna was ik eigenlijk gewoon nauwelijks weg te slaan voor het hoofdpodium, met dank aan superbe optredens van Chelsea Wolfe en Amenra, waarbij laatstgenoemde niet alleen verrassenderwijs een van de sterkste sets in jaren speelden, nota bene zonder ook maar een noot nieuwe muziek te laten horen, maar daarbij ook nog eens laat zien dat echte kunst toch echt uit de tenen, of in dit geval een gebroken voet, komt. Dankzij al dat geweld heb ik de nodige bands op de kleinere podia gemist, maar daar is sinds de uitbreiding van 013 vorig jaar toch al geen doorkomen meer aan, dus ik kan daar eerlijk gezegd wel mee leven. Wanneer ik dan uiteindelijk wel bij het hoofdpodium wegkom (niet zo moeilijk, met dank aan de slappe hap van Baroness; how the mighty have fallen), word ik nog even volstrekt murwgebeukt door een fantastisch venijnige show van Gnod. Het leven kan zo goed zijn!

Cedric: Emptiness, AmenRa en Gnod spelen voor mij de optredens van de dag. Zeer nipt opgevolgd door de sterke performance van Zhrine.

Evil Dr. Smith: Magmaaaaaaarrrggh, Big Business, Zu, Amenra en Zeal & Ardor: vijf bands gezien, vijf hoogtepunten. Best single Roadburn day ever!

<< vorige volgende >>