Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2017 - DONDERDAG

Door: Jan-Simon

Roadburn. Een naam die wereldwijd zowel heavy bands als de fans van moderne, alternatieve heavy muziek in vervoering brengt. De naam van een festival waar je geweest moet zijn als je jezelf fan van stoner, heavy psych, prog metal, hipster black metal, shoegaze, psychedelische rock of wat voor heavy subgenre dan ook noemt. Het festival waar je ooit gespeeld wil hebben – nee moet hebben als band. Het festival ook dat Tilburg voor vier dagen de ontmoetingsplaats van een wereldomspannende gemeenschap van gelijkgestemde alternatievelingen (of weirdo’s zoals ze liefkozend door de Tilburgers genoemd worden) maakt. Gedurende dat ene lange weekend in april is er in de wijde omgeving van de stad geen hotelkamer of airbnb locatie te boeken, of het moet zijn tegen exorbitante prijzen en is de kans dat je op de Korte Heuvel Engels, Fins of Duits hoort spreken groter dan dat er iemand in plat Tilburgs tegen je gaat praten.

Het festival begon ooit met een paar bands op één avond en was toen nog uitsluitend gericht op de stonerrock scene. Voor velen is Roadburnmuziek nog steeds een andere benaming voor stonerrock, maar een stonerfestival pur sang is Roadburn allang niet meer. Die rol is overgenomen door de diverse Desertfests en andere klonen. Roadburn, met ferme hand geleid door artistiek opperhoofd Walter “Mr. Roadburn” Hoeijmakers, is niet stil blijven staan, maar geëvolueerd tot een festival waar eigenlijk alles mogelijk is onder de veelomvattende paraplu’s “heavy” en “psychedelica”.

Zo bood de tweeëntwintigste editie van het festival van 20 tot 23 april een staalkaart van progrock, black metal (van orthodox “trve” tot onverwachte fusies met andere genres), doom, space rock, sludge, synthesizerpret, alt-folk, heavy psych, garage rock, jazz punk, hip hop in de vorm van Dälek – en warempel ook nog hier en daar zo’n ouderwetse stonerband. Honderdnegentien optredens verdeeld over vier dagen en vijf podia, met een aantal “album in full” shows (een trend die jaren geleden al zijn opwachting maakte op Roadburn), bijzondere vaak eenmalige samenwerkingen en daadwerkelijk unieke optredens van genre-definiërende bands (in dit geval Coven).

Traditiegetrouw doet Lords of Metal uitgebreid verslag van Roadburn en daarom trokken dit jaar vijf dappere reporters in topconditie richting epicentrum 013 om zich vier lange dagen te laven aan een bijna beangstigende hoeveelheid luide muziek van (meestal) hoge kwaliteit, op zoek naar de ultieme riff. De belevenissen van Evil Doctor Smith (EDS), Cedric (C), Jan-Simon (JS), Martin (M) en William (W) vind je hieronder.

MAIN STAGE

Er is altijd een band die de pineut is en als eerste moet spelen en dit keer was die eer aan Crippled Black Phoenix. Op zich vreemd, want dit is een band die toch een zekere naam en faam heeft opgebouwd met zijn mix van indierock, gothic, hardrock en vooral veel progrock op zijn Pinkfloydiaans en door de herkomst van de bandleden rond voorman Justin Greaves een soort van superband. Zeven man sterk pakte de band het voortvarend aan met een verzorgde set waarbij de nadruk duidelijk lag bij het meest recente, naar Crippled Black Phoenix-begrippen tamelijk harde album ‘Bronze’. Met name die nummers van dit album: ‘Deviant Burials’, ‘No Fun’ en ‘Rotten Memories’ – die achter elkaar gespeeld worden alsof het zo’n hip “band speelt compleet album van kop tot staat” optreden is – zijn als een natuurstenen aanrechtblad. Hard, maar ook heel glad. De ruwe randjes zijn bij Crippled Black Phoenix zorgvuldig weg gepolijst en wat over blijft is misschien wel ideale muziek voor de donderdagmiddag. Tegen het eind van de set komen speciaal voor de fans die de band de tijd gunnen en niet naar een van de vier andere podia zijn uitgeweken ook oudjes als ‘444’ en ‘We Forgotten Who We Are’ langs. Een lekker inkomertje. (JSH)



Opvallend aan deze editie is de relatief grote nadruk op black metal. Er was eens een tijd dat dit genre absoluut niet vertegenwoordigd werd, totdat Wolves In The Throne Room in 2008 de Green Room in vervoering wist te brengen en daarmee bewees dat er wel degelijk plaats is voor duistere, snelle muziek op Roadburn. Het is dan ook uiterst passend dat de Amerikanen op deze editie wederom van de partij zijn. Op het uiterst matige ambientalbum ‘Celestite’ na is het de laatste jaren stil geweest rondom de gebroeders Weaver, maar kennelijk heeft dat de verwachtingen alleen maar opgeschroefd, getuige de grote hoeveelheden publiek die op Wolves In The Throne Room is afgekomen. Met maar liefst drie gitaristen (en geen bassist) weten de Amerikanen een muur van geluid op te trekken die zeker zijn mannetje staat, en weet men het grote podium tevens goed te vullen. De dagen dat black metalbands niet verder kwamen dan de kleinste podia, en dat meestal ook nog vroeg op de avond, lijken in ieder geval definitief voorbij. Enerzijds is dat mooi, maar het is ook niet zonder risico’s.

Black metal staat of valt bij de sfeer, en die is eigenlijk per definitie beter in een brak rothok met hooguit een paar honderd hondstrouwe fanatiekelingen. Zeker, de band doet er slim aan om de nadruk te leggen op het magistrale ‘Two Hunters’; met nummers als ‘Vastness And Sorrow’ en ‘I Will Lay Down My Bones Among The Rocks And Roots’ kun je immers bijna niets meer verkeerd doen. Het optreden is echter veel te afstandelijk om echt een verpletterende indruk te maken. Daarnaast zijn de twee recentere songs in de setlist toch echt beduidend minder indrukwekkend en wordt er ook nog eens behoorlijk slordig gespeeld. Wolves In The Throne Room doet het zeker niet slecht op deze eerste Roadburndag, maar van een echt topoptreden is geen moment sprake. (M)



In den beginne was er niets. De rockwereld was woest en ledig, tot in 1969 een aantal zwarte zielen in Chicago een band begonnen die ze Coven doopten. Ze maakten een plaat, ‘Witchcraft Destroys Minds And Reaps Souls’ en de Heer der Duisternis zag dat het goed was. Als waren zij profeten roepende in de woestijn bleef erkenning op het moment zelve uit, maar in de loop der jaren groeide de faam tot schier hysterische hoogte en zo kwam het dat bijna 48 jaar later in een provinciestadje in het verre Nederland twee enigszins verbouwereerde studentjes op het grote podium van de 013 stonden met tussen hun in een haastig in elkaar geknutselde doodskist. Na wat twijfel (“mag ik al? Mag ik al?”) openden zij de kist en zie daar verscheen Esther “Jinx” Dawson, de goed geconserveerde frontvrouw van de band Coven. Of eigenlijk is Dawson Coven, want de vijf muzikanten om haar heen konden onmogelijk bij de opnames van het semi-legendarische album aanwezig zijn geweest.

De invloed op latere supersterren zoals Ghost was niet te missen, maar als er een ding duidelijk werd tijdens dit langverwachte optreden, dan was het wel dat de status van Coven op van alles is gebaseerd, behalve op de kwaliteit van de muziek. Was het origineel al een vage doorslag van Jefferson Airplane met als gimmick een occult sausje, deze nieuwe Coven grossierde vooral in belegen classic (hard-)rock. Die nieuwe, hardere aanpak deed ook geen wonderen voor een toch al matige song als ‘Wicked Woman’, Covens grootste hit. In plaats van dat we een historisch optreden zagen, moesten we concluderen dat Coven zelf al lang geschiedenis is. Voltooid verleden tijd zelfs.

Misschien moeten we Coven herdenken omdat ze de hardrockwereld een universeel herkenbare groet hebben gegeven en het daar verder bij laten. Op een handvol diehard fans voor het podium buiten beschouwing gelaten was het merendeel van het publiek in de grote zaal snel uitgekeken op deze Bonnie St. Claire begeleid door Kensington. Duister, satanistisch of gewoon eng was het nooit. De campy draculacapes haalden het niet bij de emmers bloed, kostuums, schmink en andere parafernalia die de zogenaamde navolgers zoals The Devil’s Blood en Ghost uit de kast trokken en trekken. Het was bijna gezellig, alsof je in een feesttent zat bij de dorpskermis in plaats van dat je aanschoof bij een zwarte mis op een metalfestival. Voor iets dat vooraf werd geafficheerd als een van de hoogtepunten van het festival, vertoonde de zaal wel heel veel lege plekken. Teleurstellend. (JSH)



De Amerikaanse band Deafheaven zal voor veel metalheads een discussiepunt blijven. Zijn het posers, hipsters? Is het black metal? Sinds de release van hun tweede langspeelplaat, ‘Sunbather’, heeft de band een zeer snelle groei in populariteit en verkoopscijfers gekend. En ongeacht hoe je de stijl van de band wil categoriseren, dat is gezien de redelijk extreme sound van hun muziek toch wel een applaus waard in deze tijden van Justin Bieber, Taylor Swift en soortgelijken. Wie de band reeds live aan het werk zag weet dat Deafheaven steeds vol overgave staat te spelen, en dat is vandaag op Roadburn niet anders. Hun energieke set weet een redelijk volle 013 te boeien van begin tot eind. Hun mix van black metal, indie rock en post rock komt live zeer krachtig naar voren, niet in het minst door het strakke spel van drummer Daniel Tracy. De set werd geopend met twee nummers van het laatste album ‘New Bermuda’, waarna de band verrassend uit de hoek komt met het oudere ‘Language Games’ en hun schitterende cover van Mogwai’s ‘Cody’. Doorheen heel de set staat zanger George Clarke zoals gewoonlijk in de spotlights. Dit is niet alleen te danken aan zijn venijnige screams, maar zijn vreemde danspasjes worden er met de jaren alleen maar beter op. De man lijkt de band soms te dirigeren, of staat bijna als een ballerina te bewegen, maar ook deze keer lijkt hij weer verliefd op zijn microfoonstandaard (inclusief omhelzingen en gelik aan de microfoon). De band sluit af met krachtige uitvoeringen van ‘Dream House’ en ‘Sunbather’. Deafheaven is een gepassioneerde band, dat zich duidelijk geen moer aantrekt van het commentaar aan hun adres vanuit de metalwereld. Ik hoop alvast op een snel weerzien! (C)



Ook al beweert zanger/gitarist Mike Makela van niet, het lijkt erop dat de leden van Bongzilla vlak voor hun optreden alle wiet in Tilburg nog snel hebben opgerookt. Nog nooit heb ik iemand zo stoned horen praten, waardoor de aankondigingen tijdens de set vaak maar half verstaanbaar zijn. Natuurlijk past dit gewoon perfect in het plaatje bij de muziek van Bongzilla en de fans van de band zullen zich onwaarschijnlijk op dezelfde manier voorbereid hebben op de set van deze Amerikanen. De band speelt vandaag op Roadburn een integrale uitvoering van de plaat ‘Gateway’ uit 2002, waarvan de titel uiteraard verwijst naar cannabis en de bewering dat gebruik ervan zou leiden tot gebruik van hardere vormen van drugs. Bongzilla laat zich doorheen heel de set begeleiden door een projectie van allerhande oudere videobeelden waarin de geschiedenis van Amerika’s ‘War On Drugs’ in kaart wordt gebracht, en dat zorgt uiteraard voor het nodige visuele vermaak. Muzikaal valt de band te plaatsen onder het zwaardere stonerdoom genre, waarin de techniciteit van de songs ondergeschikt is aan de lompe en ronkende riffs. De songs van Bongzilla bevatten niet gigantisch veel vocalen, maar wanneer deze de kop opsteken klinken de oerschreeuwen van Mike Makela allesvernietigend. Wat een contrast met de manier waarop de man de nummers aan elkaar tracht te praten. Dat de band niet superstrak staat te musiceren, zeker naar het einde van de set toe, is allicht een understatement, maar de kracht waarmee de ronkende riffs over het publiek worden uitgestrooid maakt veel goed. (C)



GREEN ROOM

Naar het optreden van Unearthly Trance op deze editie van Roadburn was ik echt benieuwd. Ik had jammer genoeg nog nooit de kans gehad deze New Yorkse doom/sludge band live aan het werk te zien, maar daar kwam nu eindelijk verandering in. Laat ik alvast zeggen dat Unearthly Trance absoluut aan de verwachtingen voldeed. Voornamelijk de krachtige afwisseling tussen zware doomriffs, melodieuze leads en rauwe sludge werkt live nog beter dan op plaat. Ik heb Unearthly Trance altijd een interessante band gevonden, maar nu merk ik pas hoezeer je hun muziek live moet ondergaan en voelen om helemaal mee te zijn. De geluidsman heeft zijn werk goed gedaan en zorgt zo voor een loodzware sound in de volgepropte Green Room, waardoor je elke noot of basdrum doorheen je hele lijft kan voelen. Tijdens bepaalde repetitievere passages in de songs maakt de band haar naam pas echt waar, want als je je ogen toe doet duurt het niet lang voor je in een soort trance mee staat te golven op de muziek. Dit was een zeer genietbaar optreden waar ik nog lang met plezier aan zal terugdenken, en gezien de grote opkomst in de Green Room gepaard ging met evenveel op-en-neer bewegende hoofden zal ik heus niet de enige zijn die er zo over denkt. (C)



Toevallig kwam ik, enkele maanden voordat bekend werd dat Esben & The Witch op Roadburn zou staan, in aanraking met deze band. Ik raakte erg gefascineerd door hun laatste albums ‘Older Terrors’ en ‘A New Nature’, die me deden denken alsof Chelsea Wolfe als de nieuwe Jarboe een innige flirt aangaat met Neurosis. En die zangeres, Rachel Davies, moet met haar feeërieke, dromerige stem wel een pracht van een vrouw zijn om stapelverliefd op te worden. Maar op het zwak verlichte podium zie ik alleen een bassist, een gitarist en een drummer. Na een lang, spannend intro komt geen zangeres het podium op, maar begint de bassist ook te zingen. Oh, wacht even, het is een vrouw. Dát is Rachel, verpakt in een zwart uniseks outfit, in de schaduw van haar vrouwhoge basgitaar en gespeend van feminiene feromonen. Behalve als ze zingt, want haar bezwerende stem betovert de Green Room. Langdurige, etherische naar goth en darkwave nijgende aanzwellende epossen als ‘Sylvan’ en ‘Marking The Heart Of A Serpent’ werken niet zelden naar een explosief bulderende uitbarsting in de beste Pelican/Isis/Cult Of Luna-traditie. Bijzonder effectief én indrukwekkend. Net als het ingetogen en relatief oude ‘The Fall of Glorieta Mountain’ weet ze het publiek ademloos te boeien. De drie kwartier vliegen om en de Green Room ontwaakt even abrupt uit zijn roes als waar het even onverwacht in ondergedompeld werd. Benieuwd of Chelsea Wolfe dit later op Roadburn nog kan evenaren, laat staan toppen. Ik ben in ieder geval toch stapelverliefd geworden. (EDS)



De Zweedse knetteraars van Suma behoren al jaren tot mijn favoriete doom bands en in de meerdere malen dat ik stel live heb mogen aanschouwen, hebben ze me nog nooit teleurgesteld. De ontzettend zware cocktail van noise en sampling, de zwaarbeladen riffs en de intense vocalen, weet me alwéér live te overtuigen. Het publiek geniet overduidelijk van de herrieschoppers uit Malmö en het lijkt alsof de mannen zelf dit ook opvalt, want het blijkt de band meer energie te voeden en de intensiteit lijkt eindeloos te groeien. Ik was er nog niet aan toegekomen om hun laatste plaat ‘The Order Of Things’ een goede luisterbeurt te geven maar als het net zo sterk is als wat er hier om me af werd gevuurd, duurt het niet lang voordat deze plaat bij mij in de kast staat. Ik kwam tot het besef dat ik gedurende dag nog geen avondeten op had, dus waar ik eigenlijk voor Scissorfight zou blijven, ben ik wat gaan eten. (W)



HET PATRONAAT

Roadburn is weer begonnen en mijn schema trapt af metThose Poor Bastards. De gothic country van deze mannen is iets wat ik voornamelijk jaren geleden eens luisterde. Waar het wel eens voorkomt dat je een artiest/band niet begrijpt, maar dat je na meerdere luisterbeurten de muziek begint te begrijpen, doet Those Poor Bastards bij mij het tegenovergestelde. In principe is het thema en het genre waar de band zich in beweegt iets wat me erg aantrekt, echter kan ik maar heel kort luisteren naar de vocalen van Lonesome Wyatt. Live blijkt dit ook het geval te zijn, alleen lag de focus nog veel erger aan de aspecten waar ik me aan stoor. Schel, nasaal, geforceerd en spijtig lukt het dit tweetal ook niet om een vol geluid te presenteren aan het publiek. Na een halfuur hou ik het dan ook voor gezien. Grappig om te lezen dat collega Jan-Simon hier een heel ander idee over heeft, wat je hier onder kunt lezen. (W)

Twee man en wat onzichtbare hulp uit een doosje. Dat is Those Poor Bastards. Mij totaal onbekend, maar dank zij mijn verre achterneef uit South Dakota weet ik nu dat Lonesome Wyatt, de zanger-gitarist en daarmee helft van het duo een zeer productief baasje is die een bijzondere niche voor zichzelf heeft gevonden. Een aparte mix van Dr. John voodoo, hotsebotsende Captain Beefheart blues en duistere alt-country waarvoor David Eugene Edwards zich niet zou hoeven schamen, dat is de muziek van Those Poor Bastards in een notendop. En dat doen ze al zo’n tien albums lang, de solo-albums van Wyatt (samen met de Holy Spooks) niet meegeteld. Als klap op de vuurpijl schijnt de man ook nog hilarische romans te schrijven. Kortom, niet zomaar iemand. Het optreden in het Patronaat was – behalve een ontdekking – alsof je met een tijdmachine werd teruggestuurd naar een rondtrekkend circus in de Amerikaanse bible belt van de jaren dertig van de vorige eeuw, zo klonken de charmant rammelende doch demonisch geladen songs. Ondanks de bekende combinatie van een gitaar en een drumstel was dit allesbehalve White Stripes. Dit was een voodooritueel, kerkdienst en vaudevilletheater tegelijkertijd. Vreemd, maar zeer vermakelijk en ook absoluut passend in de setting van Het Patronaat. Those Poor Bastards hebben er een fan bij. Iemand nog wat snake oil? (JSH)



Alle wegen leiden naar Ro… adburn. Twee van de meest tijdrovende klussen op Roadburn zijn in de wachtrij voor Het Patronaat staan en (fatsoenlijk) eten. Dat laatste is bij ondergetekende standaard minimaal twee Roadburnavonden per jaar roti met kip in de nogal merkwaardig genaamde tent ‘Broodjeszaak De Ritz’ (aan de overkant van de Extase), aangezien het gerund wordt door ik vermoed een Surinaamse familie en ze beter gespecialiseerd zijn in Surinaams/Javaanse lekkernijen. Ze kunnen beter de naam omdopen in FC Kip: trekt vast meer (Antilliaanse) klanten. Afijn, lang verhaal kort: Rome is reeds halverwege hun optreden eer ik met volle, tevreden opzwellende buik de niet eens zo stampvolle Patronaat binnenwurm. Ik kan me vergissen, maar ik vermoed dat dit de eerste keer is dat een Luxemburgse band op Roadburn staat. Volkomen terecht natuurlijk, want na neofolkiconen als Current 93, Of The Wand And Moon, Der Blutharsch en Wardruna was het een kwestie van tijd dat een van dé vaandeldragers van de laatste tien jaar ook zijn aantrede zou doen op Roadburn. Rome laat zien en vooral horen hoe een grootmacht klein in geluid kan zijn. Geen martial industrial te bespeuren, maar pure neofolk. Sober, fragiel, breekbaar en donker romantisch van toonzetting zijn de korte, semi-akoestische nummers rondom zanger/akoestische gitarist Jérôme Reuter. Aan zijn zijde staat een in stijlvol zwart geklede elektrische gitarist, inclusief hoed (niet kunnen achterhalen wie het is, maar ik vermoed dat hij voormalig kompaan Patrick Damiani niét is) en achterin verdekt opgesteld doet een drummer zijn bescheiden ding. Orenschijnlijk simpel, maar o zo effectief passeren nummers als ‘One Fire’, ‘Neue Erinnerung’, ‘Das Feuerordal’, ‘The Spanish Drummer’ en ‘Reversion’ de revue. Ook speelt Reuter & Co. nog een gloednieuw nummer, ‘Blighter’, én het allereerst verschenen nummer, ‘Like Lovers’, van de EP ‘Berlin’ (2006). Ogen dicht, weemoedig meedeinen en je laten meevoeren in de gepassioneerde zielenroerselen van Rome die klinken alsof je melancholisch zwelgt in de langzame verstikkingsdood van je pasgeboren kindje… waar je vervolgens in berust en met contemplatieve relativering de draad van je eigen leven probeert op te pakken. Of zoiets. Althans, dat vermoed ik bij de vrouw die voor mij staat en nijdig omkeek toen ik een vriend tegen het lijf liep en deze mij blijkbaar iets te enthousiast begroette en een giftig ‘Bek dicht!’ van deze vrouw kreeg toebedeeld. Zó hé, agressiéééf… De muziek is dat allerminst, maar met doeltreffende eenvoud weet de band het publiek in te pakken. Een sfeervol en geslaagd optreden. (EDS)



Gnodverdomme! Voor wie het nog niet doorhad: dit knotsgekke collectief van militante herrieschoppers speelt dit jaar gewoon elke dag een set. Vandaag laat men de conventionele instrumentatie (en de Johnny Ramone-pruik) even achterwege, maar wie heeft er gitaren en drums nodig om een zaal suf te beuken? Gnod in ieder geval niet, maar de drone-set van vandaag is zodanig luid en heftig dat associaties met oude Swans niet al te vergezocht zijn. Alle shakra’s worden even lekker doorgelucht en het is een klein wonder dat niemand maag- en/of darminhoud over de houten vloer van deze voormalige kerk heeft laten lopen. Toch houd ik mijn energie maar nog even vast, want met name de meer rockende sets van deze band maken indruk, dus het zou de komende dagen nog wel een heel leuk kunnen worden. (M)

Ik wreef enkele maanden geleden even goed in mij ogen toen ik het nieuws op de FB-pagina van Roadburn las. Zie ik dat nu goed? Dälek? Dälek! Heeft Walter het toch weer voor elkaar gekregen om het Roadburnpubliek te verrassen met een onverwachte manoeuvre: hiphop in da Rrrrrroadburnhouse! Maar zou zo’n band wel passen binnen het “format” en de “stijl” van het festival? Nou, de krankzinnig lange rij voorafgaand aan het optreden geeft daar een duidelijk bevestigend antwoord op. Het is alsof iedereen bij Coven wegloopt en en masse toe is aan portie duistere, politiek geëngageerde hiphop. Via slinkse, niet geheel legale wijze sneak ik ook naar binnen (wat, commentaar? Ik moet verslag uitbrengen, ja? Ik sta boven de wet) en glij, duw, druk en wurm me tot iets voorbij de helft van de zaal. Daarna is het publiek echt een samengeklonterde bal, vol spanning in afwachting. En strak op tijd wordt de spanning ingelost. Vanaf de eerste beats is het publiek één samengebundelde deinende massa, meegevoerd door de hypnotiserende, maar krachtige raps van Will Brooks alias MC Dälek. Atlantische oceaan, windkracht zeven. Mooi om te zien. Brooks zorgt zelf ook voor de nodige noisy geluidseffecten en heeft tevens hulp van twee dj’s. Vooral Joshua Booth blijkt een volgetatoeëerde hardcore/punk dude waarvan ik elk moment verwacht dat hij van de pure adrenalinekick het publiek induikt. Hij laat het echter na. De ander, oudgediende Oktopus (Alap Momin) en vaste rechterhelft van Brooks, kon ik niet goed zien, want hij staat, gezien vanaf mijn plek, precies achter het geblokte lichaam en de NYC-cap van Brooks. Toegegeven: erg goed ken ik Dälek’s werk niet, want het enige album dat ik van ze heb, ‘Absence’ (algemeen beschouwd als het beste werk), dateert alweer uit 2005 en had ik al lang niet meer gedraaid. En het nieuwe album ‘Asphalt For Eden’, het eerste album in zeven jaar en uitgebracht op, jawel, het avant-black/doommetallabel Profound Lore (!), had in Huize Smith pas één keer gespind. Natuurlijk komen daar wel diverse tracks van voorbij, zoals ‘Guaranteed Struggle’ en ‘Masked Laughter’, welke niet alleen maar politieke issues aansnijden. Toch besluit ik na een half uurtje het voor gezien te houden. Niet alleen omdat ik de flow langzaam iets te eentonig begin te vinden, ook omdat ik nog een glimp wil zien van The Devil And The Almighty Blues in Extase. Volkomen zinloos bleek natuurlijk…
Een simpele conclusie kan er wel getrokken worden: Dälek kwam, zag en overwon Roadburn. Ook hiphop wordt omarmd op Roadburn. Sterker, het was bij een deel van het publiek een van de hoogtepunten van deze editie. Heel fijn, want dan kan ik afsluiten met een ordinaire smeekbede voor volgend jaar: Deathgrips, please please please! (EDS)



Batushka. Er was een tijd, lang lang geleden dat black metal nog overzichtelijk en eenvoudig was. Een hoog tempo, blast beat drums, tremolo gitaarspel en een gillende zanger. Dat alles in een woest satanische aankleding met veel corpse paint en studs. Meer hoefde het niet te zijn, al was het al heel wat.

Maar dat is verleden tijd. Een nieuwe golf black metal bands is aan het front verschenen en als er een ding duidelijk is, dan is het wel dat men het tegenwoordig anders aanpakt. Gebleven zijn de muzikale kenmerken, maar om nu cutting-edge black metal te zijn dan dien je minstens een op het eerste gehoor wezensvreemde stijl door je black metal te mengen. Voorbeelden te over op Roadburn en als schoolvoorbeeld geldt Batushka, de geheimzinnige Poolse band die rauwe black metal mixt met Oosters-orthodoxe kerkmuziek. Batushka is in vele opzichten net zo’n hype als bijvoorbeeld Zeal & Ardor en het was daarom niet verwonderlijk dat het Patronaat tot het randje gevuld was met nieuwsgierigen. De band mag dan de afgelopen tijd een aantal optredens in Nederland hebben gegeven, het merendeel van de Roadburn bezoekers komt van ver, soms heel ver. Het nieuwtje was er gezien de lange rijen nog niet vanaf. Wie gehoopt had eindelijk te achterhalen wie er schuil gaan achter Batushka kwam bedrogen uit. De zeven heren op het podium (drie zangers, gitarist, bassist, drummer en een soort van voorganger/lead zanger) gingen gehuld in zware pijen en iets dat nog het meest op een schermmasker leek. Verschuilen de mannen van Mgla zich eronder? Of Lux Occulta misschien? Het bleef een raadsel.

Het grote gevaar met hypes is dat de verwachtingen zo hoog worden dat een teleurstelling onvermijdelijk is. Al snel bleek die vrees ongegrond. Batushka speelde zijn atmosferische black metal tegen een backdrop van sfeervolle Poolse (?) plattelandstaferelen waarbij je heen en weer geslingerd werd van gewijde kloostersferen tijdens de polyfone gezangen in het oude kerk-Slavonisch en de man die in houding en handelen de abt van het gezelschap lijkt te zijn, maar intussen kerkgezang afwisselt met onaards black metal gekrijs. Het resultaat: een ietwat statische show (het is ook best dringen op het podium met zoveel mensen) die muzikaal behoorlijk dicht bij de plaat blijft. Dat is een prestatie van formaat, want de muziek van Batushka is verre van eenvoudig met veel afwisseling tussen ingetogen akoestische stukken en harde black metal uithalen, waarbij vooral de sacrale kerkzang indrukwekkend klinkt. De ongemakkelijke uitdossing zal overigens niet direct hebben geholpen bij het zingen en spelen. Waarschijnlijk had Batushka zonder al te veel problemen de grote zaal van 013 kunnen vullen, maar als er een ruimte bij uitstek geschikt was, dan was het wel de oude parochiezaal van het Patronaat met zijn houten dakgewelf en gebrandschilderde ramen. Jammer dan voor de vele Roadburners die dachten later nog een stukje mee te kunnen pikken. Batushka was vooral een totaalervaring, een show die je van begin tot eind moet meemaken, een optreden dat ook qua uitstraling veel weg had van een liturgie. Het enige dat nog miste was de hostie, of zou men daar in het Oosten niet aan doen? Gelukkig voor velen is er de komende maanden nog volop gelegenheid om absolutie te vragen voor de gemaakte zonden, want Batushka is onder andere te zien op Fortarock en Wacken en hoogstwaarschijnlijk spelen ze dan precies dezelfde dienst, eh set, als op Roadburn. (JS)

EXTASE

Ik kwam te laat op Roadburn aangekacheld om Ash Borer in de Green Room te zien. Niet getreurd, want nauwelijks een uur later staat Ash Borers sideproject Vanum op de smalle plankjes van de Extase. Drummer Michael Rekevics speelde voorheen in Ash Borer en als ik me niet vergis speelde zanger Kyle Morgan een uurtje eerder nog gitaar in de Green Room. Vlak voor aanvang is het al redelijk druk in het zaaltje. Nog een meevaller, want de rest van het weekend zal het ongetwijfeld uitpuilen en is het een kansloze missie om er nog een band te zien. Letterlijk zien lukt nu ook nauwelijks, want vanaf de plek waar ik sta, naast de geluidsman, onttrekken dikke rookkanonwalmen en felle podiumtegenlichten mijn zicht. Des te harder komt het geluid binnen. Misschien vanwege de plek waar ik sta, maar deze is perfect afgesteld. En wat ik hoor is niet misselijk. Lange, melodieuze black metal op de Amerikaanse stoel geschoeid (nogal wiedes aangezien het project vanuit New Mexico opereert). Beenharde, repetitieve riffs worden afgewisseld met atmosferische passages, maar waar doorheen een heerlijk melodische gitaarriff het nimmer laat verzanden in domme pokkeherrie. Het klinkt als een joint-venture tussen Ash Borer, Cascadian black metal en Scandinavische 90s viking metal. Niet in de laatste plaats door Kyle, die in zijn ontblote torso regelmatig zijn spierballen laat rollen en stoere kreten brult om het publiek op te zwepen. Geef hem een vikinghelm en hij declameert de complete Edda voor je. Wel jammer dat zijn gegrom wat eentonig is, een smetje op de heerlijk voortdenderende testosteronriffs die, gelukkig, toch veelal instrumentaal voortrazen. Het is een verrassend vette en smaakvolle Roadburnstart. [EDS]

The Devil and The Midnight Blues. Deze Noorse band speelde in de pijpenla die Extase genoemd wordt. Publiek wordt er mondjesmaat toegelaten om, als je de pech hebt om niet te kunnen doordringen tot het gebied dichtbij het podium, te horen hoe de retro bluesrock van deze Noren werd gesmoord door de akoestiek in de Extase. Achterin zie je al bijna niks door de lage balken, en de vintage rock à la Graveyard en Horisont komt daar ook niet echt lekker uit de verf. Vanwege de drukte voor het podium (begrijpelijk, want daar was de muziek nog enigszins te genieten) bleven we niet lang. Er was voldoende concurrentie. The Devil and The Midnight Blues was niet slecht, maar net iets te gewoontjes om te beklijven en ons langer in de Extase te houden. (JSH)

CUL DE SAC

Ik moet toegeven dat ik niet echt bekend was met het werk van deze jongens. Ik heb bepaalde songs van de plaat ‘Sacred States’ wel eens horen voorbijkomen in een of andere Roadburn playlist op Spotify, maar dat is het dan ook. Zonder al te specifieke verwachtingen begaf ik mij dus richting Cul De Sac voor het optreden van Ortega ft. Gnaw Their Tongues. Misschien moest ik er nog even inkomen, gezien de band dit jaar de eer had om de Cul De Sac voor geopend te verklaren, maar het optreden kon mij niet over de hele lijn blijven boeien. De doom/sludge deed me vaak denken aan een mix van Neurosis en YOB, maar het ontbrak de songs wat aan eigenheid om me echt bij te blijven. Oh ja, Maurice (Gnaw Their Tonges) zorgde met zijn grimmige klanken nog voor een extra donkere dimensie in bepaalde songs, maar zijn rol tijdens het optreden bleef toch redelijk beperkt. Dit was zeker geen slechte performance, maar om het memorabel te noemen zou een stap te ver gaan. Maar luid was het wel. Zeer luid! (C)



Verwoed was een van de bands waar ik het meeste naar uit keek in aanloop van dit festival. Zo’n 2.5 jaar geleden ontdekte ik het Utrechtse Woudloper, dat al snel een sterke indruk op me achter liet. Ondertussen is het project omgedoopt tot Verwoed en kan ik zonder twijfel stellen dat ik het werk van Erik. B één van de beter black metal platen van vorig jaar vind. Helaas was het me nog niet eerder gelukt om de sterke live formatie te aanschouwen. Deze bestond voor deze live set uit Jeroen Vrielink en Michael Bertoldini op gitaar, J.B. van der Wal op bas en Richard Japenga op drums, (normaliter Joris Nijenhuis, die vanwege een tour met Leaves’ Eyes afwezig was).

Aangekomen bij de Cul De Sac, werd het me al snel duidelijk dat ik niet de enige was, die óók besloot om ruim op tijd aanwezig te zijn. De conclusie dat wat je ook doet; de drukte beweegt met je mee, komt later dan ook nog aan bod. Het café was dan ook dermate volgepropt dat ik de band eigenlijk enkel gehoord heb. Ik vind het dan ook ontzettend zonde dat Verwoed, net als Alkerdeel vorig jaar, geen plek in de Green Room, of Het Patronaat gekregen heeft. Verwoed was intens, energiek, dreigend en ontzettend sfeervol, zelfs al zag ik geen drol van wat ze op het podium uitspookten. Kijk ik de beelden terug, zie ik dat de performance van deze black metal formatie net zo intens was als dat ik hoopte. Sterke set. Volgende keer in een grotere zaal. (W)

Er werd vooraf voor gewaarschuwd en ja het is waar: als je een optreden in de Cul de Sac wilt zien dan moet je op tijd zijn en nee, dat waren we niet bij Harsh Toke. Dom natuurlijk, want de typische TeePee freakrock jams van deze Californische band is vooral om live mee te maken bedoeld. Na een kwartier ofzo achterin bij de bar te hebben rondgehangen en zelfs al een voorproefje van het Roky Erickson tribute dat de volgende dag zou plaatsvinden te hebben gehoord in de vorm van een verzengende versie van ‘Cold Night For The Alligators’ kwam de kans om bij de toegift nog een ruime glimp van de band op te vangen. Het bleek zelfs Justin Figueroa’s verjaardag te zijn, of wat het een manier om gratis drank te regelen die ineens vanuit alle hoeken en gaten tevoorschijn kam? De wah pedalen maakten overuren, als een voorproefje voor de show in de Green Room was dit niet slecht. (JSH)



Conclusie van de dag:

Jan-Simon: Achteraf gezien de minste dag van het festival, al wil dat absoluut niet zeggen dat er niets te genieten viel. Sommige optredens waren boven verwachting (SubRosa, Those Poor Bastards) en andere waren precies wat ik er van te voren van had verwacht: Coven was inderdaad matig en Batushka was het hoogtepunt van de dag.

William: Het is mooi om weer op Planet Roadburn te zijn. Het weerzien met vrienden en natuurlijk de kneiterharde set van Suma! Ook Verwoed was erg sterk, alleen jammer van de locatie.

Martin: Goh, wat heb ik eigenlijk vreselijk weinig bands gezien vandaag… We zeggen het ieder jaar wel een keer of zestigduizend, maar de eerste dag Roadburn is toch vooral gewoon thuiskomen. De vele bekende gezichten, de lonkende terrasjes net om de hoek, die onmiskenbare sfeer… je zou haast vergeten dat er ook nog muziek is. Wolves In The Throne Room was niet onaardig, Dalek was heel gaaf, Coven viel niet tegen maar dat was alleen maar omdat ik zulke lage verwachtingen had. Het Mysticum-bier blijkt overigens weliswaar zeer sterk, maar niet al te smaakvol, tenzij je een bek vol ethanol lekker vindt. Al met al een leuke dag, maar (en dit zeg ik ook elk jaar geloof ik) de grote klappers moeten toch echt nog komen.

Cedric: Hoera ende joechei! Roadburn is weer van start gegaan. Een eerste dag waarop mij vooral de sterke sets van Unearthly Trance en Deafheaven zullen bijblijven, maar ook het meer dan verdienstelijke optreden van Wolves In The Throne Room en de teleurstelling over het voor mij toch wel zeer ontgoochelende optreden van Coven.

Evil Dr. Smith: Eigenlijk was dit een beetje een lauwe dag (niet in de straaltaalbetekenis), zeker achteraf beschouwd. Een aantal bands die ik wilde zien niet gezien (Ash Borer, Crippled Black Phoenix, WitTR, Devil & The Almighty Blues, Pinkish Black), of te weinig om er echt iets van te kunnen zeggen (SubRosa) en een paar bands die de verwachtingen niet helemaal inlossen (Coven, Deafheaven en ja, toch ook wel Dälek). Toch waren er ook fijne smaakmakers (Vanum, Rome en, tot op zekere hoogte, Batushka) en één geweldige uitschieter: Esben & The Witch. Zij maakten dat de balans doorschiet naar positief. Al blijkt later dat de donderdag slechts een opmaat is voor wat er nog komen gaat.

<< vorige volgende >>