Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2014 - DEN VRIJDAG

Door: William, Martin, Erik, Evil Dr. Smith & Sander

Het jaarlijks feestje van dikke buiken, houthakkershemden, baarden, lang haar en bezwete lichamen is weer in het land. Het wederkerend treffen van oude bekenden, van vervlogen vrienden, van ouder wordende leeftijdsgenoten met eenzelfde voor de buitenwereld onbegrijpelijke muzieksmaak, van vinylliefhebbers die aan een plaat ruiken om vast te stellen dat het een eerste persing is, van kunstliefhebbers, academici en hoogopgeleiden die vier dagen lang gebroederlijk headbangen met de working class hero, de self made man, de man die een gevonden portemonnee vol geld kwam terugbrengen. Dit jaar kenmerkt zich met name door de broederlijkheid (ook bij vrouwen, ik wil hier niemand vergeten) tussen de mensen die oude goden, door Mikael Akerfelt herrezen, of nieuwe idolen weten te waarderen, erover te debatteren en elkaar aansporen om de meest extreme bands te gaan bezoeken die het doom, sludge, psychedelisch en folk pantheon rijk is momenteel. Op geen enkele andere editie voelde ik die broederlijkheid zo fel als op deze. Een lach, een traan maar vooral samenhorigheid en het geluk gunnen aan een ander zonder te oordelen, dat is Roadburn 2014. De Lords Of Metal-medewerkers die deelnemen in deze feestvreugde: Martin (M), William (W), Evil Dr. Smith (EDS), Erik (EH) en gastschrijver Sander Hordijk (S). (EH)

Veel wenkbrauwen werden gefronst bij het aanstellen van Mikael Akerfeldt als curator. Nog meer wenkbrauwen werden gefronst bij het binnendruppelen van de bands die hij had weten te strikken. De een nog vreemder dan de ander (voor een festival als Roadburn). Een van de merkwaardigste keuzes is Magma. Ik sprong evenwel van ongeloof een gat in de lucht toen deze naam bekend werd. Dat ik deze band nog zou kunnen zien, en dat nog wel op Roadburn! Het Franse Magma bestaat al sinds 1969 (!), is de muzikale belichaming van drummer Christian Vander, en hij is ‘uitvinder’ en lange tijd enige uitvoerder van het genre zeuhl: een soort progressieve rock, waarbij de invloeden uit de klassieke muziek en jazz net even wat anders doorklinken als bij traditionele progbands als Yes, ELP en King Crimson. Heel anders zelfs. Daarbij wordt er in een (science) fictiontaal Kobaiaans gezongen. Long story short: het is intens, spannend, vervreemdend, eigenzinnig, bezwerend en opzwepend. De repetitieve, bombastische klanken klinken als een combinatie van Carl Orff, Koyaanisqatsi (van Philip Glass) met progrockerupties en samba-jazzrock. De zanger en twee zangeressen rappen een spervuur aan dadaïstische klanken over de soms hysterisch aandoende, maar tegelijkertijd ook zeer minimalistische muziek. Er worden slechts een handjevol stukken gespeeld, waaronder het laatste album ‘Felicite Thosz’ (2012) en het komende herfst te verschijnen nieuwe album, maar aangezien elk stuk minstens twintig minuten vergt, is anderhalf uur zo gevuld. Opvallende momenten zijn er als de zeer geconcentreerd en gevarieerd drummende Vander, 66 inmiddels, gaat staan en ook enkele stukken zingt. Applaus ook voor de vibrafonist die bijna structureel met vier mallets zijn vibrafoon aan diggelen probeert te slaan. Bizar eigenlijk dat een band 45 jaar na dato nog zo urgent, energiek en betrokken kan klinken. Sterker nog, tijdens dat nieuwe nummer is er een stuk dat bijna op heftig ritmische speed metalsnelheid wordt gespeeld, waardoor ik mijn mobiel uit mijn spijkerjack headbang (ja, ik ben een van die laatste der Mohikanen met een spijkerjack) en deze op de grond laat stuiteren. Sympathieke omstanders helpen me de brokstukken bij elkaar verzamelen, en eenmaal alles in elkaar gepuzzeld doet het kreng het ook nog. Magma op Roadburn, kan dat? En of! Mijn absolute hoogtepunt van het hele festival zelfs en mijn toch al hoge verwachtingen veruit overtroffen. En van meer mensen als ik het langdurige applaus na elke stuk waarneem en zie hoe druk het na afloop is bij de merchandise. (EDS)



Voor mij is deze vrijdag een aaneenschakeling van fantastische bands. Vier jaar geleden speelde Comus al op Roadburn, en dat is een van mijn favoriete optredens aller tijden. Ik was er dus allesbehalve rouwig om dat de Britse psychedelische folkhippies opnieuw mochten aantreden, en nu op de Main Stage. Zou hun deels akoestische psych-folk daarop wel goed uitpakken? Daarbij zaten vier van de zes leden al in de band toen deze het debuutalbum ‘First Utterance’ (1971!) uitbracht, dus veel fysiek entertainment hoef je van deze 60-plussers ook niet verwachten. Daarbij hebben ze ein-de-lijk een opvolger voor ‘First Utterance’ uitgebracht, ‘Out Of The Coma’ (2012), en al is dat een mooi album, het heeft (natuurlijk) niet de impact van het illustere debuutalbum. De band begint evenwel geweldig met de oudjes ‘Song To Comus’ (inclusief een foutje van de zanger- gitarist Roger Wootton die zich verslikt in een akoestisch gitaarloopje) en ‘Diana’, en het relatief nieuwe ‘Out Of The Coma’. Wootton loopt rood aan als hij vol vuur zijn donkere teksten eruit spuwt en zangeres Bobbie Watson zingt zo elegant als dat ze eruitziet. Belangrijk aspect van de muziek wordt verzorgd door ‘newbe’ trommelaar-klarinettist Jon Seagroatt. Na die eerste drie nummers volgt een hoofdrol voor Watson in de ballad ‘The Herald’, en langzaam, heel langzaam verdwijnt een klein beetje de magie. Ik weet niet precies waarom, wellicht dat de zang niet altijd even zuiver was, het nieuwe nummer ‘Sacrifice’ het niveau van de andere nummers niet haalt, of dat mijn en Watsons favoriet ‘Drip drip’ niet helemaal uit verf lijkt te komen, maar halverwege het optreden keer ik weer terug op aarde. Terwijl ik nog een half uur langer had willen zweven. Bijzonder mooi optreden, maar ja: het miste toch de verrassing en de magische gloed van het eerste optreden op Roadburn. (EDS)



Ik ben nogal een enthousiasteling als het gaat om horror, gore en exploitation films. Het moge dan ook vanzelf spreken dat ik natuurlijk een liefhebber ben van films als 'Zombi/Dawn Of The Dead', 'Phenomena', 'Suspiria', 'Tenebre'; nou ja, ik ben voornamelijk een groot liefhebber van Dario Argento als het gaat om Giallo films en wat is daar onmiskenbaar aan verbonden? Juist, Claudio Simonetti's Goblin! Na mezelf achter de geluidstafel neergezet te hebben met bier in de hand, kon ik mijn geluk niet op. Zowat alle bekende werken van Goblin kwamen voorbij, ondersteund door beelden uit de desbetreffende film waar de soundtrack van werd gespeeld en van begin tot eind, klonk deze band simpelweg gezegd rete strak. Over het algemeen ben ik écht geen fan van prog-rock maar wat het ook is dat deze mannen doen, het raakt me. Het neemt me terug naar de eerste keer dat ik de eerder genoemde films zag en door zowel de soundtracks als beelden totaal verbouwereerd was. Fantastische set. (W)



Leif Edlung wilde perse alle persoonlijke ongemakken tóch meespelen op het vijfentwintig jarig feestje van ‘Ancient Dreams’. Een dagje later zou hij, het was al langer bekend, verstek laten gaan bij het optreden van Avatarium. Candlemass liet de zaal smullen van een strakke set die de gehele LP omvatte. Gespeculeer over de zanger werd snel in de kiem gesmoord want Mats Leven, zanger van Krux, nam de microfoon ter hand, slechts eenmaal afgelost tijdens ‘Incarnation Of Evil’ door niemand minder dan de theatraal bewegende Alan Averill, normaliter de Primordial brulboei. Het laatste nummer van de LP getiteld ‘Epistle no.81’ is een soort ballade van Bellman die gericht was aan de vrouw van de herbergier die dood was gegaan en waar de goede man een oogje op had. Leif, met wijn in de hand, legde het vrij goed uit maar wilde perse het nummer in originele staat, lees Zweeds, zingen onder geklap van het publiek. Zingen is niet zijn sterkste punt zal ik van deze poging maar zeggen, maar het sloot de plaat wel met een persoonlijk tintje van de grootmeester af. Uiteraard werden de gebruikelijke toegiften ‘Solitude’ en ‘Bewitched’ van stal gehaald. Markant detail, in hun verkoopstalletje, wat dit jaar onbegrijpelijk buiten stond, verkocht de band een bootleg die ze zelf hebben uitgebracht. Het betreft een Engels optreden uit 1988 met de set van vanavond maar met de onovertroffen stem van Marcolin. (EH)



Curator en bandleider Akerfeldt mag met zijn eigen bandje natuurlijk niet uitblijven, en als vanzelfsprekend staat de Main Stage tijdens Opeth bomvol. Toch zal gedurende het optreden de zaal minder uit haar voegen barsten als verwacht. Vooraan zijn zelfs gaten in het publiek te zien, en kan je bijna een circlepitje in je eentje doen. Als Opeth’s muziek er zich voor had geleend. Het zal eerder aan het late tijdstip hebben gelegen en/of persoonlijke voorkeur van de gemiddelde Roadburnbezoeker, dan aan het geluid, de uitvoering, de droge humor van Akerfeldt (of Udo Dirkschneider, zoals hij zichzelf voorstelt) of de setlist: want die zijn allemaal perfect. Het is hun eerste concert in dik een half jaar en slechts twee nummers van ‘Heritage’ hebben de setlist gehaald: opener ‘The Devil’s Orchard’ en later het nog volgens Akerfeldt door mensen gehate ‘The Lines In My Hand’. Bij ‘Ghost Of Perdition’ (yeah!) vind ik zijn grunt nog wat krakkemikkig, maar bij het antiquarische ‘White Cluster’ (jawel!) is het weer duidelijk dat we door de stijlverandering van Opeth een groot, en mijns inziens zelfs grootste grunter zijn kwijtgeraakt. Daarentegen wordt ook ‘Hope Leaves’ gespeeld (aangekondigd als Lynyrd Skynrds ‘Freebird’), en dat komt over als slappe hap. Na een zeer uitgesponnen, psychedelische ‘Atonement’ met jazzy laidback solo’s van toetsenist Joakim Svalberg en gitarist Fredrik Akesson, komen de andere classics ‘Heir Apparent’ en ‘Deliverance’ langs. Toch heeft de band op mij niet meer de impact als voorheen. De band klinkt verschrikkelijk professioneel en smetteloos. Er is niks op af te dingen, maar waar de band voorheen een death metalband was met proginvloeden, daar is de band nu een progband met death metalinvloeden. Daardoor komen die oudere, stevigere nummers net niet vlammend en giftig genoeg over. De riffs klinken alsof ze met een progdekentje zijn bedekt en zijn minder ‘headbangable’. Maar als de band na een lolletje over het spelen van toegiften afsluit met een monsterlijke versie van ‘Blackwater Park’ is mijn commentaar over hun sound mierenneukend triviaal. Vet optreden en vast erg afwijkend van de setlist als ze in november in de HMH hun nieuwe album ‘Pale Communion’ gaan promoten. Mocht iemand trouwens die lelijke kop op het shirt van Akerfeldt herkennen: laat het me even weten, okay? (EDS)



Het Patronaat

Tyranny uit Finland mag vandaag aftrappen, en dat gaat er lekker sloom aan toe. De funeral doom van deze band is zelfs zo tergend traag dat mij de naam Esoteric te binnen schiet, al zijn de in pijen gehulde Finnen toch wel een stuk melodieuzer, hetgeen hun muziek verbazingwekkend verteerbaar maakt. Tyranny doet de cultstatus eer aan naarmate het publiek maar blijft toestromen. Feestmuziek is dit niet, maar hier wordt wel duidelijk genoten. Enkel het felle zonlicht dat door de glas in lood ramen van Het Patronaat naar binnen schijnt valt nogal uit de toon, waardoor pijnlijk duidelijk blijft dat dit niet meteen het meest geschikte tijdstip is voor dit soort obscure klanken. Daarnaast bekruipt mij ook het gevoel dat ik deze show nog fijner had gevonden met een vette hamburger in mijn maag. (M)



Nadat ik bij het betoverende damesgezelschap The Promise and The Monster geen mogelijkheid had om binnen te geraken, liet ik me verblinden door de eerste tonen van een magistrale Magma. Ik moest me echt lostrekken om naar mijn muzikale afspraak te gaan. Kijk, en daar is Roadburn dus een geweldig medium voor: het ontdekken van kleine, vernieuwde en nieuwe bands die het metalspectrum aanvullen met extremen die we nog niet kenden. The Body is zo’n band maar kampte met behoorlijk wat bezettingsproblemen. En dat is best vervelend als je maar met zijn tweetjes bent. Vliegangst werd uiteindelijk een boottocht die ook eindigde in een evacuatie van de drummer (per helikopter notabene) die helemaal in de stress schoot. Hoe dan ook, een vervanger was vrijwel direct geregeld en de band die momenteel een split uit heeft met Thou, presteerde boven verwachting van het toegestroomde publiek in Het Patronaat. Het geluid echter was beneden alle peil en veel te brijig. Het paste wel bij de overstuurse en helleveegse muziek maar blijkbaar stond ik te veel in het midden! Ik hoorde van andere bezoekers dat het geluid wel goed was. Vet optreden maar na een half uurtje is het depressieve en destructieve karakter van de band mij wat te veel van het goede. (EH)



Het is een soort all star band, dit Corrections House wat vandaag voor de tweede keer op deze Roadburn editie mag staan. En je hoort het er vanaf. Bruce Lamont, bekend van Yakuza, leek wel de leiding te hebben over de haast integrale jamsessie van vandaag, met om beurten een rol voor Scott Kelly, Sanford Parker en zanger Mike Williams, die met zijn Correction House-bijbeltje vol tekstjes zwaaide en er af en toe wat uit voor las. Tijdens een van de laatste nummers werden de heren vergezeld met het gitaarwerk van Yob-frontman Mike Scheidt, die hier op heilige Roadburn-grond als een halve god wordt vereerd en gevolgd. Hij ziet ook elk jaar meer en meer profetischer uit. Mij doet Yob op plaat of live én de heer Scheidt zelf niet zo veel, maar ik begrijp de commotie wel. Het geluid is goed, de ambiance is goed en het optreden krijgt een dikke voldoende. (EH)



Het Chileense, maar mag ik toch eerder zeggen Zweeds groepje Procession met die verdomd lieve frontman Felipe, zette in het Patronaat een gedegen optreden neer. De band heeft veel zieltjes voor zich weten te winnen vanavond. Het sterk door oude doom metal beïnvloede werk liet zich goed smaken bij het publiek en hoewel de band wat ongemakken had met de bas, bleef de band professioneel sterk overeind staan. Nummers al ‘To Reap Heavens Apart’ en ‘Tomb Of Doom’ doen het live altijd wel goed en zorgden ervoor dat de fysiotherapeut op maandag weer wat nekspiertjes en werveltjes te verzorgen had. (EH)



Roadburn is jaar na jaar fantastisch georganiseerd en dat blijkt uit velerlei zaken. Een daarvan is het snaarstrakke speelschema. Terra Tenebrosa gooit echter bij hoge uitzondering roet in het eten; technische problemen houden de band en crew lange tijd bezig. Niet minder dan 25 minuten later dan gepland weet de band dan echter toch te beginnen, met een sound die slaat als een lul op een drumstel. Binnen enkele minuten na aanvang zet het publiek het massaal op een lopen, waardoor de band een, uiteraard ingekorte, set moet spelen voor een minder dan halfvolle zaal. Dat is erg jammer, want ondanks de ontzettend irritante 50Hz brom die naar ik vermoed uit de vocal effects unit blijft komen, wordt het geluid aanzienlijk beter en lijkt de band ook meer op stoom te komen. De geschifte muziek van Terra Tenebrosa, en de nog meer gestoorde vocalen, komen dan uitstekend over, en de mysterieuze uitstraling van de gemaskerde band past geweldig bij de locatie. Uiteindelijk weet men de 35 minuten op hoog tempo vol te krijgen en laat men een positieve indruk achter, al bekruipt mij hier het gevoel dat Terra Tenebrosa vandaag een hele grote kans verspeeld heeft. (M)

GREEN ROOM

Dit is een geheel nieuwe ervaring. Meestal ben ik grondig voorbereid als ik Roadburn binnenwandel. Voor de verandering heb ik echter besloten om de boel gewoon te nemen zoals het gebeurt. De eerste band is Lenny Kaye & Harsh Toke in de Green Room. Mijn hartslag wordt vervangen door de basdrum die mijn borstkas laat resoneren. Om het publiek in de juiste stemming te krijgen, begroet Lenny hen met "You know what they say: Harsh Toke, good smoke!". Voor alle zekerheid herhaalt hij nog maar een paar keer, voor het geval het na de eerste keer nog niet duidelijk was. De muziek is een jaren 60/70 trip en het publiek gaat erin mee, met knikkende kopjes, meezwaaiend als riet in een stevig briesje. Persoonlijk werken de vocalen van Lenny me danig op de zenuwen en na een tijdje ga ik maar wat te eten scoren voor Goblin begint. (S) (16.45-17.45)

Een andere band die zonder Akerfeldt nimmer nooit niet op Roadburn zou staan, is de Zweedse instrumentale progrock van Anglagard. Alhoewel, terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat vorig jaar Anekdoten op de Main Stage stond: stijl-, land- en generatiegenoot van deze band rondom Anna Holmgren. Dus zo bijzonder toch ook weer niet. Wel erg goed. De band stond na een paar prima platen begin jaren negentig dik vijftien jaar op sterk water, maar hun comebackalbum ‘Viljans Oga’ (2012) viel ondergetekende verrassend goed in de smaak. Live weten ze dit goed te vertalen, met een lekkere vette bas en een hard drumgeluid. Het maakt de band niet te weeïg, en middelpunt Holmgren bedient zich onderwijl van saxofoon, piccolo (vermoed ik), dwarsfluit en elektronica. De sfeer is weliswaar typisch prog, en daardoor erg 70s verantwoord, maar opvallend zijn de zeer rustige stukken, wat de dynamiek van het optreden ten goede komt. Leukste moment is het saxofoonduet met de toetsenist die op een soort babysaxofoon toetert. Helaas overlapt het optreden met Goblin, en Goblin moet en zal ik van de eerste tot de laatste seconde zien, dus na een klein half uurtje verlaat ik de behoorlijk gevulde zaal. (EDS) (18.30-19.45)

Nog helemaal in Goblins Italiaanse horrorsferen neem ik nog even een kijkje bij de progveteranen van Trettioariga Kriget (Thirty Years War). Alweer zo’n typische Akerfeldtband die ik per toeval een paar jaar geleden had ontdekt en nooit op een festival als Roadburn had verwacht. Op geen enkel (Nederlands) festival trouwens. Dat maakt het dan juist wel zo leuk, ook al is het niet erg druk in de zaal. De band, opgericht in 1970 (!), is na de split begin jaren tachtig alweer een goede tien jaar actief en hun laatste album ‘Efter Efter’ is verdomd goed. Het album dat daarvoor uitkwam, ‘I borjan och slutet’ (‘In the Beginning and the End’) (2007), schijnt nog hoger aangeslagen te worden, en tijdens het half uur dat ik van de band meepak spelen ze er het titelnummer en ‘Benke’ van. De band oogt niet erg rock&roll, behalve de sologitarist die op een eilandje staat te spelen en met zijn zonnebril en zwarte hoed meer oogt als een southern rockende redneck op leeftijd. Zowel bassist Stefan Fredin als gitarist Robert Zima zorgen voor de (acceptabele) zang. Niet alleen werk uit de 21ste eeuw komt voorbij, maar ook hun jaren zeventig werk wordt gespeeld. Zoals het instrumentale ‘Andra Sidan’ van hun derde album en ‘Handlingens skugga’ en ‘Ur djupen’ van hun debuutalbum uit 1974. Dat laatste nummer zorgt met het opzwepende ritme en helse Uriah Heep-gilletjes van Fredin voor een opvallend en lekker stevig slot van de set. Op het moment dat de band terugkeert voor de toegiften, zie ik echter dat het de hoogste tijd is voor Candlemass. Tsja, prioriteiten. Toch een smaakvol optreden. (EDS)

Death metal is inmiddels een vaste waarde geworden op Roadburn en dat is wel zo fijn, want hier en daar een beetje uptempo is meer dan welkom op een door trage klanken gedomineerd festival. Een proppievolle Green Room bewijst maar weer dat het optreden van Obliteration tot de meest geanticipeerde shows van het festival mag worden gerekend, en geloof mij, dat mocht ook best. De smerige old school death metal van Obliteration, met nog smerigere vocalen, doet het prima, deels met dank aan het enthousiasme van de band, deels dankzij het fantastisch knarsende gitaargeluid. Om mij heen zie ik veel mensen behoorlijk uit hun dak gaan, en een behoorlijk aantal heeft het later over een van de hoogtepunten van het festival. Ik ga daar echter niet helemaal in mee, want de lange, uitgesponnen songstructuren van Obliteration blijken toch min of meer een achilleshiel. Een fenomenaal aantal overheerlijke riffs passeert de revue, maar elke keer als ik denk dat men eens lekker doorstampt, gaat het tempo er alweer snel uit, waardoor ik er de hele tijd net niet in kom. Toch niet verkeerd dit. (M)



Tijd om terug te lopen naar de Green Room voor Elephant9 & Reine Fiske. Het is een indrukwekkende vertoning. Het publiek is het duidelijk met me eens dat deze prog/jazz-rockers een fantastisch optreden neer zetten. Het is echter niet waar ik om middernacht op zit te wachten. Ik maak even een mental note om dit later nog een keertje fatsoenlijk te beluisteren. In een comfortabele stoel bij The Old Wind kan ik nog even bijkomen voor de afterparty begint. (S)



Stage01

Ik was totaal onbekend met het IJslandse The Vintage Caravan, echter verklapte de bandnaam natuurlijk het een en ander al. Vintage rock. Niets meer en niets minder. Led Zeppelin, Cream, Jimi Hendrix; je kent het allemaal wel. In het warme en zweterige Stage01, speelde deze band een steady show, al was het niet echt memorabel. Het mist hem gewoon net in de details. Ik mis een bepaalde rauwheid in de vocalen, het is allemaal net niet catchy genoeg en ja, als ik tijdens de show continu denk dat het wellicht beter is om te genieten van de zon buiten met een koud pilsje, dan is er iets niet goed. (W)

Nog steeds nagenietend van Goblin ga ik naar de Oeds Beydals jam sessie in het piepkleine Stage01. Eerlijk gezegd had ik dit graag aan mij voorbij laten gaan, want ik had graag wat langer nagenoten van Goblin. Ik vind dit soort jam sessies over het algemeen een verspilling van een podiumplekje. Je moet maar hopen dat de vonk overslaat en dat is gewoon geen garantie. Ook dit keer is er geen hol aan. Na een minuutje of tien geef ik de hoop op en ga me een plekje bij Obliteration veroveren. (S)

Papir, nog zo'n band waar ik maar kort naar geluisterd had, voordat ik ze live zag. Nou ja, ik heb ze nog steeds niet live gezien, aangezien het weer overvol was in de Stage01. Vanaf de gang heb ik het een en ander meegekregen van de set, wat klonk als een hybride van krautrock, post-rock en andere psychedelica. Veel atmosfeer, een hypnotische sluier van geluid die over het publiek drapeerde en deze in een lucide droom achter liet. Ontzettend goed uitgevoerd, echter jammer dat ik zo weinig van de set heb kunnen zien. Het heeft me in ieder geval genoeg overtuigd om deze band nader uit te checken, want als je hedendaags in dit genre mijn aandacht nog weet te behouden, doe je toch zeker iets goed! (W)



Cul De Sac

Bij de Cul de Sac zie ik een goedgevuld, piepklein, muziekcafeetje. Bulbul is reeds begonnen en klinkt als het autistische broertje van Dinosaur Jr. Het is in ieder geval vermakelijk en de die-hards die zich binnen hebben weten te worstelen begroeten de nummers met een welgemeend applaus. Ik weet zeker dat ze het even goed, of beter, gedaan zouden hebben in Stage01 of de Green Room. Het zou sowieso een beter idee zijn geweest dan die lamme jam sessie. (S)

Conclusie van de dag

Martin: Na een wat trage start gisteren is dit weer eens een ouderwets lekkere Roadburndag. Ik was niet bepaald gecharmeerd van de keuze van Mikael Åkerfeldt’s als curator, en ik ben lekker ver weg gebleven van het hoofdpodium, met uitzondering van Goblin, dat erg leuk was voor drie kwartier. Nee, vandaag was Het Patronaat de plek waar het gebeurde, want aldaar zag ik fijne optredens van Tyranny, de godsgruwelijk smerige bak ruis die The Body is, The Old Wind, al hing ik toen lekker in een van die luie stoelen op het overheerlijk kitscherige balkon (ben ik de enige die aan The Shining moet denken daar?), en de ietwat mislukte maar nog steeds best fijne set van Terra Tenebrosa. Ik was ook erg blij met de ruime persruimte in V39 en het comfortabele bankstel aldaar, want dat had ik even nodig na een minder geslaagd voedselexperiment (de in het verslag van gisteren al aangehaalde chocolademousse-baksteen, al was die overigens heel erg lekker).

William: Alweer een hele mooie dag, met als hoogtepunt Goblin. Zonder twijfel. Ook heb ik genoten van Candlemass, al blijf ik Messiah missen! Al met al, een mooi feestje! In vergelijking met eerdere jaren, is het wel zo dat de focus echt op progressieve muziek ligt, waardoor het merendeel niet bepaald easy-listening is. Niet altijd even fijn.

Bas: The Main Stage met achtereenvolgens Magma, Comus, Goblin, Candlemass en Opeth zorgde wat mij betreft voor de beste line-up op één podium aller tijden. Ja, aller tijden. En als de bands grotendeels aan de verwachtingen voldoen, en in een enkel geval zelfs overtreft, dan is de conclusie simpel: historisch!

Sander: Voor mij was Goblin duidelijk de band van de dag. Ik ben blij dat er weer eentje van het lijstje kon afstrepen. Over het geheel genomen vind ik wel dat de dag wat eenvormig was. Het was duidelijk de lichtere kant van het spectrum, met een sterke nadruk op (prog) rock. Wat mij betreft had dit wel wat meer afwisseling mogen zien.

EH: Opeth en Candlemass waren vandaag onovertroffen. Ik vrees dat ze keihard hebben moeten spelen voor hun geld want de zeventiger jaren bands waren voor de korte momenten dat ik ze zag meesterlijk!

<< vorige volgende >>