Chton - Chtonian Lifecode

Chton - Chtonian Lifecode

Label : Retribute Records | Archiveer onder death metal / grindcore

Release type: Full-length CD

Marco : Het mij voorheen totaal onbekende Chton (Een Grieks stamwoord dat 'aards' of 'uit de aarde [afkomstig]' betekent) is een uit Noorwegen afkomstige death metalband en na een twee-track promo in 2002 is het "Chtonian Lifecode” album het tweede wapenfeit van de band, die door gitarist Øyvind werd opgericht onder de naam Nil Admirari aan het begin van dit nieuwe millennium.

Chton wil het allemaal iets aanpakken dat de gemiddelde death metal band anno nu, zo lijkt het wel. Er wordt weinig met snelheid gewerkt en men probeert zich te concentreren op zoveel mogelijk afwisseling binnen de individuele nummers, wat doorgaans resulteert in strakke, drassige, mid-tempo tracks die onderling echter -het moet gezegd worden- niet al teveel variëren. Je zou toch zeggen dat het juist afwisseling troef zou zijn op die manier, maar dat is niet het geval. Want Chton is eigenlijk vergeten echt sterke riffs te schrijven, de basis van elke goede death metal plaat. Natuurlijk zijn ze er wel, maar helaas niet in die mate dat men zou spreken van een echt grijpende release. Nummers als bijvoorbeeld "Chtonian Lifecode" (herinnerend aan Immortal's "Blizzard Beasts” periode) en "Book of Black Death” hebben wel een paar sterke, dissonante riffs (die dan juist weer de wat meer black metal-achtige roots van de band verraden), maar missen toch vooral die 'drive' die death metal tot zo'n krachtige, brutale muziekstijl maken. Overigens wordt er best wel doorgejakkerd af en toe, maar gewoon veel te weinig om te kunnen spreken van een lekkere plaat.

Wat "Chtonian Lifecode” echter wèl meegekregen heeft is een fijne, ruwe productie en dat is al een hele verademing in vergelijking met heel veel andere Scandinavische bands en ik ben geneigd om voor deze slimme zet vijf punten meer toe te kennen. Maar dat verhult niet dat Chton nog een hoop moet leren over het schrijven van echt sterke nummers. Vooralsnog blijft men in de grauwe middelmaat steken.

<< vorige volgende >>