Listen live to Radio Arrow Classic Rock
Orion's Reign - Scores Of War

Orion's Reign - Scores Of War

Label : Pride And Joy | Archiveer onder heavy / power metal

Release type: Full-length CD

Jori : Orion’s Reign is power metal in het straatje van Rhapsody en zijn vijftigduizend veelal inferieure rip-offs. Dat betekent groots cineastisch bombast, opera-achtige zang met veel gegil, nog meer groots cineastisch bombast en daarnaast ook nog wat groots cineastisch bombast. Dit is niet mijn OCD die je hier leest, maar een vrij beknopte beschrijving van wat je op dit album hoort. Al moet je hier niet de subtiele balans tussen orkest en metal verwachten die Rhapsody zo geweldig maakt, want ook Orion’s Reign maakt de keuze om het deel metal te verzuipen tussen alle strijkers en blazers.

In tegenstelling tot veel andere bands in het genre die veelal met keyboards werken, maakt Orion’s Reign wel gebruik van een echt orkest om al dat bombast te produceren. Al vanaf opener ‘Elder Blood’ is het duidelijk dat dat een goede zet is geweest, want geluidstechnisch is er hier helemaal niks aan te merken. Helaas worden de gitaren wel wat weggedrukt in de mix, maar gelukkig is wel de keuze gemaakt voor een fatsoenlijke gitaarsolo en niet voor hyperactief keyboardgejengel. Op ‘Together We March’ zingt Tim Ripper Owens een gastrol en dat is nog een goede zet, want zijn klare metaalgeluid is een welkome afwisseling op de operastem van Daniel Vasconcelos. Zijn stem begint bij ‘The Gravewalker’ wat te irriteren, en die irritatie neemt bij ‘The Undefeated Gaul’ zeker niet af. Het help al helemaal niet als je bij dat nummer de ronduit lachwekkende videoclip bekijkt, komop zeg, wordt eens volwassen! Met ‘Adventure Song’ herpakt de cd zich, wat folky elementen en luchtige muziek brengen afwisseling in de zaak. ‘Warrior’s Pride’ en ‘Last Stand’ zijn verder nog nummers die goed te behappen zijn, maar voor de rest is het toch allemaal wel wat veel van hetzelfde en ook teveel van het goede.

‘Scores Of War’ is zeker geen slechte plaat, maar de gigantische overdaad aan symfonie aangevuld met de overdreven operavocalen werkt op den duur een beetje op de zenuwen. Stuk voor stuk zijn de losse nummers dik op orde, maar het hele album afluisteren is me niet gelukt zonder onder een luide “kolere, laat ‘m z’n bek houden!” de pauzeknop in te rammen. Dat doet helaas toch wat af aan de volledige luisterervaring.

<< vorige volgende >>