Listen live to Radio Arrow Classic Rock
Ball Noir - Lost Serenades

Ball Noir - Lost Serenades

Label : Eigen beheer | Archiveer onder pagan / folk metal

Release type: Full-length CD

Vera : Wat als The Waterboys grote doomfans waren en een heel assortiment folk instrumenten tot hun beschikking hadden? Dan krijg je de verrassing van de maand in de vorm van Ball Noir en hun tweede album ‘Lost Serenades’! Deze Nederlandse band bestaat o.a. uit leden van Eria d’Or (het illustere doom metalgezelschap dat ooit opende voor Anathema) en de balfolkband Orfeo en speelt middeleeuwse metal waarmee ze vooral al op festivals met dit thema furore maakten.

Maar ze zijn niet alleen beïnvloed door Estampie en Qntal, maar ook door Anathema en My Dying Bride. Dat merken we al in de doomachtige opener ‘Cage Of Eden (Andro)’ waar de leidende melodie ons toch wat aan MDB doet denken. Maar dit even terzijde, want Ball Noir heeft een vrij uniek alchemistisch recept. Naast hun rockinstrumentarium maken ze gretig gebruik van hurdy-gurdy, basclarinet, harp en theremin maar toetsen wizard Rutger van Krieken schuwt ook geen hypermodern electrofragment. De gepassioneerde zang van gitarist Jeroen Gilhuys – een nieuwkomer in de band zo blijkt - hanteert een klare verhalende trend, enkel in de twee eerste songs repliceert hij met ferme growls indien nodig. Sterk! De doominvloeden zullen een verdere doorbraak echter niet verhinderen, want trage – en bloedmooie! – songs als ‘Never Again (Waltz)’ en het wanhopig gezongen en met gesproken fragment en harp gelardeerde ‘The Veil (Mazurka)’ kan men eerder als beklijvende ballads zien dan als doom. En er wordt vooral ferm gerockt, dat staat centraal. Er staan drie instrumentale songs op het album, maar het instrumentarium is rijk genoeg om ook deze als essentieel te beschouwen. In ‘Shaking Ground (Scottish)’ neemt de gitaar de leadzang over, ‘Opus 38 (Hanterdro) doet ons de basclarinet heropwaarderen en ‘After The Storm (Polska)’ is doomy met harp. Om de klasse van deze zeskoppige band tot volle wasdom te laten komen, raden wij de langere songs aan. ‘Drifting (Suite Plinn)’ heeft niet alleen een sterk refrein, maar kent een prachtige interactie tussen ingetogen en harde passages. Tijdens ‘The Other (Andro)’ is succes verzekerd met prachtig harpspel en de aanstekelijke gitaarmelodieën, zonder aan dat typische snuifje doom te verzaken. Dit is topklasse van een uitzonderlijke band!

<< vorige volgende >>