Listen live to Radio Arrow Classic Rock
Twenty Sixty Six And Then - Reflections On The Future

Twenty Sixty Six And Then - Reflections On The Future

Label : M.I.G. Music | Archiveer onder prog / sympho metal

Release type: Re-release

Jan-Simon : Wat is krautrock eigenlijk? Is het de experimentele rockmuziek die grofweg tussen 1968 en 1976 werd gemaakt en in plaats van de reguliere Anglo-Amerikaanse songstructuren gebruik maakte van allerlei avant-garde, modern klassieke en ambient invloeden om zo tot een nieuwe typisch Duitse “Kosmische Musik” te komen? Of is het tegenwoordig meer een containerbegrip voor alle Duitse rockmuziek uit de vroege jaren zeventig? Waarschijnlijk is het van allebei een beetje.

En in dit relatieve niemandsland is het moeilijk om een band als Twenty Sixty Six And Then een plekje te geven. Het is Duits, de band maakte deel uit van de zogenaamde Mannheim-scene, hun enige album is uit 1972 en het is zonder meer arty, progressief en maakt uitbundig gebruik van Hammond orgels, mellotrons en andere typische jaren zeventig instrumenten. Toch is de muziek op ‘Reflections On The Future’ nauwelijks te vergelijken met de grote jongens van de krautrock: Can, Neu!, Faust, Amon Düül, Cluster enzovoort. Twenty Sixty Six And Then is traditioneler en sluit meer aan bij de Britse art- / hardrock uit de periode. Vanwege die minder uitgesproken avant-garde aanpak wordt Twenty Sixty Six And Then zelden genoemd als een van de groten van de krautrock, wat dat dan ook mag wezen. Het feit dat de band slechts één jaar heeft bestaan en in die tijd alleen het slecht verkopende album ‘Reflections…” uitbracht zal ook niet echt hebben geholpen. Waarom het album flopte zal wel altijd een raadsel blijven al denk ik niet dat de foeilelijke hoes voor veel extra verkopen heeft gezorgd.

Toch is er voldoende reden om ‘Reflections On The Future’ weer eens af te stoffen en opnieuw onder de aandacht te brengen in deze tijd waarin retrostijlen als heavy psych en ook krautrock ineens weer hip zijn. En dat is precies wat het hierin gespecialiseerde Duitse label M.I.G. heeft gedaan. In een van uitgebreide liner-notes voorziene dubbel-cd uitvoering is de enigszins vergeten klassieker opnieuw uitgebracht. Behalve het originele album zijn allerlei outtakes, niet eerder officieel uitgebrachte sessies en demo’s op de tweede schijf gezet. Muzikaal leunt Twenty Sixty Six and Then zoals gezegd sterk tegen de Britse heavy muziek van die tijd: Uriah Heep, Deep Purple, Procol Harum en dankzij de dwarsfluit af en toe ook Jethro Tull komen langs als ijkpunten. ‘At My Home’ is een stevige openingstrack dat meteen laat horen wat we verder kunnen verwachten. Een uitzonderlijk sterk intro met pompende bas en Hammond orgels die elkaar uitdagen brengt ons bij een verder tamelijk traditioneel klinkend bluesrock nummer. Als kers op de taart van de eerste schijf is een langere versie van hetzelfde nummer met dwarsfluitsolo als bonustrack toegevoegd.

‘Autumn’ is een lang nummer dat ook weer een uitgekiend lang intro heeft en zoals het een goed prognummer betaamt uit verschillende “hoofdstukken” bestaat. Een uitdagend luisteravontuur. ‘Butterking’ is een beetje vreemd. Na wat inleidende vogelgeluiden doet de zanger afwisselend Rod Stewart en Captain Beefheart na. De orgelpassages zijn goed, maar de stereo-effecten en alle verschillende passages maken dat dit nummer tamelijk rommelig overkomt. Het titelnummer is een ware tour-de-force met zestien minuten en is helaas ook af en toe wat fragmentarisch. Bepaalde stukken hadden best op de studiovloer achter mogen blijven. ‘How Would You Feel’ is een kort afsluitend nummer waarover ik weinig te melden heb, behalve het feit dat er op de tweede cd een veel langere – en ook veel betere versie staat, waarin weer een hoofdrol voor de fluit is weggelegd. Toch jammer dat in het oorspronkelijke album hier veel minder mee is gedaan. Het tweede nummer van de tweede cd ‘Spring’ is een soort van Deep Purple goes Bach in een Hammond-orgasme. Stiekem het beste nummer van deze dubbel cd. De rest van cd 2 is alleen voor de ware fans interessant, wellicht met uitzondering van het intrigerende ‘Time Can’t Take It Away’ waarvoor een zekere Donna Summer voor de achtergrondkoortjes werd gestrikt. Een nogal glad nummer met prominente percussie en een – niet geheel verrassende – soulachtige vibe. De demo’s die de schijf afsluiten zijn precies dat, demo’s. Slechte geluidskwaliteit en duidelijk nog niet goed uitgewerkt. Snel overslaan!

Na het uiteenvallen van Twenty Sixty Six And Then gingen de zanger en gitarist verder in Kin Ping Meh, een band die vele malen succesvoller zou blijken te zijn maar – eerlijk is eerlijk – muzikaal ook vele malen minder interessant is. Met deze smaakvolle uitgebreide heruitgave bewijst M.I.G. eens te meer dat er nog voldoende pareltjes op herontdekking en herwaardering liggen te wachten. Twenty Sixty Six And Then mag misschien geen Champions League van de krautrock hebben gespeeld, een goede subtopper was het zeker weten wel.


  Geen score

Deel deze review met je vrienden

Meer informatie

<< vorige volgende >>