Listen live to Radio Arrow Classic Rock
Ephel Duath - The Painter’s Palette

Ephel Duath - The Painter’s Palette

Label : Earache | Archiveer onder

Release type: Full-length CD

Evil Dr. Smith : Ik haat jazz. Misschien ben ik er nog te jong voor. Of te dom. Ik begrijp het in ieder geval niet. Het doet me niks, het pakt me niet en het komt me allemaal vreselijk geforceerd en gekunsteld over. Of ze het nu post-bop, modern creative, dixieland of free jazz noemen: jazz sucks. Miles Davis kon vast heel geweldig toeteren en Chet Baker was ongetwijfeld de stoere James Dean van de jazz-scene die zijn leed weergaloos in zijn trompet kon leggen: het boeit me muzikaal allemaal maar bar weinig. Allan Holdsworth, Charlie Parker, John Scofield, Count Basie…whatever. Ik kan er naar luisteren, maar op mijn gevoelsleven inspelen doet het allerminst. Overgewaardeerde muziekstijl voor ouwe lullen en emotieloze techniek-freaks…

Maar ik kan ook enorm van jazz houden. Zolang het maar niet puur en onversneden geserveerd wordt. Pure jazz snap ik niet, maar wanneer artiesten jazz mixen met andere muziekstijlen kan er mijns inziens iets heel moois ontstaan. Natuurlijk heb je o.a. de progressieve en symforock die veel hebben zitten knoeien met jazzinvloeden, maar ook in ons metalwereldje is er al het een en ander geëxperimenteerd door bands als Cynic, Pestilence en Atheist. Ook de avant-garde saxofonist John Zorn deed met zijn bands als Painkiller en Naked City al wonderbaarlijke dingen die jazz en extreme herrie met elkaar integreerden. En onlangs deed de band Yakuza daar nog een fascinerend schepje bovenop. Maar dit alles bleek slechts een voorbode te zijn voor wat er daadwerkelijk mogelijk is.

Want de nieuwe, tweede CD van het Italiaanse Ephel Duath is baanbrekend. Dit is iets nieuws. Iets écht nieuws. Nu strooi ik wel 'ns wat vaker met termen als innovatief, originaliteit en eigenzinnig, maar Ephel Duath is werkelijk grensverleggend. En de grens vèr leggend. Dit is geen metal waarbij er invloeden van jazz zijn gebruikt, nee: dit is metal èn jazz. Jazzmetal. En waar andere artiesten als Tony MacAlpine en Sean Malone (Gordian Knot) muziek maken dat òf metal òf jazz (fusion) is, daar hoor je nagenoeg nooit een werkelijke gelijkwaardige mix van jazz met metal. Nu wel. En eigenlijk is dat ook niet zo vreemd wanneer je de achtergrond van de heren musici in ogenschouw neemt. Allereerst hebben we gitarist-componist-oprichter en meesterbrein Davide Tiso. Ten tijde van 'Phormula' bestond Ephel Duath nog slechts uit Davide en Giuliano Mogicato, maar nadat Giulano afscheid nam van de muziekwereld, stond het bestaan van de band enige tijd op losse schroeven. Gelukkig vond Davide nieuwe bandleden, waardoor er nu ook sprake is van een échte band. En wat voor een! Een bizar allegaartje van smaken en voorkeuren: we hebben een 48-jarige jazzdrummer, een bassist uit de fusion/prog-rock hoek, de 'grunts and screams' worden verzorgd door een hardcore-fanaat en de melodieuze vocalen komen uit de mond van iemand die zich graag laat associëren met singer-songwriters als Tim Buckley. En dit alles onder leiding van bandleider Davide Tiso die uit de black metal hoek komt. Kan het gevarieerder? En alles hoor je nog terug in de muziek ook! Maar het is bovenal een enerverende stijl waarin zowel jazz als metal de boventoon voeren.

Nu was ik de eerste 2 luisterbeurten nog wel teleurgesteld in het eindresultaat, want hun eerste CD 'Phormula' (uitgebracht door Code666, re-release 'Rephormula' op Elitist) was een indrukwekkend staaltje van vooruitstrevende, hoogstaande black metal. En het geluid van die plaat hoorde je - tot mijn premature spijt - nauwelijks terug op deze CD. Deze CD gaat werkelijk àlle kanten op. Een bombardement van complexe drumfills, extreme noisecore-explosies, progressieve rock-passages, abrupte tempowisselingen: op het eerste gehoor komt het extreem vermoeiend over. En ook het gevoel dat er een voormalig goede band het te hoog in de bol heeft gekregen steekt de kop op. Last van megalomane pretenties en omhooggevallen interessant-doenerij. Maar de klasse en kracht van de songs geven zich nu eenmaal niet zo gemakkelijk prijs. Als een surrealistisch schilderij hoor je iedere keer weer meer. Honderden facetten, tientallen kleuren: je ziet het als een schilderij iedere keer weer net even anders en herbeleeft het kunstwerk iedere keer weer opnieuw. Tot je langzaamaan een bepaalde visie en interpretatie hebt gevormd van het schilderij, wat zeker niet per definitie overeenkomstig hoeft te zijn met de kunstenaar. Maar wat wel wat met je doet. Zo ook met Ephel Duath. Onbegrip en vermoeidheid maken plaats voor fascinatie en energie en later vormt zich dat (hopelijk) tot het volledig begrijpen, verstaan en interpreteren van 'The Painter's Palette'. Leren waarderen derhalve, zegt uw Doccie Smith heel zeikerig onderwijzend. Voor de kleurenschakering krijgt de band tevens hulp van trompettist Maurizio Scomparin en de geluiden- en effectencollectie van producer Paso. Bands waarmee Ephel Duath te vergelijken zou kunnen zijn weet ik niet, maar misschien dat Solefald- en Arcturus-liefhebbers dit werkje ook wel op waarde kunnen inschatten. En in het laatste nummer 'The Other's Touch' zit een zeer duidelijke Opeth-invloed. Ik denk alleen niet dat deze band veel jazz-liefhebbers mee zal trekken naar het metalwereldje, want daarvoor is de atmosfeer en uitvoering op deze CD toch veel te agressief en te extreem. Ondanks het werkelijk fantastische bas- en drumwerk waar deze CD mee vol staat, waar de gemiddelde John Patitucci en Terry Bozzio-fan van zal watertanden. Maar wie weet: misschien zet dit wel een jazzdeur open voor metalheads? Want dit is nu al een legendarische CD die met zijn pionierend geluid veel invloed zal uitoefenen op de ontwikkelingen binnen de metal de komende jaren. En misschien nog wel daarbuiten ook…

<< vorige volgende >>