Agalloch - Marrow Of The Spirit

Agalloch - Marrow Of The Spirit

Label : Viva Hate Records | Archiveer onder black/pagan metal

Release type: Full-length CD

Richard G. : Er zijn een aantal dingen die Agalloch heel goed doet op 'Marrow Of The Spirit', het vierde album in de kleine, doch zeer originele discografie met bijna alleen maar hoogstaande black/neo-folk/postmetal experimentatie. Zo is daar 'Black Lake Nidstang', het hoogtepunt van het album en misschien wel n van de beste composities die de zonderlinge Amerikanen ooit schreven. Vanuit het stemmige intro wordt er rustig opgebouwd totdat de werkelijk door merg en been gaande wanhopige krijs van Haughm je aandacht opeist. Dan volgt er een prachtig dark ambient/noise middenstuk dat abrupt overgaat in een gevoelige post black metal passage. Zeventien minuten pure experi-metalen heerlijkheid.

Het is dan ook eeuwig zonde dat de drie andere lange nummers (van een minuut of tien, twaalf), lang niet zo indrukwekkend zijn. Het grootste probleem is dat veel van de gitaarmelodien een beetje te simpel klinken. Niet dat Agalloch in het verleden de meest complexe fratsen op de gitaarhals uithaalde. Maar het schrijven van simpele melodien die je toch in vervoering brengen (ik noem 'I Am The Wooden Doors' van 'The Mantle', of 'Not Unlike The Waves' van 'Ashesh Against The Grain'), daar waren ze altijd meesters in. Wanneer het standaard old-school black metal begin van 'Into The Painted Grey' (het eerste echte nummer van 'Marrow Of The Spirit') is uitgeraasd doet de ingezette gitaarmelodie meer aan random heavy metal denken dan aan gevoelige, sfeervolle postmetal die je eerder met Agalloch associeert. Ook in 'The Watcher's Monolith' en 'Ghosts Of The Midwinter Fires' (opgebouwd rond een vrij standaard melodische black riff die rond de derde minuut wordt ingezet) heb ik het gevoel dat de juiste snaar net niet geraakt wordt en dat je als (doorgewinterde) Agalloch luisteraar net niet voldoende uitgedaagd wordt. Daarnaast lijkt er nogal veel galm op de vocalen van Haughm gezet te zijn, waardoor ze vaak verzuipen in het totaalgeluid en de teksten minder goed te verstaan zijn.

Naast het magistrale 'Black Lake Nidstang' wordt de eer ook gered door de instrumentale intro (bijna vier minuten) en outro (ruim tien minuten). Prachtig cellospel en sfeerverhogende natuurgeluiden weten wel de stemming te creren waar het grootste deel van het materiaal niet in slaagt. Al met al is de kwaliteit van Agallochs vierde helaas zeer wisselvallig en doet het enigszins afbreuk aan de opgebouwde reputatie van black metal vernieuwers.

<< vorige volgende >>