Triptykon - Eparistera Daimones

Triptykon - Eparistera Daimones

Label : Century Media | Archiveer onder different metal

Release type: Full-length CD

Wilmar : Toegegeven, ik ben sterk bevooroordeeld als het aankomt op Tom G. Warrior. Ik ben al jaren fan van hem, en heb elke opname waar hij aan heeft bijgedragen. Of je het nu hebt over Celtic Frost, Apollyon Sun, zijn bijdrage aan de Probot cd van Dave Grohl of het werk dat hij samen met Erol Unala en Martin Ain heeft verricht aan de Slayer cover 'Black Magic' op de demo 'The Spiritual Palsy' van Hatesex, ik heb het allemaal in de kast. En ik geef toe dat ik sceptisch was toen Tom in april 2008 zijn eigen band de rug toekeerde en zich op Triptykon stortte, met de belofte dat hij zich muzikaal zou richten op de stijl die hij met Celtic Frost had ontwikkeld op het in 2006 verschenen album 'Monotheist'. In dat opzicht zou je 'Eparistera Daimones' ook kunnen beschouwen als het zevende studio album van Celtic Frost, maar er is afgesproken dat die band niet meer zal worden opgericht. En hoe zou Tom G. Warrior het voor elkaar kunnen krijgen zonder Martin E. Ain? Op Blabbermouth kwamen de eerste 'Cold Lake 2'-grappen tevoorschijn, de meningloze critici op dat forum wordt nu keihard de mond gesnoerd door 'Eparistera Daimones'.

Toen in een interview gevraagd werd of 'Monotheist' kon worden overtroffen in duisterheid, was Tom's antwoord volmondig "ja”. Ook daarin was ik sceptisch, maar ik moet mij voegen bij de meningloze blabbermouthrecensenten: 'Eparistera Daimones' is een MONSTER. Was bij 'To Mega Therion' van Celtic Frost de muziek volledig in balans met het gekozen artwork van H.R. Giger, met dit album is dat niet anders. Gekozen is voor het werk Vlad Tepes uit 1978 van de Zwitserse grootmeester en het album klinkt als de perfecte soundtrack voor dit airbrush-schilderij. Negen nummers lang doet Triptykon een aanslag op je uithoudingsvermogen. Ik durf zelfs de boude veronderstelling te doen dat deze negen nummers zo sterk zijn, dat Triptykon ervoor kan kiezen om Celtic Frost in zijn geheel in het verleden te laten rusten. Maar goed, je gaat toch vergelijkingen trekken met 'Monotheist', en de verschillen daarmee in kaart brengen.

Het eerste evidente verschil is de line up. Driekwart daarvan is gewijzigd, en van één persoon kunnen we stellen dat het een significante verbetering is: het mag dan zo zijn dat Reed St. Mark oorspronkelijk de drummer van Triptykon had moeten zijn, Norman Lonhard is minstens zo inventief en technisch, en hij overschaduwt zijn voorganger Franco Sesa volkomen. Victor Santura, ook bekend van Non-Euclid en Dark Fortress, was al een tijdje actief bij Celtic Frost als live gitarist, en hij heeft zich de stijl van Celtic Frost volledig eigen kunnen maken. Zo hier en daar hoor je hem wat zang doen, qua gitaarspel speelt hij in dienst van de stijl, maar weet hij toch hier en daar zijn eigen stempel te drukken. Martin Ain mis je in het geheel niet door het solide basspel van nieuwkomer Vanja Slajh.

Kijkend naar de productie van het album hoeven Tom G. Warrior en V. Santura zich niet te schamen: het album klinkt helder, donker en snoeihard. Wat ook opvalt, is dat het geluid van 'Eparistera Daimones' veel emotioneler klinkt. 'Monotheist' klinkt bijna overgeproduceerd vergeleken met dit album. Wat daarnaast opvalt is dat de arrangementen vele malen sterker zijn. Nummers als 'Goetia', 'Abyss Within My Soul', 'A Thousand Lies' en 'The Prolonging' kennen veel meer variatie en er ligt een duidelijke spanning in de composities. Dat wordt nog beter hoorbaar in een nummer als 'In Shrouds Decayed', dat eigenlijk alle elementen van de oude Celtic Frost in zich herenigd. Qua opbouw doet het iets denken aan 'A Dying God Coming Into Human Flesh', maar dan veel beter. Het heeft die mysterieuze dreiging, de combinatie met ambient sounds, de opbouw naar een zware climax met een etherisch klinkende zangeres, pauken die accenten leggen waardoor het nummer nog zwaarder klinkt dan anders, en die sterke emotionele lading door de toevoeging van de 'tragische zang' die zo kenmerkend was voor 'Into The Pandemonium'. Of het mijns inziens andere hoogtepunt 'Descendant', met zijn slepende riffs, briljante arrangement en de geniale versnelling op het einde die je direct terugvoert naar de begindagen van 'Morbid Tales'.

Dat Triptykon het experiment ook niet schuwt blijkt uit nummers als 'Shrine', dat het best te omschrijven is als een kruising tussen 'Totengott' en 'Tears In A Prophets Dream' en 'My Pain' dat voor mij persoonlijk een hoogtepunt is van het album: het is een ambient nummer met dezelfde spookachtige vrouwelijke vocalen dat zich naar een overdonderende climax toewerkt. En dan moet je 'The Prolonging' nog krijgen, een monster van een nummer dat twintig minuten lang je gehoorgangen geselt. En dan hangt daar tussenin nog het nummer 'Myopic Empire', wat een nieuwe bewerking is van het nummer 'Relinquished Body' dat voorheen alleen bekend was van demo's (het stond namelijk op de 'Industry' demo van Apollyon Sun uit 1995 en kwam later ook op de 'Prototype' demo van Celtic Frost uit 2002 terecht).

Velen vroegen zich in 2006 af of Celtic Frost met een nieuw album 'Monotheist' zou kunnen overtreffen. Het antwoord daarop is 'nee'. Celtic Frost zou dat niet kunnen. Triptykon daarentegen wel. En ergens in Zürich zie ik twee mensen zichzelf op het achterhoofd krabben waarom ze dingen zo op hun beloop hebben laten gaan, terwijl ze deel hadden kunnen uitmaken van dit fantastische album dat wel eens één van de belangrijkste releases van het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw zou kunnen worden. Maar ja, zoals ik al zei: ik ben bevooroordeeld…

<< vorige volgende >>