Opeth - Watershed

Opeth - Watershed

Label : Roadrunner Records | Archiveer onder prog / sympho metal

Release type: Full-length CD

Evil Dr. Smith : H getver, daar zijn die deathmetalhippies van Opeth weer. Krijgen we zeker weer dat pompeuze gedoe met die moeilijkdoenerijriffs en akoestische Klaas Vaak-riedeltjes? Dat elitaire gedoe weten we nu wel. Verzin 'es wat anders! Doe eens een leuk grindcoremoppie, ga lekker op de gaye power metaltoer, of doe eens werkelijk wat anders: ga reggae of gangstarap spelen! Maar nee hoor, Opeth moet zo nodig weer hun o zo progressieve death metal met allerlei obscure ouwelullenprog uit de jaren zeventig mengen. 'Watershed' staat er weer bol van. Sterker nog, het is van kwaad tot erger geworden.

Zo begint dit album met een voor Opeth-begrippen achterlijk kort riedeltje van nauwelijks drie minuten ('Coil') dat rechtstreeks van hun 'Damnation' album lijkt af te komen, want waar is potverhierenginder de metal gebleven? Dit folky neuzeldeuntje lijkt wel een rencarnatie van 'The Battle Of Evermore' van Led Zeppelin met Sandy Denny. Nou, als alle geitenwollensokkenrockers hier niet mee weg lopen, dan weet ik het ook niet meer. Na dit slaapdrankje wil Opeth natuurlijk graag laten horen dat ze heus geen watjes zijn, dus hoppeta: het navolgende 'Heir Apparant' heeft de voorspelbare loeiende death metal erupties en brult, stoomt en rampestampt een kleine negen minuten onvermoeibaar door. Ik word er nu al moe van. Dat knakkertje met dat vlassige baardje die alles bij elkaar brult en zingt, je weet wel: die Mikael kerfeldt (pronounce: Aa-ke-lig-ver-vee-lend), pretendeert trouwens steeds beter te zijn gaan zingen. Wedden dat die goochemerd stiekem zanglessen neemt en heimelijk een carrire als poppy singer-songwriter ambieert? Deze dictatoriale eigenheimer heeft trouwens alles weer zelf bij elkaar geschraapt en geschreven, alleen bij 'Porcelain Heart' werden wat ideetjes van de nieuwe gitarist Fredrik kesson (ex-Arch Enemy, Talisman) getolereerd.

Fredrik is trouwens niet de enige newkid op dit album, ook drummer Martin Axenrot maakt hier zijn studiodebuut. Aangezien toetsenist Per Wiberg ook pas een paar jaar zijn kunsten bij de band mag vertonen, maakt dit bassist Martin Mendez de enige relatief oudgediende naast spreekstalmeester Mikael. Over alleenheerschappij gesproken Deze luitjes zullen vast wel weten de juiste snaar te raken, maar voor het totaalplaatje maakt het geen fluit uit of ze nu Fredrik en Martin heten, of Peter en Martin. Alles staat keurig in dienst van de songs; geen Yngwiaans geshred, groovy drumsolo's of mellotronmarathons. Alhoewel songs? De band lijkt bij tijd en wijle nog atmosferischer en experimenteler geworden en minder gespitst op de riff. Zo bevat 'The Lotus Eater' white ass-funky synths dat rechtstreeks genspireerd lijkt door ons eigen Hollands trots Supersister, eindigt 'Burden' schaamteloos met opzettelijk vals gestemde akoestische gitaren en meandert 'Hessian Peel' een dikke elf minuten lang werkelijk alle kanten op: death metal, avantgarde, 70s prog, psych-folk, you name it. Net als afsluiter 'Hex Omega' trouwens. Ze zullen wel het kutsmoesje gebruiken dat er zo een spannend evenwicht is tussen bruut geweld, fragiele rust en vervreemdende klanken, maar even een lekker meezingbaar, hitpotentieel vierkwartsmaatje schrijven? Ho maar! Dat was weer te makkelijk voor de heren. Nou, de makkelijkste songs zijn vaak het moeilijkst, heren! Vraag maar aan AC/DC. Nu moet je meer dan ooit je best doen om al dat Opethiaanse gepriegel en gefrbel te kunnen behappen en verhapstukken, maar ik heb daar mooi geen zin an: de groeten, ik heb wel wat beters te doen! Of wacht misschien ook niet.

Ach ja, het zal wel weer het album van het jaar worden. Het zal eens niet zo wezen [zucht] Nouja, aan deze recensie zal het niet gelegen hebben. Geloof dan ook nooit waarderingcijfers bij recensies, dat schept alleen maar verwarring en verkeerde verwachtingen.

<< vorige volgende >>