Deadsoul Tribe - A Lullaby For The Devil

Deadsoul Tribe - A Lullaby For The Devil

Label : Inside Out | Archiveer onder prog / sympho metal

Release type: Full-length CD

Evil Dr. Smith : AC/DC, Motörhead, Ramones, Status Quo, zelfs Iron Maiden en Saxon komen (kwamen) er minimaal dertig jaar mee weg. Maar Deadsoul Tribe kan nog geen drie albums uitbrengen, of er wordt al gemopperd over herhalingsoefeningen. Niet in de laatste plaats door de zelfkritische band trouwens. Tja, dan moet je maar geen progmetal maken, ook al wordt het door de band zelf als tribal metal genoemd. Hoe simpeler het trucje, hoe beter bestand tegen slijtage, lijkt de paradox. Zodoende sluit Deadsoul Tribe diens 'Trilogie der tribal metal' af (het debuutalbum was nog niet onder die typische noemer te scharen), om met een fris geluid op het alweer vijfde album in vijf jaar voor de dag te komen.

Die nieuwe start vangt aan met het behoorlijk agressieve 'Psychosphere', enigszins vergelijkbaar met 'Powertrip' (openingsnummer van het debuutalbum), alleen zijn de verwrongen basloop, vervormde vocalen, logge riffs en lompe drums nog wat extremer. Na twintig draaibeurten kan ik er nog steeds niet aan wennen. Zanger, multi-instrumentalist, componist en producer Devon Graves is een te feminiene man voor zoveel expliciet testosteron. Dat laat hij blijken in het navolgende epos 'Goodbye City Life' (8'27”), dat na een bombastisch intro omslaat in een prachtig gevoelig stuk en halverwege de lyrische dramatiek van een stevig doorbeukende Pain Of Salvation in de strijd gooit (vooral vanwege de declamerende, half-rappende zang van Devon), om vervolgens om te buigen naar de fluitfolklore van Jethro Tull. Een weergaloos nummer, dat de toonzetting van de rest van het album verraadt. Weg zijn de tribal ritmes, maar daarvoor is er zowel meer metal als ook meer dwarsfluit voor in de plaats gekomen.

'Here Come The Pigs' is geen verwijzing naar Pink Floyd, maar een stevig metalnummer met industriële ondertoon, mooie (korte) gitaarsolo's en een dreigende fluisterstem van Devon. 'Lost In You' is van hetzelfde (satijnen) laken en (maat)pak, zij het met wat gevoeligere passages, waarna we aanbelanden bij het volgende hoogtepunt, 'A Stairway To Nowhere' (6'34”). De dromerige vocalen van Devon zorgen voor een wat hallucinerende sfeer van deze powerballad. De composities blinken niet uit in technische hoogstandjes, akkoordenacrobatiek en egotripperij op de notenbalken, want zoals gezegd: Devon is een vrouw in een mannenlijf, dus alles draait om emotie. Zelfs wanneer hij zijn waffel houdt, is de hoofdrol weggelegd voor gevoel en emotie… en de dwarsfluit, zoals in de fabuleuze rockballad 'The Gossamer Strand' (6'20”), een van de indrukwekkendste instrumetal songs die ik ken en waar alle snaarmasturbatoren als Friedman, Satriani en Vai zich op stuk zullen bijten/soleren. Maar die spelen ook geen fluit natuurlijk. Met het machtige 'Any Sign At All' (6'16”) krijgen we dan al de zesde kraker op rij, een niveau dat helaas geen stand houdt tijdens de laatste drie nummers. 'Fear' is goed, maar klinkt wat gewoontjes. Het korte, naargeestig gezongen 'Further Down' doet soms wat denken aan het 'Mosquito' album van Psychotic Album (en bevat wel lekkere gitaarsolo's die niet buiten dienst van het nummer treden). Het afsluitende titel nummer (6'13”) is weer zo'n epic progmetalballad als voornoemde zesminutennummers (maar dan zonder fluit, maar met piano), waarbij de hoofdriff wat lijkt op een ingehouden variant op Led Zeppelin's 'Kashmir', maar de brille en pracht vanzelfsprekend mist.

Als bonus staat er nog wat videomateriaal op, te weten vier live in de studio opgenomen nummers (inclusief twee Psychotic Waltz deuntjes) met Devon alleen op akoestische gitaar. Maar dan is de koek op, terwijl oorspronkelijk de gedachte was om er een dubbelalbum van te maken, waarbij een CD het harde materiaal zou bevatten en de tweede de meer softe kant van DST zou belichten. Een beetje zoals de laatste van Foo Fighters of de 'Deliverance/Damnation' tweeluik van Opeth. Het is jammer dat budgettaire middelen van een band als Deadsoul Tribe dat niet mogelijk maakt, maar om te zeggen dat daarmee 'A Lullaby For The Devil' slechts een schrale troost is zou het album enorm te kort doen. De stijl is gewijzigd, maar het geluid en het niveau blijft onmiskenbaar Deadsoul Tribe waardig. Verandering van spijs doet eten - alleen maar bloemkool met kaassaus komt op den duur ook je strot uit, dus voorlopig krijg ik nog lang geen genoeg van Devon & Co.

<< vorige volgende >>