Mastodon - Remission

Mastodon - Remission

Label : Relapse | Archiveer onder

Release type: Full-length CD

Evil Dr. Smith : Daar is-tie dan!! De eerste grind/noisecore-band dat mijn eindejaarslijstje zal halen! Dat hebben zelfs Napalm Death, Carcass, Terrorizer, Brutal Truth, Nasum, Dillinger Escape Plan, Pig Detsroyer of wie dan ook nimmer kunnen zeggen. Want, laten we elkaar nou geen mietjes noemen: grind- of noisecore blijft over het algemeen een te beperkte muzikale vorm waar je veel meer dan slechts 1 emotie (dwz agressie) of muzikale vakmanschap (dwz het zo snel en/of strak mogelijk kunnen spelen) in kwijt kan (okay-okay: bands als Nasum en D.E.P. neigen terecht meer in hun mars te hebben: de uitzonderingen op de regel). Ik ben gek op die herrie, maar er tevens van bewust dat het eigenlijk maar een betrekkelijk bekrompen vorm van muziek spelen is. Geeft ook verder niks: ik houd er niet minder van. Af en toe lekker blind al je opgekropte woede, frustratie en razernij eruit blazen werkt enorm verhelderend en daar is die muziekstijl uitstekend geschikt voor. Ook als luisteraar. Maar ondanks dat ik vaak behoorlijk te porren voor een vet teringherrie-schijfje, hoger dan 85 punten zullen die plaatjes bij mij niet krijgen.

Tot deze CD. Want had deze band mij vorig jaar al met hun debuut EP behoorlijk verast (een enkele 'r' graag!), wat ze op deze CD weten neer te zetten overtreft mijn stoutste beeldvorming van grind, noise en extreme hardcore. Ik bedoel: ik kreeg soms gewoon kippenvel van hun muziek! En dan niet door die ene overbekende uitingsvorm in extreme muziek (n.l. agressie), maar puur door de compositorische kracht van een aantal nummers. Luister maar eens naar die massieve dreunen, gecombineerd met die melodische gitaarrif en daarna die bijna 'Bolero'-achtige drumpatronen (maar dan toch weer nt even anders om dat clichritme te omzeilen) in het nummer 'March Of The Fire Ants'. En evenals op hun EP bespeurde ik ook nu weer een zo'n eigenwijs Death-riffriedeltje ('Where Strides The Behemoth'). Een van de krachten van deze CD schuilt in de gevarieerdheid van de nummers. Maar de songs zijn tevens herkenbaar (dus geen end heen rammen, maar songs met -hoe gek 't ook klinkt binnen deze stijl - kop en staart, opbouw, interessante arrangementen en meer van dat soort prietpraat) en sluiten ook naadloos op elkaar aan. Deze schijf zit gewoon verdomd sterk in elkaar. Evenals bij de CD van hun label- en stijlgenootjes Burnt By The Sun (zie archief: maart 2002) sluit ook deze CD op introverte wijze af met 'Elephant Man': een slepend, deels akoestisch instrumentaal nummer van ruim 5 minuten, dat hier en daar wat ingehouden erupties vertoont. Deze mix van - met een beetje fantasie - Joe Satriani met Neurosis is bloedstollend mooi!

Maar het is bovenal het drumwerk van Brann wat je oren doen vastkleven (al dan niet m.b.v. orale substantile vulmiddelen) aan je luidsprekers. Ik kan en wil totaal niet technisch luisteren, maar wat kan die jongen toch heerlijk drummen! Hij mept echt elk gaatje vol, maar toch het geluid klinkt heel erg open. Alsof hij openlijk solliciteert voor een vacature bij een freejazz-bandje dat de nieuwe Art Blakey of Terry Bozzio nodig heeft. Er lijkt (schijnbaar?) geen enkel patroon in zijn drumwerk te zitten, maar door de variatie, de ritmiek en de timing is het een genot om hem zijn enthousiasme op zijn potten en pannen te horen uitleven.

Dit is een indrukwekkende noisecore-adventure. En eigenlijk is de muziek ook te gevarieerd en zelfs te melodisch (!!! Jawel, ik durf zelfs het woord 'melodie' hier toe te passen!) om van grind of noise te kunnen spreken. Hebben we na de typeringen post-rock en nu metal vanaf heden ook post-grind of nu-noise? (vergeef me, ik ben nu eenmaal gek op stempelkussentjes en naamplaatjes)

Mooi vormgegeven artwork ook. De bruingoud-gekleurde vormgeving doet een beetje denken aan de CD's van het avant-garde Tzadik-label van John Zorn. Aansluitend met de wat potische aandoende teksten waarbij de flora en fauna als metaforen dienen voor het menselijk (frustrerend of falend) gedrag, ademt deze CD ook een veel levensechtere, angstaanjagende en bijna claustrofobische sfeer uit dan al die duizenden andere 'bloed-ophoestende-cirkelzaag-in-je-anus' grind-schijfjes. En ik maar denken dat de mastodont was uitgestorven: dit is een muzikaal Jurassic Park dat zelfs Steven Spielberg niet had kunnen verzinnen.

Over de voorgeschiedenis van deze band verwijs ik U allen hartelijk door naar mijn bespreking van hun eerste EP (november 2001) en het interview met 'the little drummer boy' Brann Dailor in ons archief.

<< vorige volgende >>