Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Summer Darkness 2005

Utrecht 8 december 2005

“Paraplu… regenjas… verdomme, waar is m'n poncho gebleven?!” Ja hoor, het is hartje zomer en Summer Darkness mag dan wel een driedaags indoor gothicfestival zijn, het weer heeft, net als tijdens Summer Darkness 2004, rekening gehouden met deze alweer derde gotische bundeling in Utrecht, dus komt het met bakken uit de lucht. Tijdens de optredens natuurlijk geen enkel probleem, maar daar het festival is uitgesmeerd over de podia Ekko, Tivoli en De Helling, alsmede een aantal speciale voorstellingen in de Domkerk en de Nicolaïkerk, moest er stevig heen en weer gelopen en gefietst worden – of heel ludiek met een grachtengordelbootje, al ging lopen uiteindelijk nog sneller – en liep hierdoor de mascara van menig Batwoman en Graaf Dracula ernstig uit. Dat weerhield het publiek niet om in aanzienlijke getale uit spelonken, graven, kerkers, kastelen en Transsylvanië tevoorschijn te kruipen voor het donkerste zomerfestival dat, naast publiekstrekkers als Therion, Sonata Arctica, Epica, QNTAL en T.Raumschmiere, weer een aantal smakelijke verrassingen in petto had. Helaas was Lords Of Metal enigszins ondervertegenwoordigd op dit breed opgezette festival, dus hier en daar is er wel eens een bandje over het hoofd gezien. Desondanks probeerden de Mini & Maxi van het Lords Of Metal personeelsbestand zoveel mogelijk mee te pikken voor een totaalindruk.

Door: Evil Dr. Smith

Fotograaf: Marcel

DAG 1
Het festival opent vrijdagmiddag met een gratis concert van het neoklassieke, middeleeuwse muziekgezelschap ESTAMPIE in De Dom, de grootste gotische kerk van Nederland. Idealer kan het festival natuurlijk niet beginnen, hoe hard de regen ons anders wil doen geloven. Vooraf moesten er nog wel toegangstickets worden opgehaald en die bleken volledig te zijn uitverkoc… uitvergeven. In een dampige Dom zag het zwart van de mensen, al zat ik natuurlijk weer net op een plek waar gedeeltelijk m'n zicht werd ontnomen door een gigantische zespuntenhanenkam en een omvangrijke gothiczeekoe dat in een witte bruidsjurk gehuld was (de enige keer dat ze die soepjurk in een kerk zal dragen). Eventjes te laat begon Estampie uit Munchen aan de voorstelling, ingeleid met een openingswoordje van de multimusicus der middeleeuwse muziekinstrumenten, Michael Popp, die door de rondzingende galm nauwelijks verstaanbaar was. Gelukkig had de muziek daar geen last van, of de galm paste juist bij de muziek. De vier mannen en vrouw verzorgden een betoverend middeleeuws klassiek optreden. De gotische kerk leende zich uitstekend voor de sacrale, bijna devote muziek en als de kerk dan ook nog eens gevuld is met honderden goths, dan is het plaatje natuurlijk compleet. De fotografen fotografeerden zich een ongeluk (behalve Maxi dan, want die was nog niet gearriveerd). Stralend middelpunt was de soms stiekem van haar lessenaar spiekende Syrah, die met haar mysterieus klinkende gezangen in alle mogelijke talen iedere porie beroerde. De mannen bedienden zich van een fascinerende collectie reproducties van middeleeuwse instrumenten, zoals luit, tamboerijn, nyckelharpa, diverse typen fluiten, allerhande andere snaar- en slaginstrumenten en een rudimentair uitziende schuiftrompet. Helaas was de fraai roodharige harpiste Ute niet aanwezig en werd haar rol gespeeld door Michael en bediende draailierman Ernst ook een soort vierkante, draagbare orgel dat een portatief schijnt te heten.

Dit was voer voor Dead Can Dance-puristen en Hildegard von Bingen-aanbidders. Zoals het nummer 'Trotto' dat dateert van de 2de eeuw van de jaartelling en qua ritme en atmosfeer wat weg had van Dead Can Dance's 'Saltarello' (al is dat nummer een jaar of duizend 'jonger'). Ook speelden ze een nummer uit Tadzjikistan van hun onlangs verschenen DVD 'Marco Polo' en werd er nog een werkelijk schitterend a-cappella stuk gezongen door alle vijf de bandleden. Bij het allerlaatste akkoord hoorde we nog even een hilarisch goed getimede zesde bandlid: een baby'tje van iemand uit het publiek begon brabbelend mee te zingen. “Utrecht ist sehr Musikalisch”, waren de gevatte woorden van Michael. Na stukken met thema's als het 'Kyrie Eleison' en 'Tristan & Isolde' sloot de band sprankelend af met een nieuw muziekstuk dat met haar zang en handgeklap op een soort middeleeuwse flamenco leek. Om half vijf was de verstilde sfeer verbroken en stroomde het publiek naar buiten, waar zowaar de zon tevoorschijn was gekomen. Alsmede een groepje vuurspuwers om wat extra warmte te geven, al was ik op dat moment tegenover de uitgang een omaatje vergeefs aan het uitleggen wat deze drukte allemaal had te betekenen. “Waarom zijn die jongelui allemaal in het zwart gekleed? Zijn het skinheads of zo? Tja, ik heb d'r geen verstand van, hoor.” Ja ja, verstand komt met de jaren…?

Na een korte onderbreking voor een hap, slok of wandeling door het Lepelenburgpark, werd om zeven uur het festival voortgezet in de Ekko en De Helling. In De Helling zou het Belgische Oceans Of Sadness de avond openen, maar in het programmaboekje bleken ze stuivertje te hebben gewisseld met de Nedergoths van The Dreamside. Niets ten nadele van The Dreamside, maar daarom besloot ik eerst naar De Ekko te gaan, omdat daar de vrijdagavond was ingeruimd voor een Cold Meat Industry-avond (CMI). Vorig jaar was dat nog op de zondagmiddag, maar was wel een van de hoogtepunten van het festival. In een nog vrij rustige zaal werd op een videoscherm 'Raging Bull' vertoond, voordat FERTILE REALITY even na zevenen elkaar oppepten met een “Kom op, we gaan beginnen!” Hé, zit er een Nederlandse band op het Zweedse CMI-label? De vijfmansband, met in het dondere hart zanger Paul Broekhuizen als een soort Thom York-look-alike, speelt volgens henzelf zogenaamde 'DeathrockPostpunkGothicWave'. Het was wat jammer dat de bassist en toetsenist nogal dominant in de mix stonden. Gitarist Edwin heb ik alleen maar gehoord tijdens twee ultrakorte solootjes. Het repertoire sprak mij niet zo erg aan, alleen het nummer '1990' van hun laatste CD 'The Dune Of The Mill' klonk dankzij een paar weird klinkende toetspartijen wel bovengemiddeld. Nee, dit kan absoluut geen act zijn dat op CMI staat, daar is het materiaal te weinig eigenzinnig en bijzonder voor. Na zes keer een Sisters Of Mercy-variant op een Bauhaus-thema te hebben gehoord en het dit jaar tevens jammerlijk ontbreken van een CMI cd-verkoopstand, vond ik het de hoogste tijd om me naar Tivoli te verplaatsen.

Want daar stond de mediæval avangarde-gothic van QNTAL op het punt van beginnen. Drie van de bandleden hadden we 's middags ook al gezien bij Estampie, evenals de stellages van middeleeuwse instrumenten. Bij QNTAL is dit aangevuld met keyboards, keyboards en nog meer keyboards. O ja, en drums. Klokslag kwart voor acht begint Michael Popp (ja, hij weer) het concert op xylofoon (of was het vibrafoon?). Twee jaar terug werd ik volledig gegrepen door hun optreden in de Melkweg en ook nu was het weer een genot om de gracieus voortschrijdende Syrah te mogen zien en horen. Als zij nu ook nog eens benen als Steffi Graff onder die lange, zwarte rok zou hebben… Daarbij weet ze met haar Duitserig Nederlands op charmante wijze de laatste twijfelaars voor zich te winnen. Het repertoire is, zoals duidelijk mag zijn, een stuk steviger dan Estampie. Vooral 'Mainden InThe Mor' beukt behoorlijk weg als ware het pure industrial. Waarop de band vervolgt met hun pièce de résistance 'Palästinalied'. Ze speelden vrij veel van hun laatste album 'QNTAL IV', zoals 'Blac', het renaissancestuk 'Flow (My Tears)', 'Dulcis Amor' en 'Flamma'. Een enkele keer bespeelde Michael een joekel van een fluit en ook Syrah wist hiermee om te gaan, weliswaar van een bescheidener kaliber. De drummer had alleen een wat ondankbare taak, want die paar keer dat hij een duit in het zakje kon doen, bleven de podiumlichten hem stelselmatig negeren. Desondanks was er op dit vroege tijdstip van Summer Darkness nu al een tweede hoogtepunt te noemen, dat met de waanzinnig aanstekelijke zanglijnen in het slotnummer 'Ecce Gratum' nog even fiks werd onderstreept. Daar konden de paar feedbackpiepjes niets meer aan veranderen. Zelfs niet het feit dat Oceans Of Sadness uiteindelijk wél de avond in De Helling opende en me dus beter daar had kunnen ophouden, i.p.v. bij de niet zo vruchtbare Fertile Reality.

band image


Maar het was nog niet gedaan met de hoogtepunten, want er diende zich alweer een volgende aan. Tivoli achterlatend met de Mexicaanse electrogothic van Dulci Liquido, waren we inmiddels teruggekeerd in de Ekko, alwaar na de gelijktijdig met QNTAL spelende Spiritual Front de avond met een klein half uurtje vertraging werd voortgezet met het Franse OLEN'K (spreek uit als “oo-len-kaa” en ontleend aan een gedicht van Barjavel). Dit betroffen wel bands van het label CMI en dat was te horen ook. Spiritual Front scheen een geweldige indruk te hebben achtergelaten en de mij volledig onbekende Olen'k uit Limoges zou voor mij tot de verrassing van het gehele festival uitgroeien. Niet dat het daar in eerste instantie op leek. Bijna onmerkbaar begon de band aan hun muziek dat een voor CMI-begrippen ongekend toegankelijk karakter had. Een soort van poppy triphop, ergens in het schemergebied tussen Portishead, Paatos en Massive Attack. Vooral de kleine zangeres Élise leek in haar bruine jurkje een soort van verlegen Roisin Murphy meets Beth Gibbons (Portishead). Naast haar stond een kale man op een soort superklein gitaartje te friemelen, dat leek op een geplette caviaschedel. De derde persoon was een electro-dude voor de beats. Terwijl de kale man zijn geplettecaviaschedelgitaar verruilde voor een bas en later vibrafoon en/of tweede keyboard, werd tijdens het tweede nummer van Olen'k's zweverige darkpop het geroezemoes van het pubkliek luider en dreigde het de muziek te overstemmen.

band image


Toen, na een nummer of drie, kwam er langzaamaan een omslagpunt. Het publiek werd stiller tijdens de nummers en de muziek begon aan kracht te winnen. Het begon te sprankelen, de frêle zangeres begon met haar stem te stralen en het applaus werd na ieder nummer luider. Het applaus verstomde ineens van opperste Arische verbazing toen de band vervolgens een unicum aankondigde op Summer Darkness: er kwam een neger het podium op! En ook nog eens gehuld in traditioneel Afrikaanse kledij. Kijk eens aan, vorig jaar telde ik welgeteld één neger in het publiek en nu staat er al een op het podium. Is dit dan eindelijk het begin van integratie in de meest blanke muziekstroming dat er bestaat? Ik mag het hopen, want de verstomde verbazing sloeg om in verstomde bewondering toen de Senegalees op zeer intense wijze begon te zingen. Door merg en been gingen zijn lange uithalen. Puur kippenvel. Helaas kroop hij na een nummer alweer van het podium. “Kom terug!” hoorde ik een meisje achter me roepen. We moesten tot het slotnummer wachten eer hij daar gehoor aan gaf. Ondertussen had de band het publiek al helemaal ingepakt en kreeg het zangeresje nog wat extra handen op elkaar toen zij in de zeer aanstekelijke 80s-gothic van 'She's Dead' de pauken bediende. Na een wat anoniem en voorzichtig begin, uitgegroeid tot een betoverend mooi optreden, met een dijk van een zangeres en een gigant van een Afrikaanse gastzanger. Nee, ik had allesbehalve spijt deze band te zien, i.p.v. Epica dat op hetzelfde moment in De Helling had gespeeld. Setlist: Ego, Insomnia, Smiling Roses, How Hard, Season Of Tears, Obscura Lua, Rêve Éveillé, She's Dead, Respirer.

band imageDe avond werd vervolgd met THE PROTAGONIST uit Zweden. Na een valse start met de introtape, begonnen de twee mannen plus vrouw met een doormarcherend, hymne-achtige overture. Met een violist, een percussionist en een toetseniste is deze band bijna volledig instrumentaal (alleen de percussionist zong enkele sporadische fragmenten), maar weet het erg spannend te laten klinken en laat het soms met flink wat meelopende tapes en enkele spoken word-samples behoorlijk opzwepend en bombastisch door de zaal heen denderen. Erg filmisch ook. Sterker: er werd tijdens het optreden een film vertoond waar steeds meer mensen naar gingen kijken. Een beetje merkwaardig, want je komt toch om te kijken naar de band, zou je zeggen. Maar de band speelde wel erg afstandelijk: er was nul participatie met het publiek. Sterker nog: ik kreeg op een gegeven moment door dat ook zij stonden te kijken naar de film. Toen werd het me langzaam duidelijk dat dit geen optreden was waarbij de visuele projecties ter ondersteuning waren van de band, maar dat de band de auditieve ondersteuning was van de film. Die film was een of andere decadente seventies B-film dat een toon had van een soort barokke gothic-humor. Net toen ik een beetje in de film kwam en ik inderdaad in de gaten kreeg dat de band inspeelde op de scènes uit de film, stopte de band er abrupt mee: midden in een scène. Terwijl de film zonder geluid verder werd gedraaid, liep de band van het podium af, het wat verwarde en vreemd naar elkaar kijkend publiek achterlatend. De hypnotiserende neo-folk was erg sterk en paste ook bijzonder aardig bij de film, maar dit was een anticlimax van jewelste. Nouja, na lang zoeken ben ik achter de titel van de film gekomen ('Valerie a týden divu', ofwel 'Valerie And Her Week Of Wonders' uit 1970 van de Tsjechische regisseur Jaromil Jires), dus die zal ik dan maar eens een keer uit een cultvideotheek halen.

Na deze koude douche kroop ik nog even naar binnen in een aardig volgelopen Tivoli, alwaar het behoorlijk populaire SUICIDE COMMANDO het publiek op en neer liet springen. Het was wel aardig om te zien hoe al die vrouwelijke vleermuisjes fladderden op nummers als 'Hellraiser' en ook diverse Batmannen deden leuk mee. Het klonk mij wat catchier in de oren dan wat Combichrist vorig jaar op Summer Darkness deed. Het deed zelfs wat denken aan 2Unlimited-beats met wat Revolting Cocks-venijn, maar Suicide Commando komt dan ook uit België, dus zo verwonderlijk is dat niet. De zanger gedroeg zich als een interessante potpourri van stijlen. Als een schorre Dani Filth krijste hij zijn gangstarap-jargon eruit (bitch dit en bitch dat) terwijl zijn (bewust) uitgelopen mascara rondom zijn linkeroog een grote zwarte gothicvlek vormde en hij onderwijl de meest stoere metalcore-poses showde. Driftig dirigeerde hij het publiek dat “Fuck you bitch” moest meebrullen, maar ik vond dan toch de in het smakelijke lingerie gehulde danseresje leuker om te volgen. De “band” bestond grotendeels uit synthesizers, al was er ook een drummer. Mede door hem klonk het allemaal wel lekker opgefokt, maar ik ben wat te nuchter voor deze shit en taaide na het slotnummer 'Better Off Dead' vroegtijdig af. Er komen nog twee dagen.

DAG 2
De middagprogrammering van dag twee ging aan mij voorbij, ondanks interessante programmeringen als middeleeuwse folk in de Nicolaïkerk (Gefjon), de elektrobeukers van Gothminister en de Season Of Mist Stage in de Ekko waar de twee Nederlandse gothic metalbands Nemesea en My Insanity hadden opgetreden. Op datzelfde podium was zojuist PENUMBRA uit Parijs begonnen aan haar set toen ik weer present was. De band is behoorlijk door elkaar gehusseld sinds de laatste keer dat ik ze zag in de 013, twee jaar terug. Helaas is dat ook ten koste gegaan van de begeerlijke zangeres Kyrsten. Waar zij lustig flanerend een feromonenparade van verleidelijke blikken rondstrooide, leek haar opvolgster Lyrissa meer op een met Botox volgespoten (bet-over)grootmoeder van Epica's Simone Jansen. Meer haar, dat wel, maar minder schoonheid en sensualiteit en dus ook veel minder uitstraling. Tevens was de stem van Rooie Sien niet altijd even goed te horen en was daarbij eenvoudigweg niet sterk genoeg om deze gebreken afdoende te compenseren. Toch was de volle bak in de Ekko prima in hun nopjes met de Franse gothic metal. Ik niet. 'The Last Bewitchment' vond ik een dijk van een album en dat vind ik nog steeds, maar het werk van hun nieuwe plaat 'Seclusion' kon mij niet overtuigen. Daar hielp de krijserige grunt van Jarlaath ook niet aan mee, en sneeuwde zijn incidentele klarinetpassages onder de muur van geluid van het zevenkoppig gezelschap. De bassist zong ook nog even een stukje clean en dat had hij wel vaker mogen doen. Ze speelden nog een heel nieuw nummer, dat aangekondigd werd als iets van 'Last Pillage Burn', maar ik kreeg niet het gevoel dat het boven de middelmaat uitsteeg. Als ze dan ook nog eens een misplaatste en allesbehalve indrukwekkende (korte) drumsolo in de set voegen, zijn ze definitief een flink deel van het bij mij opgebouwde krediet kwijt. Gelukkig interesseerde een groot deel van Ekko zich geen flikker wat ik ervan vond, en een flinke hoeveelheid langharige headbangers zorgde voor een verkwikkelijke airco in de naar zweet dampende Ekko. De band oogstte veel applaus, maar ondanks een iets betere tweede gedeelte (met meer nummer van 'The Last Bewitchment') hield ik na afloop mijn handen van elkaar.

band image


Voor THE OLD DEAD TREE uit Frankrijk gingen ze daarentegen wél op elkaar. Het was precies een omgekeerde ervaring vergeleken met Penumbra. Want een jaar of twee geleden zag ik deze band een aardige, maar weinig opzienbarend optreden geven in het voorprogramma van Mortiis en Katatonia, terwijl het deze avond me een stuk beter beviel. Midtempo, atmosferische gothic doom en een zanger dat met zijn laaggestemde bromgrom erg leek op Fernando Ribeiro (Moonspell) en in zijn hardere grunts weer meer leek op onze Jan Chris De Koeijer (Gorefest), maar ook over een bijzonder mooie zangstem beschikte. Ondanks het wat schelle geluid en wat rare feedbackpiepjes, liet de band een prima indruk op me achter. Nog steeds niet opzienbarend, en soms ook erg basic, zelfs simpel qua compositie, maar wel erg smaakvol en opgeluisterd met mooie melodietjes. De band heeft een open geluid en plamuurt niet elk gaatje dicht, zodat je bijvoorbeeld ook weer eens hoort waarom er in een band een basgitaar zit. Met zijn viertjes vond ik ze overtuigender dan de zeven van Penumbra, ook al was de zaal nog niet half zo vol als tijdens Penumbra. Amusant was even het geknoei met de gitaar van zanger Manuel Munoz. Volgens de roadie haperde er wat aan en wilde het instrument halverwege het nummer overnemen van de zanger. Maar toen de zanger hier niet meteen op reageerde, wilde de roadie weer vertwijfeld weglopen, tot dat de zanger hem alsnog aankeek. De roadie deed een pas naar voren, maar bleef weer vertwijfeld staan. De zanger stond met een blik van “You want it? Yes? No? Yes… okay.” Een beetje knullig moment, maar ook aandoenlijk. Net zoals Manuel even later het hardste nummer opdroeg aan zijn oma. Tijdens de “hit-single” 'It Can't Be' (“We love radio and TV!” was Manuel's sarcastische opmerking) was fotograaf Marcel al uit opperste verveling en acute gaapnood naar buiten gevlucht voor wat frisse lucht, dus de band sloeg zeker niet bij iedereen aan. Ik zal daarentegen hun spiksplinternieuwe album 'Perpetual Motion' eens gaan opzoeken en kom ze waarschijnlijk nog wel een keer tegen als ze in oktober saampies met Epica Neerland doorkruisen.

band image


The Old Dead Tree was de laatste band op deze vroege avond in de Ekko, dus zette ik de avond tijdelijk voort in Tivoli, waar het Amerikaanse FLESH FIELD de mooist opgedirkte gothnimfjes wist te mobiliseren met hun EBM/Industrial. Al was het opvallend dat in de pauze er meer werd gedanst dan tijdens het optreden van de band. Het geluid wat ze meekregen was dan ook niet snoeihard en er had wat mij betreft wel een paar tandjes bij gemogen. Een kale ambtenaar in overhemd stond achter de synths en een vreselijk lelijke gitarist(e?) met onooglijk new wave-kapsel stond wat te hengsten op zijn (haar?) gitaar dat met ernstig elektronische vervorming nogal monotoon uit de speakers kwam. De zanger was als een ADHD'er vreselijk neurotisch heen en weer aan het ijsberen en ik verwachtte dan ook een opgefokt anarchistische oerbrul dat Alec Empire's hart zal doen overslaan, maar niets was minder maar. Zuiver gezongen en behoorlijk melodieuze, zelfs ietwat brave zanglijnen ontsnappen er uit zijn keel. Naast hem stond een roodharig huppelkuttrutje in minikilt (ik determineerde een zwarte tanga) die de stem van Gwen Stefani combineerde met het sexy imago van Anita Doth (daar is 2 Unlimited weer!). Na een minuutje of twintig dit te hebben gadegeslagen, besloot ik tijdens het nummer 'Recoil' van hun laatste album 'Strain' dan toch maar richting De Helling te reizen, omdat daar de minst logische naam van Summer Darkness stond geprogrammeerd.

band imageHet is natuurlijk een ordinaire publiekstrekker, want hoe breed en ruim je het begrip 'gothic' ook interpreteert, de powermetalfinnen van SONATA ARCTICA vallen daar van hun lang zal ze leven niet onder. Het heeft dan wel geen ruk met gothic te maken, de Helling loopt natuurlijk wel vol als deze Arctische godenzonen van Helloween daar rond half elf een gelikte demonstratie in powermetalsmeden geven. Als ik binnenwandel word ik door het pompeuze 'Victoria's Secret' verwelkomd en valt meteen het geluid op. De band speelt een retedrukke powermetal op veelal hoge snelheid, maar het geluid is glaszuiver en elke toon en noot is perfect afgestemd. De zanger lijkt in zijn hum met het gemiddelde publiek wat tijdens een gothfest op Sonata Arctica afkomt, getuige zijn “There are a lot of girls here, with a lot of, no doubt, great underwear”. De dames in de zaal beantwoordden zijn verhulde vraag op een lading ondergoed niet. Als volgend charmeoffensief gooit de zanger het op een heb-meelij-met-mij toer, door te verkondigen dat hij hoge koorts heeft en vervolgens demonstratief een strip pillen tevoorschijn haalt. “They're not harmless”, zegt hij sussend en strooit daarna doodleuk de pillen uit over het publiek. Ik gok smarties. Hij brengt hiermee wel een gezellige sfeer in de zaal. Tony blijkt gedurende het hele optreden een rasentertainer die heel gemakkelijk contact legt met het publiek, en haalt ogenschijnlijk heel eenvoudig de hoogste en hardste noten, ziek of niet. De superprofessionele band klinkt als een 20-bit gemasterde SACD: werkelijk geen speld tussen te krijgen, zo strak en foutloos. Niet alles is smetteloos, want een drakerige zeikballad als 'Broken' moeten ze gewoon uit de setlist halen. Nummers als 'Weballergy' en het oudje 'Replica' gaan er bij het publiek in als zoete koek, maar mij is het wat te zoet. Het is allemaal zo blij, zo vrolijk, zo majeur: ik kreeg plotseling een visioen dat ik een Finse afvaardiging van de TROS' Notenclub op het podium zag staan. Brrr… Toch waren de toegiften dusdanig opzwepend (Shamandalie en ik meen The Cage) dat dit ernstig verontrustende beeld weer enigszins vertroebelden. Na nog wat melig gerommel waarbij ze het Jiddische deuntje 'Hava Nageela' door de metalen mangel namen en onderwijl heel stoer probeerden te zijn door te lurken aan een wodkafles (dat nogal sneu overkwam omdat ze zo opzichtig hun andere hand ervoor hielden, dat je wel kon ruiken dat ze het drinken “fakete”, m.u.v. de toetsenist die in zijn eentje bijna een halve fles in een teug achterover sloeg) liepen ze luid lachend met een anderhalve akkoord van 'Smoke On The Water' definitief van het podium en werd een klassiek outrootje (Sibelius?) gestart. Niet helemaal mijn koppie thee (of wodka), maar de professionaliteit, enthousiasme, geluid en strakheid verdiende wel terecht het applaus dat hen ten deel viel.

In Tivoli was toen DIARY OF DREAMS al geruime tijd bezig en ik kon nog net twee moppies van hun toegankelijke gothicdance/industrialwave meepikken. Ondanks hun stereotype gothic sound hadden ze een langharige metalhead achter de microfoon, een hanenkam die scheurde op gitaar, een ongewassen smeerpoets dat achter de toetsen stond (zijn smoel zat onder de modder) en een dito viespeuk op de trommelblikjes. Veel kan ik op basis van die twee nummers niet zeggen, behalve dat het vrij weinig om het lijf had. Maar ja, daar zijn het dan ook Duisters voor. Wel typisch dat na hun optreden de DJ met een véél harder geluid mij de zaal uitjoeg. Is de DJ ook bij live-optredens al belangrijker geworden en zijn de optredende bands eigenlijk de pauze? Ik besloot de proef op de som niet te nemen en voordat technopunker en publieksmenner T. Raumschmiere de zaal en de nacht verder op zijn kop zette, was ik er tussenuit geknepen. Ik was hier tenslotte voor een metalzine en geen technozine.

DAG 3
Nadat het weer zich op zaterdag bijzonder goed had gehouden, begon ook de zondag met een lauw zonnetje en konden de goths relaxt op gang komen met een picknick in het Lepelenburgpark, een culturele citywalk rondom De Dom of desnoods de Ekko Filmhuis induiken, waar, naast een nachtelijke Buffy The Vampire Slayer-marathon eerder dit weekend, ook Woensdag werd vertoond, de eerste Nederlandse horrorfilm sinds De Johnsons werd vertoond. Tip: ga deze film niet zien voor de film, maar bekijk het in gezelschap van een colonne doorgewinterde horrorfreaks voor tachtig minuutjes gezamenlijke meligheid. In diezelfde Ekko begon de laatste dag van Summer Darkness met de Amsterdammers van BLACK TONGUE TRIBE. De band was zojuist begonnen met een geheel niet onaardige versie van Velvet Undergound's 'Venus In Furs', inclusief een dansende, roodharige Nico, toen ik om kwart over twee de schijnbaar propvolle Ekko (dat is: alleen bij de in/uitgang) binnenliep. Zij waren de eerste van zes bands die magazine FRET op de zondagmiddag het podium opgooide als zijnde aanstormend nieuw talent. De omschrijving van trancy beats, gothic industrieel en gierende gitaren in het Summer Darkness-boekje had mij niet echt warm gemaakt voor deze band – meteen nu meteen op de zondagmiddag alweer de voetjes van de vloer? (zucht) – maar gelukkig was ik het deze keer niet zo eens met de omschrijving. Niks geen trancy beats, maar lekker robuust groovend industrieel beuken met een aura van blekende gloom, als ware het de ontbrekende schakel tussen Laibach, Marilyn Manson en Joy Division. Een langharige, southern rock-dude ragte lekker door op zijn gitaar, de houthakker hakte zijn drumstel in fraaie mootjes en een soort van Buddha-op-dieet-zanger stond achter een microfoonstandaard dat net zo opgedirkt was als de standaard van Jonathan Davies (al was die Korn-mic ontworpen door H.R. Giger en leek dit exemplaar eerder bij elkaar verzameld te zijn bij Bart Smit). De zanger stond weliswaar in een heel erg eng zwartlatex pakje (een soort van korsetbroek) de grenzen van de Modepolitie te sarren, zijn gloomy stem beviel me prima. De muziek ook, zoals 'Extra Terrestrial Season' dat met passende Jeff Wayne's 'War Of The Worlds' samples was verfraaid. Tijdens het uitwerken van dit verslag las ik in mijn aantekeningenboekje terug dat ik dit wel de nieuwe Malochia vond lijken. Dat blijkt een aardige gothicgok geweest te zijn, want zowel zanger Maldrion als soundengineer Johan van Reede zijn ex-Malochia. Al is deze band een stukkie harder, wat blijkt uit de stoere staccatobeuker 'Into The Bush', alwaar de roodharige Nico nu als een Lola Rennt met een klapperpistooltje de performance wat opleukte. Een smakelijke start van de zondag.

band imageHierna was het de beurt voor CRYSTAL ENTITY uit Landgraaf. Ik dacht even dat de dames van het later op deze avond geprogrammeerde Asrai al op de bühne stonden, want een reusachtige bassiste en nauwelijks minder omvangrijke zangeres lieten de podiumplanken zwaar zuchten. Er was nauwelijks plek voor de gitarist, toetsenist en drummer die bij elkaar minder haar hadden dan het aantal snaren op de bas van de zwartharige vleerkoe. Nu waren die mannen ook vrij anoniem aan het spelen, het ging toch voornamelijk om de heavy ladies. Vooral de bassiste was niet alleen in fysieke zin prominent aanwezig, ook haar bas stond (te) prominent in de mix. Juist door haar lekker zompige basgeluid kreeg de muziek een beetje een Sisters Of Mercy/Joy Division-sound, alleen was het aantal akkoorden dat ze beheerste vergelijkbaar met het aantal goede beslissingen van George Bush. Onderwijl liet de roodharige Rubensvrouw horen dat ze helemaal niet onaardig kon zingen en kreeg ze terecht de handen op elkaar na het zeer mooie 'Not Enough', een Dresden Dolls-achtige ballade dat dankzij een hard werkende bellenblaasmachine een gotisch Eftelingsfeertje creëerde. Na het slotnummer 'Divine Collision' was de conclusie een (vooralsnog) aardige middenmoter met een prettige sfeer middels niet vreselijk bijzonder repertoire.

Terwijl de Ekko het programma vervolgde met meer Hollandse Nieuwe als Stin Scatzor, Animad Verto en Misery, besloten wij de dag te vervolgen in Tivoli, waar de slotdag werd geopend met het eveneens uit Limburg afkomstige MORNING. Een dusdanig anonieme naam voor een gothic metal band dat ik vooraf niet eens wist of ik deze band nu wel of niet kende, al werd mij door de henzelf genoemde dream metal al snel duidelijk dat ik deze band nog niet eerder had gezien, en belangrijker: had gezien. Wat een leuke zangeres! Helaas was het in de grote Tivoli met een man of honderd nog erg rustig – er waren meer fotografen die mopperden over de overvloed aan rode podiumlichten dan mensen zonder fotopas - maar de frêle Saskia liet met haar bandleden en Diewertje Blok-coupe een lekker fris en fruitig gespeelde variant op gothic metal horen. Weinig vernieuwend, wel pakkend. Tijdens 'When Shadows Dance In Light' was er nog even een drum-trubbeltje, maar toen dat verholpen was, was de band de rest van de set goed op dreef. “Morning has broken, like the first morning. Blackbird has spoken, like the first bird”, met als stralend middelpunt de stralende stem van de stralende Saskia, onze nieuwe lady d'Arbanville en die regelmatig een leuk Anneke-snikje uit haar stem liet ontsnappen.

band image


Sowieso moest ik vaker aan The Gathering denken (zeker in het nummer 'Circle Of Power'), al speelt Morning wel een stuk steviger dan Anneke & Co tegenwoordig doet. Zoals 'The Unknown Is Searching The Unfound' waarop stevig moest worden geheadbangd (al werd dat door het wat aangesterkte publiek goeddeels nagelaten). Ook hierin stond Saskia haar mannetje met enkele fraaie en krachtig gezongen zanglijnen. Vervolgens werden we in het groovende nummer 'The Unreachable Mass' geïntroduceerd met het Limburgse begrip stoempen: is dat net zoiets als klunen in Friesland en høken in de Achterhoek, of, waarschijnlijk, is dit het gotische equivalent voor de oempta in death metal? Het nummer bevatte tevens een goede gitaarsolo van een van de twee gitaristen die ik gemakshalve maar sikkebaard noem. De band vervolgde met 'Captured By The Colour Of Faith' (pfff, ze mogen wel iets aan die songtitels doen) en speelde toen met hun leven door zich te wagen aan 'The Show Must Go On' van Queen. Het bijna bij voorbaat getekende doodvonnis bleef wonderwel uit, want het lukte Morning zowaar om dit nummer overeind te houden. Al schoot Saskia aan het einde in een onbedaarlijke lachbui, dus waarschijnlijk was er toch iets fout gegaan. Desondanks hadden ze het nummer niet om zeep geholpen en dat is een prestatie op zich. Tijdens het slotnummer 'Inside' sneakte ik na een veertig minuten speeltijd er van tussen, omdat ik stond te tollen op m'n benen van de honger. Ik ben benieuwd naar hun debuutalbum 'Hour Of Joy' dat binnenkort moet uitkomen. En had ik trouwens al gezegd dat deze band zo'n leuke zangeres heeft?

Eenmaal weer flink aangesterkt dankzij een dampende maaltijd Kip Madras, keerde ik terug in Tivoli op het moment dat AUTUMN in een vergevorderd stadium van hun setlist verkeerde. Nienke was goed bij stem en ravenzwart haar, en zag er met een roze strikje om haar strak getrainde lichaam als een cadeautje uit. Ik heb slechts 'This Night' en het slotnummer 'Summer's End' van hun gelijknamige 2de album meegekregen, dus veel zinnigs mag ik er niet over zeggen, behalve dat het er behoorlijk professioneel en als een geoliede machine uitzag. Dat werd nadrukkelijk beaamd door de pretlichtjes in Marcel's ogen, die ook een goed woordje over had voor nieuwe toetsenist Rutger Vlek (van Orpheo) die de band onlangs is komen versterken, ten koste van Menno Terpstra. Alleen verdommen ze het steeds om het fenomenale 'Who Has Seen Her Wave Her Hand' te spelen. Ja, zo wordt het natuurlijk nooit wat…

band image


Oorspronkelijk was ik nu uit de startblokken geschoten richting de Ekko voor een ongetwijfeld bulderend explosief concert van Panic DHH, de digital hardcore-band van Alec Empire's gitarist, maar helaas was kort van tevoren bekend geworden dat dit optreden niet door kon gaan. Erg jammer dat nu juist deze band het liet afweten, het was namelijk een van de bands waar ik het meest naar uitkeek, maar goed, het was de enige annulering dit weekend op een festival met meer dan veertig optredens. Daarbij komt Panic DHH begin november wel naar Nederland, dus dan kunnen we alsnog onze trommelvliezen laten opblazen.

Het alternatief zou vervolgens electro-gothic grootheden van Cruxshadows worden in De Helling, maar het weer liet zich net van de hondsberoerdste kant zien. Daar had ik nou net geen zin in om doorheen te ploegen. Ik had me niet als een mietje moeten gedragen, want ik hoorde naderhand dat het een van de hoogtepunten van het festival geweest zou zijn. Nouja, dit mietje ging maar ASRAI kijken, hij was tenslotte toch al in Tivoli. Asrai is een Rotterdamse band dat al een hele tijd meeloopt, maar pas twee albums op haar conto heeft staan. Beide albums 'As Voices Speak' (1997) en de vorig jaar verschenen 'Touch In The Dark' vind ik eerlijk gezegd niet meer dan aardige, maar wat anonieme gothic-platen, dus veel verwachtingen had ik niet. Zeker niet sinds Margriet en haar zus Karin nogal wat negatieve aandacht kregen bij Giel Beelen die hen de Tokkies van de gothic noemde in zijn programma, waarop de zusjes, zeg maar zussen, vervolgens boos de studio uitliepen. Giel zal wel onuitstaanbaar hebben lopen sarren, maar als je je niet met humor kan wapenen werkt dit uiteindelijk in je nadeel. De zesmansformatie was vanavond in ieder geval onder leiding van zangeres Margriet en inclusief twee gitaristen op volle oorlogssterkte om mij en het publiek het ongelijk van Giel te bewijzen.

band image


Okay, compositorisch gezien steekt de slepende gothic niet erg avontuurlijk in elkaar, een leek (als Giel) zou zelfs zeggen deze avond tien keer hetzelfde nummer te hebben gehoord (ze speelden er trouwens maar negen), maar de verpletterend passionele uithalen van Margriet zijn ongeëvenaard. Bezeten, diep geëmotioneerde smeekbedes alsof ze vecht voor haar leven. Daarbij speelt de band een stuk harder dan op CD, zodat hun epische gothic een metalen karakter krijgt, zonder dat het als “typisch gothic metal” is te classificeren. Na drie nummers dacht ik al niet meer aan Cruxshadows en liet me gewillig op nummers als 'Restless', 'In Front Of Me' en de single 'Pale Light' meevoeren in de professionele en strak geregisseerde show, inclusief rookkanonnen en mooie lichtshow. Ik zag alleen bij Margriet een plukje haar wat slordig omhoog staan. Of was het een dooie mot? Het kostte me de halve set om eindelijk te ontdekken dat m'n ogen naar een strikje hebben staan knijpen. Of was het toch misschien een minuscuul opgezet vleermuisje? Het zal aan mijn ogen hebben gelegen, want ik kwam ook pas na vijf nummers er achter dat de drummer een drumster was: Karin. Drie kwartier wist Asrai het spannend te houden met alleen maar nummers van hun laatste album (inclusief 'Eyes In The Light Of Fire', een single B-kantje) en was ik uiteindelijk behoorlijk positief verrast over het optreden van de Rotterdammers. Dus Giel, ben jij toch zelf de Tokkie van de radio. Een graatmagere kadaverlijk, gehuld in een volgevreten zelfgenoegzame air van ongenuanceerde onkunde en gespeend van smaak en visie. Jammer jochie.

band imageHet werd alweer tijd voor de laatste band van het festival. Er waren deze derde dag opvallend veel meer metalheads dan de andere twee dagen (er konden dagkaarten gekocht worden) en zij moesten lang wachten eer THERION zijn negenkoppige snoet liet zien. Daarom werd het wachten bij de eerste rijen voor het podium maar ingevuld met een vlug in de kiem gesmoord opstootje van een paar Meneertjes Ongeduld en een provisorische picknick van Nibbits, M&M's en gevulde koeken. Na een dik uur ombouwen en duimendraaien gingen dan toch de zaallichten uit om na enkele minuten doodse stilte met luid gejuich de introtape te begroeten. Het was duidelijk de dag van de "grote vrouwen", want ook bij Therion was de sopraanzangeres er eentje die je niet over het hoofd ziet (het was niet Sarah Jezebel Deva, maar een andere, in beide opzichten, gigant). Ontstellend (L)ijzig langzaam voortschrijdend leek het soms alsof ze soms een opgezette modepop voor buitengewone maten was, maar ze deed haar zangwerk wel prima en daar gaat het toch om. Ze hadden ook weer het minikoortje van twee zangeressen (die in die zeeblauwe jurk: mjam!) en zanger meegenomen. Ik ging er een beetje vanuit dat ze ongeveer dezelfde set zouden spelen als vorig jaar november in de 013, maar met nummers als 'Riders Of Theli' (van 'Lepaca Kliffoth'!), Invocation Of Naamah' (van Theli') en 'Seven Secrets Of The Sphinx' (van 'Deggial') lieten ze in de eerste helft van de set al snel horen weer nieuwe oude nummers te hebben ingestudeerd. En dat ging hen goed af, want de band stond me toch een portie strak, heftig en imponerend te spelen! En dan heb ik het nog niet eens gehad over Mats Levén, de sinds 'Sirius B/ Lemuria' nieuw gerekruteerde zanger, die zich op het podium als een vis in het water voelt. De geweldige power-shouter gaat gigantisch tekeer, zowel vocaal als fysiek. Zijn krulletjeskop stond continu in de headbang-stand, het publiek werd driftig en enthousiast opgejut, de microfoon ging menigmaal de zaal in (vooral die ultralange gozer naast me had de songteksten goed in zijn kop moeten hebben) en de waanzinnig krachtige uithalen staken Jeff Scott Soto en Glenn Hughes naar de kroon; de man die bij mij een legendarische status geniet sinds hij het album van Krux vol brulde, doet daar deze avond niet veel voor onder. Je zou bijna vergeten dat Therion eigenlijk de band is van gitarist Christofer Johnsson, maar hij doet dan ook de praatjes tussen de nummers door. Helaas sloeg halverwege de set het enthousiasme van de zanger, de band en het publiek ook neer op de geluidsman die dacht dat het nog meer zou spetteren als hij de schuiven helemaal openzet. De oorsplijtende gillen van koor en Mats sneden dwars door m'n trommelvlies en ik was naarstig op zoek naar een alternatief voor de wederom vergeten oordopjes. Dat werd uiteindelijk maar een stuk papier van m'n blocnote, dus de rest van de avond geen aantekeningen meer. Het hielp trouwens geen flikker, maar ondanks dat de zangpartijen wat vervormd in m'n oren werden geblazen, bleef de impact hevig opwindend. Via nummers als 'Wine Of Alugah', een door Mats extreem fanatiek gezongen 'In Remembrance' en de culthit 'Cult Of The Shadows' kwamen ze na een dik uur al aan bij het laatste nummer. Natuurlijk waren er nog wel de toegiften en deze begon met een nauwelijks ingestudeerd nummer (Christoffer: “Excuse us if we fuck it up”) dat door een uitgeklede versie van Therion werd gespeeld: dus zonder koor, operazageres en Mats. Het klonk als een cover, maar het was waarschijnlijk een oud, eigen nummer dat enigszins is aangepast. Ik denk dat het 'Genocidal Raids' van hun debuut '… Of Darkness' was, maar geen haar op m'n hoofd die prakkiseert of ik daar m'n hand voor in het vuur zal steken. Het echte slotnummer kende ik gelukkig wel. En de rest van de zaal ook. Mats zette zijn schorre keel op en gaf een werkelijk beangstigend goede reproductie van Lemmy tijdens een vlammende versie van 'Iron Fist'. Lemmy is nu tijdelijk wat bedlegerig, dus als Phillip Campbell en Mikey Dee nog willen touren, dan hoeft Mats zich maar twee pukkels aan te meten en ze zijn 'The Road Crew'. Na een wat korte set, slechts vijf kwartier van de ingeplande twee uur, kwam met een Motörhead cover een einde aan een driedaags gothicfestival (tikje ironisch) en werden we met een collectieve buiging van de Therionploeg uitgewuifd (hmmm, bij nader inzien is die zeeblauwe jurk mij iets te veel “Pamela Anderson”, doe dan toch die bosgroene waternimf maar). Met een piep in m'n oren dat ik nog dagenlang als souvenir meedroeg, kwam ik na afloop fotograaf Marcel weer tegen. “En heb het lef als je dit optreden durft af te kraken”, bromde Maxi voorovergebogen over Mini.

band image


Het was weer een alleszins geslaagd festival, zelfs het weer was niet zo beroerd als de voorspellingen ons wilden doen geloven (het was af en toe ook nog droog) en de hoogtepunten lagen vooral aan het begin en het eind van het festival, zoals Estampie, QNTAL, Morning, Asrai en natuurlijk Therion. Maar voor mij was toch de verrassing van het weekend Olen'k, al zal ieder wel een eigen voorkeur hebben gehad. Volgend jaar zijn we natuurlijk weer van de partij en misschien kan ik dan m'n poncho eens een keer thuislaten. " alt="band image" style="float:left" class="cover" />

<< vorige volgende >>