Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Sunn O))), Boris, The Thing

Tivoli De Helling - Utrecht 22 maart 2005

Rumor Festival is een initiatief om, zoals zij het zelf zeggen, avontuurlijke muziek op diverse Utrechtse locaties te presenteren, waarbij het de gewoonte is om de concertavond niet op een en dezelfde plek te houden. Zo ook deze 39ste Rumor avond. In de Ekko werd het startsein gegeven met The Thing en daarna mocht het hele zwikkie zich per fiets, bus of benenwagen verkassen naar de twee kilometer verderop gelegen De Helling waar de avond zou worden vervolgd met de Japanse Boris en de drillende dronen van Sunn O))).

Door: Evil Dr. Smith

THE THING

'Face The Thing that should not be…' Nee, de avond begon niét met een sci-fi horrorklassieker, maar ving aan zoals het openingspraatje van een licht zenuwachtig Rumorlid al verraadde: “Het wordt deze avond hard, harder, hardst.” Maar ook hoe harder, hoe trager. In het prettig gevulde Ekko liet het Zweedse trio horen uit een héél ander hout dan Boris en Sunn O))) gesneden te zijn. Precies op het moment dat de band even na half negen begon, leek de drummer de drumstokjes uit zijn handen te laten kletteren: boven op het drumstel. “Wat een oen,” dacht ik nog. Tot een paar tellen later duidelijk werd dat dit geluid zo hoorde en de drummer in mijn oren compleet in het wilde weg zat te slaan. De contrabassist volgde de drummer in precies tegenovergestelde richting en toen vervolgens de saxofonist als een drachtige gnoe met constipatie agressief stond te piepen en te tetteren, werd het me duidelijk: “Freejazz.” Oef…

De eerste tien minuten waren een diabolische kakofonie van extreme jazznoise. Alsof ik naar Napalm Death's 'Scum' in een semi akoestisch jazzjasje stond te luisteren. En ik dacht nog wel dat The Dillinger Escape Plan en Fantômas enigszins ontoegankelijk waren. Dit stak John Zorn's Naked City naar de kroon. Na een minuut of tien begon er structuur in te komen. Of ik begon er de aardigheid van in te zien. Ondanks dat we hier te maken hebben met jazzmusici, straalden ze een energie uit dat menig punkband overtreft. De zich ontiegelijk in het zweet tikkende drummer klonk alsof er drie drummers tegelijk bezig waren en had er een handje van om losgeschroefde cimbalen op de trommels te leggen voor aparte geluidseffecten. De kale bassist plukte zijn contrabassnaren aan gort, experimenteerde soms wat met een knoppenkast voor elektronische effecten en tijdens een solo gooide hij een strijkstok in de strijd ware hij het vijfde lid van Apocalyptica. Goed, het was op een contrabas... daarbij was zijn door merg en been snijdende atonale gekras en gepiep sowieso een tikje te extreem voor de Finse cellisten. Onderwijl was de saxofonist met rood aangelopen hoofd zijn rietje stuk aan het knetteren. De dag ervoor was hij nog ziek, maar deze avond stond hij de griepbacillen via z'n sax overtuigend de zaal in te loeien.

Mocht het je nu nog niet duidelijk zijn: ja, dit was pokkeherrie. Maar wel steeds lekkerder klinkende pokkeherrie. Amusant dat de saxofonist een ordner volgepakt met tablatuur op een tafeltje voor zich had liggen: alsof er enig vooropgezet plan in de muzikale chaos zou zitten. In ieder geval zeker geen covers van The White Stripes of de Yeah Yeah Yeahs, wat de internetsite van Ekko ons van tevoren had wijsgemaakt. Een beetje laffe poging om rockers naar de zaal te lokken, vond ik. Tot de toeteraar na twee nummers – we waren ondertussen al dik drie kwartier verder – de voorgaande nummers afkondigde. “You just heard songs from The White Stripes, P.J. Harvey, a load of jazz standards and some Norwegian crap. Our last song of this evening might be from the Yeah Yeah Yeahs.” Yeah right… Maar verdomd, het springerige ritme waar ze mee aanvingen had inderdaad veel weg van de stijl van die band. Als je weet wat je hoort, herken je het. Het gemiddelde tempo van de muziek werd naarmate de set vorderde al wat minder consequent chaotisch hoog en soms bezat de muziek ook de broodnodige adempauzes. Het slot van de set was zelfs bijna laid back te noemen. Na een uur zaten de drie gespeelde nummers erop en afgaande op de reacties van het publiek, is het Utrechtse publiek niet vies van een portie noisejazz. Ik had eerlijk gezegd altijd gedacht een gruwelijke teringhekel te hebben aan freejazz, maar dit The Thing was live een hele ervaring. Een eye-opener zelfs. Toch het programma van het Bimhuis maar eens in de gaten gaan houden.

Mats Gustafson – saxofoon (tenor en bariton)
Ingebrigt Håker Flaten – contrabas, sampler
Paal Nilssen-Love – drums, percussie

BORIS

Een half uurtje na The Thing had het gros van het Ekko-publiek De Helling gevonden en kreeg gezelschap van de meer metalen aanhangers, zodat ook de wat grotere De Helling met een man of driehonderd lekker gevuld was. Onmerkbaar, stiekem bijna, begon Boris aan hun creepy crawlings alsof het een Japanse tarantula was dat zijn prooi in het vizier heeft en tergend traag, maar besluitvaardig in een hoekje klem kruipt. In een schattig bloemetjesjurkje begon het kleine Japanse meisje Wata (zelfs klein voor Japanse begrippen) met een psychedelische stoner drone. Uiterst fragiel en sfeervol waarbij Lords collega Erik en ik elkaar begrijpend aankeken: “Hallo Mono!” Haar kompaan Takeshi op een doubleneck gitaar-met-basgitaar zorgde voor wat extra champignonnen en drummer Atsuo zat lange tijd er voor spek en bonen bij. Het meisje genereerde steeds meer feedback, wah wah, fuzzstormen en hoe noem je al die Jimi-geluiden allemaal? De drummer kreeg nu ook zijn aandeel en stond grotendeels met zijn rug naar het publiek steeds harder te beuken op een grote, vrijstaande gong. De opbouw was prachtig subtiel. Op extreem langzame wijze zwelde de muziek steeds heftiger aan en werden we in een psychedelische roes gebracht in de beste Acid Mothers Temple-traditie. Na twintig minuten deed ik bijna m'n ogen dicht om me mee te laten slepen in het auditieve afrodisiacum, toen ik ruw verstoord werd door de bassist en drummer die beiden dachten nog een talent in petto te hebben: zingen. Maar hun zuivere, maar erg iele stemgeluiden verbraken de hypnotiserende sfeer onherroepelijk. En deze zou ook niet meer terugkomen. Ook omdat het enige nummer dat ze speelden (á veertig minuten!) halverwege omsloeg in lompe, grooveloze stonermetal en later meer noisy doom zonder impact werd. Zo was het eerste deel wonderschoon, maar was het tweede deel redelijk onbevredigend. Ze hadden wel een originele merchandisetactiek verzonnen, want ze hadden een waslijst met CD-titels die volledig uitverkocht scheen te zijn, zodat je bijna wel gedwongen werd om het enige aanwezige album 'Feedbacker' (bestaande uit het nummer dat ze net speelden) mee te nemen. Het is tenslotte niet voor niets dat alle andere cd's uitverkocht zijn, dus koop dit album voor het te laat is! Althans, dat was mijn gedachte achter deze truc. Maar misschien was het mijn paranoia die de kop opstak. Boris gaat tenslotte al wat langer mee dan vandaag, al tien jaar heb ik me laten vertellen. Dus Boris: keep the doom alive!

SUNN O)))

De frequentiefetisjisten, de dronedrillers, de feedbackfreaks, de ultieme doomdoeners, de metalminimalisten: je kan je het leplazerus allitereren op de waanzinnig luid en laag gestemde Sunn O))). Een jaar of twee geleden lieten ze Rotterdam al eens op haar grondvesten trillen zoals het niet meer in 65 jaar gebeurd was, deze keer was met een Europese tournee o.a. Utrecht, Groningen en Tilburg aan de beurt. Erik en ik waren nog in de belendende caféruimte aan het ouwehoeren, eer het langzaam tot ons begon door te dringen dat er al een tijdje een lage bromtoon vanuit de zaal kwam. Was het al begonnen dan? Even kijken. Nee, de podiumdoeken waren nog gesloten. Het zal wel de soundcheck zijn. Was het? De zoemende triltoon werd wel steeds luider. Maar nog steeds waren de gordijnen gesloten. Enkele omstanders beschouwden dit al als een onderdeel van het optreden, maar een brommend getril voor een zwart doek vond ik wel erg minimalistisch.

Na dik tien minuten, waarbij de ultralaag sonore noise steeds luider werd, gingen dan eindelijk de doeken opzij en zag je… nog steeds geen flikker. De rookkanonnen stonden al tien minuten op volle toeren te draaien en creëerden een mist waar je nog geen vijf meter voor ogen zag. De drone zwelde aan tot de pijngrens en langzaamaan kon je vijf monniken op het podium ontwaren. Twee in witte monnikkleding gehulde mannen, Greg Anderson en bandbrein Stephen O'Malley, stonden in het midden. Twee monniken in een andere jurkkleurtjes stonden aan weerszijden van het podium. Zij stonden achter hun elektronica apparatuur dat het gitaargeluid van Greg en Stephen zodanig vervormde dat de infrasonore drones de darmen in m'n kop liet kronkelen, m'n middenrif m'n adamsappel eruit trilde en m'n oren schroeiden zich tot snotterige hoopjes vast aan de betonnen vloer. Nog maar goed dat De Helling geen houten vloer heeft, want dan waren de ultralage dronetrillingen van Sunn O))) een werkelijk catastrofale terroristische daad voor m'n orgaanhuishouding geweest.

Er was ook nog een vijfde monnik op het podium aanwezig, maar die zat de eerste twintig minuten alleen maar op z'n knieën te zitten. Na een minuut of twintig maakte hij toch aanstalten om de naar de rechterzijkant verplaatste gong onder handen te nemen, maar toen dat daadwerkelijk gebeurde sneeuwden de gonggeluiden grotendeels onder in de berg feedbackmonsters. In de beginne dacht Erik dat ze een nummer (nouja, een bundel geluidsgolven) van het album 'ØØ Void' speelden, maar ik houd het toch op een integrale versie van het album 'White2'. Zeker toen die gongende monnik een microfoon ter hand nam en met een Jezus-aan-het-kruis-stervende traagheid zijn plek in de spotlights en rookkanonwalmen opeiste. Volgens mij hadden we hier te maken met Attila Csihar (o.a. Aborym) die in onverstaanbaar Sanskriet met knarsende, zwartgeblakerde strot door de dronederrie heen stond te piepen en te krijsen. Ik kreeg sterk de indruk dat we aan het laatste gedeelte van 'White2', te weten 'Decay2 (Nihil's Way')', toe waren en na een uur was het precies om 23.59 uur het bevrijdend moment voor alle aanwezige oren en overige organen en zullen de telefoons van de KNO-artsen de volgende dag roodgloeiend hebben gestaan.

De geluidsgolvenaanslag klonk als een combinatie honderd tandartsboren, vertraagd tot enkele Hertzen, met de start van een Formule 1 race. In combinatie met de monniken, de dikke mist op het podium en de veelal witte en staalblauwe podiumbelichting werd het me plots duidelijk: de hel is helemaal niet heet. Het is er stervenskoud. En Sunn O))) is er de huisband. When hell freezes over kan met onmiddellijke ingang uit het Engelse uitdrukkingenboek gehaald worden, want de hel ìs juist een klomp huiveringwekkende vrieskou. Dit was definitief de laatste keer dat ik zonder oordopjes naar een concert toe ga, want nog zo'n optreden en ik hóef niet eens meer naar een volgend concert. Behalve dan naar Sunn O))) zelf, want dat wordt ervaren door je gevoelszintuigen en niet door je oren. Een auditieve ervaring dat meer opmerkelijk en fascinerend dan goed (voor je gezondheid) was.

Naschrift: Het vocale gepiep en gekraak bleek niet uit het helse smoelwerk van Attila te zijn gekomen - Erik herkende ondanks de rookwalmen en de tot over zijn ogen getrokken monnikkap een van de Borisjes in hem.

<< vorige volgende >>