Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Roadburn 2019 - dag 3

Tilburg 013 13 april 2019

Zaterdag, Roadburn dag drie. De dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier: het eerste van twee optredens van de stonergoden Sleep. Maar er gebeurde ook deze dag nog zoveel meer.

Text & pics: Evil Dr. Smith, Edwin & Jan-Simon

Door:

Zet een theremin op een podium en ik ben verkocht. Ik vind het iets mystieks hebben, dat ijle geluid dat doet denken aan klassieke sciencefiction films, dat vage gewapper van handen om een dunne metalen staaf. Dus toen ik zag dat bij WOLVENNEST centraal op het podium een theremin stond opgesteld wist ik al dat het goed zat. Of dat het op zijn minst een prestatie zou zijn om er niet iets bijzonders van te maken. Mijn vertrouwen wordt niet beschaamd. Het openingsoptreden op dag drie is inderdaad iets bijzonders. OK, de echte vroege vogels hadden al een show van Temple Fang en Have a Nice Life achter de kiezen, maar voor de meeste Roadburners is Wolvennest de eerste band van de dag. Beter nog dan twee dubbele espresso`s binnen twee minuten weet deze band alle aanwezigen helemaal wakker, fris en fruitig te krijgen. Elementen: een integrale uitvoering van het prijsalbum `Void` en indringende beelden op de backdrop. Ik blijf me afvragen waarom niet meer bands ervoor kiezen om hun muziek vergezeld te laten gaan van beelden. Misschien vergis ik me, maar daar werd vroeger meer mee gedaan. Wolvennest kiest voor surrealistische filmclassics doorsneden met de vrij schokkende en in zekere zin even surrealistische beelden van Tibetaanse sky burials en nog meer van dat fraais. Koppel dat aan het heksenbrouwsel van gelijke delen black metal, krautrock en indie a la The Cure et voila: Wolvennest. De muziek van Wolvennest is een dusdanig exotische cocktail dat je het moet horen om het te geloven. Drie gitaren en een bas zorgen voor een solide wall of sound waar de theremin en geluidseffecten van zangeres Shazulla overheen worden gedrapeerd. Ik vond een de gitaristen, met hoed en zonnebril, er een beetje uitzien alsof hij uit een Suske en Wiske album was gestapt. Niet eerder gezien, maar wel ubercool! Het ene moment drones, het volgende gothic met een vleugje oosterse ritmes: het is overrompelend. Een perfecte live uitvoering van een album dat op het eerste gehoor moeilijk integraal live te spelen lijkt. Wolvennest speelt het klaar en na de catharsis van het ruim twintig minuten durende slotnummer `La Mort` (waarbij nog twee gastzangers op het podium verschenen voor in eerste instantie een moppie Franstalig parlando) is het duidelijk: de lat ligt erg hoog voor de nog komende bands. Wie kan hier nog aan tippen?

band image



GORE in ieder geval niet. Hoezeer ik ook naar het optreden van de pioniers van de instrumentale hak-en-breek metal had uitgekeken, de jeugdhelden van weleer stellen enigszins teleur. Niet eens omdat ze slecht spelen. Het hiaat van 25 jaar is de mannen in ieder geval niet echt aan te zien en te horen viel het ook niet. Toch valt op dat de math metal meets sludge rock die ooit revolutionair en nooit eerder gehoord was tussen het hedendaags geweld niet meer opvalt. De songs, voor het merendeel uit de `Lifelong Deadline` periode worden krachtig en puntig gespeeld. Af en toe wordt tussen de songs door een bevreemdende sample met bijpassende animatie gespeeld. Marij Hel, bassist en de facto leider van de band heeft er duidelijk lol in. `Dit heb ik altijd al eens willen doen`, zegt hij nadat hij de heavy metal groet bracht. Al was het niet zo gedenkwaardig als vooraf gehoopt, ik ben blij dat ik Gore eindelijk (toch nog) live aan het werk heb gezien. Als `jonkie` heb ik Gore nooit bewust meegemaakt, ik was 5 toen hun eerste plaat uitkwam, maar al bij het voorluisteren viel het mij op dat Gore anno 1986 hun tijd zeer ver vooruit was. Ze kunnen terecht pioniers van de industrial metal genoemd kunnen worden. Tegenwoordig kunnen we telefoongidsen vol schrijven met dergelijke bands. Is het de verdienste van Gore? Misschien te veel eer. Maar ik vind dat ze zich prima staande hielden!

band image


Na Gore probeer ik de Patronaat binnen te komen, waar onder de noemer `Maalstroom` de hele dag Nederlandse black metalbands aan het werk zijn. Het lukt ternauwernood, zodat ik vanachter het mengpaneel nog iets van TURIA kan horen. Zien is een groot woord, ook omdat het stuk dat ik meepak volledig gespeend is van podiumlicht (ik zie de lichttechnicus een beetje verveeld zijn mail checken op de monitor) en de backdrop toont louter de hoes van hun splitalbum met Fluisteraars. De razendsnelle voortjakkerende, rauwe, maar toch melodieuze black lijkt op een Gelders equivalent van Wolves In The Throne Room, maar zo van achter in de zaal mis ik de energie van de band om er volledig in op te kunnen gaan. Hard is het wel, de band tikt regelmatig de 120 decibel aan.

Ik besluit na een kwartiertje even te kijken wat voor snoeshaan achter de enigszins merkwaardig klinkende naam HENRIK PALM schuilgaat. Het blijkt geen opzichtig eerbetoon aan een zeker biermerk te zijn, maar wel aan Judas Priest. Curieus om te zien hoe Henrik en zijn band zich door de soepel klinkende melange van stonerrock, classic 70s hard/krautrock en postcore manoeuvreert, terwijl op het filmdoek integraal een concert van Judas Priest (anno circa 1980) te zien is. Een merkwaardige combinatie, ook omdat Henrik stilistisch bar weinig overeenkomsten met Rob Halford en zijn makkers heeft (qua zang zeker niet, want dat is bij Henrik de zwakste schakel), en het leidt ook een beetje af wat de band zelf op het podium staat te doen. Ik hoor naderhand dat er mensen zijn die zich afvragen welke band nou op het filmdoek wordt vertoond. Oei, glijdt Roadburn met haar publiek nu te ver van de metalscene af als zelfs Judas Priest niet meer wordt herkend? Van de andere kant: ik wist van tevoren ook niet dat Henrik voorheen speelde in Ghost en In Solitude, dus een kleine jongen kan je hem ook niet noemen.

band image


Ik kan me zo voorstellen dat het KNMI in De Bilt zo tegen het eind van de middag een lichte aardbeving registreert met als epicentrum 013, Tilburg. Oorzaak van dit alles: SUMAC, de superband rond gitarist Aaron Turner (ooit bij Isis) en Brian Cook (Russian Circles). Ze spelen niet gewoon hard, ze spelen, zelfs naar de vrij ruime Roadburn begrippen, heel erg hard. Voor nuance was weinig ruimte, dit waren gewoon drie mannen die dwars door muren gaan. Na alle avantgardistische vervreemding en verrassing van gisteren ook wel weer eens verfrissend, zo`n relatief ouderwetse metal band. Ouderwets in de zin van geen fratsen, maar rammen. Onbewust ongetwijfeld schatplichtig aan Gore dat een uurtje eerder in een andere zaal speelde, maar tegelijkertijd onvergelijkbaar anders. Hier hoor je dertig jaar ontwikkeling in de extreme metal.

band image


Na vakkundig platgewalst te zijn door Turner en de zijnen is er genoeg keuze voor wat `lichter` vermaak en eens te meer blijkt het leukste vermaak het niet ruim van tevoren aangekondigde vermaak te zijn. Hoewel, geheel onaangekondigd was de show van MYTHIC SUNSHIP in het Skatepark nu ook weer niet, gisteren hadden ze tenslotte zelf aangegeven dat er nog een derde optreden zou komen. Onze nieuwe Deense vrienden geven te kennen best wel moe te zijn na een kleine twee weken toeren, veel optreden en veel bier, maar dat weerhoudt ze er niet van om nog 1 keer diep te graven en alles te geven wat er nog is. Zonder saxofoon dit keer, maar met volledige overgave. Wat is het toch mooi om op een festival als Roadburn de kans te hebben bands van heel dichtbij mee te maken. Dichterbij was bijna niet mogelijk, muzikanten op aanraakafstand. Zoals gebruikelijk brengt Mythic Sunship weer een uur boordevol lange jams. Roadburn opperbaas Walter komt nog even langs om te kijken en ziet dat het goed is.

Tijdens Mythic Sunship speelt in de Koepelhal het mij andermaal volledig onbekende MORNE uit Boston. Niet gehinderd door enige voorkennis was ik ook niet van plan om ze te zien, want ik ben onderwijl bezig aan de andere zijde van de hal de stands van Svart Records, Southern Lord, Exile On Mainstream en Roadburns huismerk Burning World leeg te rauzen: de jaarlijkse standhouders met cd`s, lp`s en aanverwante hebbedingetjes. Ik ben net in gesprek met de standhouder van Svart Records als Morne start met een orkaan van dissonante tyfusherrie die ons gesprek volledig overstemt. Djiezus, wat een pokkenoise, kan die band niet spelen of zo? Het nummer erna laat dwars door het afscheidingswand plotseling moddervette sludgeriffs horen. Oh, hebben de heren hun instrumenten nu wel gestemd? Getriggerd door het geluid weten ze me toch naar de Koepelhal te verleiden. Inmiddels weet ik dat de band in het verleden hun atmosferische doomsludge combineerde met crust, wellicht was dat in het openingsnummer de bedoeling, maar het half uurtje dat ik heb staan kijken, was het louter log, zwaar, heavy en verdomd smakelijk (lekkere lange instrumentale passages die enige melodie niet schuwen), al steeg het dan ook weer niet tot historisch memorabele hoogtes. Gewoon goed, en dat zien ook behoorlijk veel andere mensen met mij.

band image


Daarna probeer ik nog iets van LASTER mee te krijgen, een Nederlandstalige experimentele black metalact die nogal wat stof doet opwaaien in de scene, maar de rij wachtenden eindigt ergens halverwege Eindhoven, dus ik moet later van vrienden met enig nijd vernemen dat de dansbare (!) black metal tot hun hoogtepunten van Roadburn behoorden.


band image


Het is dit jaar ook mogelijk om dronken te worden in stijl (en tegen een hoge prijs) met Imperial Stout uit Estland, om maar eens een exotisch craft biertje te noemen. De keuze is reuze, maar wij houden het bij een `gewoon` pilsje in onze herbruikbare Roadburnbeker. Aldus gewapend begeven we ons naar de Koepelhal om te zien wat er deze keer uit IJsland is overgevlogen. Great Grief hadden we al gezien, nu is het de beurt aan GLERAKUR. Ooit begonnen als een soloproject van een zekere Elvar Geir Saevarsson, nu uitgegroeid tot een zevenkoppig monster. Het moet rustig zijn geweest in de straten van Reykjavik. De vier gitaristen, twee drummers en bassist brengen een wall-of-sound variant van postrock, wat ook niet zo`n prestatie is met zoveel gitaren. Ook opvallend is dat GlerAkur een band is met een oververtegenwoordiging van brildragers. In hoeverre dit significant is, geen idee. Er is gewoon verder weinig interessants over deze band te melden. Degelijk, alsof gehouwen uit IJslands graniet. Erg hard, maar over het geheel genomen ook vrij saai.

Ook Terzij De Horde blijkt in de Patronaat veel te populair, dus besluit ik in de Green Room het intrigerende genaamde ORCHESTRA OF CONSTANT DISTRESS te kijken. Het is een van de bands die curator Tomas Lindberg heeft geboekt en hij is erg enthousiast over de noisy sludgecore die bij hem vage referenties oproept aan oude Swans. Ik zou daar Unsane aan willen toevoegen, al is dit orkestje wel een stuk meer industrial van aard. De vier mannen, een bassist en gitarist die ongetwijfeld broers van elkaar zijn, een drummer en man die voor de elektronisch aangestuurde noise moet zorgen, scheppen ze een nogal klinische variant van noise. Het is eigenlijk jammer dat het noise-aspect wat zacht in de mix staat, waardoor de repetitieve ritmes op een gegeven moment wat saai neigen te worden. Fascinerende geluidscollage, maar enigszins onderkoeld aanschouw ik het. Nadere research blijkt dat de mannen toch geen broers zijn en dat ze in hun tweejarig bestaan al vier albums op hun conto hebben staan. Dat u het even weet.

Waar ik het wel warm van krijg, is van CONNY OCHS. Ik heb de naam al eens op een vorige editie van Roadburn zien staan, maar eigenlijk weet ik niet eens of het een man of een vrouw is, laat staan in welke muziekhoek ik het moet zoeken. Onwillekeurig denk ik aan krautrock, maar dat zal door zijn naamgenoot Conny Plank zijn, een vermaard producer van talloze krautrockplaten. Afijn, Conny blijkt dus inderdaad een man. Hij speelt geen krautrock, maar singer-songwriter: in zijn uppie, met enkel een gitaar. Slechts de laatste twee nummers pak ik nog mee, maar hij weet me in die tien minuutjes helemaal te overtuigen van zijn kwaliteiten. Een fraai stemgeluid (weliswaar niet uniek, maar wel erg prettig in het gehoor liggend), gevoel voor pakkende melodielijnen, een stemmige sfeer waardoor zijn singer-songwritersound niet te gezapig klinkt (zijn laatste album heet dan ook toepasselijk `Doom Folk`) en voor de dames: een goeie smoel. Misschien moet ik door zijn krullenbol aan Jeff Martin van The Tea Party denken. En als hij zijn kopstem gebruikt lijk ik zelfs even Jeff Buckley te horen, en dat zeg ik toch niet al te snel. In het slotnummer schakelt hij bij een solo zijn akoestisch gitaar om in een elektrische en dat zorgt voor een indrukwekkend slot van iets waar ik net goed en wel naar sta te kijken. Jammer dat hij al voor de toebedeelde tijd stopt. Naderhand schiet het me te binnen: ik heb hem een paar jaar geleden op Roadburn een akoestisch optreden zien doen met Wino. Nou, Wino kan wel inpakken. Geef mij Conny maar.

band image


Het gebeurt niet vaak, maar Sleep krijgt het voor elkaar: de Main Stage van 013 is tot de nok gevuld en de bewaking houdt ons vriendelijk maar resoluut tegen. Er kan niemand meer bij, maar op het balkon is misschien nog plek. Dat klopt en na wat zoeken is het spektakel van deze legendarische stonerband redelijk te volgen. Deze eerste show van twee focust op het album `Holy Mountain`, terwijl zondag het nieuwste album `The Sciences` zou worden gespeeld. De bijna 3000 aanwezige Roadburngangers zullen nauwelijks verrast zijn door wat Sleep laat horen, maar ook niet teleurgesteld. Pike, Cisneros en nieuwe drummer Roeder brengen stoner zoals stoner bedoeld is: langzaam, log en luid. Het is mooi om vanaf het balkon te zien hoe 3000 hoofden ritmisch op en neer gingen op de muziek van Sleep. Dat laatste is ook precies mijn gedachte tijdens het optreden, maar dan staand tussen het publiek, redelijk vooraan. Als ik om me heen kijk, lijkt het alsof ik in een onrustige oceaan van kabbelende golfkopjes sta. Ik was trouwens nog wel redelijk verrast door de effectiviteit van de rulle riffs, maar dat komt omdat ik Sleep nooit tot mijn favoriete bands heb gerekend. Maar het moet gezegd: het klinkt verdomd lekker. Wel merkwaardig dat na een half uur Pike een akoestisch gitaar pakt en een beetje de Paco de Lucia probeert uit te hangen, wat faliekant mislukt, maar misschien staat dat akoestische intermezzo ook op `Holy Mountain`? Ik weet het niet (meer), maar gelukkig duurt het maar even en ragt na een paar minuten akoestisch kleunen Pike weer elektrisch. Iets met schoenmaker en leest.

band image


Toch weet je na zo`n half uur wel waar Pike & Co. de mosterd haalt, dus probeer ik nog een stukje van het tegelijkertijd in de Patronaat spelende DODECAHERON mee te pakken. Al is het maar omdat de dag ervoor voormalig zanger Michiel Eikenaar veel en veel te jong is overleden aan die vermaledijde kutkanker en vrouw en twee kinderen achterlaat en de band ongetwijfeld een passend eerbetoon aan Eikenaar zal geven door extra ziedend hard hun avantgardistische en claustrofobische kijk op extreme black metal eruit te braken. Ik zal het niet weten, want er is helaas weer geen doorkomen aan. In de Koepelhal is het dat wel bij AGRIMONIA. Ik had net de dag ervoor bij de Southern Lord stand hun voorlaatste album `Rites Of Separation` op de gok meegenomen, en dat blijkt nu zeker geen miskoop. De Zweedse band heeft in grunteres Christina een dijk van een wijf. Muzikaal liggen hun roots er redelijk dik bovenop, de melodieuze Gothenburg-death klinkt namelijk onmiskenbaar door hun in stijl, maar zij weten er een zwaardere en niet minder interessante draai aan te geven met sludgy riffs en doomdeath-passages. Daarbij hebben de strot van Christina en sommige breaks in de muziek een beetje de power van hardcore, dus het is een lekkere bundeling van diverse hardere stijlen. Het is qua impact wel vergelijkbaar met de eerdergenoemde Morne: verdomd goed uitgevoerd, zonder tot een groot artistieke hoogtepunt te komen. Maar dat hoeft ook niet altijd.

band image


Ondanks dat Agrimonia bijna tegelijkertijd speelt met LOUISE LEMON, lukt het me toch om nog een kwartiertje van laatstgenoemde schoonheid mee te pikken. En een schoonheid is ze, dat weet de Zweedse zelf maar al te goed. Heel veel blond haar, heel veel been, en een duizelingwekkende combinatie van vormen en curves. Met iets te veel zelfingenomenheid benut ze al haar Gods giften, maar door de wijze waarin ze dat verpakt wordt deze lichte broeierige arrogantie haar vergeven. Ook zij is van de stal waarin Emma en Marissa zich begeven: stemmige singer-songwriter op de grens van pop, folk en gothic. Louise is mogelijk qua geluid de lichtvoetigste van de drie, ook al weet de met een cowboyhoed getooide gitarist smaakvolle gitaarpartijen te geven. Aan het slot brengt Louise ons nog verder in verleiding door als een koninginnetje een knots van een kroon op te zetten en in een verleidelijk felrode lichtshow een laatste ballad te zingen. Ja, blijf daar maar eens onbewogen bij…

band image


Waarom zou je iets makkelijk doen als het ook moeilijk kan? Die gedachte komt op bij het zien van de worsteling van BELLROPE met de apparatuur, meer in het bijzonder met de microfoons. Meer dan tien jaar geleden speelt de voorganger van deze band, Black Shape of Nexus, al eens op Roadburn en ook toen bediende de zanger zich van een bijzonder soort halsband als microfoon. Vreemd genoeg lijkt het alsof de techniek in tien jaar tijd eerder is verslechterd dan verbeterd, want wat toen fantastisch klonk, komt nu absoluut niet over. Of het de mix is (de microfoon stond gewoon te zacht) of dat het komt doordat het ding dienst weigert, geen idee. Het zit de band behoorlijk in de weg en ook bij het nummer waar gastvocalisten van stalgenoot Treedeon aantraden loopt het niet zoals zou moeten. Dat is jammer, want de songs van het album `You Must Relax` worden vol vuur en inzet gespeeld. Dit had een gedenkwaardig optreden kunnen zijn, maar nu is het weliswaar heftig en intens, maar ook rommelig.



Het slotspektabel van `Maalstroomdag` in de Patronaat staat als MAALSTROOM geprogrammeerd. `Alle` bandleden die eerder deze dag op het podium hebben gestaan, Witte Wieven, Turia, Laster, Terzij De Horde, Dodecahedron en Grey Aura (die morgen speelt in de Hall Of Fame), spelen een stuk dat ze speciaal voor dit optreden hebben geschreven. Nu blijkt dat ze niet allemaal tegelijkertijd op het podium staan, maar dat ze elkaar aflossen en het stokje (deels) doorgeven. Dat uit zich ook in de muziek die dan van sound en sfeer verandert. Opvallend zijn de visuals, die, in het deel dat ik meepak, foto`s zijn van moderne architectuur in Nederland (Tilburg?). Het geeft een apart effect op de soms snijdende en daarna weer meer experimentelere black metal. Misschien door het ploegendiensteffect, of doordat ik niet echt vooraan kom te staan, weet het geheel me toch niet zo te boeien als ik van tevoren had gehoopt, dus na een half uur besluit ik nog een andere slotact op een ander Roadburnpodium te checken.

In het diepste geheim waren elf wetenschappers uit het Zweedse Goteborg afgereisd naar Tilburg voor een bijzonder experiment. Vermomd als een rockband met de naam URAN GBG willen zij het effect meten van hun hypnotiserende geluidsgolven op een kleine duizend zorgvuldig geselecteerde proefkonijnen. De heren betreden het podium en nemen plaats achter hun meetapparatuur, listig vermomd als Moogs, sequencers en andere elektronische meuk. De projectleider van het stel, voor de gelegenheid getooid met een indrukwekkende Flying V basgitaar, geeft een signaal en het experiment begint. De psychotrope spacerock daalt neer over de nietsvermoedende menigte en het duurt niet lang voor de eerste effecten zichtbaar worden. Hoofden beginnen te bewegen, gevolgd door armen, benen totdat er sprake is van een algehele trance. Verbaasd kijken de proefpersonen om zich heen. Wat gebeurt hier? Stoppen blijkt onmogelijk, ze moeten bewegen, ze moeten door, door, door! Steeds wilder en gekker. De bassen (drie stuks) en de drummers (twee) stuwen het psychedelische ritme naar gevaarlijke hoogten, maar het effect verandert niet. De dansende massa gaat, zoals dat in vaktermen heet, uit zijn dak.

band image


Vreemd genoeg was een deel van de populatie immuun voor de op hun afgevuurde geestverruimende muziek. Onbewogen en niet begrijpend staren zij naar het schouwspel dat zich voor hen ontvouwde. Het is duidelijk, het geheime recept van Uran werkt niet voor deze toeschouwers. Ze zijn hopeloos verloren en konden niets anders dan toekijken hoe elf bijzondere Zweden voor een geweldig afsluitend feest van de zaterdag zorgden.



De toegift voor de immune populatie is dan te vinden in de Green Room, waar ene JAYE JAYLE de zaterdag afsluit. Nu ben ik niet geheel onbekend in de gothic country hoek, en eenieder zal zich de intense performance van Wovenhand op Roadburn (of op welke andere plek dan ook) nog wel herinneren, maar deze man heb ik gemist. Nu zeg ik man, maar Jaye Jayle blijkt een collectief uit Kentucky te zijn, waarvan zanger Evan Patterson een dag eerder met zijn andere band Young Widows ook al te hebben opgetreden. En Jaye Jayle blijkt twee jaar geleden ook al op Roadburn te hebben gestaan. Afijn, je mist wel eens wat. Maar nu zit de naam in mijn geheugen gegrift. Niet omdat het nu zo allejezusverpletterend indrukwekkend was. Nee, het was eerder ongrijpbaar, eigenzinnig en vervreemdend. Van het fascinerende soort. Erg repetitief met een soort van postpunk-achtige kilheid, met een zangstem dat me sterk aan een jonge Nick Cave doet denken. Maar dit soort artiesten gaan langzaamaan wel als een oorwurm in je nestelen. Een boeiende anti-party afsluiter voor hen die niks kunnen met de extraverte explosie van Uran.

band image

<< vorige volgende >>