Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Roadburn 2019 - dag 2

Tilburg 013 4 december 2019

Dag twee van Roadburn 2019. De ontdekkingsreis langs de extremen van het muziekspectrum gaat door. Het is nog vroeg in de middag wanneer ik weer in Tilburg arriveer. Zo vroeg zelfs dat alle festivallocaties nog gesloten zijn. Ik doe een rondje door het centrum en als ik terugkom staat er een enorme rij voor het Patronaat om de eerste band van die dag te zien: GOLD. Of het om de band gaat of dat het komt doordat het Patronaat als eerste de deuren opent, ik weet het niet. Ik weet in ieder geval wel dat ik weinig zin heb om als een Eftelingbezoeker in gelaten blijmoedigheid een groot deel van de dag in een lange rij door te brengen, dus ik ga kijken wat er elders gebeurt. Roadburn ontwaakt na een eerste dag vol verrassingen en niet direct verwachte bands en een blik op het programma leert dat het vandaag niet veel anders zal zijn. In de grote zaal is een indrukwekkende hoeveelheid hardware op het podium neergezet voor het Requiem van Tom G. Warrior, de man van Celtic Frost en Triptykon. Het wordt een opvoering met een compleet orkest, dus dat belooft wat. In de Green Room wordt alles in gereedheid gebracht voor de triatlon van Seven That Spells, drie sets van een uur achter elkaar, met korte drink- en plaspauzes.

Text & pics: Evil Dr. Smith, Edwin & Jan-Simon

Door:

Dat REQUIEM van TRIPTYKON, dat is toch wel een van de afficheteasers van deze editie. Niet alleen omdat Tom G. Warrior dankzij zijn indrukwekkende CV een grote publiekstrekker is, maar ook omdat het orkest (een deel van) het zeer gerenommeerde Metropole Orkest is en het optreden volstrekt uniek is waarbij hij voor het eerst zijn requiem ten gehore zal laten brengen. Een compositie die uit drie delen bestaat en is gecomponeerd in 1986 (deel 1), 2002 (deel 3) en 2018 (na de dood van Martin Eric Ain). Het eerste deel stamt uit `Into The Pandemonium` (`Rex Irae`) en dat is ook wel te horen. De logge metal vloeit niet echt lekker samen met de gepolijste sound van het orkest. Goede gastzangeres, dat wel. In het tweede deel gaat dat al beter, maar daar vind ik de muziek weer niet zo heel erg boeiend. Het derde deel (`Winter` van Celtic Frosts `Monotheist`) valt alles op zijn plek en wordt prachtig uitgevoerd. Maar ja, dat is inmiddels zonder band. Ik sta er dus wat dubbel in. Bij een vriend komt het juist weer keihard binnen, terwijl ik weer van iemand anders hoor dat hij er geen hol aan vond. Kortom: de meningen zijn sterk verdeeld. Het lijken wel weer de omstreden tijden van `Into The Pandemonium` (maar zo erg als tijdens 'Cold Lake' is het nu ook weer niet ;) ).

Uiteindelijk beland ik bij MYTHIC SUNSHIP in het Patronaat. Na een eerste onaangekondigd optreden op de skatebaan is het nu tijd voor een show op een echt podium. Dat Ladybird Skatepark wordt trouwens meer en meer een onofficieel Roadburn podium voor geheime, slechts op het laatste moment aangekondigde optredens. De kans is dus groot dat je al rondlopend door het Hall of Fame complex ineens stuit op een of andere band. De Deense instrumentale heavy psych met saxofoon kwam goed over. Het is dat The Heads nog bestaan want anders was de opvolger nu bekend. De mannen lijken zelfs een klein beetje op de psychlegenden uit Bristol. Grootste verschillen zijn de toevoeging van de saxofoon en de leeftijd. Dit is de tweede van drie shows, naar eigen zeggen. Er zou een meer jazzy aanpak worden gekozen, maar in de praktijk kent Mythic Sunship slechts een truc. Een truc die ze overigens heel goed kennen: lekker los gaan in full-impro mode. Het is strak, het is geestverruimend, het is gewoon goed.

Door naar de Koepelhal waar het Back to the Future tijd is. SOFT KILL speelt en het was alsof we terug geslingerd werden naar de indiejaren tachtig. Even denk ik dat Adrian Borland niet dood is. Hij is gewoon naar Portland, Oregon verkast, een paar kilo aangekomen en heeft zich voorzien van flink wat tattoos. Het is alsof ik The Sound hoor, maar dan minder neerslachtig. Een band als Soft Kill is weer zo`n steek onder water naar de hardcore metalheads. De minder ruimdenkende die ongetwijfeld walgen van bands zoals Soft Kill. Zelf vind ik het aardig, maar niet hemelbestormend goed. The Sound staat nog steeds op eenzame hoogte en dankzij Soft Kill besef ik me dat weer eens. Dankjewel Soft Kill! Ten overvloede: ook mij kan de happy postpunk van Soft Kill me geen reet boeien, en was ik het na drie nummers al poepbeu. The Sound? Poeh, zelfs het jammerend geklaag van Robert Smith en zijn The Cure klinkt vlijmscherp en dodelijk. Veel soft, weinig kill.

band image


Ik wil eigenlijk naar Anna von Hauswolff, maar onderweg naar de grote zaal kom ik langs het Patronaat, waar voor de verandering geen ellenlange rij staat. DEAFKIDS EN PETBRICK staan ingeroosterd voor een Braziliaanse heavy psych jam, dus dat wil ik nog wel even meepikken. Doordat er nu twee drummers zijn, is er ruimte voor extra percussie en dat betekende dat de psychedelische noise uitbarstingen worden verrijkt met sambaritmes. Brazilie is (eindelijk) hoorbaar in een soort van Sepultura ten tijde van Roots tijdens een verkeerd uitgepakte acidtrip. Niet zo gek natuurlijk als je bedenkt wie de drummer van Petbrick is. Het is kneiterhard, maar met een vreemd soort swing, alsof het Braziliaanse voetbalelftal opeens rugby is gaan spelen.

band image


Aangezien ANNA VON HAUSWOLFF mijn hoofddoel is, moet ik het Braziliaanse geweld achter me laten. Ik ben precies op tijd om de eerste klanken van Anna te horen. Het kenmerkende orgel en de snerpend hoge, maar loepzuivere zang brengen ons gelijk in hogere sferen. Het is sfeervol, het is geladen. Het is ook zware kost, bijna Sunn O met een hemelse sirene in plaats van een paar dikke Amerikanen in pijen. Sterk leunend op het meest recente album `Dead Magic` is dit muziek die iedereen bij de strot grijpt. Volwassen mannen in volle heavy metal uitrusting moeten even slikken. Sterk spul die Fisherman`s Friend he? Anna von Hauswolff is geen vreemde keus in `The Burning Darkness`, het door At the Gates voorman Tomas Lindberg samengestelde programma. Deze breekbare Zweedse dame blaast iedereen weg en bewijst dat je niet per se een batterij laag gestemde gitaren op versterkerstandje elf nodig hebt voor een ultraheavy optreden. Een Hammondorgel en een hemelse stem doen hetzelfde, misschien zelfs nog beter. Dit is voor velen een van de hoogtepunten van Roadburn 2019.



Intussen wordt in de Green Room alles in gereedheid gebracht voor de muzikale Iron Man van de Kroaten van Seven That Spells. Het is opvallend dat ze, na al ruim twee uur gespeeld te hebben, nog fris en fruitig uit de startblokken schoten voor het derde deel van hun trilogie the Death and Resurrection of Krautrock. Seven That Spells heb ik jaren geleden ontdekt op Roadburn. Ze spelen in de kelder van V39 een compleet gestoorde set. Een legendarische freakshow van het type je moet erbij geweest zijn. Omschrijven wat er gebeurt is zinloos. De verwachtingen zijn dus hooggespannen en ik wil op zijn minst een van de sets meemaken en dat wordt dus het afsluitende deel 'Omega'. Er is wat meer controle dit keer, er is geen algehele verwoesting van alles en iedereen maar dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Het is spacerock (of krautrock, wat je wil) voor gevorderden en er is ruimte voor niet een, niet twee maar drie drumsolo`s. Heel old-school allemaal, maar het past in het geheel. En als je een drummer hebt die Cesar Zuiderwijk naar de kroon steekt en menig drumcomputer in vertwijfeling achterlaat, waarom zou je het dan niet doen. Het is knap dat de band na ruim twee uur nog zoveel energie heeft voor deze derde set. Het is misschien niet zo gek als tien jaar geleden, maar wat maakt het uit. In het meer traditionele Roadburn-psychedelica genre was en is dit een topper. Een gave show van een band die nu veel gestructureerder te werk gaat maar nog altijd in staat is tot een stevige Zappiaanse Freak-Out.

Roadburn biedt veel meer dan uitsluitend bandjes kijken. Er is een uitgebreid bijprogramma en onderdelen daarvan zijn discussies en interviewsessies met artiesten. Een van de grote namen dit jaar is natuurlijk TOM G. WARRIOR en hij wordt ondervraagd door Gotz Kuhnemund. We vallen erin op een moment dat het gesprek een dusdanig duistere wending heeft genomen (Tom vertelt over zijn gedachtes over zelfmoord), dat Gotz even niet meer wist wat te zeggen. Het is bij tijd en wijle een duister gesprek over dood, verlies en verwerking daarvan. Dit leek niet helemaal voorzien te zijn, maar aan de andere kant, `s mans Requiem was nu ook niet bepaald carnavalsmuziek. Tom vertelt ook over de nieuwe muziek waarmee hij bezig is en waarvan hij verwacht dat er dit jaar een EP van zal verschijnen. Op het moment dat het publiek, voor een groot deel hardcore fans, vragen mocht stellen taaien we af.

band image


Inmiddels is via Facebook duidelijk geworden welke band het mysterieuze zwarte gat in het blokkenschema op de vrijdagavond in de Patronaat gaat invullen. De surprise-act blijkt niets te maken te hebben met Amenra of Neurosis (goh, een Amenra- en Neurosisvrije Roadburn dit jaar, dat is lang geleden hahaha), maar met hun Japanse equivalent. Na hun verpletterende optreden gisteren, mag MONO nogmaals aantreden. Nu in de kleinere Patronaat, dus ruim een half uur voor aanvang blijkt de rij voor de ingang net kort genoeg om er nog in te kunnen. Deze show gaat zonder het Jo Quail Kwartet en het album `Hymn To The Immortal Wind`, maar is een ingekorte versie van hun reguliere tourshow waarbij het repertoire sterk leunt op hun onlangs verschenen `Nowhere Now Here`, hun tiende album alweer. Evenals gisteren betekent dit wederom een aantal epische songs die heel minimaal, langzaam en ingetogen starten en langzaam uitwaaieren in een Mahleriaans-melancholisch orkaan van geluid. Toch zijn er een paar verschillen met gisteren. `Death In Rebirth` heeft een wat hoger tempo dan het gemiddelde Mono-nummer, maar wat daarna gebeurt is helemaal apart. Bassiste Tamaki gaat bij een microfoon staan en begint te zingen! Nu heb ik de band de laatste jaren niet zo nauw gevolgd, maar dat is volgens mij nog niet eerder gebeurd. Ze doet dat op de ingetogen ballad `Breathe` trouwens bijzonder fraai. Mag ze vaker doen, vooral in combinatie met jachtige tremolo`s en houthakkende drums, want de ballad was wel erg zoetjes. Het laatste nummer is een van de hoogtepunten van Roadburn. Ik heb de band ooit bij toeval ontdekt, in 2003 alweer, en werd volledig omvergeblazen door het nummer `Com(?)` van het album `One Step More And You Die`. Samen met `Mladic` van GY!BE mijn favoriete nummers in het postrock genre. Vorig jaar speelde GY!BE tot mijn grote vreugde `Mladic` op Roadburn en ja hoor, nu speelt Mono ook hun epic der epics. Een monster van een beest, een niets ontziende ziedende wervelwind van alles vernietigende en eindeloos voortjakkerende reuzehoge RIFFS met kapitalen. Twintig minuten lang wordt de hele Patronaat kapot gebeukt met een decibellenstorm dat de schaal van Richter doet versplinteren, zo hard en vernietigend. Wat een overdonderende apotheose! Zo had ik de band al tien jaar niet meer gezien, zo zie ik ze twee keer binnen 24 uur. Maar het maakt me heel blij en tegelijkertijd ook volledig leeggezogen en verzadigd. Deze show vrat zoveel energie en was zo explosief, hierna kan niks meer gezien worden.

band image


Terug in de Hall of Fame stuit ik op de skatebaan weer op een samenscholing. Er gaat weer iets gebeuren. Wat is onduidelijk, maar na wat navragen bleek het om VILE CREATURE te gaan. Een dag eerder gemist omdat we iets anders wilden zien, dus dit is een herkansing. Een bizar duo dat kan worden samengevat in een paar woorden: drum, gitaar en schreeuw alles wat je dwars zit eruit. Therapeutisch? Ongetwijfeld. Vermakelijk? Ja, maar na enige tijd begint de zelfgekozen beperking zich op te breken en wordt het minder interessant. Dat geeft niet, dit is een soort van aperitief. We kwamen voor Pijn en aangezien zij in de Hall of Fame zaal gaan spelen is het raadzaam om er op tijd bij te zijn.

band image


PIJN blijkt ondanks de Nederlandse bandnaam geen onderdeel van `Maalstroom` te zijn (de Nederlandse black metal acts op Roadburn), maar een sympathieke band uit het Britse Manchester. Jan-Simon heeft eerder op de dag een interview met ze afgenomen en ik ben nog juist op tijd na een intermezzo buiten het festival om het optreden van begin tot eind mee te maken. Pijn is een postmetal band waarbij een aantal leden, een beetje in de lijn der mode, niet alledaagse instrumenten bespelen, namelijk een slide gitaar en cello. De band trapt af met het instrumentale Denial en vervolgt met een groot aantal hoofdzakelijk instrumentale nummers van het vrij recent verschenen album Loss. De goed opgebouwde soundscapes komen ook live sterk uit de verf. De mix in de Hall of Fame is gelukkig uitstekend zodat de slide gitaar en cello goed naar voren komen in het geheel. Met name de slide gitaar blijkt bepalend, geeft de band als geheel een heel herkenbaar geluid en zorgt ervoor dat Pijn zich met gemak weet los te maken van een heel peloton genregenoten. De set wordt geconcentreerd en gepassioneerd afgewerkt en we weten; Pijn geeft hier een prachtig visitekaartje af. Hopelijk zien we de band snel nog eens in Nederland!

band image


Tegelijkertijd met vrijdagheadliner At The Gates speelt in de belendende Green Room een bijzondere Portugees-Duitse samenwerking. Het kost wat moeite om iets te zien van BLACK BOMBAIM EN PETER BROTZMANN, deze combinatie spreekt blijkbaar tot de verbeelding, al is het maar omdat de heer Brotzmann afgelopen maand 78 jaar (!) is geworden en waarschijnlijk de oudste man is die ooit op een Roadburnpodium heeft gestaan. Verwacht echter geen muzakkerig theekransje met een zoetgevooisde soundstrack voor groeiende geraniums, want de waarde man is al dik 50 jaar (!) bezig als freejazz saxofonist, werkte in de jaren 60 met Nederlandse grootmeesters als Han Bennink en Willem Breuker, en heeft eind jaren 80 nog met o.a. Bill Laswell albums van de vermaarde freejazz/noiseband Last Exit volgetoeterd. Uit die tijd stammen trouwens ook de beste albums van zijn zoon Caspar, en die zoon heeft op Roadburn met zijn eigen collectief Caspar Brotzmann Massaker in 2011 ook al eens de Green Room in een oorverdovend lichterlaaie gezet. Nu is het de beurt aan zijn vader. Eerlijk gezegd lijken het twee eilanden, de eindeloos jammende en psychedelische stonerrock van Black Bombaim aan de linkerkant en de dwars door alle maten heentetterende saxofoonerupties van nestor Brotzmann aan de rechterkant van het podium, maar wonderwel werkt het. Het geluid wat ze samen voortbrengen is niet zo grillig en stuitert ook niet alle kanten op, maar zorgt voor een prettige jazzstoner-vibe die, mits je er ontvankelijk voor bent, je in een aangename trance kan brengen. Niks geen kakofonische kolereherrie zoals bij zijn zoon acht jaar eerder, maar opvallend sfeervol. Na afloop van het optreden omhelzen de bandleden de besnorde grijsaard en nadat hij nog even zijn bretels strak trekt zodat zijn broek niet op zijn enkels belandt, loopt hij ogenschijnlijk ongevoelig voor het luide applaus van het podium. Mooi man! Ik hoop er al jaren op, maar zou dit nu ook een klein opstapje zijn om de eerder genoemde Han Bennink ook eens naar Roadburn te halen?

band image


Gelouterd door Pijn lopen we voor de zoveelste keer terug naar 013 waar we een vergeefse poging doen om iets van Black Bombaim en Peter Brotzmann te zien. De Green Room puilt uit, dus zo belanden we bij AT THE GATES, de band van festivalcurator Tomas Lindberg. At The Gates blijkt, niet geheel verrassend, de meest traditionele metal band van het festival te zijn, misschien wel in lange tijd. Apart dan dat de keuzes van Lindberg voor The Burning Darkness bijna zonder uitzondering verre van traditioneel zijn. Afwisselend van bijzonder tot vernieuwend en van traditionele folk tot pure retro (altijd goed op Roadburn) via avant garde tot ronduit bizar. Iets dergelijks geldt ook voor de set van At The Gates. Ze spelen hun eigen songs, melodieuze death metal van Goteborgse snit en combineren die met eigenzinnige covers en bijzondere gastoptredens. Geopend wordt met een King Crimson cover. Jo Quail mag met haar kwartet strijkers weer aanschuiven, na een dag eerder al bij Myrkur en Mono voor sfeervolle accenten te hebben gezorgd. Matt Pike (Sleep, High on Fire) komt langs voor wat onvervalste doom: een cover van `The Tempter` van Trouble en samen met Anna von Hausswolff wordt zelfs `Koyaanisqatsi` van Philip Glass gespeeld. Het is duidelijk, de band doet haar best om niet als die standaard, ietwat belegen metalband over te komen. Jammer genoeg lukte dat alleen op de momenten dat Lindberg en de zijnen de regie uit handen gaven of muziek van anderen spelen. Met zijn band is Lindberg misschien niet zo bijzonder, als curator heeft hij een buitengewoon interessant en origineel programma weten samen te stellen.

band image


Na At The Gates is het weer tijd voor de volgende etappe van de avondvierdaagse. In de Koepelhal is CRAFT aangerukt voor wat ouderwetse rechttoe rechtaan black metal. Het is duidelijk te zien dat de landgenoten van Ghost voor inspiratie hadden gezorgd. Visueel dan, niet op muzikaal gebied. Zanger Mikael Nox loopt erbij als een karikaturale kruising tussen Alice Cooper en Abbath, terwijl de overige bandleden onherkenbaar zijn uitgedost als leden van de Real IRA of de ETA. Combat pants, bivakmuts, het enige dat ontbreekt is een AK 47. In plaats daarvan gitaren en drums en een geluid dat evenwel de soundtrack van een terreuraanslag kan zijn. Craft is een beetje als de ADO Den Haag van de black metal: ze doen tamelijk onzichtbaar mee en zouden, behalve door de hartstochtelijke fans, niet gemist worden als ze er niet waren. Echt spannend wordt het nooit dus we gaan langzaamaan terug naar de grote zaal van 013 voor de afsluiting van de dag, het optreden van Loop.

Voordat we weer terug zijn in 013 lopen we Walter nog tegen het lijf. Dankzij het nieuws via het www en facebook wisten we al dat hij uit handen van locoburgemeester Marcelle Hendrickx een onderscheiding had ontvangen. Deze Zilveren Legpenning ontvangt hij vanwege het 20-jarig jubileum van het festival, maar meer nog voor zijn verdiensten voor de stad Tilburg. Bescheiden als Walter altijd is, weet hij nog niet echt te verwoorden wat het ontvangen van de onderscheiding nu eigenlijk met hem doet. We drukken op zijn hart dat het meer dan verdiend is. Een grijns van oor tot oor zegt genoeg. Walter heeft jarenlang ziel en zaligheid in het festival gestoken en Tilburg, en muziekminnend Nederland als geheel, mag trots zijn dat Roadburn al 20 jaar een toonaangevend en zeer succesvol festival is!

Terug naar Loop. Loop, een van de aanstichters van het tegenwoordig weer zo populaire shoegazegeluid, was in 2014 al eens headliner op Roadburn. In 2015 was Robert Hampson ook present op het festival voor een geruchtmakende en grotendeels onbegrepen soloperformance. Nu is Hampson terug met Loop, op speciale uitnodiging van Tomas Lindberg en alles is vergeven en vergeten. Loop anno 2019, versterkt met de ritmesectie van The Heads, blijkt een uitermate strakke liveband te zijn en Hampson mag er dan uitzien als een gedistingeerde al wat oudere gentleman, inclusief keurige pantalon, hij weet de snaren nog altijd flink te raken. Met een zeer belangrijke rol voor de stuwende bas van Hugo Morgan vliegt de tijd voorbij. Er is zelfs ruimte voor een toegift en dan is het afgelopen. De feedback gilt nog even na en dag twee zit er op. Goed, in Het Patronaat gaat men nog even verder, maar voor het merendeel van de Roadburners is het genoeg geweest. Met voor velen het niet erg aanlokkelijke vooruitzicht van weer een nacht bibberen in de tentjes op de festivalcamping verdwijnt iedereen in de koude Tilburgse nacht.

band image

<< vorige volgende >>