Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Roadburn 2019 - Dag 1

Tilburg 013 4 november 2019

Het lange vooruitkijken is voorbij, het is donderdag 11 april 2019, de eerste dag van het jaarlijkse Roadburn festival. Al lange tijd is Roadburn veel meer dan een verzameling stoner en doom bandjes zoals het ooit begon. Het is, zoals veel festivals tegenwoordig overigens, meer en meer een totaalbeleving van muziek, kunst en gelijkgestemde mensen van over de hele wereld. Het bijzondere van Roadburn is de brede programmering. Je kunt, zoals wij namens Lords of Metal doen, met drie man de podia aflopen en door net even een andere keuze uit het aanbod te maken het idee hebben naar compleet verschillende festivals geweest te zijn. Zeker op dag 1 is dit het geval. Het is heel goed mogelijk om een boeiende dag te hebben zonder ook maar een vervormde laag-gestemde gitaar tegen te komen terwijl je ook, door steeds een andere afslag te kiezen, je had kunnen onderdompelen in punk, noise en klassieke metal. Op deze en volgende pagina`s ons volkomen subjectieve en door de gemaakte keuzes onvermijdelijk incomplete verslag van het mooiste festival van Nederland. Leestip: we hebben er dit keer voor gekozen om onze ervaringen als 1 verhaal te presenteren. Alleen als er bij 1 band meerdere verslaggevers aan het woord zijn, is dat aangegeven door cursivering.

Text & pics: Evil Dr. Smith, Edwin & Jan-Simon

Door:

Dit jaar was een groter aandeel kunst, eten en andere randactiviteiten toegevoegd aan het al uitgebreide aanbod. Het koepelhalcomplex, aan de andere kant van het spoor, werd vorig jaar reeds ingeschoren en krijgt meer vorm. Het wordt meer en meer het epicentrum van het Roadburn gebeuren, overigens zonder dat 013 daardoor op een zijspoor belandt. Met een centrale ruimte voor de merchandise, een plaats waar je lokale en internationale bijzondere biertjes uit de craftbrewers scene kon nuttigen, een tentoonstellingsruimte waar posterkunstenaars hun werk lieten zien maar waar je ook kon genieten van de schilderkunsten van sommige optredende artiesten Marissa Nadler blijkt bijvoorbeeld bijzonder aardig impressionistisch te kunnen schilderen in de bijna abstracte stijl van J.M.W. Turner, terwijl Emma Ruth Rundle haar meisjesfetisj voor paarden in een postmodernistisch BDSM-jasje verft alsof het de elitair hinnikende Houyhnhnms zijn die uit het boek van `Gullivers Reizen` komen gegaloppeerd. Er is zelfs een ruimte waar je je kan terugtrekken uit de festivaldrukte voor een potje tafelvoetbal of Rummikub. Voor elk wat wils zou je bijna zeggen.

band image


Roadburn blijft zich ontwikkelen dus. Dat geldt ook de gebruikte venues. Cul de Sac en Extase worden niet meer gebruikt. Dat scheelt veel frustratie maar deze kleine zaaltjes zullen qua sfeer ongetwijfeld door velen gemist worden. Het Miditheater, tot een paar jaar geleden regelmatig gebruikt, is als een soort rotte kies getrokken, een bouwput achterlatend. Blijven dit jaar over 013 Mainstage, Green Room en de Koepelhal en Hall of Fame aan de andere kant van het spoor. En dan het slechte nieuws. Het Patronaat, zo valt te lezen in het festival boekje, is verkocht en zal dit jaar voor het laatst gebruikt worden als podium. Dat is een zwaar verlies voor het festival. Veel gedenkwaardige optredens staan in het collectieve Roadburn geheugen gegrift. De karakteristieke zaal was garant voor memorabele optredens van bijvoorbeeld Yob, Zeal & Ardor, Batushka, Oranssi Pazuzu en nog veel meer. Optredens vooral waar je later van hoorde dat je erbij had moeten zijn, maar niet verder kwam dan de ellenlange rij buiten.

Een mooie vernieuwing, en het bewijs dat Roadburn niet wordt gerund door wereldvreemde muzieknerds, is de introductie van harde bekers. Tegen betaling van een muntje kan de beker met huisstijl opdruk het hele festival gebruikt worden. Niet alleen een bescheiden vorm van vergroening, de plastic soep in de zalen is aan het eind van de dag merkbaar minder, en dat scheelt veel geritsel.
Bij de verkenning van de ruimtes viel de enorme rij bij de Roadburn merchandise op. Bij nader inzien ook weer niet zo gek, want als er een groot verschil is met vorig jaar dan is het wel dat het koud is. Zonnig, maar door de straffe noordoostenwind zie je alleen de allerstoerste kinkels met mouwloze shirts heen en weer pendelen tussen de 013 en de Koepelhal. Het wekt dus geen verbazing dat de hele voorraad longsleeves en hoodies met Roadburnlogo binnen een halve dag is uitverkocht. Fijn voor de organisatie natuurlijk.

Wat ook opviel op muzikaal gebied, want daar komen wij van Lords of Metal natuurlijk vooral voor, is de grote diversiteit in de programmering. Nog meer dan vorige jaren is er ruimte voor experiment en stijlen die je in eerste instantie niet op een vooral als metalfestival geafficheerd festival zou verwachten. Edwin sprak Walter Hoeijmakers (Mister Roadburn) verleden jaar bij een optreden van Dopethrone in Utrecht, waarbij we het al hebben gehad over de toevoeging van het Koepelhalcomplex, door creatieve Roadburners Choo Choo Valley gedoopt, en de verdere inkleuring van het festival met ruimte voor bijvoorbeeld folk. Dat begint meteen al met de eerste acts. Op het hoofdpodium speelde MYRKUR, meteen een van de meest omstreden acts van het moment. Waarom deze blonde Deense (in het dagelijks leven Amalie Bruun geheten) zoveel weerstand oproept in de metalscene is mij niet helemaal duidelijk, het lijkt wel een soort van mode (denk o.a. Ghost). Het zal wel iets te maken hebben met haar indiepop-verleden, waarin ze geen getormenteerd jeugdtrauma heeft opgelopen en waarbij ze van de ene raw-geblakerde black metal naar de andere necro trve frostbitten grim tienkamermetal wandelde om zodoende voldoende blekmettol-streetcredits op te bouwen. In ieder geval hebben de hardcore metalheads niets te zoeken bij haar `Folkesange`, want het is pure Nordic folk wat ons wordt voorgeschoteld waarbij ze traditionele folksongs uit het Scandinavische en Schotland afwisselt met zelfgeschreven composities. Twee in klederdracht gestoken achtergrondzangeressen, een piano, viool, cello, mandoline en veel tamelijk zoete liedjes. Mooi, goed uitgevoerd, maar niet direct heel spannend. Ideaal voor op Castlefest of tijdens een opgieting in een sauna. Af en toe is het, zeker als Amalie achter de vleugel plaatsneemt, alsof we naar een Scandinavische Tori Amos luisteren.

Op andere momenten, zeker als de twee achtergrondzangeressen eventjes voorgrondzangeressen mogen zijn, roept het de sfeer op van het Finse folkgezelschap Varttina. Bij de introducties en de gedwongen pauzes door ontstemde instrumenten blijkt ze meer grappig dan zenuwachtig te zijn (`This traditional has 48 verses, so we had to skip a few`). In de band blijkt tot mijn aangename verrassing ook nog een bandlid te zitten van Garmana, een Zweeds folk(rock)gezelschap die ik hoog heb zitten, en daar spelen ze nog een verdomd fraaie versie van wat was het ook alweer, en dan blijkt mijn aantekeningenboekje ergens in de plastic soep te zijn gevallen. Mooi is het wel. Net als celliste Jo Quail trouwens, een dame die de komende dagen nog op diverse plekken op het podium te zien zal zijn. Prettig voor mijn netvlies. Amalie sluit sfeervol en solo af met een stuk gespeeld op een nyckelharpa.

band image


Ongeveer tegelijkertijd speelt in Het Patronaat het Italiaanse gezelschap SHERPA. Een band met twee gezichten, zo blijkt en daarmee zetten ze iedereen op het verkeerde been. Het begint als een wat gezapig en niet helemaal uit de verf komende dreampop met als meest opvallende feature de nogal wankele zang van de gitarist, maar gaandeweg de show, vaak ook gaandeweg de nummers, verandert het in een heel wat boeiender instrumentale psychedelische postrock show met lang uitgesponnen nummers die (en dat is wel jammer) niet op de gekende wijze naar een climax voeren maar na verloop van tijd na een stormachtige middensessie weer langzaam en onbevredigend uitdoven. Conclusie: zonder zang is het een stuk beter.

Je loopt van de ene verrassing in de andere en zo komen we in de Green Room oog in oog te staan met Thor. Thor wie? Thor Harris, bij sommigen bekend als lid van Swans. Hij heeft wat vrienden meegenomen, vandaar de bandnaam THOR AND FRIENDS, en heeft de grootste lol in een soort van freeform avantgardistische jazzsessie met vibrafoons en basklarinet. Een gezelschap dat zo als een soort van sideshow uit een film van Meyer of Jodorowsky gestapt had kunnen zijn. Niet helemaal ons ding en bovendien misschien een beetje te vroeg op de dag. Gitaren, dat hebben we nodig na een eerste uur vol aparte acts, dus snel naar de overkant van het spoor om daar CRIPPLED BLACK PHOENIX te aanschouwen. Net als twee jaar geleden staan ze weer vroeg geprogrammeerd. Dit keer hebben ze ruim twee uur toebedeeld gekregen en die ruimte wordt met beide handen aangepakt. Het is wel wat dringen op het podium met drie gitaristen, twee toetsenisten, een bassist, een drummer en een extra zangeres die er af en toe bij komt. CBP produceert een degelijk, bijna veilig klinkend geluid. Is het nu classic rock of toch meer psychedische progrock? Het begint gaandeweg het optreden meer en meer op Pink Floyd te lijken (zoals tijdens hun meezing-epic `Burnt Reynolds`) en dat is nog voor ze besluiten om af te sluiten met de klassieke Pink Floyd goes Krautrock track `Echoes`. Ambitieus is wel het minste wat je van zo`n onderneming kan zeggen. Ga er sowieso maar aan staan om zo`n song van ruim 20 minuten te doen. Zoals te verwachten viel wordt het origineel niet overtroffen, dat is vrijwel onmogelijk, maar Crippled Black Phoenix verdiende punten door het in ieder geval te proberen. En de extra decibellen geven zeker extra jeu aan hun versie.

Door de krochten van het complex, de binnendoorroute via Ladybird Skatepark is een nieuwigheidje, op naar de kleinste zaal van Roadburn, de Hall of Fame, waar het altijd zweten geblazen is. Als je binnenkomt tenminste. We pikken nog een stukje GREAT GRIEF mee, een jonge band uit de IJslandse scene, en komen precies op het goede moment. De hardcore van de band is misschien niet verbijsterend origineel, dat gebrek wordt ruimschoots gecompenseerd door de energieke act van de zanger. Achter het keurige uiterlijk blijkt een complexe en energieke persoonlijkheid schuil te gaan die ons leert dat je niet moet toegeven aan de duisternis, zoals hijzelf bijna had gedaan. Hij doet vervolgens volledig in tegenspraak met zijn `er is nog hoop` toespraak nog een Eddie Veddertje door in de installatie te klimmen en de laatste songs vanuit de lichtinstallatie te zingen. Vervolgens laat hij zich in het publiek vallen en wordt [zoals het hoort] vliegensvlug over de handen van het publiek naar het podium teruggevoerd. Mede door de energieke act is het een geslaagde show.

band image


Onderwijl is de Main Stage afgeladen propmudjevol. Ja, hallo? Het is pas donderdagmiddag half zes hoor, is het nu al douwen en stouwen? Doe `es ff rustig aan. Maar nee, iedereen wil de resurrectie van The Devil`s Blood zien. Want zo mag je MOLASSES wel beschouwen. Vernoemd naar het laatste nummer wat Selim `Mister Devil`s Blood` Lemouchi uitbracht, onder Selim Lemouchi & His Enemies. Het is alweer vijf jaar geleden dat Lemouchi een andere, definitieve weg insloeg, en uit de restanten van The Devil`s Blood en His Enemies is deze band opgebouwd, aangevuld met leden van Astrosoniq, Birth Of Joy en Donnerwetter. De band heeft tevens van Walter de opdracht/privilege gekregen om exclusieve muziek te schrijven, speciaal voor Roadburn. Iets waarmee Roadburn vorig jaar is begonnen (`Sol an varma`, een stuk dat werd gecomponeerd en uitgevoerd door de creme de la creme van de IJslandse black metalscene). Het resultaat blijkt een diffuse mix van progrock met psychedelische rock, en door het toetsenwerk zelfs wat flirts te hebben met jazzrock (Mahavishnu Orchestra, Miles Davis` `Bitches Brew`), waarbij de heldere en uit duizenden herkenbare zang van Farida Lemouchi voor de definitieve muzikale link met The Devil`s Blood zorgt. Fijn om haar stem weer te horen. Collega Michiel Barten herkent in een nummer een vergelijkbare akkoordopbouw met `Voodoo Dust`, terwijl ik bij een navolgend nummer juist een sterke associatie met The Devil`s Blood krijg. Het is alleen wat minder stemmig en gespeend van welke occulte sfeer dan ook. Frivool bijna. Hoe sfeervol en sterk musicerend het allemaal ook klinkt, het pakt me niet zoals ik had gehoopt, met uitzondering van, als ik me niet vergis, het nummer `Drops Of Sunlight`, waar mijn nekharen en spieren toch weer even overeind gaan. Maar verder grijpt het me niet bij de ballen, ik krijg geen auditieve uppercut noch word ik door emoties overmand. Het is mooi, lekker en onderhoudend. Maar daar zou ik van tevoren geen genoegen mee hebben genomen.

Stiekem blijkt op Roadburn een Braziliaanse invasie gaande te zijn. Daar heb ik niet veel van gemerkt, vooral omdat de betreffende bands vallen in de redelijk grote categorie `nog nooit van gehoord`. Aan RAKTA de eer om af te trappen. Een aparte band. Een drummer, een bassiste en een dame die heel druk is met het bedienen van synthesizers, vocoders en allerhande effecten. Geen gitaar dus. Ook geen riffs of melodie. Vooral een stampend, bijna tribaal ritme waaroverheen een dikke deken vrij willekeurige geluidseffecten werd gedrapeerd. Het is met name een vreemd spektakel en het meest memorabele moment blijkt achteraf te zijn dat ineens het gerucht gaat dat Igor Cavalera bij het optreden van dit bandje is gespot. Igor Cavalera van Sepultura? Wat doet die hier? Al snel blijkt de dorpstamtam van Roadburn te weten dat hij even later met Petbrick, een van de andere Braziliaanse bands, zal spelen. Petbrick moeten we helaas (of niet, we zullen het nooit weten (jawel, lees maar verder)) missen want er wachtten nog vele bands op ons.

LINGUA IGNOTA bijvoorbeeld, maar dat blijkt een mission impossible te zijn, mede door de bijzondere setting waarvoor was gekozen. Iedereen wil het van dichtbij zien en dat kan in principe ook, want ze staat niet op het podium maar midden in de zaal op aanraakafstand van iedereen en alles. Het gevolg is dat niemand ook maar iets ziet. Wij dus ook niet.

HEXVESSEL staat gewoon op het hoofdpodium. Deze band past bij uitstek in het folky programma van de donderdag. De Finse uitspanning, met Britse zanger met boswachter look Mat McNerney, brengt een integrale versie van de prachtige psychedelische folkplaat `All Tree`. Perfect uitgevoerd met een goed geluid. Alleen blijkt dat een dergelijke plaat zich niet direct een op een laat overzetten naar het podium. Songs als `Old Tree` en `Sylvan Sign` ten spijt wordt het na een kleine drie kwartier toch een beetje saai. Aan de kwaliteit van het gebodene ligt het in ieder geval niet. Hexvessel is weer een bewijs dat Roadburn anno 2019 onvergelijkbaar is met het Roadburn van pakweg 10 jaar geleden.

band image


Hulde voor jullie uithoudingsvermogen, want de kwalificatie `beetje saai` krijg ik al bij het tweede nummer. Ik houd het drie nummers vol, maar daarna worden mij deze treehugging-toestanden te stroperig en klef, en heb ik dringende behoefte aan een portie ongecontroleerde tyfusherrie om deze weeige mainstream folkpop uit mijn kortetermijngeheugen te beuken. Het lijkt alweer zo lang geleden dat ik uit mijn dak ging van `Dwanbearer` en `No Holier Temple`. De experimentele gonggeluiden waarmee de set werd ingeluid klonken nog het boeiendst.



Die tyfusherrie krijg ik trouwens. Het is opvallend druk in de Hall Of Fame, maar ik weet me nog redelijk naar voren te wurmen bij het Braziliaanse PETBRICK. Nooit van gehoord, maar de naam suggereert iets industrieels en hard, en dat is het ook. Met zijn tweetjes, een lijvige drummer en een knoppenman, zorgen ze voor portie industriele noisemetal dat helemaal niet zo beroerd klinkt. Een beetje Godflesh on speed en in de mortelwagen van een Japanse harsh noise artiest rond gemangeld. De drummer werkt zich op een imposante manier in het zweet en zijn ritmische donderslagen krijgen een smaakvolle laag van digitale noise en incidenteel verbale gebrul van de bebrilde en bebaarde man achter de knoppen. Rauw, hard, vuig. Hexvessel ben ik weer snel vergeten. Maar dat ik achteraf te horen krijg dat ik naar het vadsige lijf van Igor Cavalera heb gekeken, had ik ook niet gedacht. Beukt als een beest.


band image


EMMA RUTH RUNDLE speelt in een maximaal gevulde Koepelhal haar Heather Nova achtige indierock. Met een enigszins rommelige band en een Bonhameske drummer was het een band die je eerder op festivals als Down The Rabbit Hole of zelfs Lowlands zou verwachten. Zelfs Pinkpop in de jaren negentig had zomaar gekund. Maar Roadburn? Mwah. Heb je trouwens gezien hoe VOL het is in de Koepelhal? Ze hebben de scheidingsdoeken wat verder naar achteren gehangen zodat er nog meer mensen in kunnen, maar dan nog is het gewoon vol bij Emma. Maar je hebt gelijk, haar optreden is zoals ze schildert.

band image


Terug in het Patronaat staat daar een volgende totaal onbekende Braziliaanse act op ons te wachten. DEAFKIDS werkt volgens hetzelfde basisprincipe als Rakta: drie personen, veel ritme, veel effecten en vervorming en veel gekte. Het grote verschil is dat ze vertrekken uit een wat conventionelere opstelling: het klassieke powertrio drums-bas-gitaar. Echt swingende samba wordt het niet, wel een soort van opgevoerde Ufomammut op speed. Niet erg toegankelijk, wel vermakelijk.
Intussen is het tijd geworden voor een van de vooraf als hoogtepunten aangekondigde optredens: HEILUNG. Al een jaar van te voren is bekend dat dit ritualistische project zal gaan spelen. En wat moet je er van zeggen. Het publiek wacht alles wat zenuwachtig af. Een grapje hier, een lach daar. Iemand kan het niet laten om geitengeluiden te maken, wat andere kreten van woudbewoners volgen al snel. En wat wordt het? Het is vooral vorm en weinig, of in ieder geval minder, inhoud. Qua vorm is het onovertroffen. We zagen een bonte en weinig samenhangende mix van ijzertijd, Germaanse en Viking elementen. Door het gebrek aan historische correctheid (Russische Viking broeken, Vikingschip onderdelen, Germaanse zonnewielen en voorchristelijke rituelen op 1 hoop gegooid) kon het als serieuze reconstructie niet helemaal serieus genomen worden. Wardruna in carnavalsoutfit. Het geheel werd gekoppeld aan woest en vaak wat eentonig gedrum.

band image


Ondersteund door subtiele synthetische klanken uit verborgen keyboards en laptops ging het vooral om de show, waarbij op sommige momenten letterlijk `een leger` van bijna twintig man op het podium staan. Muzikaal had het allemaal net zo weinig om het lijf als sommige van de levende decorstukken. Maar het ging erin als zoete koek. Of een half varken aan het spit. Er werd nog een soort van bondage act tussendoor gevlochten (of was het een gestileerde weergave van een mensenoffer in de veenmoerassen van weleer?) voordat de voorstelling tegen het eind ontaardde in een vorm van Viking techno. Als totaalervaring absoluut een van de hoogtepunten van de avond, muzikaal was het nietszeggend, al mag gezegd worden dat de zangeres wel een dijk van een stem heeft en dat sommige ritualistische passages zeker zijn bezwerende effect hebben, als ware het een haka van het Nieuw-Zeelands rugbyteam.



Het kolderiek gemaskerd bal van Heilung staat in schril contrast met de Spartaanse soberheid van BLISS SIGNAL in de Green Room. Ik pak nog net de laatste tien minuten mee, maar ik zie alleen een dikke mist op het podium en hoor wel erg veel digitale geluiden. De mist trekt iets op en ik zie een schim achter een toetsenbord staan, maar de soundwaves die hij uit zijn toverdoos haalt lijken me eerder thuishoren op een experimenteel hardstyle/techno-festival. De mist trekt iets verder op en ik ontwaar een gitarist. Die staat zich helemaal uit de naad te spelen, maar ik hoor er geen ene flikker van. Ik hoor alleen maar elektronica. Klopt dit? Hoort dit? Als de muziek toegewerkt wordt naar een apotheose, dan klinken de explosieve uitbarstingen als implosies van verstilling. Merkwaardig. Te weinig van meegekregen voor een echte indruk, maar lang genoeg om er niet als een bezetene achteraan te gaan. Ondanks het gegeven dat die gitarist voorheen speelde bij Altar Of Plagues, bepaald niet onbekend bij vaste bezoekers van Roadburn.

Bij MONO kunnen we altijd rekenen op een brok intense muziek. Het Japanse viertal, of tegenwoordig drietal plus Amerikaan, sinds de introductie van drummer Dahm Majuri Cipolla, kiest voor een integraal gebracht `Hymn To The Immortal Wind`. De immer ingetogen band heeft echter uitgepakt door een vleugel op het podium te laten zetten en het Jo Quail Quartet (ja, daar is die fraaie dame weer!) bezet de rechterflank van het podium. Het brengt een extra dimensie aan de verder volgens een vast stramien spelend Mono. Want Mono weet zijn succesformule uitstekend uit te buiten. De optredens worden gedragen door de ritmesectie terwijl gitaristen `Taka` en `Yoda` de vrije ruimte krijgen en toewerken van de ene climax naar de volgende climax. Mono staat garant voor een geslaagde avond en ook nu zijn weer alle ingrediënten aanwezig voor opnieuw een ijzersterk optreden. Het nieuwe element, drummer Dahm, blijft uitstekend staande en toont zichzelf een getalenteerd drummer, het strijkkwartet vult aan met subtiele laagjes waar het kan en strijkt verwoed mee wanneer het moet. Een meer dan geslaagd optreden!

Dat klopt, Mono incl. Jo Quail was zonder meer de moeite waard. Mijn probleem met Mono is alleen dat het allemaal zoveel op elkaar lijkt. Doordat er strijkers meededen was al snel duidelijk dat het waarschijnlijk om `Hymn To The Immortal Wind` ging. Maar dat is dan ook het enige licht andere album uit de lange loopbaan van de band. Als je mij vraagt om een song te herkennen dan moet ik helaas het antwoord schuldig blijven. Zoals al gezegd, Mono is een band die een kunstje kent en dat tot in perfectie (en tot in den treure) uitvoert. Maar wanneer je dat loslaat, dan krijg je wel wat. Een intense set vol vurig gespeelde postrock. Nadat het meest recente album mij nogal tegenviel was dit een aangename verrassing. Ze kunnen het nog. Hoera!

Na vijf kwartier overdonderende Japanse postrocktsunami`s is er maar een logisch volgende stap: het is klaar, het is genoeg, dag 1 zit er op. Jammer voor Crypt Trip die in het holst van de nacht de dag definitief afsluit, maar wij gaan op huis/caravan aan.

band image

<< vorige volgende >>