Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Watain, Rotting Christ & Profanatica

Nijmegen Doornroosje & Merleyn 25 november 2018

Ik was danig onder de indruk van het optreden van Watain op Graspop eerder dit jaar. Ik had de band wel een paar keer eerder gezien, maar dat was elke keer vrij vluchtig geweest, ook op festivals. En dat was bovendien in een tijd dat ik nog niet zo warm liep voor extreme muziek. Maar de laatste jaren heeft er in mijn hoofd en in mijn zwarte ziel een omslag plaatsgevonden die maakt dat ik extreme bands meer en meer ben gaan waarderen. En extreem is Watain natuurlijk wel. Toen ik dan ook las dat ze naar ons land kwamen voor een clubshow, wist ik direct dat ik daar bij wilde zijn. Ook als was het een zondagavond…

Door: Wim S.

Het optreden vond bovendien plaats in Doornroosje in Nijmegen, wat inmiddels misschien wel mijn favoriete zaal van ons land is. Goed bereikbaar, goede logistiek, prettige ontvangst, mooie zaal en goed geluid. Kortom; alles klopt zo’n beetje wel in Nijmegen. Hoewel goed bereikbaar miste ik de eerste band van deze avond, Profanatica maar dat was misschien wel bewust of onbewust mijn eigen schuld. Kwestie van op tijd vertrekken. Ik was wel op tijd voor de tweede band van vanavond, het Griekse Rotting Christ. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat viel me dat een partij tegen zeg. Ik vrees overigens dat ik één van de weinigen in de zaal was die het helemaal niks vond, want verrassend genoeg kregen de enthousiaste Grieken het publiek wel aan hun zijde. Waarom vond ik het niks? Omdat de band van teveel walletjes wil eten en daardoor de plank volledig misslaat. Aan de ene kant willen ze een heel stoer en mysterieus imago uitstralen, maar vervolgens blijft Sakis Tolis drie kwartier lang dingen roepen als ‘are you with me’, ‘let me see those hands’ en ‘come on, let’s make a circle pit’. Dat strookt totaal niet met wat we aan teksten te horen krijgen en met het sfeertje dat (tevergeefs) gecreëerd wordt; we horen voortdurend keyboards (maar zien niemand deze bespelen) om het allemaal nog mystieker te maken maar als de mannen dan maar blijven roepen en met hun vuist op hun borst blijven slaan, werkt dit (bij mij althans) vooral op de lachspieren. Muzikaal is het verder wel okay hoor; het klinkt strak en het geluid is zuiver en goed. Muzikaal heeft Rotting Christ totaal niets te maken met Watain en dat vind ik ook wel een beetje jammer. Maar goed, het publiek smult er van dus wat kan ik er verder over zeggen.



Vervolgens is het even wachten op Watain. Het podium ziet er – zoals verwacht – schitterend uit. Kruizen, zwaarden, drietanden, beenderen, horens, noem het maar op. En even voordat de heren opkomen worden de eerste kaarsen ontstoken. Dan doven de zaallichten, horen we onheilspellende muziek en kan de hoogmis dus echt beginnen. Erik Danielsson komt met een fakkel het podium op en ontsteekt de drietanden op het podium waarna zijn kompanen genadeloos hard inzetten met ‘Storm Of The Antichrist’. De gitaren klinken dan nog veel te schel en de drums van Håkan Jonsson (vooral zijn snare!!) zitten veel te hard in de mix. Datzelfde euvel maakt ook dat ‘Nuclear Alchemy’ nog niet helemaal goed te verteren valt. Voor mij begint het optreden dan ook pas vanaf ‘The Child Must Die’. Het geluid klinkt dan veel beter en de rasp van Danielsson is dan ook warm gedraaid. Als geen andere band weet Watain echt een heel aparte sfeer te creëren. Ze zijn er vervaarlijk uit, bewegen goed en hun muziek overtuigt. Ook in de snelle stukken hoor je de details en je kunt de zanglijnen bijna woordelijk verstaan. Het blijven natuurlijk ook wel aparte gasten, met Danielsson als opper mafkees. Verschillende keren zie ik hem met zijn handen of met zijn armen bewust boven of in het vuur gaan hangen. Waanzin natuurlijk. Halverwege het concert verdwijnt de band van het podium om Danielsson de tijd te geven om voor zijn zelfgemaakte altaar even een korte dienst op te voeren. Normaliter ben ik wat te nuchter voor dit soort rituelen en bijbehorende flauwekul maar het is de kwaliteit van Watain dat ze zelfs mensen als ik meekrijgen in hun show. Het is de muziek, de aankleding, alles. Je wordt meegezogen, of je nu wilt of niet. Nee, dat hij ook nog een kelk gevuld met bloed het publiek in mikt vind ik wat minder. Ik stond na het concert bij de garderobe naast een gast die echt van onder tot boven onder het bloed zat. Geen porem.



Anders dan het bloed, is het niet erg om al die muzikale hoogtepunten om je oren te zien en horen vliegen. Nummers als ‘Agoy Fires’, ‘Sacred Damnation’ en ‘The Golden Horns Of Darash’ hakken er genadeloos in. Hoogtepunt is misschien wel de alles verschroeiende uitvoering van het vette ‘Malfeitor’; wat een waanzinnige track is dat toch. De band wil graag één van hun grootste inspiratiesbronnen eren en na de aankondiging ‘for those who appreciate Swedish history’ krijgen we een verpletterend vette uitvoering van Bathory’s ‘The Return Of Darkness And Evil’. Zo strak als Watain het neerzet heeft Bathory het nooit voor elkaar gekregen! De band dankt het publiek en is vervolgens toe aan het laatste nummer van deze tour en met ‘The Serpent’s Chalice’ krijgen we nog een fijn toetje. Hard, zuiver, mysterieus. De band verlaat vervolgens het podium en de laatste minuten Watain zijn weer voor Danielsson en zijn altaar. Hilarisch is het natuurlijk wel als halverwege het ritueel een brandwacht het podium opkomt en een vlam uitmaakt die blijkbaar te dicht bij de jas van Danielsson kwam. Die is ook niet blij dat deze man zijn ritueel verstoord en maakt met een of andere stok het gebaar van het doorsnijden van iemands keel. Hahaha, wat een toestand. Maar goed, hij vervolgt daarna zijn gebed om daarna nog een keer de zaal in te kijken en het podium op eloquente wijze te verlaten. De hoogmis is ten einde.

<< vorige volgende >>