Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Abbath

Turock - Essen (Duitsland) 9 mei 2018

Ik heb het al vaker gezegd geloof ik; hoe ouder ik word, hoe ‘extremer’ mijn muzieksmaak wordt. Waar ik vijftien jaar geleden niet veel ophad met death –of black metal, is dat nu de muziek die ik het vaakst luister. En dat betekent dat ik de laatste tijd ook graag naar concerten ga waar het publiek wordt getrakteerd op een bak lekkere herrie. Terwijl ik nog maar net ben bekomen van vier overheerlijke dagen op ‘Summer Breeze’ had ik gehoord dat Abbath aan het touren was. Abbath, de bandleider van één van de grootste black metal bands aller tijden, Immortal. Gek genoeg – of misschien is het dat niet – ben ik nooit zo kapot geweest van Immortal. Ik vond ze wel extreem, maar de muziek deed me niks. Maar het eerste – en tot nu toe enige – Abbath album vind ik echt een geweldige plaat. Daar zit letterlijk en figuurlijk veel meer muziek in dan in Immortal. En dus reed ik op een donderdagavond naar Essen (dat is voor mij gunstiger dan rijden naar Leiden, waar de band een dag van tevoren stond) om te gaan genieten van een potje onvervalste black metal.

Door: Wim S.

Turock in Essen is een beetje het Dynamo van Duitsland. Eigenlijk te klein en qua voorzieningen te beperkt om ‘grote’ bands te verwelkomen, maar vanwege de naam en de traditie van de tent spelen die bands er toch. Dat is leuk. Een podium dat in elkaar is geschroefd met een paar houten platen en waar nog wat tafels tegenaan zijn geschoven, dranghekken die als afscheiding dienen tussen het podium en de gang naar de backstage (mensen toch, heerlijk, dat dit allemaal nog kan!), een weg naar het toilet waar je je hoofd stoot aan een trap en waar je niet met twee mensen tegelijk doorheen kan lopen. Ik denk dat jullie zo wel een beeld hebben van Turock. Maar ik vind het geweldig. Dit is old school. En nondeju, ze hebben zelfs Guinness. Van de tap! Yes. Dat zijn bonuspunten. Helaas zie ik nog maar anderhalf nummer van het voorprogramma van vanavond, het Deense Baest. De vijf jonge muzikanten brachten op enthousiaste wijze een portie onvervalste death metal. Maar zoals gezegd, ik kan er verder niets over zeggen want daarvoor kreeg ik te weinig mee.

Om 21.15 uur kwamen vier mannen uit het gangetje naast de bar en liepen langs de hekken het podium op, dat inmiddels door de technicus in een zee van rook was gezet, vergezeld van groen licht en een onheilspellend intro. Abbath zelf kwam als laatste op het podium waarna de band direct inzette met ‘Count The Dead’. Het geluid was helaas werkelijk niet om aan te horen: het was één grote brij van geluid. Het duurde minuten voordat ik door had welk nummer ze aan het spelen waren. Ook het oorverdovend harde ‘Nebular Ravens Winter’ verzuipt nog in een zee van lawaai maar wordt wel veel vetter neergezet dan Immortal ooit deed. Het wordt pas echt interessant vanaf ‘Winterbane’; het geluid is dan inmiddels wat beter (en je went er ook aan natuurlijk). Ik vind dat het beste nummer van de Abbath plaat en live klinkt het dus ook vet. Abbath blijkt ook een charismatische frontman. Hij heeft contact met het publiek, zonder dat hij nou heel veel praat. Wanneer hij praat is hij overigens niet best te verstaan: zijn Engels is niet al te best. Hij is prachtig geschminkt, hij heeft mooie podiumkleding en hij beweegt op een aparte manier. Zijn kompanen zijn ook enthousiast. Ik ben vooral onder de indruk van Creature, op drums. Hij heeft dat gekke masker uit de videoclips (gelukkig) thuisgelaten, dus we zien een rustig drummende vent die zelfs in de snelle stukken nog relaxed oogt. Smullen is het ook met ‘Warriors’ wat opgebouwd is rondom een heldere, vrij melodieuze riff.

Het publiek is enthousiast maar blijft vooral ook (rustig) luisteren. Geen mosh –of circlepits derhalve. Fijn is ook de uitvoering van ‘Tyrants’ dat ook alweer vetter klinkt dan de originele Immortal uitvoering. Het moge duidelijk zijn: Abbath klinkt tien keer vetter dan zijn voormalige speeltje. Luister maar eens hoe ‘The Rise Of Darkness’ wordt neergezet. Of wat te denken van het openingsnummer van het album, ‘To War’! Helaas komen niet alle nummers even goed uit de verf maar dat heeft met name te maken met het zaalgeluid. Een goede geluidsinstallatie en akoestiek zouden voorkomen dat de nodige songs overkomen als een ondefinieerbare kakofonie van losse klanken. Als je die tracks dan niet kent, weet je niet wat je hoort. Na 70 minuten verdwijnt de band even van het podium, om vervolgens na de ‘Zugabe’ uitingen vanuit de zaal weer terug te keren. Abbath heeft dan een brandende sigaret in de mond, wat ik dan wel weer een beetje puberaal vind. Want dat maakt dat verschillende mensen in de zaal menen ook een sigaret op te moeten en mogen steken. Zo werkt dat helaas. En neemt de bassist een hijs van een sigaret van iemand uit de voorste rij, terwijl inmiddels het machtige ‘All Shall Fall’ de zaal in wordt geslingerd. Tja, tikkeltje simpel. Maar dat mag de pret niet drukken. Wanneer de muziek stopt en de band het podium heeft verlaten, komt Abbath in zijn eentje nog even terug om zoveel mogelijk mensen te groeten en te ‘highfiven’. Dat vind ik dan wel weer klasse. Daar kunnen die stumpers van Gorgoroth nog wat van leren. Zo ga je dus om met je fans. Abbath heeft vanavond bewezen nog steeds relevant te zijn voor de black metal scene.

<< vorige volgende >>