Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Summer Breeze 2018

Dinkelsbühl (Duitsland) 15 augustus 2018 tot 18 augustus 2018

Wat een zomer hebben we dit jaar gehad zeg. Godallemachtig nog aan toe. Niet alleen de mussen vielen van het dak; alles en iedereen bezweek bijna onder de hitte van de afgelopen maanden. En als het dan half augustus tijd wordt voor je favoriete festival – want dat is Summer Breeze al jaren – dan maak je je op voorhand wel een beetje zorgen. Zou het ook die vier dagen fijn weer blijven? Nou, met terugwerkende kracht kan ik zeggen dat ik me voor niets wat zorgen had gemaakt: het waren vier heerlijke dagen! En dat niet alleen qua temperatuur….

Door: Wim S.

Een jaar na het twintigjarig jubileum van ‘Summer Breeze’ was het ook dit keer weer een feest om vier dagen te mogen vertoeven in het zuiden van Duitsland. Dit jaar moest het festival het niet hebben van grote namen (bands als Opeth, Megadeth of Slayer ontbraken) maar vooral van een voortreffelijke mix van nieuwe en oude bands en een grotere verscheidenheid van stijlen dan ooit. Dát in combinatie met de heerlijke zon, de fijne mensen en het lekkere bier zorgen voor vier dagen feest.



Ik maak ook dit jaar weer een diepe buiging voor festivaldirecteur Achim Ostertag en zijn crew want ook dit jaar was het festival weer tot in de puntjes verzorgd. Zoals te doen gebruikelijk was ook dit jaar de indeling van het terrein weer wat veranderd (de ‘Green Camping’ op andere locatie, de plekken waar eet –en dranktenten zijn geplaatst op de ‘battlefield’, als ook weer een uitbreiding van de gezellige markt, halverwege het terrein. Het immense mainstage podium van vorig jaar was er ook nu weer (dat zal wel een blijvertje zijn: want wat een geweldig podium met dat roterende middenpaneel) en ook het T-stage was evenals vorig jaar niet overdekt. Dat zijn grote pluspunten voor wat betreft de zichtbaarheid voor een ieder maar ook qua geluid. In positieve zin veranderd was dit jaar het Camel Stage: dat was voorheen een soort van ‘bij-podium’ maar doordat het nu flink groter was én deels overdekt (prachtig ding!) was het Camel Stage dit jaar een volwaardig podium, zodat Summer Breeze voortaan met drie fantastische podia werkt. Waar ongelooflijk veel effort wordt gestoken in kwaliteit (en niet alleen van bands!) kun je heel misschien wel een vraagteken zetten bij de kwantiteit. Want zeg nou zelf: als je vanaf ’s morgen 11.00 uur kunt genieten van live muziek, wie houdt dat dan vol tot de laatste band, die rond 03.00 uur afsluit? Ik niet. En zeker niet vier dagen achter elkaar! Wellicht zou een overweging kunnen zijn om voortaan om 13.00 uur te starten met live muziek en dan tot 01.00 uur door te gaan. Om vervolgens de die-hards te verblijden met metal-disco op het kampeerterrein tot ’s morgensvroeg. Ik denk dat dat uiteindelijk beter te verhapstukken is voor een ieder, maar goed, wie ben ik.

Woensdag 15 augustus

Zoals gezegd: met het toevoegen van de woensdag is Summer Breeze inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig vierdaags festival. En mark my words: binnen nu en vijf jaar wordt het een vijfdaags festival, want de dinsdag wordt ook elk jaar voller gepland met tal van activiteiten. Ik vind het niet erg…

Ik stapte woensdagochtend om 8.30 uur in mijn auto en was rond drie uur p de plaats van bestemming. De accreditatie is nooit een probleem, het vinden van plek ook niet en voordat ik er goed en wel erg in had, had ik mijn eerste biertje al in de hand. En daar had ik ook gruwelijk veel zin in inmiddels! De eerste band die de meute aan de gang krijgt is Kataklysm, de Canadese death metallers rondom zanger Mauricio Iacono. De band beukte dat het een lieve lust was en het was een komen en gaan van crowdsurfers. Publiekslievelingen als ‘Crippled And Broken’ gingen erin als zoete koek. Na al dat geweld had Ram op het Camel podium even de tijd nodig om het publiek voor zich te winnen. Maar diegene die goed luisterden hoorden een band die overheerlijke, vrij traditionele heavy metal speelt en die zowel old school als moderne elementen in hun muziek verwerkt. Halverwege het optreden had de sympathieke frontman Oskar het publiek al voor zich gewonnen: het Duitse publiek omarmt dit soort muziek vrijwel altijd direct. Hierna was het de beurt aan Sepultura die het T-Stage in vuur en vlam zetten met hun inmiddels bekende metal. Het geluid stond in het begin veel te hard afgesteld waardoor het bij vlagen klonk als een brij van geluid. Hierdoor verzopen songs als ‘Kairos’ en ‘Territory’ in een zee van geluid en was de zang (voor zover daar sprake van was; goeiemorgen wat was hij aan het brullen) van Derrick Green ook een marteling voor het oor. Pas van ‘Desperate Cry’ vond ik het geluid beter te verteren en kon ik op het einde nog genieten van verwoestende versies van songs als ‘Arise’ en ‘Roots Bloody Roots’.



Qua geluid had Warbringer het beter voor elkaar op het Camel Stage. De sympathieke Amerikanen rondom de charismatisch zanger John Kevill hadden het Duitse publiek snel in hun greep met hun vrij eenvoudige, thrashy metal. Ik vond Warbringer wel leuk maar de band mist gewoon de gave om echt goede songs te schrijven (en dus te spelen) waardoor de band er zelfs niet in slaagt om slechts 45 minuten te boeien. Dan nog maar even een biertje gehaald en een overheerlijke Krakauer worst. Een mens moet uiteindelijk ook wat eten. Dan kan diezelfde mens namelijk ook beter omgaan met de muziek van Paradise Lost. Het was inmiddels donker geworden, wat de melancholische, mysterieuze sfeer die de band wil oproepen zeker ten goede kwam. De gitaren van de heren MacKintosh en Aedy klonken hard en loepzuiver en er stond overduidelijk ook de nodige muziek (en niet alleen toetsen) op band. Werelddrummer Waltteri Väyrynen slaat de partijen van Paradise Lost als het moet met één arm: zelden een drummer zichzelf zo zien inhouden als deze jongen. Maar ja, het is zijn broodheer. Ja, en dan heb ik natuurlijk één iemand nog niet genoemd. En dat is boegbeeld Nick Holmes. En weet je waarom? Nou mensen, het was werkelijk niet om aan te horen wat deze man presteerde. Een regelrechte aanfluiting. Holmes kan voor geen meter zingen terwijl de songs die de band uitkoos om deze avond te spelen (tracks als ‘From The Gallows’, ‘Requiem’ en ‘The Longest Winter’) daar wel om vragen. Echt vreselijk. Terwijl de muziek dus (te?) strak werd neergezet wist Holmes met zijn vocalen het gros van de songs de nek om te draaien. Gelukkig nam de goede man op de laatste dag van het festival wraak met Bloodbath maar daarover later meer.



Enthousiast werd ik nog wel van Pillorian die op het Camel Stage een heerlijk vuige black metal show brachten. Ex-Agalloch bandleider John Haughm is de kapitein van dit black metal schip en hij zette op professionele wijze de koers uit. In het begin had de geluidsman nog even moeite om alles in goede banen te leiden maar vanaf ‘Devilry’ ging het beter en vanaf ‘Forged Iron Crucible’ was het genieten van de vooral op sfeer gebaseerde black metal van de Amerikanen. Soms duurden de in –en outtro’s net wat te lang, wat de vaart wat uit het optreden haalde. Vervolgens was het de beurt aan de Zweden van Graveyard om iedereen wakker te houden. Daar slaagden de heren moeiteloos in met hun retro rock. Songs als ‘Uncomfortably Numb’ (geniale songtitel), ‘The Fox’ en vooral het oudje ‘Hisingen Blues’ lieten horen dat de band is gegroeid tot de top van de seventies (doom)rock. Maar voor mij was het toen ook echt afgelopen, het licht ging uit. Ik moet ook een beetje op mezelf passen, want dit was pas dag 1.

Donderdag 16 augustus

Als ik wakker word schijnt de zon al. Niet té warm, maar gewoon lekker. Hoe fijn is dat. Ik heb in het verleden Gerrit Hiemstra op mijn blote knieën bedankt voor enkele dagen mooi weer en ook nu ben ik geneigd om onze weerman tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau te kronen voor zijn bijdragen. Een festival is echt leuker als de zon schijnt!

De eerste band die ik op donderdag wil zien is Jasta, de band rondom de zanger van Hatebreed. Hij tourt door Europa met enkele bevriende muzikanten. En dat zijn niet zo maar wat namen: wat dacht van je Kirk Windstein (Crowbar) en Dino Cazares (Fear Factory)? En dan vergeet ik nog bijna Howard Jones, de voormalig zanger van Killswitch Engage en tegenwoordig de brulboei van Light The Torch. Onbegrijpelijk eigenlijk dat Summer Breeze op geen enkele manier gecommuniceerd heeft dat deze gasten mee zouden spelen met Jamey Jasta. Deze gasten zorgen voor een klein uur hard –en metalcore van het hoogste niveau. Jasta is ontzettend enthousiast en heeft het reuze naar zijn zin en kan het niet nalaten om ontelbare keren de namen te noemen van de mensen die met hem op het podium staan En met die line up krijgen we natuurlijk songs voorgeschoteld als ‘Edgecrusher’ en ‘Replica’ (beiden ongenadig hard en strak!) en kan ‘The Beard Of Doom’ lekker uit zijn plaat gaan tijdens ‘All I Had I Gave’. Op het einde komt ook nog zanger Kyle Thomas van Exhorder meespelen, tien minuten nadat hun eigen show op het T-Stage is afgelopen. Lachen. Thomas heeft een New Orleans-connectie met Windstein dus ook die bijdrage lag voor de hand. Het is vooral een gezellig feestje, zonder dat het echt heel goed wordt. Daar is het misschien ook net iets te warm voor.



Omdat ik de verschrikkelijke muziek van Schandmaul (niet mijn cup of tea) en Alestorm (ook al verschrikkelijk tijdens Fortarock) wil ontlopen, begeef ik me snel naar het Camel Stage alwaar het Duitse Necrotted haar show start. In het programmaboekje wordt de band omschreven als een death metal band met blast beats, maar ik vind het veel meer een metalcore band. Dat komt ook door de (originele!) line up van de band met twee leadzangers; beide heren vullen elkaar prima aan qua zangtechniek. En dat het hard gaat moge duidelijk zijn.
Vervolgens mag ik mee naar de artiestenfoyer alwaar Behemoth een bierproeverij heeft georganiseerd voor geïnteresseerden van de media. En dat ben ik natuurlijk! Ik zal hier verder niet te veel over uitweiden maar het bier van Behemoth – gebrouwen door brouwerij Perun - is niet te versmaden, vooral Bafomet (een Imperial Stout) is zalig.

Wanneer ik terugkom van de proeverij is het Duitse Eisbrecher inmiddels begonnen met hun show. En iedereen die Eisbrecher kent weet dat ze een über-Duitse band zijn en dat bedoel ik niet vervelend. De band klinkt als een iets minder heavy versie van Rammstein en heeft muzikaal niet zo heel veel te bieden. Het is vooral degelijk. De praatjes van frontman Alex Wesselsky tussendoor zijn vaak wat te lang maar ademen wel een sfeer van zichzelf niet al te serieus nemen uit en dat vind ik dan wel weer leuk. En als je ze niet te serieus neemt, blijken ze ook wel een leuke show neer te zetten die muzikaal dan niet echt boeit maar die het qua entertainment gewoon goed doet.



Vervolgens is het de beurt aan Behemoth. Die lijken weinig last te hebben van hun eigen bierproeverij want als de band aftrapt met ‘Ov Fire And The Void’ wordt direct één ding duidelijk: qua show en volume kent Behemoth vandaag zijn gelijke niet. Het geluid is zo ontzettend hard en zuiver, dat is bijna akelig. De complexe drumpartijen van Inferno, de riffs van Nergal (en Seth) maar ook zijn zang: alles is tot in detail te horen. Ik kan niet goed inschatten hoeveel van de muziek op band staat maar los daarvan, het klinkt waanzinnig. En Behemoth is ook de eerste band na anderhalve dag Summer Breeze die het element lichtshow ten volle benut. Om nog maar te zwijgen van de rook –en vuureffecten. Behemoth is de shit. We krijgen niet één (‘God = Dog’ was inmiddels op meerdere festivals gespeeld) maar twee nieuwe nummers te horen (de primeur van ‘Wolves Ov Siberia’) en verder komen verplichte knallers als ‘Conquer All’ (die drumpartijen!) en ‘Blow Your Trumpets Gabriel’ natuurlijk voorbij. Overweldigend is de show van Behemoth vooral het eerste half uur daarna wen je eraan en zakt het dus ook wat in. Maar het blijft te allen tijde goed. Opvallend is wel dat ook Behemoth eerder ophoudt me spelen dan het schema aangeeft; een euvel dat het gehele festival terug bleef keren.



Na Behemoth klinkt even niets meer, zeker niet als je Powerwolf heet. Echt, wat vind ik dat toch een band van niks. Waarom loopt iedereen zo weg met dit combo? En dat niet alleen in Duitsland (dat begrijp ik nog) maar ook in Nederland?! Ik ren weg en ga snel kijken bij Celeste, een Franse band wiens muziek staat omschreven als ‘blackened hardcore’. Nog los van hun muziek – die vind ik namelijk niet echt overtuigend – ze zetten in ieder geval een mooie, sfeervolle show neer! Het podium is compleet donker en het enige wat je ziet zijn rode lampjes die op het hoofd zitten van de bandleden. Wat maakt dat je nooit iemand in het licht ziet staan, maar slechts silhouetten kunt ontwaren. En dat is sfeervol kan ik je zeggen. Mooi hoor! Ik begeef me vervolgens snel naar het T-Stage alwaar Cannibal Corpse met hun show start. De gore death metal van de band uit Florida komt echter totaal niet uit de verf. Het geluid is niet optimaal en de band is ook niet echt in topvorm. En dat geldt zeker ook voor zanger (al kun je daar eigenlijk niet van spreken) George Fischer: hij heeft het vandaag gewoon niet. Deze band moet overrompelen en als ze dat niet doen blijft er weinig over. Een tegenvaller van jewelste. Dan maar weer naar het hoofdpodium lopen om de ouwe skaters van Suicidal Tendencies aan het werk te zien. Ik had niet in de gaten dat meesterdrummer Dave Lombardo achter de drumkit zat (een foutje van mijn kant, waarvoor mijn excuses) maar hij speelde dus ook niet zo dominant dat dat mij dat op viel. Mike Muir was in topvorm zowel vocaal als qua moves. Wat beweegt die man toch leuk; daar krijg je als publiek goeie zin van. Muzikaal stelt ST eigenlijk niet veel voor: vooral hun riffs klinken gedateerd en wat kaal, maar hun live show blijft een feestje, met songs als ‘War Inside My Head’ en ‘Send Me Your Money’.



Dan sprint ik met mijn laatste krachten – ik sta hier al meer dan 10 uur!! – naar het T-stage waar Marduk inmiddels is begonnen met hun live set. En nondeju, wat zijn ze goed! Wat ben ik onder de indruk van deze gasten! Het is live, het is puur, het is echt en het is rauw en vuig. Ik ben vooral onder de indruk van zanger Mortuus; hoe hij het doet weet ik niet maar de wijze waarop hij zingt vind ik geniaal. Hoe kan een mens een uur lang zo ontzettend krijsen en vocaal tekeer gaan en nog steeds een stem over hebben?! Ik snap er niks van. Angstaanjagend zijn de vocale lijnen in de vele tempo monsters die de band speelt. Variatie ontbreekt eigenlijk in zijn geheel maar wat de band doet, doen ze ook ontzettend goed. Elk nummer start ook met een onheilspellend intro, wat wellicht teveel van het goede is, maar Marduk komt ermee weg. Ik hoop de band snel weer een keer live te zien, liefst een keer in een club, want dan zal hun hoogmis nog heftiger binnenkomen vermoed ik. Waarom heb ik deze band zo vaak vermeden? Foei Wim. De donderdag eindigt voor mij na één nummer van de band Wheel, die progressieve metal speelt, Ik kom er niet in bij deze gasten, hoe goed hun muziek waarschijnlijk ook is. Die hoge, vrij ijle zang komt om 02.00 uur ’s nachts niet meer over, als je al uren van oorverdovend geweld achter de rug hebt. Deze band stond op het verkeerde moment op de verkeerde plek: verdienen sowieso een herkansing. Maar ik ga nu pitten.



Vrijdag 17 augustus

Deze vrijdag is muzikaal de minst interessante dag. Althans voor mij. Ik ben ook nog wel bezig me het verwerken van de vele bands die ik op donderdag heb gezien. Dat zijn nogal wat indrukken die je een plek moet geven. Zoals te doen gebruikelijk ga ik in de ochtend al naar het prachtige en nabijgelegen Dinkelsbühl. Een prachtig dorp waar je struikelt over de bussen met Japanners die worden binnengereden maar waar je ook heerlijk en ontspannen koffie kunt drinken. Ik neem dan ook een boek mee en ga op verschillende terrasjes even zitten. Er gaat de hele dag een buspendel van het dorp naar het festival dus dat is mooi geregeld. Ook vandaag is het lekker warm, de zon brandt op mijn armen en rug. Ik heb geen haast vandaag, lees veel, drink veel (koffie, water en bier) en eet een overheerlijke, vegetarische (dat ik dat nog mag meemaken, ook nog in Duitsland) paddenstoelenragout. Lekker ontspannen, fijn.



Ik pik nog wat tonen mee van Doro (het spijt me maar dat is echt vergane glorie, ‘All We Are’ kan toch echt niet meer) en At The Gates (eerlijk is eerlijk: daar is de kracht toch ook wel echt vanaf, dat is elke keer meer van hetzelfde) en de eerste band die ik helemaal meepik is meteen een goede: Vreid. Waarom weet ik eigenlijk niet precies maar ik vind dat een goede band. Ze hebben iets. Iets ongrijpbaars. Iets wat hen interessant maakt. Hun ‘black and roll’ klinkt ook vandaag weer erg strak en zwaar. En hoewel de band geprogrammeerd staat op het kleinste podium, blijken ook de Duitsers te houden van de muziek van de Noren. Ze staan ook mooi op het podium moet ik zeggen, dat klopt simpelweg allemaal. Songs als 'Raped By Light’ en ‘Black Rites in The Black Nights’ overtuigen op alle fronten. Zeker weten dat we deze Noren weer snel op Summer Breeze terug gaan zien en dan op een groter podium. Ik wandel vervolgens weer naar het grote veld, waar op het hoofdpodium Trivium speelt, een band waar ik niet bepaald van gecharmeerd ben; ik vind de band niet echt, ik geloof ze niet. En dan vooral zanger/gitarist Matt Heafy, vreselijk wat een kwal vind ik dat. Ja, songs als ‘Strife’ vind ik echt vet, maar de uitstraling van de band maakt dat ik er niet van kan genieten. En hoeveel speelt deze band eigenlijk live en wat staat er op een computer? Wie het weet kan het beter niet zeggen….



Nee, dan Arch Enemy. Die tappen uit een heel ander vaatje. Na het inmiddels bekende intro (‘Ace Of Spades’) knalt de band verwoestend uit de startblokken met ‘The World Is Yours’. De kleine, grote zangeres Alissa trekt meteen vocaal van leer (hemeltjelief, wat komt er een hoop geluid uit dat kleine lijf) en ze heeft ook een stoere stageperformance (prachtig, dat ronddraaiende, bangende hoofd). De lichtshow is vet en vooral de vuureffecten zijn overweldigend. Hé, wacht eens even, Jeff Loomis is er niet bij! Ook daar ‘vergeet’ Summer Breeze melding van te maken: Loomis blijkt in eigen land achter gebleven in verband met de aanstaande geboorte van een kind en hij wordt vervangen door Joey Concepcion, die volgens mij nog ooit in Hatebreed speelde. Hij heeft zich in record tempo de niet bepaald eenvoudige gitaarpartijen eigen gemaakt en speelt mee alsof hij al jaren deel uitmaakt van de band. Hoe knap is dat. ‘War Eternal’, ‘The Race’; het klinkt allemaal even strak en heavy.



Persoonlijk vind ik de band echter (net) niet interessant genoeg om 90 minuten te boeien en dat was de reden dat ik me op een gegeven moment richting T-Stage begaf: ik wilde graag Sick Of It All zien. Een band die altijd zorgt voor een glimlach op mijn gezicht. En zo gebeurde dat ook weer vanavond. Zonder poespas, zonder opsmuk, gewoon heel puur, dat is Sick Of It All. De zang (hoe krijgt hij dat bij elkaar geschreeuwd?!) en de energie van zanger Lou Koller en zijn broer Peter werkt aanstekelijk. Wanneer er wat moshpits ontstaan tijdens overheerlijke songs als ‘Sanctuary’ en ‘DNC’ zijn de gebroeders Koller niet tevreden. Ze vinden de energie maar matig en vragen zich hardop af of we ‘too tired’ zijn of ‘too drunk’ om los te gaan. Aanleiding voor het publiek om te laten zien dat geen van beiden aan de hand zijn: de pit gaat los. En die interactie met de band blijft het gehele optreden voortduren: mooi om dat te zien. Vergelijk nou eens de presentatie van een band als Sick Of It All met die van Trivium (nog los van hun muziek): wie geloof je dan meer? Inderdaad. Vette show van deze New Yorkse iconen van de hardcore. Het wachten is dan op één van de bands waar ik me op voorhand het meest op had verheugd: Satyricon. De band is al maanden de wereld aan het rond reizen ter support van hun laatste album ‘Deep Calleth Upon Deep’. Ik zag al twee van de cluboptredens van deze tour en was wel benieuwd hoe de band zou klinken op een groot buitenpodium. Mijn vrees bleek terecht: de muziek van Satyricon komt veel beter tot haar recht in de intimiteit van een club dan op een groot festivalpodium. Het geluid verzoop gewoon: de gitaren waren niet of nauwelijks te horen en de drums van Frost overstemden werkelijk alles. De geluidsman van de band moet iets aan zijn oren hebben gehad want de manier waarop Frost in de mix was gezet was volkomen absurd. Geweldige songs als ‘Midnight Serpent’ en ‘Our World, It Rumbles Tonight’ kwamen dan ook totaal niet uit de verf. Pas vanaf ‘Black Crows On A Tombstone’ hoorde je wat meer gitaren en goed werd het eigenlijk pas met ‘To Your Brethren In The Dark’, hoewel Frost dat nummer bijna om zeep helpt door onbegrijpelijke dubbele bass partijen ertegenaan te gooien. Kan niemand die man een keer uitzetten? Satyr blijft een geweldige, charismatisch frontman wiens microfoon veel te hard stond (dat bleek vooral als hij het publiek toesprak tussen de nummers in) en de band is door dat vele touren een geoliede machine maar toch viel het mij allemaal wat tegen. Geef mij Satyricon maar in een niet al te grote zaal, dan zijn ze op hun best.



Van een geheel andere orde is het optreden op het T-Stage van Alcest, het Franse shoegaze/postrock duo. Het geluid is werkelijk prachtig: zacht kabbelende gitaarpartijen welke soms aanzwellen tot dreunende gitaarerupties maar welke bovenal melodieus blijven. En daarover heen hoor je dan de fluisterzang van Neige (hij kan eigenlijk helemaal niet zingen, maar het gefluister in zijn Franse moedertaal past perfect bij de muziek). Helaas is dit het enige optreden op het T-Stage dat last heeft van het mainstage (waar op dat moment Turisas herrie staat te maken), wat natuurlijk te maken heeft met de vele rustige passages in de muziek van de Fransen. Dat stoort behoorlijk. Het is nacht, het is helder (ik zie de maan) en dan komt de muziek van Alcest dus echt wel binnen. Erg fijne afsluiter van de dag.



Zaterdag 19 augustus

Tja, en dan is het alweer zaterdag, de laatste dag van Summer Breeze. Het was opnieuw een prachtige, zonnige dag en de sfeer was zoals de vorige dagen gemoedelijk. Natuurlijk weer even op en neer naar Dinkelsbühl voor de goede koffie en de rust. Boekje erbij en deze ouwe zak kan er weer tegen. En dat moet ook want vandaag staan er weer de nodige interessante zaken te gebeuren Wat te denken van Wolfheart. Ik zag de band al vaker spelen maar ik moet zeggen dat de band in de loop der jaren flink is gegroeid. Niet al het songmateriaal is even interessant maar de heren hebben een professionele podiumpresentatie en zetten hun vrij melodieuze death metal goed en strak neer. Frontman Tuomas Saukkonen is ook wel een indrukwekkende verschijning met zijn getatoeëerde kale kop. Vooral de nummers aan het einde van de set (‘Zeo Gravity’ en ‘Boneyard’) maken indruk door het vette, volle geluid. De band mag rekenen op dankbaar respons van het publiek en dat is terecht. Ik pik een stuk mee van het optreden van de mij onbekende band Ondt Blod uit Noorwegen die een soort metalcore speelt die het publiek niet kan vasthouden om te blijven kijken. Ook dat kan gebeuren natuurlijk. Tijdens het optreden van Korpiklaani (aan mij simpelweg niet besteed) ga ik nog eens over de markt struinen om wat in de platenbakken te snuffelen. Er staat best wel wat interessant spul tussen, maar de hoge prijzen maken het een stuk minder interessant. Ik begeef me dan weer naar het grote veld alwaar de über Duitser Udo Dirkschneider met zijn gelijknamige band bezit neemt van het podium. En voor de zoveelste keer krijgen we weer een 75 minuten muziek van zijn voormalige broodheer Accept. Vinden we dat erg? Nee! Want het is en blijft wel gewoon vet. Zijn band speelt de nummers van vroeger net zo straks als de originelen zodat we overheerlijke versies te horen krijgen van klassieke metal songs als ‘Midnight Mover’, ‘Princess Of The Dawn’, ‘Breaker’ en natuurlijk ‘Fast As A Shark’. Het publiek eet dan al lang en breed uit de handen van de kleine zanger en als hij als afsluiter ‘Balls To The Wall’ inzet, zingt een heel veld gewoon mee. Dat kun je niet weerstaan.



En hoe groot kan het verschil tussen de ene en de andere band zijn? Daar waar Dirkschneider ons heeft getrakteerd op jaren ’80 en ’90 metal, krijgen we van de heren van Papa Roach juist moderne (heavy) rock te horen. En zien we voor het eerst ook wat jeugd zich verzamelen voor het podium. Als intro horen we een vrouwenstem die het publiek vraagt om heel hard ‘Fuck Papa Roach’ te roepen. En als we dat een eerste keer niet hard genoeg doen vraagt diezelfde stem ‘louder, you motherfuckers’. Lachen. Dan knallen de vier heren het podium op en wordt met ‘Crooked Teeth’ meteen de toon gezet. Er komt een partij energie van het podium dat ik de afgelopen dagen niet gezien heb! Echt mooi om te zien. Het is niet mijn muziek, maar het doet je dus wel wat, als muziek met heel veel energie en enthousiasme. Na het heftige begin neemt de band in de loop van het optreden wat vaker gas terug en wordt ook duidelijk dat Papa Roach helemaal geen heavy band is. De band speelt vooral moderne poprock en doet dat uitstekend. Er zijn ook enkele echt mooie nummers te horen zoals ‘Periscope’, het catchy ‘Help’ en het verplichte ‘Last Resort’. De vier heren uit Californië brengen een energieke muzikale show en ook hun lichtshow voegt veel toe. Aangename verrassing!



Minder aangenaam is het weerzien met W.A.S.P. Alhoewel, echt slecht was het natuurlijk ook helemaal niet. Maar de vaart kwam niet in het optreden van Blackie Lawless en zijn mannen. Het intro was al een grote zelfverheerlijking en ik moest stiekem toch wel lachen toen ik de man op het podium zag komen. Witte laarzen, de haren getoupeerd en het gezicht zwaar getekend door drugs en drank. Contact met het publiek kreeg hij geen moment en de lange stiltes tussen de nummers zorgden ook niet bepaald voor het heilige vuur. Ja, natuurlijk zijn er oudjes te horen (‘Wild Child’, ‘Love Machine’, 'I Wanna Be Somebody’ etc.) maar deze worden als lopende band-materiaal afgewerkt. Nee, de chemie ontbreekt en dan blijft er van een WASP optreden niet heel veel over. En dat zal ook wel de reden zijn, dat ook deze band niet haar hele speeltijd benutte. Dan nog maar even wat meegepikt van Jinjer. Daar was wel degelijk sprake van enthousiasme! En wat een fijne verschijning is die zangeres zeg! Heel veel kan ik er verder niet over zeggen (daarvoor was het te kort wat ik kon zien) maar dit smaakte naar meer! Het was strak, heavy en modern. Ik sprak eerder al over de revanche van Nick Holmes met Bloodbath. En dat was dus ook nodig, na zijn wanvertoning op woensdag. Bij Bloodbath wordt echter iets aan Holmes gevraagd wat hij wél kan bieden: een grunt uit het diepste van de ziel. Gekleed in een monniken pij en met beschilderd gezicht liep hij ver het podium, terwijl hij zijn diepste rochels over onze afvuurde in snelheidsmonsters als ‘Cancer Of The Soul’ en ‘Outnumbering The Day’. Wat ik wel vreemd blijf vinden: Holmes zit nu meer dan 30 jaar in het vak maar hij weet nog steeds niet goed wat hij nou moet zeggen tussen de nummers in. Raar dat een man met die ervaring nog steeds onwennig op het podium staat. Al vanaf de overheerlijke opener ‘Let The Stillborn Come To Me’ was de toon gezet en wisten we dat we een uur lang death metal van het zuiverste soort te horen zouden krijgen. Het publiek reageerde goed op de muziek van de vier Zweden en de ene Engelsman, wat bleek uit de ontelbare moshpits die ontstonden voor het podium. En die bleven tot en met het laatste nummer – het fijne ‘Eaten’ – ook voortduren. .



Tja, en hoe beëindig je dan een festival? De organisatie had dit jaar wel voor een heel gewaagd slot op het hoofdpodium gekozen. Want daar stond dus Carpenter Brut, het project rondom de Franse multi-instrumentalist Franck Hueso. Met een drummer en een gitarist aan zijn zijde vuurde man een soort metal ‘trance’ over ons heen. Ja mensen, dansbare, elektronische muziek dus. En hoewel er niet veel publiek was gebleven om ook deze laatste act nog te zien, werden degenen die gebleven waren er zeer enthousiast van! Met geweldige complementaire projecties kwam je in een soort audio-visuele achtbaan die behoorlijk origineel was. Ja, dit maakt Summer Breeze dus ook zo leuk: programmering die je blijft verrassen.

Wel nog even twee kritische kanttekeningen bij het festival (ik vind dat ik dat als inmiddels vaste gast én enorme fan van festival mag en moet doen): het drankaanbod is wel erg karig: bier, water en cola, dat zijn de voornaamste dranken. Er is nauwelijks wijn te koop, maar bijvoorbeeld ook geen cola light of een andere frisdrank. Of wat te denken van een bacardi-cola of een whiskey-cola: op Summer Breeze zul je er tevergeefs naar zoeken. Dat vind ik wat mager. En tenslotte: als je als VIP-gast met je auto van het terrein af wilt gaan dan is dat nagenoeg niet te doen. Je moet vrijwel over de hele camping rijden tussen drommen mensen door omdat voor elkaar te krijgen. Dat vind ik ook niet echt best geregeld. Als de pendelbus tussen het festivalterrein en Dinkelsbühl langer zou doorrijden dan tot slechts 20.00 uur, was dit probleem ook direct opgelost. Wat zeker wel goed geregeld is: het terrein blijft ontzettend schoon. Zelfs na 4 dagen zie je vrijwel geen rommel of viezigheid op het festivalterrein, terwijl er toch 35.000 mensen zijn. Het in Duitsland populaire systeem van statiegeld op je glas én het plaatsen van enkele grote kliko’s op het terrein (en waar het publiek dan ook de discipline voor kan opbrengen om ze te gebruiken) maakt dat het prettig vertoeven blijft op het terrein. Petje af voor het Duitse publiek en voor de Summer Breeze organisatie.

En zo kwam helaas weer een einde aan Summer Breeze 2018. En staat de editie van 2019 - 14 tot en met 17 augustus - natuurlijk alweer met vette letters in mijn agenda. Dank aan allen die dit feest weer mogelijk hebben gemaakt.

Home
Facebook
Instagram
YouTube
Twitter

<< vorige volgende >>