Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Festival Zeeltje

Deest 18 augustus 2018

Zo aan het eind van de zomervakantie de laatste dagen nog even genieten van lekkere bandjes, mooi weer en een gezellige sfeer. Vorige jaar was ik voor het eerst op dit bijna ouderwets kleinschalige, gemoedelijke festival in Deest en dit beviel prima! Dit jaar had ik me verheugd op twee dagen bandjes en gezelligheid, maar door omstandigheden heb ik de eerste dag moeten laten schieten. Ik had me weliswaar erg verheugd op Tygers Of Pan Tang en Kadavar die op deze eerste dag geprogrammeerd stonden, maar hopelijk dan volgende keer beter.

Door: Cor

Fotograaf: Jan Kwint

Op de zaterdag toch ook weer wat vertraging opgelopen; we komen het terrein op als Burning al gespeeld heeft. Achteraf hoor ik van verschillende kanten dat de klassieke metal verrassend goed uitgevoerd was. Omdat Old Dogs, New Tricks nog moet beginnen, duik ik eerst even het tentje met tweedehands elpees, CD’s en singeltjes in, voor een snelle scan; de eerste buit is binnen en wordt even achter in bewaring gezet. Deze band van oude rotten Peter Walrecht (Wild Romance, New Adventures, White Honey), Teye Bark (New Adventures, Freetown), Siep Wip (Red Socks) en Peet Hartenberg (Hayfield Bluesband) zet een heel behoorlijk setje stevige rock neer. Het merendeel is southern rock georiënteerd, met een enkel uitstapje naar een snufje funk. De muziek wordt duidelijk met vakmanschap gebracht, maar niet alle nummers kunnen de aandacht optimaal vasthouden.

band image


Tijdens het ombouwen van het podium in de tent, is op het buitenpodium rustiger akoestisch georiënteerde muziek. Even zitten in de zitjes of in het gras, biertje er bij en mensen kijken of samen met andere liefhebbers van muziek discussiëren over de decoratieve fotomuur met “wie maakte welke gitaar bekend” quiz. Over het veld klinkt de muziek van het buitenpodium als een soort achtergrond muziek, die leuk genoeg klinkt om van iets dichterbij te beluisteren. Zo kreeg ik in de herkansing nog wat vlagen van een semi akoestische set van White Boy Waysted mee. De alternatieve ‘Ace Of Spades’ en afsluiter ‘I Wanna Be Your Dog’ werden door het publiek bij het buitenpodium goed ontvangen. Ik hoorde ook veel lovende woorden over de heftige elektrische set van de vorige dag, die ik zelf dus gemist had.

In de tent mocht de regionale belofte Komodo het publiek daarna vermaken met een opmerkelijke mix van pop-rock met sixties hippie, oosterse en soms psychedelische maar vaak erg dansbare invloeden. Bij vlagen kwamen namen van Jefferson Airplane tot De Staat als referentie materiaal door mijn hoofd. De niet al te grote bassiste met behoorlijke bas legde samen met de drummer en percussionist een vrij simpele maar strakke basis neer. De twee gitaristen waren precies naar verwachtingspatroon behoorlijk bepalend en vervulden hun leidende rol naar behoren al was het gitaargeluid mij vaak iets te iel en schel.

band image


Al verder discussiërend bij de fotomuur met gitaren, werd Kaz Lux aangekondigd; toch even een kijkje nemen. De dinosauriër zat ineengedoken achter zijn akoestische gitaar en tekst standaard, met monitorgeluid op een koptelefoon, op het buitenpodium, terwijl een enkeling (echte fans) pal voor het podium stonden en de rest behoorlijk afstand in acht nam. Het geluid uit de (te kleine?) PA piepte en kraakte, wat het totaal geluid niet ten goede kwam. De beste man stond al niet bekend om verstaanbaarheid met zijn op zijn minst markant te noemen stemgeluid, maar dit optreden vond ik een muzikant van deze proporties onwaardig. De blues covers en enkele eigen nummers die hier ten gehore gebracht werden, heb ik zelf door menig straatmuzikant beter uitgevoerd zien worden; jammer.

Een rondje over het gezellige terrein eindigt weer in snuffelen tussen de tweedehands elpees, totdat Diesel op het tentpodium staat. ‘Down In The Silvermine’ heb ik nu eindelijk ook eens een keer live gehoord. De mannen hadden er op zich wel lol in, maar niet alles ging meer zo soepeltjes als vroeger, dat was duidelijk te zien en te horen. Na een paar nummers heb ik echter het festival terrein even om organisatorische redenen (thuisfront en oppas) voor een tijdje moeten verlaten.

Uli Jon Roth is aan zijn laatste paar nummers bezig als ik weer in de tent arriveer. De klassieke melodische hardrock met virtuoze gitaarpartijen staat als een huis en het geluid is bijzonder goed. De ouwe rot is nog niets van zijn vingervlugheid verloren en is ook nog steeds een meester in het betere duikvlucht en feedback werk met de tremelo; indrukwekkend! De typische maniertjes en handgebaartjes zijn er ook nog steeds en de band als geheel is gewoon overtuigend en meeslepend. In tegenstelling tot de enigszins teleurstellende hommage van Old Dogs New Tricks aan Hendrix eerder op de dag, krijgen we hier een meesterlijke versie ‘All Along The Watchtower’ voor de kiezen met driedubbel gitaargeweld van alle drie snarenplukkers. Als groot liefhebber van deze gitaargrootheid weet ik dat niet alle Hendrix puristen dit lusten, maar deze band heeft er wel een eigen huzarenstukje van gemaakt.



Na de schorre, Lemmy-achtige vocalen in de akoestische set van White Boy Waysted en de onverstaanbare Kaz Lux, was het nu de beurt aan de Belgische akoestische one-man band Vincent Slegers. Bij het aankondigende praatje voor het eerste nummer was de stem nog goed verstaanbaar normaal, met een licht Belgisch accent natuurlijk, maar zodra er gewapend met basdrum stomp en (slide) gitaar, de eerste regels uit zijn strot komen, is dat met zwaar schorre Lemmy vocalen. Of is dat dan toch het categorisch ontkende drankprobleem van de muzikant?

Een aardig tussendoortje, maar tussen het aldaar aanwezige publiek gingen de meeste gesprekken toch over de aanstaande act; Nashville Pussy. Tijdens het eerste nummer is in, het over het algemeen behoorlijk harde volume, een lange bastoon behoorlijk storend in het geluid, maar dit wordt gelukkig vrij snel opgelost. De door het publiek warm ontvangen band is in erg goede doen; ze zijn duidelijk goed gehumeurd, nog niet geheel bedwelmd en muzikaal in topvorm. Ruyter Suys, gekleed in hotpants en diep uitgesneden topje, zorgde niet alleen voor zeer aantrekkelijk gitaarspel, maar wist de aandacht ook enigszins af te leiden, getuige bijvoorbeeld een uitspraak als die van mijn buurman; “He, ik kom hier niet alleen voor de muziek!” Al is de competitie voor Ruyter sinds de komst van ook bezienswaardige bassiste Bonnie Buitrago misschien groter dan ooit. Het publiek is behoorlijk enthousiast en vooraan bij het podium is na een paar nummers al een pogo-pit gevormd. De fles Jack Daniels (een gift van Blaine’s goede vrienden uit Nijmegen, alwaar de zanger/gitarist een tijdje woonachtig is geweest?) maakt zijn rondes over het podium en de band speelt gedreven een muzikaal sterke set met klasse uitvoeringen van onder andere ‘Go To Hell’, ‘Pillbilly Blues’ en ‘I’m So High’, met een gastoptreden van ditmaal relatief bescheiden Danko Jones in spijkerjasje en met petje op. Natuurlijk wordt het toetje ‘Go Motherfucker, Go’ tot het laatst bewaard; een zeer geslaagd optreden!



Na een tweede optreden van Vincent Slegers van afstand als achtergrondmuziek, is het tijd voor de afsluiter Danko Jones. De tent is inmiddels niet meer afgeladen vol; het publiek begint mede door het late tijdstip – het loopt al tegen twaalven – deels huiswaarts te keren, maar het nog aanwezige publiek is snel helemaal op dreef. Er wordt afgetrapt met ‘I Gotta Rock’ van zijn laatste album, dat in deze set erg goed vertegenwoordigd was. ‘Sugar Chocolate’ wordt eens niet onderbroken met een lange “preek”, maar de macho praatjesmaker heeft zijn Paul Stanley taferelen voor later in de set bewaard. Vanaf ‘First Date’ worden de teksten luidkeels mee geschreeuwd en de grijns van John Calabrese wordt nog groter, en de rock poses en het rondspringen worden nog uitbundiger. Bij aanvang is zowel de muziek als de zang dik in orde; ook de solos lijken steeds beter te worden in de loop der jaren en het sterk Thin Lizzy geïnspireerde ‘You Are My Woman’ kan tot mijn vreugde vocaal waargemaakt worden. Tegen het einde van de set begint de frontman toch wat meer moeite te krijgen met de melodieuzere, Misfits-achtige vocale passages. Misschien had hij toch wat meer oudere nummers aan het eind van de set moeten spelen; iets meer recht toe recht aan met “gesproken zang”. Dan was misschien ‘Play The Blues’, die ik toch echt gemist heb, ook nog gespeeld. De meeste mensen in het nog aanwezige publiek zullen niet (meer?) zo kritisch zijn geweest, die hebben er een feestje van gemaakt; een bewijs hiervan was wel de steeds groter wordende pogo pit die tegen het eind van het optreden bijna een kwart van de tent in beslag nam. Om iets voor een is er geen tijd meer voor een toegift, maar het was ook wel mooi geweest zo; volgend jaar weer zo’n leuk feestje?

Festival Zeeltje 2019

<< vorige volgende >>