Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Lokerse Feesten: Punkrockdag

Grote Kaai- Lokeren (België) 8 augustus 2018

Voor het tweede jaar op rij pakte men op de Lokerse Feesten uit met een punkrockdag, en dit jaar hadden ze een paar grote namen uit het genre weten te boeken. Nee, niet de echte volbloed punk van de jaren zeventig maar wel de hedendaagse erfgenamen die slechts weinigen kunnen weerstaan. Het grote podium bevindt zich nog steeds outdoor op het terrein van de Grote Kaai. In de nabijgelegen sporthal wordt nu ook een kleinere indoor editie gehouden. Ook daar treden al enkele bekendere namen op waaronder het Belgische Brutus en het Australische Northlane. Het is een beetje jammer dat ik deze gemist heb,maar in het leven moet je nu eenmaal keuzes maken, en vandaag heb ik me beperkt tot het outdoor festival.

Door: Koen W.

Fotograaf: Lokerse Feesten

De aftrap werd om stipt 19.00 uur verricht door het Australische The Living End. Melodieus klinkende rockabilly met een punkrandje. Met slechts drie man op het podium kwamen ze tot een vol geluid. Het meest opvallende was bassist Scott Owen met, en soms op, zijn grote contrabas. Een leuke show met vooral goed klinkende melodieën en refreinen met een hoog meezing gehalte. Het was vooral de muziek die telde. Of zoals zanger/gitarist Chris Cheney het zo mooi verwoordde: It’s not the accuracy that counts, it’s all about the enthusiasm. Toen Chris nog een laatste nummer aankondigde, bleek het strakke tijdschema dit niet toe te laten en was het einde oefening. Dat zijn nu eenmaal de regels van een festival.

band image


Twee jaar geleden was Mike Muir nog te gast in Lokeren op de metaldag. Nu stond Suicidal Tendencies geprogrammeerd op de punkrockdag. Muzikaal klonken ze een pak steviger dan de rest van het programma. Niemand kan ontkennen dat hun crossover thrash metal dat energieke en agressieve van punk bevat. Het is niet voor niets dat begin september ‘Still Cyco After All These Years’ verschijnt. Een honderd procent puur punk album. Beginnen deden ze met hun bekendste nummer ‘You Can’t Bring Me Down’. Na de lange intro sprong Mike zelf op het podium en stond hij niet meer stil tot aan het einde. Je zou het hem niet aanzeggen dat hij al 55 jaar is. Zijn moves zijn ondertussen ongeëvenaard. Met de sterke backing vocals en geregeld eens een drumsalvo van Dave Lombardo werd het een kolkende show die heel wat moshpits deed ontstaan. Tussen de nummers door predikte Mike de nodige levenswijsheden. Hij deed dit zelfs zo overtuigend dat er nergens een slop viel. Eindigen deden ze met ‘Pledge Your Alliance’ waarbij een veertigtal fans op het podium werden uitgenodigd en zelfs daar doorgingen met moshen. Een beetje jammer dat zo een legendarische band al zo vroeg geprogrammeerd stond. Maar als je dan weet dat ze de dag ervoor nog op het Brutal Assault Festival in Tsjechië op het podium stonden en de dag erna in Alicante (Spanje) verwacht werden, verklaart dat veel.

band image


Vervolgens was het de beurt aan de Noren van Turbonegro. Van variatie op het podium gesproken. Je kan de leden niet beter beschrijven als een incarnatie van The Village People. Vooral zanger Anthony Madsen-Sylvester ging hier nogal extreem. Hotpants, een marcelleken (singlet voor de Nederlanders) dat heel wat maten te klein was om zijn bierbuik te verdoezelen, een lederen petje op het hoofd en heel wat handjes waarbij de modale gay meter ver in het rood sloeg. Uiteraard is het dan weer wel de muziek die telt. Openen deden ze met ‘Part II: Well Hello’ ‘Part III: Rock N Roll Machine’ van het laatste album ‘Rock 'n' Roll Machine’. Met de spacy invloeden toch direct een album dat wat voor een verandering in de band hun geluid gezorgd heeft. Het publiek keek er vooral naar. Daar kon zelfs het kort stukje uit ‘Bohemian Rhapsody’ weinig aan veranderen. Het was pas bij de klassiekers met wat meer punk gehalte (‘Wasted Again’ en ‘All My Friends Are Dead’) dat er wat meer actie kwam. Bij de afsluiter ‘I Got Erection’ werden talloze pogingen gedaan om het publiek mee te trekken, maar een massale respons bleef toch wat uit. Als je dan later aan de gemiddelde bezoeker vroeg wie Turbonegro was, ging je vooral horen: “die mannen met de malle pakjes”.

band image


Heel wat serieuzer ging het eraan toe met Bad Religion. De band bestaat ondertussen al 38 jaar, maar dat was nog niet van invloed op hun live prestatie van vandaag. Maar liefst 25 nummers werden in een uur tijd letterlijk afgerammeld. Het album ‘Suffer’ werd integraal gespeeld en op het einde kreeg je klassiekers zoals ’21st Century (Digital Boy)’, ‘Punk Rock Song’ en het massaal meegezongen ‘Sorrow’ te horen. Zanger en oprichter Greg Graffin maakte met zijn hemd en keurig gekamde nog wat resterende grijze haren vooral een gedistingeerde indruk. In het echte leven is de man professor in de evolutieleer aan de universiteit van Californië. Leuk dus als je van Bad Religion je vakantie hobby kan maken. Nog steeds beschikt hij over een uiterst warme en krachtige stem. Toch kwam het allemaal wat minder energiek over als de voorgaande bands en dacht ik vooral aan lopend bandwerk. Niet dat iedereen er zo over dacht, want de Bad Religion t-shirts waren niet te tellen.

band image


Heel wat anders was het met de Dropkick Murphys. Na het lange en melancholieke intro ‘The Foggy Dew’ sprong de band op het podium en vatte aan met ‘Captain Kelly’s Kitchen’. En ja hoor, al vanaf de eerste tonen sprong dat over naar zowat elke bezoeker. Van aan het podium tot helemaal achteraan de in- en uitgangen, ontstond een groot feest waarbij iedereen uitbundig meezong en meedanste. Dat zelfs tot groot ongeloof op het podium. ‘We just have the time of our live’ klonk het dan ook van de band uit. Ken Casey had trouwens een mindere dag. Na een schouderoperatie was het niet mogelijk om zijn bas te hanteren. Gelukkig werd deze taak door een roadie overgenomen. Het grote voordeel was dan weer wel dat zowel Casey als Al Barr aan de microfoon hingen. Het was dan ook een constante wisselwerking van zangpartijen, en als Barr de hoofdzang voor zijn rekening nam, zweepte Casey het publiek op en zorgde hij voor de nodige sfeer. Werkelijk alle hits, en dat zijn er ondertussen al heel wat, passeerden de revue. ‘Johnny, I Hardly Knew Ya’ stond al als vijfde nummer op de lijst geprogrammeerd, wellicht bij het opstellen van de setlist bedoeld om de vonk erin te steken. Uiteindelijk bleek het slechts olie bijgieten op een al immens brandend vuur. Neem de verplichte cover van ‘The Wild Rover’, dit deuntje bestaat al sinds de achttiende eeuw, maar nu leek het wel de finale van Vlaanderen Zingt. Na een korte pauze was het nog tijd voor enkele bisnummers. 'I'm Shipping Up To Boston’ deed het al laaiende vuur nog eens extra herop flakkeren. Voor de in alcohol getinte ballad 'Kiss Me, I'm Shitfaced' werd nog een meute vrouwen het podium opgehaald. De AC/DC cover ‘Dirty Deeds Done Dirt Cheap’ luidde tenslotte het einde in van een van de strafste en meest interactieve shows ooit hier in Lokeren.

<< vorige volgende >>