Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Stone Sour

Utrecht TivoliVredenburg 7 februari 2018

Stone Sour live zien is een feestje, elke keer weer. Waar de band in 2007 nog in 013 haar tweede langspeler ‘Come Whatever May’ presenteerde, en waar ondergetekende zijn eerste live concert meemaakte, is de band niet te stoppen. En dat ondanks de verantwoordelijkheden die zanger Corey Taylor bij Slipknot heeft en bassist Johny Chow bij Cavalera Conspiracy. Dat de band er elke keer weer een schepje bovenop doet tijdens de shows kwam vanavond wel heel duidelijk naar voren.

Door: Job

Na kort dwalen door de mijns inziens vervelendste stad van Nederland, komen we uit bij de mooiste zaal van Nederland. Het is jammer dat dit contrast zo sterk is; je moet eerst door de opengereten maaginhoud van een stad die al ver voorbij zijn gloriedagen is voordat je een knap staaltje architectuur mag ervaren. De Tivoli schittert in haar simpelheid – een brede, intieme zaal met een groot balkon dat uitkijkt op een middengroot podium met trappen aan beide zijden. Waar je je ook rest in deze zaal, je bent verzekerd van een goed geluid en een prima uitzicht op het podium.

We zijn echter wat verlaat, en missen daardoor opener Blood Youth – tja, ook schrijvers moeten werken voor de kost. Net komen we binnen als het podium wordt opgebouwd voor Stone Sour. Het duurt niet lang voordat de lichten worden gedimd en de eerste tonen van ‘I Can’t Turn You Loose’ van Otis Redding op band door de zaal worden geschoten – het lijkt net een gameshow en het plezier spat bij opkomst van alle leden af. Het intro stroomt ook perfect over in ‘Whiplash Pants’, van de nieuwe plaat ‘Hydrograd’ waar gedurende de avond veel van gespeeld wordt. Meteen is het overduidelijk hoe in vorm deze gasten zijn. Moeiteloos maar daardoor zo zorgeloos spelen ze ‘Absolute Zero’ en ‘Knievel Has Landed’ door. Dat ‘Absolute Zero’ trouwens een knaller was, was al bekend, maar dat de nummers van ‘Hydrograd’ live zo goed standhouden is een duidelijk uitroepteken achter de kracht van die plaat.

‘Say You’ll Haunt Me’ is het enige nummer dat van ‘Audio Secrecy’ uit 2010 wordt gespeeld, en het wordt ingeleid met ‘Walking on the Moon’ van The Police. Leuk, maar het nummer is totaal niet boeiend en valt in de set ook een beetje weg tegen opvolger ‘30/30-150’, wat een knaller van formaat blijft. ‘Bother’ is het momentje dat Taylor in z’n eentje een nummer mag brengen en het staat als een huis; hoe uitbundig en overdreven theatraal hij kan zijn, zo breekbaar en intiem durft hij te zijn als hij alleen staat. Wat later is het tijd voor een “golden oldie classic” tweeluik met ‘Cold Reader’ en het bekende ‘Get Inside’ – nummers van de allereerste plaat van de ban, inmiddels alweer zestien jaar geleden...

Het geluid is overigens goed, en de heren spelen met een intense energie. Ook ontbreekt het niet aan showelementen – confettikannonen, pyro, licht; er is duidelijk meer uit de kast gehaald om de show een extraatje mee te geven dit keer. De heren hebben er ook oprecht heel veel lol in – de grijns op Taylor’s gezicht kan niet gefaked zijn en het feit dat zijn zoon Griffin in de coulissen op elk nummer staat mee te drummen, mee te gitaren en mee te schreeuwen moet ook een intens vet gevoel zijn. Ook drummer Roy Mayorga imponeert – bijna 50 jaar oud en dan met zo’n intensiteit bijna dwars door je vellen heen beuken. Hulde!

De show vordert. Inmiddels zijn we bij ‘Rose Red Violent Blue’ uitgekomen – een statement naar doen wat je wilt en schijt hebben aan verwachtingen. Het nummer is bijkans ook het beste nummer dat op ‘Hydrograd’ te vinden is en behelst precies waar Stone Sour eigenlijk al die jaren al goed in is – niet conformeren aan rock/metal normen en waarden maar gewoon een eigen plek in dat wereldje veroveren en daar trots en fier blijven staan na al die jaren. ‘Made of Scars’ en ‘Song #3’ volgen en laten allebei eenzelfde soort indruk achter – deze band weet al heel lang wat ze doet en laat dat horen in elk aspect van hun muziek en presence. ‘Through Glass’ sluit het concert af waarbij natuurlijk iedereen de longen uit de respectievelijke lijven zingt. Het toegift is gereserveerd voor twee nummers: ‘RU486’ – hard, maar zonder een echte overtuiging. Het publiek is in ieder geval weer wakker. ‘Fabuless’ is echter wel een enorme knaller.

Dit was oprecht een leuke show, en dat kwam eigenlijk juist NIET door hoe goed de heren speelde, ookal was daar niets op aan te merken. Nee, het was juist bijzonder omdat we echt weer plezier hebben gezien bij mannen die dit vak al jaren beoefenen. De passie en het genot van het optreden bij de heren spatte er echt vanaf en ik ging met een voldaan en tevreden gevoel naar huis. Dit was, als medemuzikant, inspirerend maar vooral gewoon echt heel leuk.

<< vorige volgende >>