Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2018 - ZONDAG

Tilburg 013 22 april 2018

Twintig jaar! Roadburn viert zijn vierde lustrum. In die twintig jaar is er veel veranderd. Begon Roadburn oorspronkelijk als een ééndaags festivalletje met zes bands die vooral opereerden in het stonersegment, al geruime tijd verwachten we van artistiek leider Walter Hoeijmakers dat er qua muziekstijlen veel, maar dan ook heel erg veel breder wordt geprogrammeerd op het tot vierdaags met zes podia uitgegroeide festival waar mensen uit alle windstreken van alle (!) continenten op afkomen. Naast de grote zaal en de ‘green room’ van de 013, en de Patronaat aan de overkant van de 013 en het gezellige kroegpodiumpje van Cul de Sac, is nu ook voor het eerst de Hall Of Fame aan de andere kant van het spoor bij het festival betrokken. Naast de Hall Of Fame is er ook het gloednieuwe Koepelhal uit de grond gestampt. Met name deze behoorlijk grote hal (wilde schatting: zo’n 1500 man) zal gezorgd hebben voor de extra kaartverkoop. Het zorgde ook voor een betere verspreiding van het publiek. Het is lang geleden dat het niet constant dringen was om bands te kunnen zien. Op een aantal bands in de Patronaat na: daar bleef met enige regelmaat enorme files voor de ingang ontstaan. We zijn het inmiddels gewend.

Door: Evil Dr. Smith

Fotograaf: Evil Dr. Smith

Net als het zonovergoten weer. Het eerste zomers aanvoelende weekend van het jaar viel wederom samen met Roadburn. Je zou bijna wensen dat het festival outdoors gaat worden. Het zorgde wel voor een erg gezellige sfeer voor de 013 en misschien nog wel meer voor de ingang van de Koepelhal, waar met eettentjes en rijen banken en eettafels toch een beetje een ‘outdoor festivalgevoel’ werd gecreëerd. Andermaal is het festival uitverkocht. Vorig jaar betekende dat 4875 bezoekers uit 55 landen. Dit jaar zijn een paar honderd kaarten meer verkocht, dus zal de magische grens van 5000 zijn doorbroken. Voor een festival waarvan de headliners de gemiddelde jan boerenlul niks zal zeggen (en zelfs voor de traditioneel ingestelde metalhead zal de programmering bar weinig herkenning oproepen) mag dat toch bijzonder genoemd worden. Juist deze avontuurlijke programmering is een van de smaakbepalende factors van het festival. Ook ondergetekende was onbekend met het merendeel van de programmering, maar de bands waar ik wel mee bekend ben, behoren niet zelden tot bands die ik erg graag wil zien.

De Lords Of Metal delegatie was dit jaar helaas een beetje onderbezet. Werkverplichtingen gooiden flink wat roet in het eten, waardoor diverse crewleden moesten afhaken, of niet het volledige festival konden ervaren. Uiteindelijk weten Jan-Simon (donderdag, vrijdag, zaterdag), William (zaterdag en zondag) en Evil Dr. Smith (alle dagen) de weg naar Roadburn te vinden. Zij geven hieronder een persoonlijk verslag. We geven dus niet een chronologisch verslag van de bands per podium, maar volgen de handel en wandel van de verslaggevers. Daar gaan we weer! [Evil Dr. Smith]

DE ROADBURNZONDAG VOLGENS WILLIAM

Vánagandr: Sól án varma. Nóg een IJslandse samenwerking. Het is de laatste jaren een beetje veel die blackmetalhoek dat de klok slaat op Roadburn. Niets ten nadele van de bands, maar voor mij hoeft het niet zo. Er zijn genoeg andere landen op het vlak van indrukwekkende black metal. Kom maar door met Fenriz als curator, of zo. Goed. Dat onderwerp is voor een ander moment. Bij binnenkomst krijgen we een boekje toegereikt van de 013 crew, waarbij wordt gezegd “hoort bij de show”. Ik geloof dat het de volgorde van de nummers was, als een soort van psalmboekje of zo. Verder werd er bar weinig mee gedaan. Om even met de deur in huis te vallen, vond ik de Úlfsmessa performance honderd keer beter. Waar die set me omver blies, is de show van Misþyrming, Naðra, Svartidauði, en Wormlust dit keer een beetje te veel. Niet qua intensiteit maar er gebeurt gewoon te veel tegelijkertijd. Een paar vocalisten met zowat hetzelfde stemgeluid, riffs die door het matige zaalgeluid niet lekker uit de verf komen. Het is een beetje een warboel.



Kevin Martin en Justin Broadrick. Ik laat me altijd verrassen. Iets met intense beats, drones en experimentele invloeden, ging ik van uit. Moor Mother was echter een nieuwe naam voor me. Dit soort shows laat ik het liefst op me afkomen en nondeju, dit kwam hard aan! Drones die onder je huid kruipen, het rode licht dat de drie muzikanten als schimmen deed voorkomen, de diepe hip-hop beats die als een hamer in je maag kloppen en natuurlijk de felle, intense poëzie en rap van Moor Mother. Er is elk jaar altijd zo een vreemde eend in de bijt die me compleet verrast en Zonal ft. Moor Mother weet me van begin tot eind te intrigeren. Voor mij was de rol van de dame in kwestie het meest indrukwekkend. Ik wil je dan ook ontzettend aanraden om haar solo album ‘Fetish Bones’ te luisteren. Als je van het werk van Broadrick en Martin houdt, maar ook van Flying Lotus en Dälek.



In eerste instantie ging ik GYBE nogmaals aanschouwen maar ik bedacht me vlug en schoof aan bij Wolfbrigade. De snoeiharde sloopkogel is wat mij betreft één van de beste, hardste en intense crust punk bands ooit. Net zoals Disfear vorig jaar, zetten de mannen op geheel gelijke wijze de boel op stelten. Het publiek raakt in vervoering en het lijkt er op dat een jaarlijkse d-beat partij perfect op dit festival past! Het is warm, ik ben moe en het laatste beetje energie dat ik nog over heb wordt er door het Zweedse stel uit me gewrongen. Kapot maar voldaan keer ik terug naar huis.



DE ROADBURNZONDAG VOLGENS EVIL DR. SMITH

Was de zondag voorheen iets relaxter en meer laidback geprogrammeerd, tegenwoordig is er nauwelijks meer iets van deze Afterburner merkbaar en doet de laatste dag niet tot nauwelijks onder voor de overige dagen, ook qua decibellen. Behalve dan dat het aantal zalen is teruggebracht tot vier: bij de Hall Of Fame en de Koepelhal wordt nu de schade opgemeten en alle Roadburnzooi opgeruimd. Ik kom deze zondag laat op gang, maar wil toch graag Vánagandr: Sól Án Varma zien. Dat lukt me alleen voor het laatste kwartier en de warboel waar William over verhaalt kan ik wel begrijpen. De volgepropte, atmosferische black komt erg druk(kend) en wat ongecontroleerd over. Een kwartier blijkt te kort en te chaotisch om in hun sound te komen.

band image


Kon je gisteren tijdens het solo-optreden van Eriks Aerial Ruin doodgemoedereerd Het Patronaat betreden, vandaag staat hij er met het tweede optreden van Bell Witch en is de lange rij voor de ingang weer reden om opgenomen te worden in het Radio 1-filenieuws. Dan maar weer eens een kijkje nemen in Cul de Sac. Ook daar is het proppiemudjevol, maar ik blijf geduldig en na een kwartiertje tergend langzaam naar voren doorschuiven zie ik tenslotte ook beeld bij het geluid van het Belgische drietal Hidden Trails. Pas naderhand kom ik erachter dat de band een voortzetting is van Hypnos 69, een band die ik erg graag mocht luisteren. Met Hidden Trails weet ik dat nog niet. De muziek schuurt sterk tegen indierock aan en de wat nasale, licht zeurende zang spreekt me niet erg aan. Maar iedere keer als ik denk “nu heb ik het wel weer gehoord”, poept de band er een scheurende psychedelische riff of onverwacht lekkere jamgroove uit. Om vervolgens weer een beetje in te kakken. Zo hink ik tijdens het optreden een beetje op twee gedachten, terwijl de band weldegelijk een leuke hoeveelheid mensen aan het dansen weet te brengen. Als ik naderhand hun album ‘Instant Momentary Bliss’ luister hoor ik wel allemaal psychedelische progrock-invloeden die hun muziek behoorlijk interessant maakt, maar dit ontbreekt grotendeels tijdens het optreden. Misschien is hun sound te rijk en gelaagd om met slechts drie man live te brengen? Een herkansing, liefst met extra bandleden, waardig.

band image


Ik noemde eerder op de zaterdag Godspeed You! Black Emperor de pater familias van de postrock. Nu zullen daar connaisseurs vast over twisten, en bij die twist vast en zeker een band als Slint laten vallen. Als deze band dan de (oudere) mater familias is, dan is Watter het kind van de familie. Watter heeft namelijk achter de drumkit Britt Walford zitten, iets dat hij een kleine dertig jaar geleden alweer ook bij Slint deed. Samen met de van Grails bekende Zak Riles en knopjesvirtuoos Tyler Trotter laat het drietal een intrigerende, instrumentale variant van postrock horen dat ook invloeden verraad van (elektronische) krautrock . Erg hypnotiserend en beklemmend. Sterk drumwerk ook. Het doet me wat denken aan Zombi, een band die in 2015 op Roadburn stond. Jammer dat de band deels tegelijkertijd speelt met wat naar later blijkt een van de hoogtepunten van de zondag.



Dat hoogtepunt blijkt Wiegedood te zijn. De drie Belgen staan op de levensgrote mainstage, maar zelden heeft het podium zo vol gestaan met slechts drie mannen. Vooral vol van geluid. Als een stoomwals gedreven door pentaerythritoltetranitraat dondert de verwoestende black metal de zaal in. Wat een orkaan! Geen moment lijkt het podium te groot. Wiegedood is Motörhead 2.0 in blackmetaloutfit. Dit weekend is net hun derde gelijknamige album ‘De Doden Hebben het Goed’ uitgekomen (met als suffix een Romeinse III, om daarmee het onderscheid van die andere goede doden te maken). Logischerwijs spelen ze daar ook werk van, al ben ik daar nog niet mee bekend. Stilistisch zit er niet veel variatie in hun repertoire, maar intimiderend en overdonderend is het des te meer. Na een vol uur wordt de grote zaal zwartgeblakerd achtergelaten. België doet op Roadburn qua impact niet onder voor Japan, San Diego en Noord-Europa. Als er één band het succesvolle stokje van Amenra zal overnemen, dan wordt dat Wiegedood, wat ik je brom.



Maar uiteindelijk kan er maar één de grootste zijn, en dat is Godspeed You! Black Emperor. Hun eerste show heb ik grotendeels gemist, maar met deze tweede show gaat dat niet gebeuren. Mijn heimelijke wens op een uitvoering van ‘Mladic’ wordt al snel ingelost. Na een goed kwartier hoor ik de Arabische toonladders naar voren komen in hun repetitieve “kamerorkestrale” postrock. En ja hoor, daar gaan mijn nekspieren weer in de vernieling. Het procedé van de band is bekend, maar toch wijkt een navolgend stuk af, omdat er een blondharige vrouw met saxofoon het totaalgeluid opluistert met flink wat getoeter. Geheel in lijn met de afstandelijke sfeer die de band met het publiek creëert staat de dame gedurende het hele nummer met haar rug naar het podium. Waar ik op plaat, met name de wat recentere albums, sommige stukken wat gezocht en saai vind, daar is live gelukkig niks van te merken. De laatste keer dat ik de band zag, was tijdens hun volkomen onverwachte reünietournee in 2011 (Paradiso) en in al die jaren is er niets aan indruk en intensiteit verloren gegaan. Als er één postrockband is die je mag hebben, dan móet dat deze band zijn. Punt.



Des te moelijker was het om toch, ja tóch de zaal te verlaten. De clash met Hail Spirit Noir in de Green Room vond ik te irritant om dat volledig ten koste te laten gaan aan laatstgenoemde. Deze band wist behoorlijk indruk op mij te maken met hun albums, dat een eigenzinnige combinatie is van black(ened) metal, psychedelische rock en progrock. Toch blijkt het geen goede keuze om met een hoofd vol van GY!BE-indrukken hinkstapspringend de eclectische psychprog-postblack in te duiken. Het blijkt zelfs voor mijn muziekflexibele geest (die ik mezelf toedicht) te veel van het goede. Daarbij klinkt het geluid nogal schel en schril. De band uit Thessaloniki speelt evenzogoed met verve en zeer enthousiast, maar helaas lukt het niet om de vonk te pakken. Na een minuut of twintig het geprobeerd te hebben, geef ik het op en besluit de vibe van GY!BE weer op te pikken. Dat kost niet de minste moeite. Ik bewaar Hail Spirit Noir wel voor een volgende keer, want op onderstaande clip kan je zien dat het een kick-ass live band is.



Na het overweldigende optreden van GY!BE duik ik nogmaals het Cul de Sacje in, waar de laatste San Diego band van het festival zijn ding mag doen: Joy. Het viertal speelde al eerder op het festival in de Green Room, deze keer staan ze in de volgepropte kroeg. En evenals de andere San Diego-bands waart ook hier nadrukkelijk de jaren 70 rond. Of misschien zelfs de late jaren zestig. Ik kreeg een beetje een Jimi Hendrix-gevoel. In het midden zit achter een zwarte kast een oude, bebaarde grijsaard, luisterend naar de naam Dr. Space, aan allerlei knopjes en snoertjes te hannesen voor de nodige gekke en vreemde spacey geluiden. Onderwijl spelen de overige drie leden scheurend en jammend hun old school rock. Het klinkt allemaal best lekker en ongedwongen, maar jammende gehalte is mij toch iets te luchtig en vrijblijvend, dus na een klein half uurtje besluit ik het Aziatische deel van Roadburn weer op te zoeken.

band image


We zijn inmiddels de zondagnacht ingedoken en de laatste bands treden aan op Roadburn. En mocht je denken dat Roadburns 20ste verjaardag op conventionele wordt afgesloten, dan heb je het behoorlijk mis, want alle maniakale geschifte gekkigheid barst nog in alle hevigheid los. Te beginnen met Vampillia uit Osaka. Hun geluid laveert tussen heftige postrockerupties, brute deathmetalgrunts, ingetogen modern klassiek passages, vet beukende bombastische extreme metal en complexe avantgarde metal. Leidraad in deze eclectische potpourri is de hyperemotioneel klinkende vioolpartijen en de bezielde en superintense zang/brul/grompartijen van de zanger die luistert naar de illustere, maar toepasselijke naam Possession Mongoloid. Soms huilt hij bijna van de passie, een andere keer schreeuwt hij vol overgave zonder microfoon zijn onverstaanbare (want Japanse) teksten uit. Overdonderend, dat is het woord dat in me opkomt wanneer ik deze explosie van Japans metalgeweld onderga. Of al deze bezeten passie op een van hun inmiddels vijftien (!) platen (in minder dan tien jaar) net zo indrukwekkend overkomt durf ik niet te zeggen, maar live weten ze er een geweldige show van te maken. En het publiek vreet het met huid en haar.



Als de laatste klanken van Vampillia wegsterven snel ik door naar de Main Stage waar dan zojuist het mij al even onbekende Zuriaake begonnen is. Het wordt alsmaar exotischer, want Zuriaake (wat zoveel betekent als ‘’een meer van verbrande lijken”) komt uit Jinan (hemelsbreed tussen Beijing en Shanghai) en speelt een soort van melancholische black metal. Lange tijd had ik gehoopt dat het inmiddels ontbonden Tengger Cavalry de eerste Chinese band zou zijn die op zal treden op Roadburn, maar deze eer is dus weggelegd aan de erg mystiek aandoende en in een soort van Chinese imkerpakken gehulde mannen van Zuriaake. Bijzonder statisch en met trage, wellicht veelbetekenende gebaren wordt de langzame en bijna verdrietig klinkende black metal gespeeld. Qua sfeer doet het me soms wat denken aan het nummer ‘Dunkelheit’ van Burzum. Het ziet er fraai uit, de sfeervolle lichtshow maakt het schouwspel extra aantrekkelijk en de band klinkt ervaren (reeds in 1998 opgericht). Toch slaat na een half uurtje de verveling wat toe, wellicht omdat alle nummers in hetzelfde langzame tempo worden gebracht en de performance een beetje potsierlijk begint over te komen. Desalniettemin een zeer bijzondere band om gezien te hebben.



In de Green Room was onderwijl een band (of beter artiest) van een heel andere orde bezig: GosT, niet te verwarren met Ghost of GoT (Game Of Thrones). Vorig jaar ging bij Carpenter Brut het dak van de Green Room eraf, dit jaar wordt dat opnieuw geprobeerd door James Lollar met zijn alter-ego GosT. Stuwende synthwave/horrorsynth met dwingende housebeats worden de zaal in gevuurd en het geheel krijgt een sinister smaakje door de zwarte monnikspij die Lollar draagt. Niet alleen hij, maar achter op het podium staat een tweede persoon in monnikspak, maar het enige dat hij doet is een schedel vasthouden. Okay… Onderwijl zorgt Lollar achter twee stellages met elektronica voor de muziek en scheurt hij af en toe nogal bezeten op een gitaar. Ik vermoed playbackend. Het is goed, de beats en (80s klinkende) melodieën klinken lekker, het publiek staat te genieten, maar gaat toch niet zo uit haar dak als vorig jaar bij Carpenter Brut. Daarvoor klinkt de muziek net wat te obscuur en heeft het een te weinig “partygehalte”.



Roadburn 2018 sluit ik af in Het Patronaat. De waanzin van Vampillia is daar net opgeruimd of er wordt nog een schepje bovenop gedaan met het Violent Magic Orchestra (VMO). VMO is Vampillia, maar dan aangevuld met Pete Swanson (ex-Yellow Swans) en elektronische muziekcomponist Paul Régimbeau (aka Mondkopf). Denk je dat het na Vampillia niet nog gekker kan, ja hoor: de Japanners kunnen het. En als het niet gekker is, dan toch zeker wel extremer. In een half uur wordt een apocalyptische stortvloed van digital hardcore, cybergrind en industriële noise uitgebraakt. De ziedende mix wordt volkomen in het donker gespeeld, alleen wat opgelicht door de weerkaatsing van de stroboscoop-flikkerende zwartwit-beelden op het doek. Omdat ik helemaal vooraan sta, herken ik de zanger van Vampillia, die zijn gezicht wit heeft geschminkt met zwarte strepen. Ook de bandleden – een gitarist en twee knoppendrukkers - hebben vergelijkbare corpsepaint, het waarom ontgaat me, want ik kon dit alleen terugzien op de foto’s die ik heb geschoten met flitslicht. Stralend middelpunt in deze donkere razernij is de ongeverfde zangeres (lees: krijsend speenvarken). Drie turven hoog, maar een strot: goeiedag! Wild fluimend, krijsend en tierend en onderwijl in de meest rare kronkelende posities manoeuvrerend of wild om zich heen trappend voegt ze aan de toch al hysterische sound nog meer gekte toe. Het was met 25 minuten waarschijnlijk het kortste optreden van Roadburn, maar wel de meest intense. Wat een volkomen idiote krankzinnigheid. Prachtig!



En zo komt tegen 1 uur ’s nachts ook voor mij het einde van Roadburn 2018 in zicht. In Cul de Sac speelt als allerlaatste band van het festival nog Bison, maar ik ben er klaar mee. Opgebrand. Walter en alle andere helden die Roadburn hebben gemaakt: het was weer een topvakantie! Tot volgend jaar waarvoor inmiddels al Heilung, Louise Lemón en Neerlands culttrots GORE zijn geboekt. Aju!

band image

<< vorige volgende >>