Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2018 - ZATERDAG

Tilburg 013 21 april 2018

Twintig jaar! Roadburn viert zijn vierde lustrum. In die twintig jaar is er veel veranderd. Begon Roadburn oorspronkelijk als een ééndaags festivalletje met zes bands die vooral opereerden in het stonersegment, al geruime tijd verwachten we van artistiek leider Walter Hoeijmakers dat er qua muziekstijlen veel, maar dan ook heel erg veel breder wordt geprogrammeerd op het tot vierdaags met zes podia uitgegroeide festival waar mensen uit alle windstreken van alle (!) continenten op afkomen. Naast de grote zaal en de ‘green room’ van de 013, en de Patronaat aan de overkant van de 013 en het gezellige kroegpodiumpje van Cul de Sac, is nu ook voor het eerst de Hall Of Fame aan de andere kant van het spoor bij het festival betrokken. Naast de Hall Of Fame is er ook het gloednieuwe Koepelhal uit de grond gestampt. Met name deze behoorlijk grote hal (wilde schatting: zo’n 1500 man) zal gezorgd hebben voor de extra kaartverkoop. Het zorgde ook voor een betere verspreiding van het publiek. Het is lang geleden dat het niet constant dringen was om bands te kunnen zien. Op een aantal bands in de Patronaat na: daar bleef met enige regelmaat enorme files voor de ingang ontstaan. We zijn het inmiddels gewend.

Door: Evil Dr. Smith

Fotograaf: Evil Dr. Smith

Net als het zonovergoten weer. Het eerste zomers aanvoelende weekend van het jaar viel wederom samen met Roadburn. Je zou bijna wensen dat het festival outdoors gaat worden. Het zorgde wel voor een erg gezellige sfeer voor de 013 en misschien nog wel meer voor de ingang van de Koepelhal, waar met eettentjes en rijen banken en eettafels toch een beetje een ‘outdoor festivalgevoel’ werd gecreëerd. Andermaal is het festival uitverkocht. Vorig jaar betekende dat 4875 bezoekers uit 55 landen. Dit jaar zijn een paar honderd kaarten meer verkocht, dus zal de magische grens van 5000 zijn doorbroken. Voor een festival waarvan de headliners de gemiddelde jan boerenlul niks zal zeggen (en zelfs voor de traditioneel ingestelde metalhead zal de programmering bar weinig herkenning oproepen) mag dat toch bijzonder genoemd worden. Juist deze avontuurlijke programmering is een van de smaakbepalende factors van het festival. Ook ondergetekende was onbekend met het merendeel van de programmering, maar de bands waar ik wel mee bekend ben, behoren niet zelden tot bands die ik erg graag wil zien.

De Lords Of Metal delegatie was dit jaar helaas een beetje onderbezet. Werkverplichtingen gooiden flink wat roet in het eten, waardoor diverse crewleden moesten afhaken, of niet het volledige festival konden ervaren. Uiteindelijk weten Jan-Simon (donderdag, vrijdag, zaterdag), William (zaterdag en zondag) en Evil Dr. Smith (alle dagen) de weg naar Roadburn te vinden. Zij geven hieronder een persoonlijk verslag. We geven dus niet een chronologisch verslag van de bands per podium, maar volgen de handel en wandel van de verslaggevers. Daar gaan we weer! [Evil Dr. Smith]

DE ROADBURNZATERDAG VOLGENS JAN-SIMON

De derde dag van Roadburn alweer. Een dag waarop eens te meer duidelijk werd dat het een onmogelijke opgave is om alles te zien en te horen wat er te zien was. Meer dan 30 bands op één dag, op zes podia: ga er maar aan staan. En het is onvermijdelijk dat je dingen mist. Zo heb ik minder mee gekregen dan ik van te voren had gehoopt en gedacht van de hele San Diego Takeover. Acht bands, meer dan vijftien shows en ik heb er denk ik drie van gezien. Maar dat maakt niet uit, Roadburn is behalve de muziek ook de ervaring en de mensen die je ontmoet. Zo kwamen we bijvoorbeeld de zanger van Sangre de Muerdago tegen en hoorden van hem dat de band al even verbaasd was over de enthousiaste ontvangst van hun optreden als wij gisteravond waren. Sterker nog, ze wisten niet goed wat ze er mee aan moesten, maar vonden het wel ontzettend gaaf dat ze op een metalfestival speelden en zoveel succes hadden.

Na de introductie gistermiddag was het vandaag eindelijk zover: Hugsjá, de première van het nieuwe muziekstuk van Ivar Bjørnsson en Einar Selvik over de ontstaansgeschiedenis van Noorwegen. Aangezien we de introductie al hadden meegemaakt was een hoop van wat Selvik ons vertelde geen nieuws meer. In een relatief kleine bezetting (behalve Bjørnsson en Selvik slechts een drummer, toetsenist en violiste) werd het muziekstuk van begin tot eind gespeeld. Van het allereerste begin met de goden, via de vroegste bewoners en de handelsroute die Noorwegen zijn naam gaf tot het einde: de tradities rond de dood. Het was eenvoudig, maar betoverend. De grote zaal van 013, afgeladen vol, werd door Selvik en de zijnen volledig ingepakt. De Noren kregen een lange ovatie en verlieten Roadburn met de belofte “tot de volgende keer”. Ik hoop dat die snel zal komen.



Na Hugsjá was het even denken wat de volgende halte zou worden. Na wat beraad besloten we Damo Suzuki een tweede kans te geven. Na de enigszins teleurstellende sessie met Earthless waren dit keer Suzuki’s landgenoten van Minami Deutsch uitverkoren om de man te begeleiden op zijn onnavolgbare eigenzinnige weg. Dit was duidelijk een betere keus, de Japanse krautrock van Minami Deutsch was op het lijf geschreven van Damo Suzuki en in zekere zin was het alsof we een reïncarnatie van Can hoorden: hypnotische psychedelische repetitie waarover Damo Suzuki zijn onverstaanbare (was het Japans, was het Engels – was het belangrijk?) teksten zingzegde. Het was erg vol in de Green Room en terecht. Dit was krautrock van de bovenste plank, ook al kwam er dit keer geen Duitser aan te pas.



We verlieten onze Japanse vrienden voortijdig, want we wilden de tweede set van Panopticon niet missen. Na een eerste optreden die in extreme mate de twee kanten van de man/band toonden: half akoestische folk en singer-songwriter en half verzengende black metal, was er nu meer een duidelijke focus. Vanaf het eerste akkoord was het full blast “in your face” black metal. Voor subtiliteiten was weinig ruimte. Dit was vooral hard en snel. Erg hard zelfs. Austin Lunn, zelfverklaard buitenmens en liefhebber van bossen en de natuur in het algemeen, ging als een wildeman met de botte bijl te keer. Of was het een kettingzaag? Hoe dan ook, het bos moest plat en snel ook.



Hoezeer ik Panopticon ook ben gaan waarderen in de afgelopen tijd, ik verliet het slagveld voortijdig om me naar de Koepelhal te begeven, waar Mizmor gepland stond. Het was gezellig druk voor de Koepelhal. Groepjes Roadburners zaten lekker in het gras en tegen de spoordijk. Het was een gemoedelijk sfeertje en na een wat aarzelende start was nu duidelijk dat de nieuwe festivallocatie aansloeg. Binnen in de Koepelhal was er van dit gezelligs weinig te merken. Deze band maakt een experimentele mix van doom en black voorzien van ijzingwekkende, echoënde doodskreten als zang. Snelle en meer ingetogen passages wisselden elkaar af en het geheel had daardoor de spanning die ontbrak bij Panopticon. Hoewel uit hetzelfde vaatje tappend als bijvoorbeeld Yellow Eyes was dit een show met een ongekende intensiteit. Mizmors album ‘Yodh’ was voor mij een van de beste albums van 2016. Deze show bevestigde de kwaliteit van de band.



Door, door, door. Na Mizmor renden we weer terug naar de grote zaal van 013 waar een van de grotere bands van deze editie zou spelen. Groot qua reputatie in ieder geval. Maar Boris heeft op diverse manieren een reputatie. Revolutionaire muziek wordt afgewisseld met recalcitrantie. En waarschijnlijk viel het optreden vanavond in die laatste categorie. Ze hadden duidelijk schijt aan het publiek, de verwachtingen, alles. Het recept was eenvoudig: men neme een muur aan versterkers, drie kleine Japanners en voege een baardige Amerikaan toe. Goed roeren en kijken wat er gebeurt: alle songstructuren verdwijnen en wat blijft is een tsunami (of tyfoon, ook goed) aan geluid en feedback. Het resultaat is het meest extreme, compromisloze en amuzikale optreden van deze Roadburneditie. En zonder twijfel ook het hardste. Laat het maar aan Boris over om een uur op het hoofdpodium van een groot festival vakkundig om zeep te helpen. Dit was iets voor masochisten en/of dove muziekliefhebbers.



Aangezien wij niet tot een van beide doelgroepen hoorden vluchtten wij voortijdig. Op naar iets dat wat begrijpelijker was. En wat is er duidelijker dan The Heads? Sinds ik ze ik weet niet hoeveel jaar geleden voor het eerst zag is dit een van mijn favoriete bands, misschien wel de beste band die ik ken. Vanaf het moment dat ik zag dat ze ook in 2018, voor de zoveelste keer, van de partij zouden zijn was het voor mij zeker: Om tien over acht zou ik vooraan staan in de Green Room. Zoals zo ongeveer iedere band die we deze zaterdag zagen gingen The Heads er ook stevig in, maar dan wel op een andere manier dan de voorgaande bands. Wie de band al kende werd niet verrast, maar voor de startende Heads fan was dit een mooie inwijding. Weinig “bekende” nummers, maar des te meer volbloed Heads: lange jams, met een mix van heavy psych, spacerock en krautrock in de hoogste versnelling met de freaksolo’s van Paul Allen en de stuwende bas van Hugo Morgan. Alles klopte en als slagroom op de taart waren er de videobeelden verzorgd door Walter, Mr. Roadburn hemzelf. Voor mij stond het buiten kijf: dit was de beste show van het festival. Nu nog doorgaan was eigenlijk zinloos. Maar Roadburnfreaks als we zijn doen we dat natuurlijk niet, we gaan gewoon door, want er is nog zoveel moois te zien en te horen.



Een andere “must see” was Godspeed You! Black Emperor, de legendarische Canadese postrock formatie. Gezeten alsof het een klassiek kamerorkest was creëerden de twee drummers, violist en vijf gitaristen op een heel beheerste en gecontroleerde manier die typerende wall of sound, waarbij het minstens tien minuten duurde om die toestand te bereiken. Eigenlijk was het gek dat ze nu pas op Roadburn stonden, want dit is nu precies het soort band dat je hier verwacht. Eigenzinnig, left-of-centre en – op hun eigen manier – extreem. Het punt met GY!BE is dat het procedé eigenlijk steeds hetzelfde is, het resultaat wordt telkens net iets anders. Of dat dan geniaal is of gewoon een uit de hand gelopen soundcheck, dat is aan de toehoorder. De combinatie met de beelden die achter de band werden geprojecteerd, verlaten industriecomplexen, vervallen steden, eenzame mensen, kerkhoven, maakte het geheel compleet. De muziek van GY!BE is de desolaatheid ten top. Er was weinig aan te merken op het optreden van de band, de militaire precisie waarmee de stukken werden uitgevoerd benaderde de perfectie. Maar die perfectie komt met een prijs. Het wordt een beetje saai allemaal en anderhalf uur is dan wel een beetje veel.



Daarom besloten we om na een dikke drie kwartier te verkassen en Sacri Monti een tweede kans te gunnen. De eerste show in de Hall of Fame was niet reuze interessant, maar het album was best goed, dus wie weet was de tweede show in de Green Room (ruimere zaal, beter geluid) beter. Het bleek een gouden greep, Sacri Monti speelde de sterren van de hemel met hun heavy skaterpsych gemixed met pure (southern) rock ‘n’ roll. Het publiek kon er geen genoeg van krijgen en zong alle riffs na, haarfijn overigens. Wellicht aangemoedigd door de response was Sacri Monti een van de weinige bands die niet voortijdig de stekker uit de versterkers trok en doorspeelde tot na de afgesproken tijd. In ieder geval kwam de klasse van deze San Diego band nu wel door en werd het gemis alleen maar groter: hoe zouden Arctic, Joy, Volcano, Petyr en de rest zijn geweest? Het zijn tenslotte bands met grotendeels dezelfde mensen in de gelederen.



De zaterdag naderde nu ook alweer zijn einde. Nog een keer moeilijke keuzes maken, zeker nu er als afsluiting van de dag vijf bands tegelijk speelden. De keuze viel op het hevig gehypete Thou x The Body, een samenwerking / samenvoeging van twee bands, dus met twee drummers, een hele trits gitaristen en een zanger die zo mee kon doen in de nieuwe verfilming van ‘The Day of the Triffids’ met zijn bizarre en eerlijk gezegd bijna angstaanjagende zangstijl. Het was hard, technisch en (helaas) niet aan mij besteed. Ondanks het massieve drumgeluid van de fraai synchroon rammende drummers kwam het niet aan en besloten wij – enigszins gesloopt door weer een dag vol (voor het merendeel) geweldige optredens en de prima sfeer – de dag af te sluiten en gedwongen door omstandigheden ook het festival. Het was weer geweldig. De Koepelhal was een aanwinst, de Hall of Fame nog niet helemaal. Desalniettemin weet ik nu al een ding zeker: Volgend jaar van 11 tot en met 14 april ben ik weer in Tilburg te vinden. Het vooruitzicht om de reünie van Gore te kunnen zien is nu al opwindend.



DE ROADBURNZATERDAG VOLGENS WILLIAM

Verwoed was de eerste band die ik op Roadburn 2018 zou mogen aanschouwen. In eerste instantie baalde ik als een stekker dat het alweer zo was dat één van de bands die ik het liefst wilde zien in het kleine kroegje stond. Achteraf gezien, was juist het intieme kroegsfeertje wel een aangename omschakeling van het broeierige zonnige weer buiten. Eerst in het smalle gedeelte voor het podium rustig een pilsje te pakken, om vervolgens onszelf tussen het zweterige volk te manoeuvreren en een goed plekje te vinden. Ik heb dit zwartgallige gezelschap meerdere malen live mogen aanschouwen en het lijkt er op alsof ze bij elke show beter worden. De gelaagde naarheid van Verwoed creëerde een onheilspellende donderwolk boven het Cul de Sac publiek en voor heel even werd Tilburg van de zon ontnomen. De mannen zijn goed op weg om te meest indrukwekkende live black metal band van Nederland te worden.

Ik heb er nog steeds gigantische spijt van dat ik in 2015 niet naar Skuggsjá ben gaan kijken. Nu, met Ivar Bjørnson en Einar Selvik’s Hugsjá was er natuurlijk geen kans dat ik deze alweer zou missen. Dit zou achteraf gezien voor mij ook dé show van Roadburn 2018 worden. De cinematografische maar natuurgetrouwe, Noorse muziek, met daarbij de poëzie liet vanaf het eerste moment een gigantische indruk achter. Kippenvel tot op het plafond; echt waar. Ik denk dat ik bijna heel de set met mijn mond wagenwijd open heb gestaan, zó onder de indruk was ik. Ideaal trouwens. Ik kon er zo een pot bier naar binnen gooien. Mooi om te zien hoe Einar Selvik alle ruimte kreeg om toelichting te geven over de uitgevoerde nummers. Het hoogtepunt voor mij was ‘Utsyn’ en de uitbarsting van vocale harmonie. Een brok in mijn keel. Ik heb het album nog elke dag op staan sinds Roadburn.



Boris & Stephen O’Malley is een love it or hate it show. Ik maak zelf drone/dark ambient, dus ik ben wel wat gewend als het gaat om logge drones en uitgerekte passages. Het probleem was echter: buiten was het net Salou, zo warm; niet echt een drone vibe. Vervolgens ga ik de 013 binnen om in de main stage me tussen een (onverwacht grote) groep mensen te proppen. Mijn conclusie is eigenlijk dat ik twintig minuten naar een barrage van distortion en lage knars heb staan luisteren. Zonder dat er enig verschil tevoorschijn kwam. Na wat te hebben nagevraagd bij omstaanders, bleek het al zeker een kwartier langer al hetzelfde te zijn. Toen was ik er snel klaar mee. Helaas, pindakaas. Tijd om de Ghost Pepper sambal van Gember & Sereh uit te proberen.



Verdomme, wat was ik zenuwachtig om Godspeed You! Black Emperor te zien. De grootmeesters van de post-rock had ik nog nooit live gezien. Stiekem hoopte ik op ‘East Hastings’ maar rekenen deed ik er geen moment op. Ik herken de opening van de show direct. ‘Hope Drone’. Een prachtig nummer, dat fragiel start maar zich ontpopt tot een tornado van gelaagde emotie. Naast me stond een jongen die na vijf minuten al zenuwachtig werd en me maar bleef vragen wanneer “ze nu iets gingen doen”, en “dat het steeds hetzelfde was”. Een teken voor mij om ergens anders te gaan staan, dus. Persoonlijke favorieten zoals ‘Anthem For No State’ en ‘Moya’ kwamen nog voorbij. Voor de rest heb ik bar weinig van de show meegekregen. Ik stond met mijn ogen dicht, in een bijna hypnotische staat de show in me op te nemen. Ik heb niet eens bier gedronken tijdens de show.

Ik heb Forgotten Tomb de laatste jaren niet meer gevolgd. Met als gevolg dat ik helemaal niet voorbereid was op de redneck-achtige, rare groovy sludge. Waar ik absoluut niet op stond te wachten, maar goed. Wie weet wordt het nog wat. Dit is helaas niet het geval. Vanaf het begin kijken ik en de mensen naast me elkaar aan met een blik alsof Forgotten Tomb is verward met een of andere matig cafébandje. Na drie nummers houden we het voor gezien en is het tijd om in de cocktailbar het een en ander te nuttigen.



Occvlta was voor mij de verrassing van de dag. De band zei me bar weinig maar ik wist wel dat het black metal was. Een taak voor mij dus. Ik nestel me in Het Patronaat en laat het maar op me afkomen. Ik was al poepzat ondertussen en goed aan het feesten. Een rechttoe rechtaan pot black metal kon er dus wel in! Gelukkig viel de show niets dan mee. Wat een old school sonisch geweld! Ik hoor wat Mayhem, wat Bathory, wat Venom; supervet. De band overtuigt elke seconde. Het bier vloeit rijkelijk en de haatdragende uitspattingen hebben impact op het publiek. Gruwelijk.



DE ROADBURNZATERDAG VOLGENS EVIL DR. SMITH

Delegeren moet je leren. De derde dag begint in de Koepelhal, alwaar bij de ingang zowaar een rij voor de security staat. Hallo, en dit is pas de eerste band van de dag? Het is duidelijk: de laatste plaat van BELL WITCH heeft bij menigeen indruk gemaakt. Toch lonkt aan de andere zijde de platen- en cd-stands waar ik de avond ervoor nog niet álles had opgekocht. Dus terwijl ik gastschrijver Edwin verslag laat doen van Bell Witch, luister ik naar hun bedompte doomklanken aan de andere kant van het tentdoek en vul iets te gretig mijn tassen met vinyl en cd.

Edwin: Art borne from pain… zo begint een artikel in de Weirdo Canyon Dispatch van de zaterdag van Roadburn 2018. Het is een treffende synopsis van het album Mirror Reaper. Het album is immers een eerbetoon aan de in 2016 overleden Adrian Guerra, de oorspronkelijke drummer van de band. Het werd bovendien voor overgebleven oprichter Dylan Desmond (bas, vocals) en de nieuwe drummer Jesse Shreibman een vehikel om uiting te geven aan hun verdriet. Toen werd aangekondigd dat de uit Seattle afkomstige tweemansformatie Bell Witch hun 83 minuten durende album, bestaand uit één nummer, in zijn geheel ging spelen, keek ik hier zeker naar uit. Toch leek het me een taaie uitdaging om het album live eer aan te doen.

“Horen is geloven. Je dient het te ondergaan”….. schreef Marcel H. al op deze site. En dat is helemaal waar. Ook live is ‘Mirror Reaper’ een ongekend intens album. Het uit verschillende geluidslagen opgebouwde werk komt ook op het podium van de Koepelhal goed tot zijn recht. Desmond maakt gebruik van veel effecten waardoor je vergeet dat hij in zijn eentje de snarenpartij verzorgd. Beide heren nemen zangpartijen voor hun rekening, daarnaast wordt gebruik gemaakt van samples Hammond orgelmuziek. Je vergeet bijna dat we hier te maken hebben met een tweemansband! De zwartwitbeelden op de backdrop geven bovendien een extra dimensie. Er is gekozen voor korte fragmenten uit onder andere cultfilms als Spider Baby, Bucket of Blood en Carnival of Souls, aangevuld met WO 2 en newsreel beelden van ongelukken, branden en ander onheil. Goed voor een aaneenschakeling van rauwe beelden die de muziek goed ondersteunen.

Mirror Reaper bestaat feitelijk uit twee delen, die weer opgedeeld zijn in een aantal stukken. Waar het album wat log of langdradig kan overkomen, ontstaat live een logisch opgebouwd geheel van zware funeral doom met rustigere passages. Bovendien worden deze passages belangrijk ingekort ten opzichte van het album. Het wordt dus uiteindelijk geen monstersessie van 83 minuten! Maar toch, na een kwartier lijkt de set voor een flink aantal toehoorders een uitputtingsslag te worden. Mensen haken af! De toch goed gevulde zaal ondergaat de muziek. Doodstille zaal. Na het eerste deel van ruwweg 25 minuten volgt een rustiger deel. Na dit intermezzo een ingetogen deel met clean vocals. Daarna: vol gas. Drummer Shreibman heeft nog genoeg lucht over voor een meedogenloze gruntpartij. Na dit deel zijn we ondertussen ongeveer 20 minuten verder. Opnieuw een adempauze in de muziek. Mooi moment om te gaan. Indrukwekkend. Met enige tegenzin gaan we op naar Hugsja. Het is overduidelijk. Bell Witch slaagt in zijn missie en voegt opnieuw een onvergetelijk optreden toe aan Roadburn 2018!




Het muzikale deel van Roadburn dag 3 begint voor mij in de Green Room met Volcano. Volkomen onbekend met de band, maar onderdeel van de door Jan-Simon beschreven San Diego Takeover. Er zijn dit jaar simpel gezegd drie geografische stijliconen waar Roadburn op rust. De Asian Invasion met psychedelische, krautrockende Japanners die de gloriejaren en artistieke impressies van Europese 70s experimentele rockbands in het algemeen en de Duitse krautrockschool in het bijzonder nieuw en fris leven inblazen. De Noord-Europese (atmosferische) black metal waar natuur, mythe en mystiek leidraad zijn. En San Diego dus. Of moet ik zeggen San Tana? Niet zo gek dat San Diego tegen de Mexicaanse grens ligt, want het lijkt wel alsof ik Santana (van origine een Mexicaan) hoor spelen op Woodstock. Alles ten nadele van Carlos Santana vandaag de dag, zijn vroegere jaren zijn fantastisch. En zo dus ook Volcano. Het enthousiasme spat van de zes bandleden en slaat over op het publiek. De combinatie van drums, conga drums, nóg een extra percussionist, een toetsenist die zijn apparaat structureel op de modus spacejam zet, een funky groovende bassist en een dijk van een gitarist werkt verslavend aanstekelijk. Ik kan gewoon niet stil blijven staan, ik móet dansen! Een bandlid lijkt voor spek en bonen mee te doen, want al wat hij doet is eindeloos op een woodblock slaan (of soms staat hij een beetje te schudden met een tamboerijn), maar zijn ietwat bizarre uiterlijk – een uit de kluiten gewassen (fop?)neus, opzichtige pornosnor, 70s zonnebril en halflang krullend haar doet hem opvallend veel denken aan de reïncarnatie van Frank Zappa – maakt dat ik de hele tijd op hem zit te letten. Onderwijl worden de (spaarzame, niet al te beste) vocalen verzorgd door de (geweldig spelende) gitarist en de toetsenist. Over reïncarnaties gesproken: die toetsenist zou in meer dan een opzicht leuk doen als Jerry Garcia van The Grateful Dead. Een van de lekkerste optredens die ik op Roadburn heb gezien.



Na afloop snelde ik onmiddellijk naar de Grote Zaal, waar Boris & Stephen O’Malley al zouden zijn begonnen. Het blijkt een van de zeldzame momenten te zijn dat de programmering iets uitloopt, want het gezelschap begint ruim twintig minuten te laat. Jan-Simon en William hebben de show hierboven al beschreven, dus ik zal niet in herhaling vallen, behoudens het gegeven dat ik blijkbaar een masochistische, dove muziekliefhebber ben.

band image


Toch sta ik de sonische marteling niet volledig uit en wil nog iéts van het IJslandse aandeel op Roadburn meekrijgen, want tot nu toe is dat grotendeels aan me voorbijgegaan. In het voor de verandering eens niet volgepakte Patronaat staan NYIÞ & Wormlust op het podium. Onder de noemer ‘Hieros Gamos’ moet dit de rituele folkdrone van de eerste met psychedelische blackmetal van de laatste verenigen. Ik denk meer aan een zwerm vliegen. Volledig in het zwart gekleed en met zwarte bivakmutsen getooid hoor ik een gruizige drone die nog het meest klinkt als een zwerm bloedirritante bromvliegen. Dit houdt een tijdje aan en net op het moment dat ik denk dat dit weer zo’n infantiel kunstproject is (denk Bong-Ra op de eerste dag) komt een zanger zijn zegje doen. Hij klinkt als een murmelde Tibetaanse monnik die al brabbelend declameert uit de Pali-canon. Als er op een gegeven moment een, jawel, trompettist het geluid komt verstevigen, ontstaat er zowaar een drone-achtige, duistere substantie dat, ook mede door het zigeunerachtige gekras van de violist, nog een zekere mate van intrigeert. Dat ze liefst zes man nodig hebben voor deze ondoorzichtige, diffuse geluidscollage, welke ook nog eens dik twintig minuten vóór het tijdslot al is afgelopen (speeltijd is de volledige clip hieronder), geeft dit optreden echter geen bonuspunten.



Voordeel is wel dat ik daardoor op tijd ben voor Zola Jesus in de Koepelhal. De hal is behoorlijk vol. Zola heeft dan ook een behoorlijke vooruitgesnelde reputatie opgebouwd. Ze is trouwens erg trots dat ze op Roadburn mag spelen. De dankjewels aan ons zijn niet van de lucht, ook omdat ze zegt dat haar “weird pop music” eigenlijk op geen enkel festival goed past. Nu speelt ze zeker popmuziek, maar dat weirde vind ik nogal meevallen. Of eerder tegenvallen. Vooraf appte ik iemand dat ik ga kijken naar een soort Björk, die experimentele muziek combineert met ambient en gothic. De in een fel rood gewaad geklede Zola lijkt zelfs een beetje op een Björk met lang haar, maar na een paar nummers begin ik me af te vragen waar het experiment, de gothic en de ambient blijven. Het is wel aardige, wat stemmig klinkende elektronische, popmuziek, en dat Zola enorm haar best doet (en sterk zingt) is ook leuk hoor, net als de fraaie lichtshow, maar het is volkomen gespeend van rafelige randjes. Ik begin me te vervelen. Na een klein half uurtje besluit ik de onschuldige braafdoenerij te laten voor wat het is. Ik heb even wat pittigers nodig. (NB: Terugkijkend naar onderstaande clip bevalt het me toch beter dan tijdens het optreden.)



Het pittige dat ik nodig heb wordt in de Green Room geserveerd door The Heads. Jan-Simon heeft hier al een euforisch epistel aan gewijd, dus ik houd het kort met een bevestiging van zijn enthousiasme. Fok, wat een wall of sound! Het blijft raar dat deze band al een dikke twintig jaar een relatief obscure cultact is, terwijl veel mindere goden in hetzelfde geluidsspectrum de grote podia betreden. Gelukkig mogen ze na 2015 wederom op Roadburn laten horen tot de betere (beste) live-acts in het circuit te behoren. En dat ligt niet alleen aan wellustige curves die op het doek worden geprojecteerd.

band image


Van het ene uiterste naar het andere. Was ik niet onder de indruk van de mierzoete folk van Sangre De Muerdago, de eentonige hillbillydeuntjes van Panopticon of de timide electropop van Zola Jesus, dat ik wel degelijk (in)gepakt kan worden door fragiele klanken bewijst Aerial Ruin. Het is opvallend leeg in Het Patronaat en ik kijk verontschuldigend rond als ik per ongeluk op een paar plastic bekertjes trap: een krakend geluid dat de ingetogen singersongwriterklanken van Erik Moggridge letterlijk overstemd. De oplettende kenner weet dan inmiddels dat deze Erik eerder vandaag de Koepelhal heeft gevuld met de loodzware doom van Bell Witch, maar hier staat hij met akoestisch gitaar in zijn uppie de licht psychedelische 60s/70s-folk van wijlen Nick Drake, Tim Buckley, Jackson C. Frank, John Martyn en andere overleden consorten nieuw leven in te blazen. En dat doet hij met verdomd veel verve. Volkomen opgaand in zijn eigen wereldje en met gesloten ogen vertolkte hij zijn stemmige, melancholische folk. Door het minimalistische karakter is het risico dat de scheidslijn tussen intrigerend en irriterend wegvalt, maar voor het half uur dat ik meepik weet hij me volledig te overtuigen. Evenals de bescheiden hoeveelheid anderen, zowel zittend als staand, in de zaal. Hopelijk is Erik een langer leven beschoren dan zijn veelal jong gestorven inspiratiebronnen.

band image


Van het ene uiterste naar het andere. Of schreef ik dat zojuist ook al? Afijn, het is wederom van toepassing, want na de verstilde klanken uit Portland is het nu tijd voor snoeiharde crustpunk uit Boston. Elk jaar programmeert Roadburn wel een geweldige hardcoreband (ik zal het optreden van Trap Them in 2011 mijn leven niet meer vergeten) en dit jaar zijn er middels Wolfbrigade op de zondag en All Pigs Must Die zelfs twee crustkrakers. De band heeft in de Koepelhal een goed, zij het wat hol en kaal geluid, maar de ziedende mix van crust, hadrcore, metalcore en zelfs wat logge sludge passages komt daardoor wel goed over in deze eigenlijk wat te grote zaal. Niet te groot qua belangstelling, want er is behoorlijk wat volk op de band afgekomen, maar een band als deze zie ik liever de kleinere Green Room kort en klein slaan. Dat lukt de band dan ook niet met de Koepelhal, maar het moet gezegd: de flinke moshpits helpen een behoorlijk handje. De band overtuigt, speelt strak, hard en goed, zanger Kevin Baker heeft een fantastische schreeuwgromstrot, maar het dak knalt er net niet vanaf. Maar dan ook maar nét niet.



Van het ene uiterste naar het andere. Of schreef ik dat zojuist ook al? Of schreef ik dat zojuist ook al? Toch kan het muziekspectrum nauwelijks verder worden opgerekt door eerst All Pigs Must Die te zien en daarna nog het staartje mee te pikken van het Canadese avantgarde-collectief Godspeed You! Black Emperor, de pater familias van de postrock. Het lijkt inmiddels meer op ordinair bandhoppen zonder de bands de tijd te gunnen om ze écht te ondergaan, maar er is dan ook zoveel lekkers te zien. En GY!BE is een van de hoogtepunten. Bij voorbaat. Bijna twintig jaar nadat ik voor het eerst werd weggeblazen door hun show in Paradiso, doen ze het nu wederom. Ook al is maar de laatste twintig minuten van de set, de apotheose is zo verbluffend intens dat ik toch weer met rillingen, kippenvel, aangespannen spieren, gesloten ogen en wijd opengesperde mond sta te genieten. Terwijl ze toch al twintig jaar eindeloos variëren met hetzelfde trucje á la Ravels ‘Bolero’. Nu maar hopen dat het gezelschap niet eerder in de set mijn favoriete track ‘Mladic’ al had gespeeld, maar dat ze die hebben bewaard voor de zondag.

band image


Na GY!BE loop ik de Green Room in om nog even wat San Diego-70s rock mee te pikken, deze keer in de vorm van Sacri Monti. En wie kom ik daar tegen? Of beter: wie komt mij tegen? Collega Jan-Simon. Mooi, dan hoef ik er verder niets over te schrijven, want dat kan hij veel beter. Kan ik onderwijl uit mijn plaat gaan met hun schoftig lekkere heavy psych waar ik ook de geest hoor rondwaren van bands als Lynyrd Skynrd en de Allman Brothers. Goeie shit zeg!

band image


Samen met Jan-Simon bezoeken we weer de Koepelhal waar het dubbele logge gevaarte Thou & The Body op punt van beginnen staat. Ik sluit me aan bij de ervaringen die Jan-Simon hierboven beschreef, alleen hield ik het een stuk minder lang vol, met name door de ontstellend eentonige en alles overheersende hete-aardappel-krijsstrot van Thou-zanger Bryan Funck.

band image


Jan-Simon taait af, maar ik wil nog een middernachtelijke herhalingsoefening ervaren van Kikagaku Moyo samen met Earthless. Beide bands hebben eerder al een overtuigende show neergezet, maar samen weten ze er het ultieme jam-feest van te maken. Ze spelen volgens mij maar drie “nummers”, uitgesmeerd over een vol uur, en veel meer dan het ein-de-loos herhalen van één enkele riff tot in het oneindige doen ze niet. Maar het was zo gruwelijk effectief verslavend dat je in een ruimte-tijdcontinuüm wordt gezogen waarbij je headbangt tot je er dood bij neervalt. En daar voorbij. En dóór! Onderstaande clip beslaat het laatste kwartier van de ruim half uur durende laatste monsterjam die voor mij enerzijds nekspierpijn van een week oplevert en anderzijds mijn hoogtepunt is van Roadburn 2018. Wel bevreemdend dat een maat waarmee ik naar huis reed het een ontstellend saaie vertoning vond en me, net als gisteren tijdens Igorrr, eerder naar huis probeert te whatsappen. Ja, da-hag! No f*cking way! Dan ga ik net zo goed lopen (naar Utrecht). Grandioze afsluiting van dag drie. Heb ik nog puf voor de vierde dag?

<< vorige volgende >>