Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2018 - VRIJDAG

Tilburg 013 20 april 2018

Twintig jaar! Roadburn viert zijn vierde lustrum. In die twintig jaar is er veel veranderd. Begon Roadburn oorspronkelijk als een ééndaags festivalletje met zes bands die vooral opereerden in het stonersegment, al geruime tijd verwachten we van artistiek leider Walter Hoeijmakers dat er qua muziekstijlen veel, maar dan ook heel erg veel breder wordt geprogrammeerd op het tot vierdaags met zes podia uitgegroeide festival waar mensen uit alle windstreken van alle (!) continenten op afkomen. Naast de grote zaal en de ‘green room’ van de 013, en de Patronaat aan de overkant van de 013 en het gezellige kroegpodiumpje van Cul de Sac, is nu ook voor het eerst de Hall Of Fame aan de andere kant van het spoor bij het festival betrokken. Naast de Hall Of Fame is er ook het gloednieuwe Koepelhal uit de grond gestampt. Met name deze behoorlijk grote hal (wilde schatting: zo’n 1500 man) zal gezorgd hebben voor de extra kaartverkoop. Het zorgde ook voor een betere verspreiding van het publiek. Het is lang geleden dat het niet constant dringen was om bands te kunnen zien. Op een aantal bands in de Patronaat na: daar bleef met enige regelmaat enorme files voor de ingang ontstaan. We zijn het inmiddels gewend.

Door: Evil Dr. Smith

Fotograaf: Evil Dr. Smith

Net als het zonovergoten weer. Het eerste zomers aanvoelende weekend van het jaar viel wederom samen met Roadburn. Je zou bijna wensen dat het festival outdoors gaat worden. Het zorgde wel voor een erg gezellige sfeer voor de 013 en misschien nog wel meer voor de ingang van de Koepelhal, waar met eettentjes en rijen banken en eettafels toch een beetje een ‘outdoor festivalgevoel’ werd gecreëerd. Andermaal is het festival uitverkocht. Vorig jaar betekende dat 4875 bezoekers uit 55 landen. Dit jaar zijn een paar honderd kaarten meer verkocht, dus zal de magische grens van 5000 zijn doorbroken. Voor een festival waarvan de headliners de gemiddelde jan boerenlul niks zal zeggen (en zelfs voor de traditioneel ingestelde metalhead zal de programmering bar weinig herkenning oproepen) mag dat toch bijzonder genoemd worden. Juist deze avontuurlijke programmering is een van de smaakbepalende factors van het festival. Ook ondergetekende was onbekend met het merendeel van de programmering, maar de bands waar ik wel mee bekend ben, behoren niet zelden tot bands die ik erg graag wil zien.

De Lords Of Metal delegatie was dit jaar helaas een beetje onderbezet. Werkverplichtingen gooiden flink wat roet in het eten, waardoor diverse crewleden moesten afhaken, of niet het volledige festival konden ervaren. Uiteindelijk weten Jan-Simon (donderdag, vrijdag, zaterdag), William (zaterdag en zondag) en Evil Dr. Smith (alle dagen) de weg naar Roadburn te vinden. Zij geven hieronder een persoonlijk verslag. We geven dus niet een chronologisch verslag van de bands per podium, maar volgen de handel en wandel van de verslaggevers. Daar gaan we weer! [Evil Dr. Smith]

DE ROADBURNVRIJDAG VOLGENS JAN-SIMON

In 2015 was Einar “Kvitravn” Selvik al eens op Roadburn voor een voordracht over vikingmuziek, een show met Wardruna en ‘Skuggjá’, het samenwerkingsverband tussen Wardruna en Enslaved. Dit jaar is er dan deel twee van die samenwerking, genaamd ‘Hugsjá’, dat zaterdag zal worden gespeeld. Nu is het tijd voor tekst en uitleg, door de bedenkers zelf natuurlijk. Als setting had de oude parochiezaal van het Patronaat niet passender kunnen zijn en Selvik en Ivar Bjornson gaan er eens goed voor zitten (eh, staan eigenlijk). Met name Selvik is een gepassioneerd verteller en legt maar al te graag uit hoe Hugsjá is ontstaan, als een ontdekkingsreis naar de oorsprong van de cultuur, de Noorse cultuur om precies te zijn. Hoe de omgeving de mensen vormt en niet andersom. Selvik had nog wel een paar uur door kunnen vertellen, waar helaas geen tijd voor was, maar het was hoe dan ook interessant. Aan de hand van een aantal songs uit Hugsjá, waarvoor Selvik en Bjornson begeleid worden door een violiste en een trommelspeler leren we en passant dat Walhalla waarschijnlijk in de Vikingtijd minder bekend was dan tegenwoordig. Het was gezellig, het was mooi. Een goed begin en naar later zou blijken een perfecte aftrap van de vrijdag.

De Noren van Motorpsycho zijn Roadburn-veteranen, ook al is het bij nader inzien alweer 9 jaar geleden dat ze (toen ook al) op het hoofdpodium van 013 stonden. Toen nog met meesterdrummer Kenneth Kapstad, maar hij heeft de band twee jaar geleden verlaten en is vorig jaar vervangen door de Zweed Tomas Järmyr. De vraag is dus of er door de drummerwissel iets is veranderd bij Motorpsycho. Niet veel, blijkt al snel, al is Järmyr minder aanwezig dan Kapstad. De songs zijn vanmiddag lang en spacey. Motorpsycho steekt in grote vorm, ze hebben er zin in. Er is ondersteuning in de vorm van Reine Fiske (bij sommigen bekend van de Zweedse band Dungen) die in eerste instantie keyboards speelt en later ook op gitaar bijdraagt. Hoewel het goed is (meer dan goed zelfs) blijven we niet tot het einde.



We willen namelijk Panopticon niet missen en aangezien we gisteravond hebben gezien dat de rijen voor het Patronaat nog steeds lang kunnen zijn, vertrekken we op tijd naar de overkant en pikken zodoende nog een staartje van Jonathan Hultén mee. Een bizar fenomeen en wellicht verantwoordelijk voor een van de vreemdste (of liever gezegd bijzonderste) optredens op Roadburn. In de eerste plaats is het een soort van folky singer-songwriter spul wat Hultén maakt. Maar dat maakt niet uit. Roadburn is allang niet meer uitsluitend stonerrock. Zelfs niet alleen maar metal in al zijn (extreme) verschijningsvormen. Zolang het muziek is gemaakt uit passie (ja, dat is een clichéwoord, maar bij gebrek aan beter toch hier gebruikt) dan is er ruimte voor op Roadburn. Maar meer nog dan dat trekt de verschijning van Hultén de aandacht. In een gewaad dat het midden hield tussen een flamencojurk en een kimono, inclusief hoofdtooi en make up is het alsof er een Johnny Cash in drag staat te zingen. Maar de songs, met vooropgenomen tweede en derde zangstem en uitsluitend begeleid door een akoestische gitaar, staan als een huis. Het was niet echt druk in de zaal, maar wel muisstil. Een bijzonder geslaagd optreden.



Na de triomfantelijke aftocht van Hultén was het wachten op Panopticon, het soloproject van Austin Lunn, nu uitgegroeid tot een echte band. Er is de laatste tijd aardig wat te doen om de man en zijn band. Van beroep bierbrouwer, ook heel interessant natuurlijk, maar vooral bekend vanwege zijn op het eerste gehoor bizarre koppeling van Amerikaanse folk en hillbilly muziek met furieuze black metal. Lunn, een ruig uitziende teddybeer, begon in zijn eentje met een banjo en gaandeweg het optreden kwamen de bandleden aansluiten. Panopticon sluit qua thematiek bijna naadloos aan bij het Hugsjá project van Selvik en Bjornson. Muzikaal had het niet meer anders kunnen zijn. Na ruim een half uur Americana begon bij een flink deel van het publiek de verveling toe te slaan en alsof dat was voorzien gingen de remmen los: blastbeat tijd! Razende gitaren, black metal screams en veel, heel veel blastbeats met een ongelofelijk tempo – het dak ging er nog net niet vanaf. Na deze set, met vooral werk van het laatste dubbelalbum ‘The Scars of Man on the Once Nameless Wilderness’ volgt er zaterdag nog een optreden. Benieuwd wat dat gaat worden. Panopticon is niet ieders kopje thee, maar voor wie van thee houdt is er niet veel beters.



Het was weer een drukke dag en na snel wat roti naar binnen geschoven te hebben in gestrekte draf naar de Hall of Fame om Sacri Monti mee te pikken. Die band is hier als onderdeel van de San Diego Takeover en speelt van die typische Tee Pee heavy psych, zwaar schatplichtig aan de psychedelische jaren zestig en zeventig. Daar is niks mis mee. Sterker nog, als iedere retroband het zou aanpakken als Sacri Monti dan zou het een groot muzikaal feest zijn in de stonerrock wereld. Zoals min of meer gebruikelijk is er in Sacri Monti behoorlijke overlap met de andere aanwezige bands uit San Diego. De drummer zal later op de dag en nog eens op zondag bij Joy achter de drumkit plaatsnemen en gitarist Dylan Donavan deed het donderdag al met twee snaren minder bij Pharlee. En alsof dat nog niet genoeg was, had Isaiah Mitchell van Earthless ook nog een plekje weten te bemachtigen op het podiumpje. Het was een grote jam, wat rommelig maar de mannen hadden er zichtbaar lol aan. Zoals we intussen al gewend waren, was het weer lastig om binnen te komen en was het eenmaal binnen weer een broeierige boel met matig geluid. We hoorden het een kleine tien minuten aan en vertrokken naar de naburige Koepelhal voor Furia, een act waar we naar uit hadden gekeken.



Furia’s black metal is niet standaard. De muziek, de teksten: allemaal anders dan anders. Furia is weer zo’n bijzondere Poolse black metal band die zich onderscheidt door het gebruik van allerlei genrevreemde elementen uit de folk en new wave hoek. Dat leidt overigens niet tot klompendansen en andere gezelligheid. Furia is qua sfeer vooral black metal. Maar ook af en toe bijna Cure-achtig. En zo kan ik nog honderd dingen noemen waar Furia aan herinnert, overigens zonder dat Furia ook maar een moment niet origineel klinkt. En die teksten – het zal allemaal wel, zelfs in vertaling zijn ze moeilijk te doorgronden en niet standaard black metal hel, satan en verdoemenis. Niet dat we er veel van meekrijgen, alleen de enkele Poolse Roadburnbezoeker zal meekrijgen waarover Nihil zingt. Gelukkig had ik iemand bij me die Pools spreekt en voor live ondertiteling kon zorgen en hij had zelfs geen moeite met het ouderwetse Pools. Het was een intense set waarbij de dynamiek en het verschil tussen de af en toe ingetogen muziek en de bijna intimiderende sfeer op het podium maakte de show van Furia bijzonder. Furia: geen doorsnee band en geen doorsnee optreden. Niet iedereen vond het even boeiend, aangezien de grote koepelhal slechts half gevuld was. Maar wie volhield tot het eind kon slechts vaststellen een van de betere, zo niet beste shows van het festival gezien te hebben.
Het kostte wat tijd om Furia te verwerken.



Daardoor was Petyr al een tijdje bezig toen wij een volgende poging ondernamen om de Hall of Fame binnen te komen. Petyr is vooral bekend vanwege het feitje dat gitarist Riley Hawk de zoon is van skateboard-god Tony Hawk (ja die van de Playstation spelletjes). Ik had gehoopt te kunnen vaststellen dat dit te kort door de bocht is en dat Petyr het niet van die beroemde connectie hoeft te hebben. Maar helaas, na koud 5 minuten in het zaaltje waren de mannen klaar. Meer dan de vaststelling dat het geluid dit keer wel in orde was viel er niet over te zeggen.



Na een rondje over de markt (veel kijken, niet veel kopen) was het tijd voor de tweede show van Earthless. Dit keer samen met de levende legende Damo Suzuki. Damo Suzuki zal niet bij iedereen een bel doen rinkelen, maar er zijn maar weinig “pop”sterren waarover songs zijn geschreven (“I am Damo Suzuki” van The Fall) en het was bijzonder om hem nu, intussen ook al 68, op het podium te zien staan. Voor de oningewijden: Damo Suzuki was in de jaren zeventig zanger van de krautrocklegende Can. Zoek het maar op op Youtube. In theorie was dit dus een bijzondere combinatie. De freakrock van Earthless gekoppeld aan de bijna jazzy improvisatiestijl van Suzuki. Met ondersteuning van Ryu Kurosawa van de Japanse spacerockers Kikagaku Moyo op elektrische sitar werd gestart met een jam die we na een minuut of twintig lieten voor wat het was vanwege te saai. Dit keer was het geheel niet meer dan de som der delen. Om de een of andere reden werkte het niet. Jammer.



Het was gezellig aan de andere kant van het spoor. Anders dan op de donderdag zat de sfeer er nu goed in. Velen hadden een plekje gevonden in het gras tegen de spoordijk en genoten van het zonnetje en een of meer biertjes. Er werd vrolijk gekletst en meer nog dan rond 013 hing er een gemoedelijke (buiten-)festivalsfeer. Het kostte dus bijna moeite om de oversteek te wagen naar de 013 waar Godflesh stond ingeroosterd. Godflesh, industrial godfathers die al dertig jaar lang aan het front staan. Hoe zal de minimale post punk met veel electronica overkomen in de grote zaal van 013? Het was wel wat leeg: twee mannen met gitaar en bas en een laptop. Maar het geluid was zoals we dat van Godflesh kennen: groots, industrieel en in-your-face. De heren werkten zonder al te veel poespas het album ‘Selfless’ af. De drumcomputer maakt het natuurlijk sowieso wat statisch, veel ruimte voor improvisatie blijft er niet over. Desalniettemin, in het genre zijn de mannen meesters en ze stelden niet teleur.



Voor de busladingen Spanjaarden die dit jaar naar Roadburn waren afgereisd kwam nu het hoogtepunt van het festival. De op zich vreemde eenden in de bijt Sangre de Muerdago. Tja, Walter, mr. Roadburn, houdt behalve van harde gitaren ook van folk, dus wat dat betreft is het volkomen logisch dat de Galicische folk van Sangre de Muerdago een plaatsje in de line up kreeg. De bandleden mogen hun roots hebben in de bloeiende Spaanse punkscene, bij Sangre de Muerdago is daar niets van terug te horen. Wat we wel hoorden was prachtige, ingetogen traditionele muziek gespeeld op gitaar, harp, draailier, fluit, een of andere vreemde viool en allerhande percussie instrumenten. De gitarist Pablo Ursusson was zo vriendelijk om bij de meeste nummers, gezongen in het voor ons onbegrijpelijke Galicisch, een uitgebreide inleiding te geven. Maar het bijzonderst van deze show was de bijna hysterische devotie van de aanwezige fans. Alsof Lionel Messi eerst tien tegenstanders had gepoort, vervolgens een voorzet op zichzelf gaf die hij met een omhaal in het doel schoot, zo was de reactie na ieder nummer. Voor de niet ingewijden die benieuwd waren naar de muziek van dit viertal folkies een vreemde gewaarwording, en op den duur ook wel wat irritant. Je kon zien dat de band zelf ook wat perplex was van deze adoratie. Niettemin, een bijzonder optreden, door de persoonlijke keuze uit het ruime programma de zoveelste link naar folk, traditie en de natuur. Het is mooi als je zelf een rode draad kunt creëren in een zo divers programma.



Na een dergelijk optreden rijst de vraag: wat nu? Was dit de perfecte afsluiting van een mooie dag of wil je nog meer? Het lichaam zei nee, de geest was nog niet helemaal klaar. We probeerden het nog met Grave Pleasures in de grote zaal. Deze post punk gothics uit Helsinki hadden een rondje over het kerkhof gedaan en hun buit op het podium uitgestald. Het hielp niet echt om er iets van te maken. De kruising tussen Bauhaus en Sisters of Mercy waarmee de heren kwamen hielpen met het maken van de keuze. Het lichaam won, het was genoeg geweest. Dag twee zat er op. Tijd voor rust, tijd om bij te tanken voor dag drie met meer moeilijke keuzes. Hoe kun je alles zien wat je zou willen zien. Het antwoord: dat gaat niet lukken, maar we doen ons best.



DE ROADBURNVRIJDAG VOLGENS EVIL DR. SMITH

Dag twee start voor mij in de Green Room met de claustrofobisch massieve, naargeestig atmosferisch death doom met blackened randje van The Ruins Of Beverast. Hun vorig jaar verschenen ‘Exuvia’ is een van de beste (extreme) metalplaten van het jaar, dus ik ben behoorlijk nieuwsgierig of de mannen uit Aken de impact die ze vijf jaar geleden op Roadburn maakten (toen in Het Patronaat) weer kunnen bewerkstelligen. Om dag twee met zo’n zware kluif te beginnen, is, zeker met zulk stralend weer buiten, beslist geen sinecure. Tot mijn lichte teleurstelling merk ik dat ik er moeilijk inkom. Ligt het aan het geluid, dat wat onsamenhangend en niet echt overdonderend overkomt, of is dit voor de start van dag 2 een te zwaar ontbijt? Bijna voortdurend staan de mannen in staalblauw licht en werken de lange nummers van ‘Exuvia’ af. Ik sta erbij, kijk ernaar, maar word er niet volledig door gevangen. Ligt ongetwijfeld aan mij. Om me heen zie ik een volle zaal, dus het zal vast goed zijn.



Op het moment dat Jan-Simon het optreden van Motorpsycho verlaat, stap ik zo ongeveer de zaal binnen. Ik kan me bijna niet voorstellen dat het al negen jaar geleden is dat ik de band voor het laatst had gezien (op Roadburn). Misschien komt dat omdat ik het toen maar een wat futloos en loom optreden vond en niet bijzonder getriggerd was om ze weer eens te zien. Dus met gepaste reserves loop ik de zaal in. Om al na enkele minuten mijn wenkbrauwen te fronsen. Nou nou, dit valt niet tegen, heren! Ze spelen een stuk geïnspireerder en bovenal steviger dan in 2009. Fijn om de wat flauwe nasmaak na al die jaren weg te kunnen spoelen.

band image


Na de herwonnen waardering voor Motorpsycho live, loopt mijn route hetzelfde pad als die van Jan-Simon. Ook ik ben erg benieuwd naar Panopticon. Om echter niet in herhaling te vallen: mijn aandachtspanne blijkt niet zo lang als die mijn collega. De traditionele folk/bluegrass-moppies klinken mij te vrijblijvend en te eenvoudig van opzet en ontberen voor mij de brille om geboeid te blijven (en ik bezit Harry Smith’s Anthology Of American Folk Music en tientallen field recording cd’s van Alan Lomax, dus ik weet heus wel raad met deze stijl). Eigenlijk vlak voor het moment dat na drie kwartier intieme bluegrassgeneuzel de black metal definitief het geluid overneemt, heb ik het wel gehad en zoek mijn heil elders.

band image


Die heil blijkt eventjes later bij Scatterwound terecht te komen. Ook een band waar ik nog nooit van heb gehoord, en welke Dirk Serries (onder meer van Fear Falls Burning) en ene Hellmut Neidhardt aka N te bergen. Druk in de Green Room is het niet. Het is dan ook niet een spectaculair gezicht wat er te zien is. Twee mannen met gitaar en een stapel effectpedalen, ieder aan het uiterste zijkant van het podium. Een grote gapende leegte in het midden resulterend. Behoudens een Marshall versterker en een zwart doek dat het drumstel van de volgende band afschermt. De ambient drones met een metalige sound blijken een mooi prozac momentje te zijn voor hen die er behoefte aan hebben. Ik niet.



Nee, dan Kikagaku Moyo! Kikawatte? Juist ja, een exponent van the Asian Invasion op Roadburn. Ik ken er ook geen lettergreep van, maar de band speelt de Koepelhal plat. Gewapend met onder meer een elektrische sitar en twee gitaren spelen ze een uitbundige amalgaam van heavy psych, krautrock en Indiase raga. Af en toe komt er eens een zanglijntje voorbij, maar dat is slechts een excuus om daarna weer vol overgave te jammen alsof ze de Flower Travelin’ Band uit 1971 zijn. Opvallend is ook het uitbundige applaus. Het smaakt naar meer bij het publiek. Kortom: KiKaKuikentje’s mojo gaat als een tierelier! Festivalhoogtepunt.



Enigszins clashend met KiKaKuikentje is een andere band die ik absoluut wil zien: de Finse post-space-psyche-shoegaze-rockers van Kairon; IRSE! (inclusief interpunctie en kapitalen). Ik kwam voor het eerst in aanraking met de band toen hun tweede album ‘Ujubasajuba’ in de zomer van 2014 op de ratingsite rateyourmusic.com volkomen onverwachts (tijdelijk) op de eerste plek terechtkwam. Boven artiesten als The War On Drugs, Swans en Behemoth. Net als hun Japanse voorgangers gooien ze een berg invloeden op één hoop, maar de Finnen maken het een stuk minder toegankelijk en spelen hun instrumentale muziek een stuk rauwer en (orenschijnlijk) chaotischer en onsamenhangender. Het kost mij dan ook even tijd om er in te komen, maar eenmaal gevangen door hun eclectische ruimtereis, vlieg je zo lichtjaren met ze mee naar onbekende geluidsoorden.



Na de jaarlijkse roti met kipfilet bij broodjeszaak De Ritz (aanrader! Al bleek een dag later de Javaanse bami met moksi meti nog smakelijker) was het dan tijd voor een band die ik heel hoog op mijn must see-lijst had staan: Furia. Aangezien Jan-Simon hier al uitgebreid verslag van heeft gedaan en ik mij, andermaal, volledig aansluit bij zijn bevindingen en ervaringen, doe ik het optreden af met een kiekje. Waarbij het me opvalt hoe weinig tattoos de heren hebben. Dat vind ik wel weer stoer (zelfs de eerste de beste voetbalmalloot zit onder de sleeves tegenwoordig), al ziet het er toch ook wat minder stoer uit.

band image


Helaas was er daarna geen beginnen aan om Jarboe te kunnen zien in Het Patronaat. Gek genoeg waren meer mensen op dat idee gekomen. Uit teleurstelling heb ik vervolgens veel te veel geld stukgeslagen bij de stands van Burning World, Southern Lord en Svart. Zo, nu kan Evil Doc weer lachen. Ook ik heb nog een stukje meegepikt van de Galicische folk van Sangre De Muerdago waar Jan-Simon al uitgebreid over verhaalde. Hoezeer ook ik folk hartstochtelijk omarm, de lieve, zoete liedjes van Sangre waren mij net even te zoetsappig en te inwisselbaar. Na een kwartiertje werd ik er een beetje flauw van. Op naar gekte, op naar waanzin, op naar Igorrr!

band image


Vier jaar geleden zag ik Igorrr voor het eerst. Tussen al het deathmetalgeweld op het Stonehenge Festival stond daar merkwaardigerwijs Igorrr op het podium. Nu was dat op zijn zachtst gezegd een bijzondere keuze van de organisatie, maar eigenlijk is Igorrr op elk denkbaar festival de vreemde eend. De combinatie van breakcore, barok (klassieke muziek), opera vocalen en extreme avantgarde death/black metal is uniek. Maar dan ook werkelijk volstrekt. One of a kind. Je moet er natuurlijk wel van (kunnen/leren) houden. Dat doet zeker niet iedereen, ook niet onder het normaliter redelijk breed geïnteresseerde Roadburnpubliek. Evenzogoed is de Koepelhal behoorlijk gevuld als strak om 23.30 uur Igorrr begint. Vlak daarvoor laat nog een bezoeker aan een vriend een nieuwtje zien. Ik kan meegluren op zijn mobiel en zie dat het ‘t overlijden meldt van de beroemde DJ Avicii. Hij blijkt zo enorm te zijn meegesleurd in de mallemolen van het DJ-bestaan, dat hij eraan ten onder is gegaan. Laat dat een waarschuwing zijn voor Gautier Serre, de man achter Igorrr en tevens degene die achter alle knoppen en elektronica staat. Het zal hem niet uitmaken, want de hel barst in al zijn facetten los. De snoeiharde IDM krijgt door de live drummer extra zwaarte en stevigheid. De als een Mad Max-uitziende grunter Laurent Lunoir loeit, roggelt en braakt alsof de apocalyps nog gaande is. Eye- én earcatcher is echter onverbiddelijk Laure Le Prunenec, die met haar eindeloos lange benen en loepzuivere sopraan de hele koepelhal tussen haar dijen ingeklemd houdt. En onderwijl wild bangend op de harde stukken en theatraal opgaand in de muziek. De afwisseling met barokke klassieke momenten zorgen voor lucht in de razernij. Al is de verrassing na Stonehenge er wel een klein beetje af, de band overtuigt door de intense performance. Dat daar niet iedereen overdenkt, merk ik halverwege de show als mijn whatsapp staat te gloeien. Mijn vrienden vinden het werkelijk zo’n ongelooflijke kutherrie dat ze naar huis willen. Acuut. Weg van die teringzooi. Ik rek nog even, maar besluit dan maar gedwee mee te gaan, om de chagrijn in de auto niet de boventoon te laten voeren. Toch een gave afsluiting van een dag dat met Furia, Kairon: IRSE! en KiKaKuikentje meer hoogtepunten opleverden.

<< vorige volgende >>