Listen live to Radio Arrow Classic Rock

ROADBURN 2018 - DONDERDAG

Tilburg 013 19 april 2018

Twintig jaar! Roadburn viert zijn vierde lustrum. In die twintig jaar is er veel veranderd. Begon Roadburn oorspronkelijk als een ééndaags festivalletje met zes bands die vooral opereerden in het stonersegment, al geruime tijd verwachten we van artistiek leider Walter Hoeijmakers dat er qua muziekstijlen veel, maar dan ook heel erg veel breder wordt geprogrammeerd op het tot vierdaags met zes podia uitgegroeide festival waar mensen uit alle windstreken van alle (!) continenten op afkomen. Naast de grote zaal en de ‘green room’ van de 013, en de Patronaat aan de overkant van de 013 en het gezellige kroegpodiumpje van Cul de Sac, is nu ook voor het eerst de Hall Of Fame aan de andere kant van het spoor bij het festival betrokken. Naast de Hall Of Fame is er ook het gloednieuwe Koepelhal uit de grond gestampt. Met name deze behoorlijk grote hal (wilde schatting: zo’n 1500 man) zal gezorgd hebben voor de extra kaartverkoop. Het zorgde ook voor een betere verspreiding van het publiek. Het is lang geleden dat het niet constant dringen was om bands te kunnen zien. Op een aantal bands in de Patronaat na: daar bleef met enige regelmaat enorme files voor de ingang ontstaan. We zijn het inmiddels gewend.

Door: Evil Dr. Smith

Fotograaf: Evil Dr. Smith

Net als het zonovergoten weer. Het eerste zomers aanvoelende weekend van het jaar viel wederom samen met Roadburn. Je zou bijna wensen dat het festival outdoors gaat worden. Het zorgde wel voor een erg gezellige sfeer voor de 013 en misschien nog wel meer voor de ingang van de Koepelhal, waar met eettentjes en rijen banken en eettafels toch een beetje een ‘outdoor festivalgevoel’ werd gecreëerd. Andermaal is het festival uitverkocht. Vorig jaar betekende dat 4875 bezoekers uit 55 landen. Dit jaar zijn een paar honderd kaarten meer verkocht, dus zal de magische grens van 5000 zijn doorbroken. Voor een festival waarvan de headliners de gemiddelde jan boerenlul niks zal zeggen (en zelfs voor de traditioneel ingestelde metalhead zal de programmering bar weinig herkenning oproepen) mag dat toch bijzonder genoemd worden. Juist deze avontuurlijke programmering is een van de smaakbepalende factors van het festival. Ook ondergetekende was onbekend met het merendeel van de programmering, maar de bands waar ik wel mee bekend ben, behoren niet zelden tot bands die ik erg graag wil zien.

De Lords Of Metal delegatie was dit jaar helaas een beetje onderbezet. Werkverplichtingen gooiden flink wat roet in het eten, waardoor diverse crewleden moesten afhaken, of niet het volledige festival konden ervaren. Uiteindelijk weten Jan-Simon (donderdag, vrijdag, zaterdag), William (zaterdag en zondag) en Evil Dr. Smith (alle dagen) de weg naar Roadburn te vinden. Zij geven hieronder een persoonlijk verslag. We geven dus niet een chronologisch verslag van de bands per podium, maar volgen de handel en wandel van de verslaggevers. Daar gaan we weer! [Evil Dr. Smith]

DE ROADBURNDONDERDAG VOLGENS JAN-SIMON

Het was weer zover, de jaarlijkse pelgrimage naar Tilburg om daar een lang weekend deel uit te maken van Planet Roadburn. Een ding viel meteen op, het viel niet te ontkennen: het was warm. Erg warm. Het festival ging van start, voor mij althans met Yellow Eyes, een Amerikaanse band die indruk had gemaakt met ‘Immersion Trench Reverie’, een van de vele zgn. blackgaze albums die de laatste tijd zijn uitgekomen. Yellow Eyes had hiermee indruk gemaakt, ook op mij, dus de verwachtingen waren hoog gespannen. In de zweterig warme zaal van Het Patronaat voltrok zich echter een vreemd schouwspel dat onmogelijk de bedoeling geweest kan zijn. Na keurig op schema vertrokken te zijn hield de band na ongeveer drie minuten op met spelen voor een extreem lang werkoverleg. Was er een technisch probleem? Waren er teveel mensen in de zaal? Als het dat laatste was, dat probleem loste zichzelf na enige tijd op want naar mate het oponthoud voortduurde liep de zaal gestaag leeg. Na ongeveer twintig minuten navelstaren leek de oplossing gevonden en begon de show – opnieuw. Helaas bleek toen ook dat Yellow Eyes live niet kan tippen aan wat ze op plaat laten horen. Veel tamelijk standaard moderne underground black metal: uitsluitend tremolo gitaarspel zonder solo’s, hier en daar een tempowisselingetje ondersteund door een stevige blastbeat. Nee, Yellow Eyes maakte geen indruk. We gingen verder met de verkenning van de podia. Dit jaar was de plattegrond flink op de schop gegaan. Twee nieuwe podia aan de andere kant van het spoor, de merchandise op een andere plek, zelfs het omwisselen van de kaartjes voor festivalarmbandjes ging anders: het was duidelijk, de autisten onder ons zouden het zwaar hebben dit jaar.



De grote zaal was nog steeds op dezelfde plek en zoals gebruikelijk puilde deze uit. Als openingsact was de gelegenheidsact Waste of Space Orchestra ingehuurd – een samenwerkingsverband van de Finse formaties Oranssi Pazuzu and Dark Buddha Rising. Tien man sterk stonden zij op het podium. Twee drummers, twee toetsenisten, gitaristen, zangers… Het idee was dat er een speciaal voor Roadburn geschreven compositie ten gehore gebracht zou worden maar het resultaat klonk vooral als het bovenop elkaar leggen van de delen waaruit Waste of Space Orchestra was samengesteld. Er gebeurde heel veel, maar er zat niet echt een rode draad in.



Het schema was onverbiddelijk, tijd voor de volgende act: Khemmis, uit Denver, Colorado in Het Patronaat. Een intrigerende mix van ouderwetse jaren tachtig hardrock en doom metal. Zo zou Iron Maiden hebben geklonken als het een Southern Rock band was geweest. Of Thin Lizzy als doom formatie. Het was in ieder geval een stevig optreden, vol (even ouderwetse) publieksparticipatie alsof het niet een kleine zaal in Tilburg betrof maar een stadion. De combinatie van twee elkaar aanvullende zangers die ook nog eens een knappe gitaarsolo in de vingers hadden werkte goed. Behalve nummers van het meest recente album ‘Hunted’ werden we nog verblijd met een nieuw nummer van de binnenkort te verschijnen opvolger. Een geslaagd optreden.



Voordat Steve Albini beroemd werd als producer van the Pixies, Nirvana en alles wat ook maar enigszins alternatief was in de jaren negentig, was hij de voorman van Big Black. Een noise rock trio voortgestuwd door ‘Roland’, een op hol geslagen drumcomputer. Uniform is de moderne versie van Big Black. Of Atari Teenage Riot. Een rokend mengsel van boze punk, metal en een vleugje elektro. Op de plaat werkt Uniform met een drumcomputer, net als Big Black, maar in de Green Room stond een bezetting van zanger, gitarist en drummer. Het is punk van de bovenste plank, met een energieke voorman die erbij staat alsof hij de zoon van Johnny Lydon is, stuiterend over het podium alsof er een ongezond aantal Duracell batterijen is ingebracht. Zoals het een punkband betaamt was het optreden veel te kort. Dik twintig minuten voor het geplande einde vindt Uniform het genoeg geweest en taaien ze af, het publiek in lichte verbijstering achterlatend. Dit was een van de heftigere shows van de dag, jammer dat we er midden invielen.



Tien jaar geleden is het alweer: een van die legendarische Roadburn momenten. Isis, als headliner geboekt, heeft veel te kort gespeeld en er dreigt een groot gapend gat in de programmering te ontstaan. De achteraf gezien geniale oplossing is het optrommelen van Earthless. Ze spelen twee nummers in anderhalf uur en blazen iedereen volkomen weg. Het was een van die “je moet erbij geweest zijn” optredens. De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen nu dat Earthless, als vaandeldragers van de San Diego Takeover en “artists in residence” maar liefst drie dagen achter elkaar mag opdraven. Twee keer samen met een of meer gekke Japanners en nu dus op het hoofdpodium op dag 1. Hoe is Earthless 10 jaar later (of 8 eigenlijk, de herhalingsoefening uit 2010 moet niet vergeten worden)? Behalve duidelijk ouder geworden (logisch natuurlijk) is er niet veel veranderd. Nog steeds leggen Mike Eginton en Mario Rubalcaba een meer dan stevig fundament waarover Isaiah Mitchell mag soleren. En dat doet ie naar hartenlust. De wahwah maakte weer overuren. Behalve de gekende langgerekte jams werd er in de tweede helft van de show vooral geput van het nieuwe album ‘Black Heaven’ waarin de noviteit is dat Mitchell ineens ook kan zingen. Dat deed hij nu ook en niet onverdienstelijk. Het gaf een extra dimensie en op momenten leek het alsof je naar Jack Bruce, Ginger Baker en Eric Clapton aan het kijken was. De band was lekker op dreef en al was het misschien niet legendarisch zoals tien jaar geleden, goed was het wel. Meer dan goed. Dat belooft nog wat voor de komende dagen.



Het leuke van Roadburn is dat je in de gelegenheid bent om shows te zien waarvan je op voorhand niet zou verwachten dat je ze ooit zou zien. Wreck and Reference is typisch zo’n act die je op Roadburn ontdekt, al was het nu niet een prettige ontdekking. Op het podium van de Green Room stond een duo, bestaande uit drummer en een (soort van) toetsenist. Ik had nog nooit van de band gehoord en op basis van dit optreden heb ik weinig gemist al die tijd. Een drummer die waarschijnlijk liever heimachinemachinist was geweest en voortdurend probeerde zijn drumstel tien meter onder de grond te krijgen en een toetsenist die met een mysterieus kastje vol verlichte knopjes rondliep. Het resultaat was vriendelijk gezegd experimentele avantgarde, maar nuchter bekeken vormloze electroherrie. Na tien minuten hadden we er meer dan genoeg van gezien.



Op naar de Hall of Fame, een van de nieuwe Roadburn locaties. Had ik al gezegd dat het warm was? De Hall of Fame is een industriële zweetcabine, een sauna met live muziek. Die werd verzorgd door Fuoco Fatuo. Fuoco Fatuo is de Italiaanse versie van de dwaallichten die ook bij ons in de folklore bekend zijn als Witte Wieven. Spookachtige lichtschijnsels boven moerassen en kerkhoven die onschuldige zielen de duisternis inlokken, hun ondergang tegemoet. De Italiaanse band Fuoco Fatuo brengt een bijpassende onheilspellende, donkerzwarte soundtrack van black metal gemengd met tergend trage funeral doom. Na een wat twijfelachtig begin werd het steeds beter. Indrukwekkend is te veel gezegd, maar het was een geslaagde kennismaking.

Tijdens de schaft (rijst met kip en heel veel sambal) liepen we Evil Dr. Smith nog tegen het lijf. Na wat eerste ervaringen te hebben uitgewisseld gingen we weer ieder onze eigen weg. Evil Dr wilde nog bij Hällas naar binnen (Hällas werd Helaas) en wij wachtten op Ex Eye, wat uiteindelijk ook niet echt lukte. Even een pauzemomentje dus voordat we weer naar het hoofdpodium trokken. Het was eigenlijk bedoeld als een eenmalige samenwerking, het album ‘Mariner’ van de Zweedse post-metal band Cult of Luna en de Amerikaanse zangeres Julie Christmas. De eenmalige samenwerking werd een tour in Europa, nog een tour in Noord Amerika en als we de statements moeten geloven dan komt aan de samenwerking een eind met een allerlaatste show op Roadburn. Het album was een van de beste van 2016, maar kan de magie ook op het podium worden gecreëerd? Het was een intens optreden met heel veel licht van achter en erg lange nummers. Iets te lang naar mijn smaak, wat meer puntigheid zou niet verkeerd zijn geweest. Het was jammer dat door de belichting er een erg afstandelijke show ontstond. Het was onmogelijk om ook maar iets van Julie Christmas of de band te zien behalve hun silhouet. Julie Christmas wist haar stem op knappe wijze te buigen tussen die van Bjork ten tijde van the Sugarcubes en metalheldin Angela Gossow. Cult of Julie zorgde voor een knappe, overrompelende show waarbij als enige minpunten de lange song zonder Julie en de geringe interactie met het publiek genoemd kunnen worden.



‘God Luck and Good Speed’. Het is een van die albums die horen bij de standaardbagage van iedere stonerfan. Hoewel stoner misschien niet eens de juiste naam is. Het is ergens op het kruispunt van stoner, doom en sludge dat Weedeater zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor een compromisloze attitude en het vermogen om met slechts drie man een ongelooflijke bak gestructureerde en tegelijkertijd chaotische herrie te creëren. Zeven jaar na hun Roadburn-debuut sluit (of sloopt) Weedeater het hoofdpodium met een integrale opvoering van hun bekendste album. De hillbillies onder leiding van bassist Dave Collins mochten de donderdag afsluiten en Dave had zijn beste vriend op het podium uitgenodigd. Samen met Jack Daniels werd het een show die vooral opviel door het steeds vreemder wordende gedrag van Collins. Begrijpelijk, als je zag wat hij in een half uur wegtikte. Wat vooral bijbleef was dat Weedeater geen moment de opgebouwde reputatie waarmaakte, of het moet de reputatie zijn om er een puinhoop van te maken. Vrij standaard sludge stoner zonder al te veel afwisseling, slechts vol te houden dankzij het randvermaak.



Zo zat de donderdag er al weer op. Geen uitgesproken hoogtepunten of het moest het gedegen optreden van Earthless zijn. Verrassing in positieve zin was Uniform. Morgen is er weer een dag met nog een podium erbij, dus nog meer keuzes… Lang leve Roadburn.

DE ROADBURNDONDERDAG VOLGENS EVIL DR. SMITH

En toch is het weer niet gelukt. Ieder jaar probeer ik me terdege voor te bereiden op al die artiesten die Roadburn bij elkaar harkt en waar ik gemakkelijk van de helft nog nooit gehoord heb. Inlezen en vooraf luisteren stel ik me ieder jaar voor. Nee hoor, weer niet gelukt. Misschien maar beter ook. Zo blijven potentiële verrassingen/aanfluitingen intact en maak ik het mezelf niet nóg moeilijker met al die clashes in het blokkenschema. De eerste band die ik bezoek is geen band, maar het project wat Jan-Simon hierboven al behoorlijk accuraat omschreef. Op het podium kan je bij het Waste Of Space Orchestra niet bepaald spreken van ruimteverspilling. Eerder van tijdverspilling, want de lang uitgesponnen, provisorisch en psychedelisch klinkende sfeercollages klinken maar matig fascinerend.

band image


Jan-Simon heeft nog een blokkenschema opgesteld, zodat we niet steeds naar dezelfde artiesten gaan, maar dat we zoveel mogelijk artiesten bestrijken. Voor mij staat nu Stomach Earth geprogrammeerd. Nooit van gehoord. Nouja vooruit, ik wil niet lullig doen, dus op naar Cul de Sac. Wanneer ik me, nog betrekkelijk makkelijk, naar binnen wurm, verbaast het me dat de band al bezig is. Huh? Spelen ze nu te vroeg, of krijgt de vorige band extra speeltijd? En ik dacht nog wel dat de Cesium-fonteinatoomklok FOCS-1 zijn precisie afmeet aan de ultrastrakke programmering van Roadburn. Hoe het ook zij, ik word onmiddellijk gegrepen door de blackened crust die de band door het kroegje blaast. Nondeju, dit bandje weet van wanten! Terwijl ik sta te bedenken of dit eigenlijk wel Stomach Earth is, word ik steeds steviger gegrepen door de bloedende woede en de gepassioneerde screams van de zanger. Momenten van diepgang en een persoonlijke touch zijn er als de zanger een nummer opdraagt aan een vriend die aan kanker lijdt en een nummer die verhaalt over zijn vader. Het maakt de muziek des te geloofwaardiger en intenser. Gave band zeg, dit Stomach Earth. Na een klein half uurtje is de zwartgeblakerde tornade voorbij en check ik even bij de geluidsman wat ik nu gezien heb. Oh, ik heb staan kijken naar de Nederlanders van Black Decades? Heb ik met mijn schele kop niet goed naar het blokkenschema gekeken. Mooi man, dat soort domme acties. Steek je nog gave muziek van op.

band image


Zulke domme acties blijken voor herhaling vatbaar, want vervolgens loop ik Het Patronaat binnen in de veronderstelling nu wel Stomach Earth te zien. Ik zie een band klassieke metal spelen, met vleugjes doom metal. Een beetje zoals Jan-Simon hierboven beschrijft. Sterker nog: niet een beetje, maar precies. Ik pik slechts de laatste twee nummers mee en als deze band vervolgens het publiek bedankt en van het podium loopt, realiseer ik me dat ik voor de tweede keer op rij niet goed in het programmaboekje heb gekeken. Maar ook dit Khemmis blijkt meer dan op smaakvolle wijze hun ding te doen.

band image


Nou, Evil Dr. Warhoofd, ga je nog naar Stomach Earth, of hoe zit het? De stront uit mijn ogen wrijvend zie ik dat de band in de Hall Of Fame speelt. Hop hop, in galop, dan kan ik ze nog een klein half uurtje zien. Dat half uurtje blijkt uiteindelijk een krappe anderhalf nummer te zijn, want de tweemansformatie vindt het mogelijk te heet in het zweethok en houdt er zeer bijtijds mee op. Het beetje dat ik meepik is daarbij niet erg wereldschokkend. Een gitarist (Mike McKenzie van o.a. The Red Chord), een bassist (Greg Weeks, ook van o.a. The Red Chord) en een Godflesh-achtige drumcomputer. De sound is weliswaar melodieuzer en sludgier dan het godenvlees, waarbij Mike een diep pruttelende deathgrunt uitbraakt, maar als het slotnummer ook nog eens met de rug naar het publiek wordt gespeeld en voor de helft van de tijdsduur bestaat uit een sonore toon, dan kan ik concluderen dat ik er niets over kan concluderen. Het publiek, dat niet bepaald in grote getalen is komen opdraven, is wel enthousiast, dus dat kunnen de twee mannen toch mooi in hun zak steken.

band image


Ook al is de Koepelhal alleen op de vrijdag en zaterdag open, de merchandise en de kunsthal, welke zijn gevestigd in de ruimtes voorafgaand aan de Koepelhal, zijn wel geopend. Ik vergaap me een kwartiertje aan alle artwork die aan de muur hangt, waarvan de meeste artiesten ook aanwezig zijn. Was ik in de jaren tachtig en negentig al onder de indruk van bijvoorbeeld Derek Riggs. Ed Repka en Travis Smith, de ontwikkeling en perfectionering van de albumkunst heeft niet stilgezeten. Fascinerender dan een willekeurige vleugel in het Rijksmuseum.

band image


Een van de weinige bands die ik niet kende, maar wél van tevoren had gecheckt, waren de Noorse noiserockers van Årabrot. De staccato, hoekige noisecore zou zo uit de school van Steve Albini kunnen komen, ware het niet dat Årabrot patent heeft op veel vettere (non-metal) riffs en dat er een duistere, soms naar gothic neigende sfeer de kop opsteekt. Dat laatste komt niet in de laatste plaats door het zweverige, sinistere toetsenwerk van Karin Park, die naast de backing vocals ook nog de lead vocals bij een nummer op zich neemt. Geweldig pakkende, catchy beukende hooks dat me al bij het eerste de beste nummer inpakt. Zo ook nu in Het Patronaat. De zanger, getooid met een Amish-hoed, doet met zijn bezwerende zang wat denken aan David Eugene Edwards meets Nick Cave. Hij heeft een paar jaar geleden keelkanker overleefd en het meest recente album heet ‘The Gospel’. Ik vermoed dat hij zijn ziel aan de Heer heeft verkocht. Mijn zegen heeft hij, want de muziek, die ergens wel iets wegheeft van Killing Joke meets een songgerichte Swans, is verbluffend krachtig, urgent en… ja, swingend bijna. Ik ga in ieder geval helemaal uit mijn plaat bij dit eerste hoogtepunt van het festival.



Ik weet het niet. Op plaat vind ik Converge fenomenaal. Jaarlijstjesmateriaal. Twee jaar geleden waren ze op Roadburn voor twee sets, o.a. om hun classic ‘Jane Doe’ integraal te spelen, maar ik knapte totaal af op de zanger. Of beter gezegd: de blaffer. Het monotone, ondefinieerbare en de metalcore overstemde geschreeuw van Jacob Bannon doet niet veel onder voor een herdershond in de rui. Dit jaar is Jacob gepromoveerd tot curator van Roadburn, maar dat heeft niet geleid tot een betere indruk van zijn blafcapaciteiten bij mij. Toch houd ik het nu wat langer vol dan twee jaar geleden, en zowaar: aan het einde van de set begin ik door zijn geblaf heen te luisteren, kan ik meer genieten van de strakke sound (en de veel beter klinkende tweede zang van bassist Nate Newton) en voel ik weer een klein beetje de zindering opkomen die ik van de band krijg als ik hun muziek thuis draai. Maar dan is de set alweer voorbij.



Het kost vervolgens wat moeite, maar met wat elleboogwerk weet ik me daarna in de Green Room te wurmen voor Ex Eye. Elk jaar weet Roadburn wel een artiest te programmeren die theoretisch gezien ook op het North Sea Jazz festival zou kunnen staan (Yakuza, Bohren & Der Club Of Gore, Caspar Brötzmann), maar daarvoor net even te eigenzinnig en/of te extreem klinkt. Dat eerste geldt ook voor deze formatie rondom Colin Stetson die twee instrumenten bespeeld. De altsaxofoon en een imposante, behoorlijk stoer uitziende bassaxofoon. Om hem heen staan Greg Fox (drums, ook van Liturgy), Shahzad Ismaily (bass en synthesizer, o.a. Secret Chiefs 3) en Toby Summerfield (guitar). De zweverige, psychedelische metaljazz fascineert, intrigeert en escaleert, vooral in het begin van de set. Helaas staat de bassaxofoon nogal lafjes afgesteld in de mix. De beste en intense stukken zijn sowieso die waar Colin zijn altsaxofoon gebruikt. Goeie shit! Shahzad laat ook nadrukkelijk van zich horen. Ik weet alleen niet of het een masker was, of dat hij een huidaandoening heeft, maar hij leek van een afstandje en in het tegenlicht wel op het misvormde broertje van ET. Google Images biedt hiervoor het antwoord.

band image


Net als Jan-Simon kan ook ik daarna niet om Cult Of Luna & Julie Christmas. Dit móet gezien worden. Ook al staat Jan-Simon op een hele andere plek in de zaal, zijn bevindingen zijn gelijk met die van mij. Hetzij dat ik wat sceptischer ben over de wat nasaal pieperige zangstem van Julie (ze deed me wat denken aan de zangeres van – herinnert u zich deze nog, nog, nog? – Daisy Chainsaw). Maar juist op het moment dat ik deze scepsis app naar Jan-Simon, zet de band in met een provisorisch, instrumentaal neuzelstukje waar zelfs Motorpsycho in hun loomste dagen hun neus voor zou ophalen. Des te imposanter is daarna wel de terugkomst van Julie en met een alles omverblazende versie van ‘Cygnus’. Wow!

band image


Daarna was het in Het Patronaat tijd voor een portie moderne old school death doom in de betere Asphyx/Winter-stijl door de Finse heren van Hooded Menace. Het gitaargeluid doet ook regelmatig denken aan My Dying Bride/vroege Paradise Lost. Dat wordt trouwens verzorgd door de twee gitaristen die een soort van eer aandoen aan de bandnaam: ze hebben de capuchon van hun hoodie op. Log groeft de band zich door hun debuutalbum ‘Fulfill The Curse’ heen, die integraal op het programma staat. Althans, volgens het programma. Ik ben te weinig bekend met hun repertoire om daar uitsluitsel over te geven, maar de vettige death doom droop smakelijk mijn oorschelpen in. Aan het einde pakt zanger Lasse Pyykkö ook een gitaar, zodat we tegen drie gitaristen aankijken. Lasse laat wijselijk zijn hoodie achterwege.



Denk je alles gehad te hebben en inmiddels wel bestand te zijn tegen een portie vreemde snuiters met last van creatieve gekte: dan hebben we hier Bong-Ra, Phuture Doom en Servants Of The Apocalyptic Goat Rave die onder de noemer ‘Future Occultism’ drie sets “spelen” in de Green Room. Die aanhalingstekens staan er niet zomaar. De eerste set overlapt Hooded Menace grotendeels, maar blijkt een instrumentale jam te zijn van een drummer met een gitarist, beide getooid met een rode tulband. Het klinkt wel aardig, logischerwijs een beetje oosters geïnspireerd, maar ook wat gemakzuchtig. Het kan zo makkelijk nog uren doorgaan. Dat doen ze niet, want na een half uur verlaten ze het podium. Op dat moment is dat nogal abrupt, maar als ik zie dat de crew het podium aanpast en opbouwt voor een volgende set, is de bedoeling duidelijk: we krijgen dus meerdere sets te zien. Na 20 minuutjes starten ze met deel twee, onder de hoogdravende noemer Servants Of The Apocalyptic Goat Rave (the binary view and vision of Future Occultism). Minder hoogdravend is het resultaat: snoeiharde breakcore. In mijn beleving doet het me sterk denken aan een minder begaafd broertje van Atari Teenage Riot’s digital hardcore, maar je schijnt het tegenwoordig breakcore te noemen. Ook goed. Of eigenlijk: niet zo goed. Zeker in het begin lijkt het nogal te haperen. Twee mannen met gitaar en niqaab proberen met behulp van een laptop zoveel mogelijk digitale pokkeherrie te produceren. Het is nogal eentonig en eenvormig, maar nadat de eerste haperingen achter de rug zijn, moet ik zeggen dat de intensiteit van hun sound toch wel iets heeft.

band image


Aangezien de opbouw van de derde set gruwelijk lang duurt, besluit ik even om het hoekje te kijken bij Weedeater, maar wat Jan-Simon hierboven beschreef was al positiever dan ik zou willen verzinnen. Dan toch maar weer terug naar Bong-Ra en zijn vrindjes, maar daar gebeurt godbetert nog steeds niks! Of wacht eens even… Die gecreëerde zitplek op het podium, waar twee in traditioneel Aziatisch geklede individuen zitten tegenover twee waterpijpen, ten overstaan van een of andere recht opstaande trommel: is dat wat ze zo protserig de Phuture Doom (their preachings: digital sonic alchemy) noemen? Af en toe hoor je wat sonoor geborrel en wat gemurmel dat vaagjes lijkt op een stel autistische Tibetaanse monniken. En er zit of staat soms nog een derde Aziatisch geklede snoeshaan bij. That’s it. That’s it? That’s it. Het heeft veel schijn van een soort muzikaal experiment voor postmodernistische, zwaar overgesubsidieerde kunst die door niemand begrepen wil worden. Of is het een statement van tot hoe ver je kunt gaan om publiek te laten kijken naar ultieme nietszeggendheid? Het gaat ze goed af, want de zaal blijft behoorlijk gevuld. Althans, dat weet ik tot het moment dat ik denk: ja da-hag, gekke Henkie! Ik kan net zo goed naar een vloer van pindakaas staan kijken. De eerste dag zit erop. Naar later zou blijken zoals gewoonlijk niet de sterkste dag van het festival, ondanks de sterke optredens van Årabrot, Cult Of Luna en Black Decades.

band image

<< vorige volgende >>