Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Steven Wilson, Lesoir & Donna Zed

Amsterdam AFAS Live 3 juli 2018

Nooit had ik gedacht dat Steven Wilson, die ik toch nog vooral nog zag als de frontman van Porcupine Tree, AFAS Live in Amsterdam zou uitverkopen. Dat zijn zesduizend kaartjes! Toch was dit het geval op woensdagavond, de zaal was volgestroomd met fans van de Britse muzikant. Misschien had het mij niet moeten verbazen, zijn laatste vier solo albums worden erg hoog geacht door de progressieve rock critici, en zijn laatste plaat ‘To The Bone’ is zonder twijfel het grootste succes uit zijn carrière. Wat natuurlijk te danken is aan het toegankelijke geluid en het hoge ‘pop’ gehalte van de muziek op het album. Veel van zijn trouwe fans waren hier niet zo blij mee, volgens hen zou de man ooit hebben gezegd nooit pop muziek te willen maken, ook al ontkent de muzikant dit zelf. Wel, zegt Wilson, dat dit album vele deuren voor hem heeft geopend, wat duidelijk zichtbaar is aan de hoeveelheid mensen die zijn op komen dagen voor zijn concert in Amsterdam.

Door: Leon

De avond begint met singer/songwriter Donna Zed die vijfentwintig minuten krijgt om het publiek op te warmen. Zed speelt een handjevol liedjes die zij solo ten gehore brengt, op zang en piano, en doet haar uiterste best om het publiek te enthousiasmeren, zo probeert ze ook de concertgangers mee te laten zingen. Het publiek geeft aan het einde van de liedjes beleefd applaus maar het is duidelijk dat dit niet uit enthousiasme voortkomt, ook meezingen is een stapje te ver. Om eerlijk te zijn was het beter geweest als Lesoir in het voorprogramma had gestaan, deze groep mocht nu de aftershow verzorgen en werd duidelijk beter ontvangen door eenieder die geen haast had om naar huis te gaan. Maar goed, daarover later meer! Zed viel dus een beetje uit de toon en werd snel vergeten door het publiek.

De zaal is inmiddels hartstikke vol en men wacht met smart op de hoofdact, om acht uur is het dan zover; de lichten gaan uit en het publiek word middels een voice-over gevraagd naar het scherm te kijken voor de onderwerpen die Steve Wilson met zijn muziek zal aansnijden. Er vliegen foto’s voorbij met daarop woorden die de daarbij passende gevoelens beschrijven, echter worden de woorden verwisseld met andere plaatjes, waardoor de betekenis compleet veranderd. Een plaatje van een gezin, waar eerst ‘TRUST’ stond, krijgt even later het woord ‘FAKE’, en een plaatje van de Klu Klux Clan kreeg initieel het woord ‘ENEMY’ maar even later het woord ‘FAMILY’. Wat Wilson hier precies mee wilt zeggen kan alleen hijzelf beantwoorden, maar mijn interpretatie is dat verschillende omstandigheden kunnen leiden tot verschillende uitkomsten. Hoe dan ook, het zet het publiek een beetje aan het denken maar daar is men natuurlijk niet voor gekomen en, zodra de eerste noten luiden, is het publiek deze introductie alweer vergeten.

‘Nowhere Now’ is het eerste liedje van de avond en wordt direct gevolgd door ‘Pariah’, beiden komen van Wilson’s laatste album ‘To The Bone’. Zangeres Ninet Tayeb, die een fantastische gastbijdrage deed op dat album, kan er vanavond niet bij zijn maar haar partijen worden via de backingtrack afgespeeld en is haar beeld te zien via de beelden van de projector. Het geluid van de zaal is redelijk en wordt gelukkig in de loop van het optreden erg goed. Het publiek is gelukkig enthousiast en de band begint vervolgens met het spelen van ‘Home Invasion / Regret #9’, het materiaal waar ik voor ben gekomen en waarin Wilson excelleert! De band is echt waanzinnig goed, ik mis super-drummer Marco Minnemann en super-gitarist Guthrie Govan eigenlijk geen moment! Wilson’s huidige band bestaat uit gitarist Alex Hutchkings, drummer Craig Blundell, basgitarist Nick Beggs, en pianist Adam Hozlman, één voor één top-muzikanten. Het is hier overigens ook direct duidelijk dat het publiek uit twee kampen bestaat, de fans van Wilson’s progressieve werk en de liefhebbers van zijn rustiger werk. Na ‘Home Invasion’ wordt ‘The Creator Has A Mastertape’ gespeeld van Porcupine Tree, wat goed wordt ontvangen door het progressieve kamp van het publiek. Daarna is het weer tijd voor zijn meest recente werk, in de vorm van ‘Refuge’ en ‘People Who Eat Darkness’, alvorens de eerste set af te sluiten met het uitstekende ‘Ancestral’ van ‘Hand Cannot Erase’.

Tijdens de pauze krijgt men even de tijd om te verwerken wat ze zojuist hebben gehoord. De band is duidelijk in vorm, het geluid is inmiddels goed en er wordt een gezonde mix gespeeld van hardere/oudere progressieve liedjes en rustigere/nieuwe liedjes. De muzikanten zijn niet uitbundig en bewegen weinig, de focus ligt op musiceren, het visuele vermaakt moet dus voornamelijk komen van projecties op het doorzichtige scherm dat af en toe voor het podium hangt en/of het grote scherm achter het podium. Dit is wel mooi gedaan, moet ik eerlijk toegeven, want op het voorste scherm worden artistieke beelden geprojecteerd en op het achterste scherm verhalende animaties die je zou kunnen kennen van Wilson’s videoclips. Het verhaal van de liedjes wordt hierdoor versterkt, veel meer dan de band zelf zou kunnen doen. Na twintig minuten pauze is het tijd voor de tweede set.



Porcupine Tree fans worden in het tweede deel van de set plezierig verrast, er worden namelijk vier liedjes gespeeld van Wilson’s voormalige(?) band, ‘‘Arriving Somewhere But Not Here’, ‘Lazarus’, ‘Heartattack In A Layby’ en ‘Sleep Together’. Ook worden natuurlijk nog wat liedjes gespeeld van ‘To The Bone’ zoals het popliedje ‘Permanating’, maar niet zonder wat extra uitleg aan de kant van Wilson. Volgens hem heeft hij namelijk nooit gezegd dat hij een bepaald genre niet zou willen spelen. Daarnaast geeft hij aan dat mensen bij pop muziek vaak denken aan Justin Bieber, maar dat hij daar nog nooit iets van heeft gehoord, als hij het over popmuziek heeft dan bedoelt hij artiesten zoals Abba, The Beatles of Depeche Mode. Iedereen die ‘Permanating’ een slecht nummer vind hoeft dit gelukkig maar drie-en-een-halve minuut te verdragen, zo lang duren pop liedjes nu maar eenmaal. Qua zang heeft Wilson het overigens niet makkelijk, hij is geen zanger van wereld niveau en heeft het zeker in de hogere stukjes moeilijk en pakt daar af en toe een verkeerde noot, gelukkig zijn de lagere stukken aanzienlijk beter voor hem om te zingen. ‘Vermillioncore’ is het laatste nummer van de tweede set maar nog niet het laatste nummer van de avond, nadat de groep, zoals verplicht, even van het podium is afgegaan komt Wilson alléén terug met een kleine gitaar versterker om vervolgens in zijn eentje ‘Even Less’ te spelen, wederom van Porcupine Tree. Vervolgens komt nog één keer de hele band op het podium voor het allerlaatste nummer ‘The Raven That Refused To Sing’, volgens Wilson één van de beste nummers die hij ooit heeft geschreven, maar niet zijn beste album. Na dit fantastische slot (waar overigens de fantastische videoclip van Jessica Cope bij te zien is) is het echt over, de band neemt afscheid onder luid applaus van het publiek. Het aanwezige publiek mag terugkijken op een mooi optreden met voor ieder wat wils.

Toch is de avond voor mij nog niet afgelopen, de aftershow wordt namelijk verzorgd door de Nederlandse progressieve rock groep Lesoir die ik van naam ken vanwege de vele goede berichten over hun meest recente album ‘Latitude’, zo was ook collega Wim. S erg enthousiast. De groep speelt solide, de muziek is rustig en bij vlagen wat harder, wat dat betreft past het goed bij de muziek die Wilson zelf ook maakt. Ze weten een grote groep mensen nog enige tijd te boeien maar het is laat, en mensen zijn moe, dus halverwege staan er nog maar twintig á dertig man te kijken. De band had echt een voorprogramma plaats verdiend, ik durf te wedden dat deze groep dan een aantal fans erbij had gekregen! Zelf ben ik tot het einde gebleven omdat ze dat wel verdienden en ik het best goed vond. Mocht je nog niet kennen zou ik van harte aanbevelen om de band een luisterbeurt te gunnen, ze zouden je zomaar kunnen verbazen.

<< vorige volgende >>