Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Soulcrusher Festival

Nijmegen Doornroosje & Merleyn 10 juli 2017

De tweede editie van Soulcrusher is niet mis. Na de geslaagde eerste editie, met een leuke edoch lichtelijk onsamenhangende line-up, wordt er dit jaar in alle opzichten een tandje bijgezet: 2 zalen, 11 en een half uur non-stop muziek van de bovenste plank en een headliner die er niet om liegt. Het weer is om te janken, maar dat maakt niet uit, want eenmaal binnen, hoef je Doornroosje echt niet meer te verlaten: het eten is uitstekend, er is een ruime keuze aan al dan niet alcoholische versnaperingen en gezien het naadloos in elkaar overgaan van de sets (zodra een band in de grote zaal klaar is, begint er een band in de kleine zaal, en vice versa) is er eigenlijk al nauwelijks tijd voor andere zaken. Al met al een goed recept voor een mooie dag vol extreme muziek, waarbij alleen de NS wat roet in het eten gooit; zij die niet waren aangewezen zijn op het openbaar vervoer zullen namelijk kunnen beamen dat het venijn bij Soulcrusher dit jaar voornamelijk in de staart zat.

Door: Martin

Het is erg tof dat Galg op dit festival staat. Het drietal speelt normaal op veel kleinere podia en was kennelijk in de veronderstelling dat men vandaag in het café zou staan. Het is maar goed dat dit niet het geval is, want de kleine zaal loopt al snel vol. De trage, monotoon voortbeukende muziek van Galg is zeker niet licht verteerbaar te noemen, maar desondanks kan de band rekenen op een enthousiast onthaal. Dankzij het kraakheldere geluid komen de nuances in het gitaar- en vooral het erg knappe drumspel vandaag erg goed naar voren, ondanks dat Galg nog altijd tergend lomp overkomt. Persoonlijk zie ik de band liever in een stinkend, gammel rothok (ik herinner mij met name een show in de Onderbroek, waarbij mijn broekspijpen niet alleen danig wapperen, maar de waterleidingen in de zaal ook prachtig meeresoneerden met de muziek), maar dit heeft ook zeer zo zijn charme.



Usnea is het altijd net niet en dat blijkt ook vandaag weer. Het geluid is hard en helder, maar ook erg onsamenhangend. Met name de zang knalt veel te hard boven de rest van de muziek uit, en de drums zijn te dof. De band speelt ook verre van strak en van al te veel podiumuitstraling kan men de heren niet betichten. Jammer, want op plaat is het best leuk. Ondanks de vele prachtige (zij het nogal bekend in de oren klinkende) doomriffs houd ik het snel voor gezien.

De naam Ulsect valt vaak dit jaar. Men is flink onder de indruk van deze band, bestaande uit leden van Textures en Dodecahedron (dat later vandaag ook speelt). Ik vind het leuk om te zien dat een Nederlandse band zo mooi aan de weg timmert, maar tegelijkertijd is het zeer duidelijk dat ik mij niet tot ‘men’ reken; ik vind er oprecht gewoon geen reet aan! Jazeker, er wordt buitengewoon knap gemusiceerd, maar Ulsect loopt exact de zelfde valkuilen in als Textures: een schrijnend gebrek aan degelijke songwriting en een te klinisch geluid. Alle muzikanten laten zich van hun meest technische kant zien, maar dat staat geen moment ten dienste van de songs. Daarnaast beschikt men over een buitengewoon vervelende zanger.

De eerste band uit de doom/stoner hoek van vandaag is Monolord. Na alle hemeltergende lompheid van de eerste bands is dat wel even lekker. Qua afwisseling zit het dus goed vandaag. Hoewel… Monolord is zeker niet minder lomp. Het drietal gaat flink tekeer en daarbij valt vooral het vette, groovende baswerk op. Het is alleen jammer dat de zang erg ondermaats is; zanger/gitarist Thomas Jäger weet slechts één toon (min of meer) te raken en vervalt steeds tot de zelfde zanglijnen, waardoor de muziek flink aan zeggingskracht inboet. Na een kleine 25 minuten wordt het eten dan ook veel interessanter dan Monolord.



Tot vandaag was Déluge voor mij een grote onbekende. De band laat een ietwat dubbel gevoel achter. Enerzijds wordt er een vette en professionele show neergezet, die absoluut indrukwekkend te noemen is. Anderzijds is het soort post-black metal dat Déluge speelt, namelijk het soort waarbij de naam Deafheaven erg vaak valt, wel heel erg gladjes voor een festival als Soulcrusher.

Conan! Al jaren wordt mij in geuren en kleuren verteld hoe vet deze Britten live zijn. Toch heb ik ze op een of andere manier elke keer weten te missen. Vandaag komt daar eindelijk eens verandering in, en ja, het is vet! Dit is kennelijk het eerste optreden met drummer Johnny King (eerder actief in onder meer Altar Of Plagues), die weliswaar niet foutloos speelt, maar wel meteen indruk maakt met zijn krachtige, voorstuwende spel. Nee, een slome stonerdrummer zou ook zeker niet passen bij het oergeweld Conan losmaakt. Tom G. wie? Het is duidelijk waar de inspiratie voor veel van deze riffs vandaan komt. Daarnaast maakt Conan niet de zelfde fout als Monolord door ervoor te zorgen dat de zang zich ook kan meten met de muziek. De venijnige snerp van Jon Davis werkt buitengewoon effectief, vooral wanneer bassist Chris Fielding daar nog eens onderdoor buldert. Conan laat dan ook een zeer sterke indruk achter. Het enige wat aan te merken valt op het optreden is de wel erg lange speeltijd. Een uur Conan is namelijk net iets te veel van het goede omdat er daarvoor gewoon net iets te weinig variatie tussen de nummers zit.



Daarna is het tijd voor met afstand de grootste aanfluiting van de dag: Dodecahedron. Het vertrek van Michiel Eikenaar blijkt een enorme aderlating. Zijn kenmerkende stemgeluid was dé onderscheidende factor in Dodecahedron. Vervanger William van de Voort doet een aardige poging om in zijn voetsporen te treden, maar blijkt zowel vocaal als qua podiumuitstraling verreweg onder te doen. Zonder Eikenaar valt verder op hoe kil, abstract en stuurloos de band live klinkt. In technisch opzicht valt er, net als bij Ulsect, geen speld tussen te krijgen, maar Dodecahedron boeit geen seconde. Daarnaast is het geluid gewoonweg desastreus. Met het overdonderende optreden dat Nihill (met Eikenaar) hier vorig jaar gaf nog redelijk vers in het achterhoofd, is dit gewoon pijnlijk.

Eigenlijk is het toch erg gek dat Ufomammut zo succesvol is. De Italianen maken immers best rare muziek, die trippy, monotoon, hypnotiserend en groovend is. Oh wacht, nu ik mijn eigen woorden nalees, snap ik het opeens wel. Het deint ook zo lekker weg op Ufomammut. Desalniettemin kan men de band niet van toegankelijkheid beschuldigen. Toch geldt ook hier dat een uur wel heel erg lang is. Misschien ligt het aan het tijdstip op de dag, of misschien had een pretsigaret wonderen gedaan, maar na een uurtje vind ik het wel weer best en begint mijn wederom knorrende maag (en dat zonder pretsigaret dus!) het debat weer eens te winnen.



Volgens velen zet Celeste het meest overweldigende optreden van de dag neer. Daar ga ik niet helemaal in mee, maar het Franse viertal speelt absoluut een verpletterende show. De ‘lichtshow’, oftewel vier piepkleine LED-lampjes op de hoofden van de muzikanten in een verder volledig duistere kleine zaal, werkt ietwat vervreemdend maar biedt vooral weinig tot geen afleiding van de sludge/ black metal, die dan ook alle gelegenheid krijgt om in te slaan als een bom. Celeste richt zich vooral op midtempo stukken die vooral heftig binnenkomen omdat ze onaflatend zijn. Dat geeft de muziek van de Fransen een behoorlijk meedogenloos karakter. Zo moet dat natuurlijk ook. Helemaal voorin komt de zang niet zo goed uit de verf, maar verder achterin de zaal schijnt dat beter te zijn geweest.

Al bijna een jaar tourt Mayhem de wereld rond met hun ‘De Mysteriis Dom Sathanas’ set. Dat is ook niet zo gek. ‘De Mysteriis…’ is immers niet alleen de belangrijkste plaat die de Noren ooit gemaakt hebben, maar het album is zelfs een van de meest invloedrijke black metalplaten aller tijden. De meeste fans zitten dan ook eigenlijk helemaal niet te wachten op een live set die voornamelijk bestaat uit nummers van de verder ietwat wisselvallige discografie van de band (al is ‘Ordo Ad Chao’ dan weer briljant!). Anderzijds is het niet zonder risico om deze plaat integraal te spelen. Het integraal spelen van albums begint immers ook een voorspelbaar trucje te worden, en bij een plaat die zo legendarisch en sfeervol is als ‘De Mysteriis’ mag je je ook wel afvragen of het materiaal live wel voldoende tot zijn recht komt. Mayhem is immers zeker niet ’s werelds meest constante liveband, die zeker niet vies is van een behoorlijke dosis poppenkast. Eigenlijk kan het contrast tussen de naargeestige tonen van ‘De Mysteriis…’ en de grote grijns van black metal muppet Necrobutcher niet groter zijn. Mayhem weet echter, ondanks de grote hoeveelheid kitsch op het podium, indruk te maken. Er wordt erg goed gespeeld en vanaf ‘Pagan Fears’ is het geluid uitstekend te noemen. Vanaf dat nummer zit de sfeer er dan ook echt goed in en komen de klassieke songs zeer goed tot hun recht. Hellhammer houdt zich ook eindelijk eens aan het oorspronkelijke tempo en laat zijn gebruikelijke sprintjes achterwege. Ook dat komt de sfeer ten goede. Necrobutcher speelt de simpele, maar uiterst doeltreffende baspartijen met verve. Het is echter vooral Attila die vandaag in zeer positieve zin opvalt. Hij staat eindelijk eens goed hoorbaar in de mix, waardoor de nuances in zijn bizarre zangpartijen nu wel echt goed naar voren komen. Tijdens de cleane partijen weet hij zijn noten nu ook wel te halen, in tegenstelling tot op het album, maar ook dan wordt er niets ingeboet aan de magistraal naargeestige sfeer van het origineel. Verrassend goed!



Na Mayhem stroomt het snel leeg. Veel festivalbezoekers moeten en/of willen de trein halen. Emptiness staat dan ook in een grotendeels lege zaal te spelen. De band gooit de laatste tijd zeer hoge ogen, maar echt terecht is dat niet, in ieder geval niet op basis van dit optreden. Het klinkt allemaal alsof de band net heeft ontdekt wat postrock is en maar besloten heeft om daar iets mee te doen. Ja, de mix van extreme metal en postrock werkt in potentie uitstekend, maar vernieuwend is het absoluut niet, dus Emptiness zou er goed aan doen om veel meer aandacht aan songwriting te besteden. De ideeën van deze heren zijn erg voorspelbaar en gewoon saai en de geprojecteerde beelden zijn als net zo voor de hand liggend. Verder zijn zowel geluid en spel erg rommelig, waardoor dit meer lijkt op een uit de hand gelopen repetitie van een matig bandje dan op een echt optreden.



Het wordt nog leger als Today Is The Day het podium betreedt. De band oogt erg onwennig tijdens ‘Temple Of The Morning Star’ maar daar komt abrupt verandering in wanneer het genadeloos harde ‘The Man Who Loves To Hurt Himself’ wordt ingezet. De band, of beter gezegd zanger/gitarist Steve Austin en een volstrekt anonieme maar zoals altijd uiterst competente ritmesectie, is op tour ter ere van het 20-jarig jubileum van het album ‘Temple Of The Morning Star’ en speelt dat album doorgaans integraal. Vanavond wordt daar echter vanwege de beperkte speeltijd van afgezien en dat is een slimme zet. De eerste helft van de set bestaat uit een aaneenschakeling van hoogtepunten van eerdergenoemd album. Aan adempauzes doet men nauwelijks en Austin, die met moeite over het podium strompelt, lijkt zich steeds verder op te fokken. Hij jaagt zijn band aan en dicteert bij vlagen het tempo door te versnellen en dan voor de drums uit te spelen. De ritmesectie pikt dat dan weer zeer snel op en gaat nog genadelozer te werk. Today Is The Day creëert dan ook een wervelwind van geluid, waarin desalniettemin verrassend veel ruimte is voor nuances. Het getergde stemgeluid van Austin, dat door merg en been gaat, is echter gespeend van elke subtiliteit. Ik vraag me dan ook onwillekeurig af of het wel goed gaat met die jongen (na de show blijkt hij echter bijzonder vriendelijk en goedgeluimd). Je zou haast vergeten hoe goed Today Is The Day live is, want zo vaak spelen ze niet in Nederland. Net wanneer je denkt dat het niet meer intenser kan, zet de band het magistrale ‘The Descent’ in. Oftewel: tijd om als een dolle door te razen en even helemaal te vergeten hoe leeg de zaal eigenlijk is. De tweede helft bestaat uit ietwat recenter werk van albums als ‘Kiss The Pig’ en vooral ‘In The Eyes Of God’. Wat jammer dat er zo weinig publiek is blijven hangen voor deze band, want Today Is The Day had echt veel meer publieksrespons verdiend.

Dat zelfde geldt ook voor Rorcal. De platen van de Zwitsers zijn schandalig ondergewaardeerd en live is men eigenlijk alleen maar nog intenser. Helaas is slechts een handjevol fanatiekelingen hier getuige van. Rorcal richt zich vooral op hun meest recente album, ‘Creon’ waarvan driekwart (oftewel drie lange nummers) voorbijkomt. Dat men vandaag met een invalzanger speelt, valt niet eens te merken; alles wordt nog steeds even meedogenloos omvergeblazen. Het zijn dus vooral de laatste twee bands van de dag die zonder ook maar enig lijfsbehoud spelen en daarmee het laatst overgebleven publiek volledig tot moes beuken, niet alleen door middel van bruut geweld, maar nog veel meer dankzij de geweldige spanning die men weet op te bouwen. Hopelijk blijven er volgend jaar dus wat meer mensen tot het einde hangen!

<< vorige volgende >>