Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Sanctuary & Lord Volture

Arnhem Willemeen 8 maart 2017

De zomer van 2017 werd voor uw verslaggever een downtrip to memory lane van het jaar 1990. In dat jaar verschenen er enkele platen die nog steeds sieren in mijn Top 10 aller tijden: ‘A Social Grace’, ‘Act III’ en ‘Into The Mirror Black’. Verantwoordelijken voor de eerste titel stonden afgelopen juni op de planken in Amersfoort en de heren achter ‘Act III’ zetten andermaal Dynamo in lichterlaaie. De mannen van ‘Into The Mirror Black’ staan deze avond op de planken in Arnhem. Aangezien ik vergeefs diep, héél diep heb gegraven in mijn geheugen én in mijn doos met vergeelde concertkaartjes, maar niet met zekerheid kan zeggen of ik ze destijds heb gezien – op de Aardschokdag 1988 speelden ze ten tijde van het debuutalbum ‘Refuge Denied’ en in de Dynamo Open Air-archieven schittert de band door afwezigheid – kan het goed zijn dat ik eindelijk, 27 jaar nadat ‘Into The Mirror Black’ mijn auditieve wereld ondersteboven gooide, de nummers voor het eerst live ga horen. Het maakt het refrein in ‘Future Tense’ wel toepasselijk:

Past tense to future tense let history unfold
So ends a decade now what will the nineties hold
You know we're verging on the edge of an age
Then another century will turn the page.

Door: Evil Dr. Smith

Fotograaf: Evil Dr. Smith

Eerst is het echter nog tijd voor de opwarmers. De hardest working heavy metal band in the Netherlands, LORD VOLTURE , mag dat doen. Ze doen dat echter op een tijdstip die ik niet had voorzien. Wanneer ik me even na half negen de behoorlijk volgestampte Willemeen naar binnen elleboog, staat de band al alle jaren 80-metalposes vol enthousiasme te etaleren. Ah, ze zijn al begonnen, is mijn eerste gedachte. Lollig ook, dat ze nu al alles uit de kast halen en het eerste de beste nummer laten uitbarsten in een Manowariaans slotakkoord vol rondspattend testosteron en opzichtig metalbombast. Mijn glimlach verstart echter als zanger David het publiek uitvoerig bedankt en er publiek-selfies door de band worden geschoten. Djiezus, hoe laat is het? Afijn, long story short: uw verslaggever was blijkbaar een tikkeltje aan de late kant.

In de pauze wijst een bezoeker mij er nog even fijntjes op dat zanger Warrel Dane wel (weer, nog steeds?) een alcoholprobleem heeft. Iets wat al tussen de regels doorschemert in het verslag van collega Wim over het eerste optreden sinds de reünie in Nederland in de Hedon te Zwolle. De laatste keer dat ik Warrel aan het werk gezien heb, was echter tijdens de laatste optredens van Nevermore in Nederland. Alleen had ik toen nauwelijks oog voor hem, omdat Nevermore niet de reden was om naar dat optreden te gaan, maar de support-act. Ene Psychotic Waltz…

band image


Als SANCTUARY even na kwart over negen inzet met ‘Arise and Purify’ en Warrel het podium op komt lopen, schrik ik me het apelazarus. Okay okay, een drankje te veel is tot daar aan toe en je hoeft er zeker niet uit te zien als een ideale schoonzoon, maar de verlopen kop van Warrel Dane was ronduit zorgwekkend. Ingevallen en vermagerd, maar met bollende, rode jukbeenderen, een drankorgelneus, vermoeide knijpoogjes, een wel heel onverzorgde, vlassige Catweazle-sik en ranzig geel haar dat als dood zeewier onder zijn cowboyhoed vandaan kroop. En ik maar denken dat Dave Eugene Edwards van Wovenhand de ugliest man alive was. Ze lijken sowieso wel op elkaar. Wellicht zou een gezamenlijk tour ook goed kunnen uitpakken, want Warrel bewijst met een hoog alcoholpromillage iets waar Dave Eugene ook bekend om staat: een intense performance. Was hij een week geleden in Berlijn nog genoodzaakt het optreden voortijdig stop te zetten omdat hij zich niet goed voelde, deze avond lijkt hij weliswaar alsof hij ieder moment in elkaar kan zakken, maar worden zijn performance en stem tegenstrijdig genoeg steeds krachtiger en meer vilein. Zelfs ondanks dat hij tijdens de eerste nummers nog geërgerd staat te vrijworstelen met een haperende microfoon. Drank maakt, onder het mom van ‘what doesn’t kill you, makes you stronger’, blijkbaar niet alles kapot wat ons lief is.

band image


De eerste drie nummers deze avond komen van hun sterke comebackalbum ’The Year The Sun Died’ uit 2014, waaronder volgens Warrel ook ‘ladies favorite’ ‘Exitium (Anthem For The Living)’. Hoe sterk het album ook is, ik meen ‘em zelfs destijds in mijn eindejaarslijst te hebben opgenomen, en hoe krachtig en professioneel de band ook staat te spelen, met naast Warrel originele bandleden Dave Budbill op drums en Lenny Rutledge aan de zes snaren, de vlam slaat nog niet helemaal in mijn pan. Misschien ben ik te gefocust op werk van ‘Into The Mirror Black’? Misschien ben ik nog te bezorgd over de fysieke staat van Warrel? Misschien omdat zijn microfoon niet erg meewerkt? Misschien ook omdat het publiek nog niet helemaal loskomt?

Als Warrel van microfoon wisselt en na een van zijn vele lange en niet zelden erg amusante af- en aankondigingen het publiek opzweept voor het oudje ‘Die For My Sins’, begint er wat beweging te komen in de zaal. Het is duidelijk: niet alleen ik kom voor het oude werk. Dat weet Warrel ook, want te pas en te onpas kietelt hij het publiek tussen de liedjes door met opmerkingen dat er nog veel meer oud werk zal komen. Die komen er dan ook, zoals ‘Seasons Of Destruction’, ‘Future Tense’ en Jefferson Airplane’s ‘White Rabbit’, die Warrel omlijst met verhalen over, hoe kan het ook anders, marihuana en over zijn jeugd waarin hij dusdanig de loftrompet steekt over zangeres Grace Slick dat het publiek zelfs gaat klappen voor haar. Mooi moment. Mocht Warrel ooit zijn karakteristieke nasale gifvocalen kwijtraken, dan kan hij nog makkelijk aan de bak als stand-up comedian.

band image


Onderwijl begint het me steeds meer op te vallen dat de band staat te spelen als een huis. Het is hun een na laatste optreden van de Europese tour, een dag later wacht alleen nog Wacken Open Air, en de band is als de spreekwoordelijke geoliede machine. Ook newbees George Hernandez op bas (die vorig jaar origineel bandlid Jim Sheppard verving en actief was in de 90’s thrasband Panic) en Attila Vörös (die al eerder op het podium stond bij Nevermore en Warrels solo-shows) hebben zich naadloos ingelijfd in de band. Ja, mag ik u even mededelen dat hier een verdomd fokking strakke metal band een verdomd fokking vette show staat te geven? Dank u wel.

Halverwege het optreden keert de band terug naar hun laatste album. De drie nummers ‘Question Existence Fading’, ‘Frozen’ (waarbij Warrel zijn oog laat vallen op een tortelend stelletje en hij de in een zwarte strapless jurk gehulde schoonheid grijnzend aanspoort om hem te bijten: “Bite him, I know you like it!”) en het titelnummer laten het optreden zeker niet inkakken. Integendeel. In het publiek is er af en toe een bescheiden pogo te bespeuren, en deze wordt steeds enthousiaster tot een (weliswaar bescheiden) pit. Na deze nummers keren we niet meer terug naar de 21ste eeuw, en wordt er louter werk de zaal ingeslingerd van ‘Refuge Denied’ (‘Battle Angels’, waarin Warrel toch nog steeds bijna alle hoge noten weet te halen, ‘Sanctuary’ en het vette ‘Soldiers Of Steel’) en ‘Into The Mirror Black’ (titelnummer, ‘Eden Lies Obscured’ en het slotnummer ‘Taste Revenge’ dat luidkeels werd meegebruld). Ik had stiekem gehoopt dat ze ook ‘Dream Of The Incubus’ zouden spelen, omdat de dit jaar verschenen album ‘Inception’ hun demo’s uit 1986 bevat (maar wel erg prijzig was bij de merchandise), en waarbij voornoemde titel misschien wel het beste nummer van allemaal is, maar gek genoeg niet verscheen op hun debuutalbum. Dat cadeautje krijgen we deze avond niet, maar de band laat wel op alle fronten horen dat het nog jaren mee kan. Zolang alcohol dus niet meer kapot zal maken dan ons lief is…

<< vorige volgende >>