Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Into The Void 2015

Leeuwarden Neushoorn 24 oktober 2015

Bij wijze van opening werden de twee gloednieuwe zalen van de Neushoorn in Leeuwarden ingewijd met een Roadburnachtig festival, ‘Into The Void’ met klinkende namen als Mono, Ufomammut en Sólstafir. Als je een duizendtal stonerrockfans aankunt, dan zal de rest ook wel lukken was vast het idee. Lords Of Metal nam ook een kijkje en was danig onder de indruk. Zowel concertlocatie als festival vielen niet tegen. Absoluut niet.

Door: Jan-Simon

Leeuwarden is sinds eind oktober een rocktempel rijker. Tegenover Schouwburg De Harmonie opende De Neushoorn zijn deuren en amper drie dagen na de opening was het op 24 oktober al tijd voor een heus festival. "Into The Void" is overduidelijk geïnspireerd door het succes van Roadburn en wil in één dag een zelfde combinatie van bekende namen en onbekend talent in het psychedelische (stoner-) metalgenre samenbrengen. Organisatorisch nog wat onwennig in een duidelijk nog splinternieuw gebouw, maar desalniettemin een zeer geslaagd feestje.

Deze derde editie van "Into The Void" werd geopend door de Sloveense occulte doom formatie Mist. Omringd door wat strategisch geplaatste kaarsen en een enkel hertengewei wekten de vijf dames (waarvan een met een ruige baard) zich door een weinig opzienbarende set door Coven, Jex Thoth, Blood Ceremony etc. geïnspireerde heksenmetal. Ondanks de passende kleding en de zwarte kaarsen wilde het niet echt vlammen, zodat Mist niet veel meer dan een lauw opwarmertje bleek te zijn.

De opzet van het festival met twee zalen was dusdanig dat je niets hoefde te missen. Het blokkenschema hoefde je dus niet uit je hoofd te leren, wat waarschijnlijk ook de reden was dat dit nergens te vinden was. In de grote zaal aanbeland stond menigeen dus krampachtig verbinding te maken met de website van Neushoorn (wat niet eenvoudig was in de betonnen bak die deze zaal is) om te zien waar we nu naar aan het luisteren waren. Het grote podium werd deze zaterdagmiddag geopend door Wucan uit Dresden. Al snel bleek hier sprake te zijn van de eerste verrassing van de dag. De vergelijking met Jethro Tull is snel gemaakt als je retrorock met een dwarsfluit speelt. De elpee 'Sow The Wind' werd zo ongeveer integraal gespeeld en het duurde niet lang voordat de zangeres iedereen had ingepakt met haar aanwezigheid. Afwisselen tussen fluitspelen, zingen, gitaarspelen en de magische Theremin beroeren is niet makkelijk, maar ze deed het voorkomen alsof het de gewoonste zaak ter wereld was. Afgesloten werd met het meer dan een kwartier durende 'Wandersmann', inclusief voorleesmomentje uit een boek en aan Nina Hagen herinnerende zang. Na afloop van het optreden was Wucan een flink aantal fans rijker.



Mother Engine, ook uit Duitsland, kan het best omschreven worden als een wat harder rockende, jongere versie van Colour Haze. Psychedelische desert rock dus. Bij tijd en wijle wat aan de repetitieve kant, maar vakkundig gedaan. Ze zijn nog niet zover dat de illustere Münchenaren zich zorgen moeten maken, maar wie weet waar Mother Engine over een paar jaar staat.

Hier was door velen reikhalzend naar uitgekeken. Ufomammut is al meer dan 15 jaar een begrip, maar deze avond in Leeuwarden bracht het Italiaanse trio weinig opzienbarends. Misschien kwam het door de ervaringen in Hamburg een dag eerder, waar hun kleedkamer werd leeggeroofd, de band kwam ongeïnspireerd over en beperkte zich tot een uur lang compromisloos en keihard raggen. Weinig tot geen subtiliteit of spel met dynamiek dit keer. Het publiek vrat het daarentegen, ik heb Ufomammut al aardig wat keer gezien, maar nog nooit zag ik het publiek zo uit zijn dak gaan.



Terug in de kleine zaal waren we getuige van een heel bijzonder optreden. Op een kleedje op het podium zat een Koreaanse dame met iets wat nog het meest leek op een forse strijkplank met dikke snaren die ze met een stokje bewerkte. Aan de andere kant zat een andere dame die afwisselend een soort van eensnarige viool, triangel en synthesizer speelde. In het midden, op een kantinestoeltje, zat een gitarist afwisselend ingetogen te tokkelen of een enorme bak herrie aan zijn Fender te ontlokken, soms pakte hij een heel klein rietfluitje waarmee hij snerpende geluiden produceerde. Op de achtergrond zat nog een bassist en een drummer. Dit was Jambinai, een van de best bewaarde geheimen van het post rock genre. De nummers van het al weer drie jaar oude en voor zover mij bekend enige album 'Différance' zijn een afwisseling van ingetogen traditionele Koreaanse muziek en nietsontziende geluidstyfonen à la Mogwai of Godspeed You Black Emperor. Samen met die andere Aziatische post rock band van vanavond (Mono) bleek Jambinai het hoogtepunt van het festival te zijn. Jambinai is moeilijk te omschrijven, misschien is het net zoiets als Rivella: een beetje vreemd, maar wel lekker!

Ook The Ocean was bij Nieuwe Schans het land binnengekomen. Om de een of andere reden die mij tot nu toe is ontgaan is The Ocean een grote naam in de hedendaagse metal geworden. Waarom is een raadsel. De muziek die door het bonte zevental werd geproduceerd was vlees noch vis, een curieus samenraapsel van sludge metal, gothic, industrial en traditionele metal die nergens enige samenhang vertoonde. De toevoeging van een celliste hielp niet om er iets leuks van te maken. Na tien minuten volhouden trokken we ons dan ook schielijk terug in het hipster-café van De Neushoorn, alwaar Obese, een viertal in zwarte pakken gehulde Hollandsche jongens, bezit hadden genomen van een minipodiumpje en daar met een fijn mengsel van zwaar riffende stonerrock ten gehore brachten. Al snel bleek een normaal gesprek in het café onmogelijk en ontstond een apart soort koffieconcert, waarbij zanger Koos af en toe bijna de aan de kant geschoven bloembakken in stuiterde, zoveel energie wist Obese over de buhne te brengen. De hardcore roots waren af en toe zichtbaar en hoorbaar in de muziek die meer dan alle ingewikkelde trainingschema's de kilocaloriën in rook op laat gaan. Vette show!

In de kleine zaal liet King Hiss uit België de tijden van Channel Zero herleven met hun energieke, bijna agressieve set. Als een profbokser met zware ADHD die na elf slopende ronden nog steeds zijn tegenstander naar de keel wil vliegen, zo bewoog de zanger over het podium. Alsof hij Robert de Niro zelf was ten tijde van Taxi Driver. Water vloog in het rond, songteksten werden venijnig uitgespuugd, aangemoedigd door de strak gespeelde tamelijk traditionele stoner-metal en na een klein uur zegevierde King Hiss op punten. Een knock out was het misschien niet, de moeite van het aanzien zeer zeker wel.

Mono is een fenomeen. Twee gitaristen zitten in elkaar gedoken tremolo gitaar te spelen en in het midden staat een frêle Japanse bassiste de ene na de andere fraaie baslijn aan haar basgitaar te ontlokken. De lange instrumentale nummers zijn eigenlijk onderling uitwisselbaar, maar zoals ooit een beroemde Duitser zei, "In de beperking toont zich de meester" en dat is Mono ten voeten uit. Beginnend met een song van hun meest recente plaat 'Rays Of Darkness' wordt rustig door een set met een continue afwisseling van crescendo's en stille passages heen gewerkt, waarbij af en toe een van de gitaristen van zijn krukje rolt om vol vervoering feedbackgeluiden en andere effecten aan zijn instrument te ontlokken. Het is alsof je naar ongelooflijk luidruchtige New Age muziek aan het luisteren bent, en dat is meteen ook een beetje de achilleshiel van Mono. Als je er niet voor in de stemming bent, dan is dit bijzonder saaie muziek die voortrolt als de branding van de oceaan op een onbewoond tropisch eiland. Het geroezemoes in het publiek deed vermoeden dat niet iedereen even geraakt werd door het samenspel van de Japanners. Jammer, want het was een een van de betere optredens deze avond.

Sólstafir was duidelijk de headliner van dit eendaags festival. Het feit dat er na Sólstafir nog een band geprogrammeerd stond deed daar niets aan af. Het hoge aantal t-shirts dat de band had weten te verkopen wees ook al in die richting. Als een ware headliner betraden de IJslanders het podium. En alsof ze niet een bijzonder getalenteerde underground rockband waren maar rockgoden van het kaliber Guns 'n' Roses, zo werkten zij zich door hun set heen, inclusief alle gebaartjes en eigenaardigheden van de grote jongens. Waar tijdens Roadburn eerder dit jaar nog zeer geconcentreerd werd gespeeld, was er nu meer tijd voor publieksinteractie van het soort dat je eigenlijk niet zou verwachten bij dit soort muziek: en nu moet het balkon roepen, allemaal in de handjes klappen, ja ook jullie twee daar boven. Gezellig, dat zeker. De zanger had ook veel oog voor de dames in het publiek. Waar mogelijk kregen ze een (kus-)handje. De muziek dan? Die was dik in orde. Het optreden haalde het misschien niet bij de show in Tilburg, maar ook een minder op dreef zijnd Sólstafir is meer dan de moeite waard.

Al met al was Into The Void een zeer geslaagd festival in een mooie nieuwe locatie met twee zalen met goed geluid. Leeuwarden kan trots zijn op zijn Neushoorn.

<< vorige volgende >>