Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Summer Breeze 2015

Dinkelsbühl (Duitsland) 8 december 2015

Het eerste wat ik doe na vier dagen Summer Breeze is mijn agenda pakken en de data voor volgend jaar alvast opschrijven. Want inmiddels is het voor mij een zekerheidje geworden: Summer Breeze wil ik niet missen. Het festival in het zuiden van Duitsland (ja, het is een roteind weg) is wat mij betreft op alle fronten een voorbeeld van hoe een festival georganiseerd zou moeten worden. Toevallig was ik een paar weken hiervoor naar het Bang Your Head festival in Balingen geweest, maar dat feestje komt niet in de buurt van Summer Breeze. Op geen enkel vlak. Summer Breeze is fantastisch georganiseerd: de line up is altijd van behoorlijk niveau (het ene jaar beter dan het andere, maar dat is logisch), het terrein is goed en overzichtelijk ingedeeld, de accreditatie is altijd perfect geregeld, camping en parkeren zijn goed geregeld, evenals de buspendel naar Dinkelsbühl. Het eten en drinken en de prijzen daarvan zijn prima en tenslotte – niet onbelangrijk in 2015 – is het festival een voorbeeld als het gaat om sociale media: de Summer Breeze app en website zijn geweldig.

Door: Wim S.

Wat ik zeer waardeer aan de organisatie is het voortdurende streven naar verbeteringen. Elk jaar zijn er wel weer dingen anders – en dus veelal beter – geregeld. Zo was de indeling van het festivalterrein vorig jaar behoorlijk op de schop gegaan; dit jaar waren daar weer een aantal kleine aanpassingen aan toegevoegd. Wat te denken van een geheel nieuwe ‘Green Camping’. Om nog maar te zwijgen van een volledig ingericht dialysecentrum. Ja, iedereen is welkom op Summer Breeze. Dit jaar was ook het eetaanbod weer uitgebreid en ook dat was weer een prima verbetering. Dus in plaats van teren op oude successen, wil men elk jaar progressie maken. En dat valt te prijzen. Wat niet was veranderd: inclusief de warm up avond op woensdag, was het weer vier dagen headbangen op zeer uiteenlopende muziek. Summer Breeze staat voor mij ook synoniem aan lekker weer. Vorig jaar viel dat enorm tegen met vier regenachtige dagen. Dan is de beleving echt anders. Het is niet fijn als je moet schuilen om je Krakauer droog te houden, voordat je die in je mond laat glijden. Dit jaar was het weer erg wisselend. Woensdag en donderdag waren warm, vrijdag was niet best (waarover later meer) en de zaterdag begon heerlijk maar werd later in de avond ook een stuk minder.

Na een ontzettend vermoeiende heenreis – bijna zes uur over gedaan – kwam ik aan in Dinkelsbühl. Ik had de temperatuur gedurende die rit op zien lopen van 20 naar 30 graden; dat was dan weer niet verkeerd. Als je dan binnen vijf minuten je accreditatie hebt geregeld (zie je wel Bang Your Head, zo kan het ook) en je zonder problemen een perfecte plek voor je auto en tent hebt gevonden, ben je die zes uur alweer snel vergeten. Helemaal als je je eerste koude halve liter achterover kunt gieten. Vervolgens krijg je op die eerste avond al een allegaartje aan stijlen voor je kiezen, variërend van traditionele thrash metal (Death Angel) tot doom metal (Isole), maar ook zeer moderne, genadeloze metal (Sonic Syndicate), female fronted bagger (Battle Beast) tot een vrij nieuw project van een paar oud gedienden (Schmier’s Panzer). Zowel door de temperatuur als door de muziek werden we die avond opgewarmd voor het echte werk…



Donderdag 13 augustus

Van serieus werk was op de donderdag zeer zeker sprake. Vandaag zou bijvoorbeeld niemand minder dan Opeth aantreden. Maar goed, dat duurde nog wel even. Eerst een paar andere bandjes checken. Het voert te ver om alle bands van Summer Breeze te bespreken. Dat zijn er namelijk erg, erg veel. Het voert zelfs te ver om een deel van de bands te bespreken, want dat zijn er nog steeds erg veel. Ik beperk me hier daarom tot de bands waar ik iets over wil schrijven. Hetzij omdat het geweldig was, hetzij omdat het verschrikkelijk slecht was, hetzij omdat het om wat voor reden dan ook bijzonder was. De eerste band die ik op donderdag bijzonder vond, was Ost+Front. Maar niet in de positieve betekenis van bijzonder. Nee, Ost+Front vond ik een band op het randje. Of misschien gingen ze wel over het randje. Neem nou alleen die naam al; dat moet – zeker in Duitsland zelf – toch al vreemde associaties oproepen? Helemaal verontrustend wordt het wanneer blijkt dat de band als intro muziek het volkslied van de voormalige DDR gebruikt. WTF? Als de heren vervolgens opkomen kan ik een grinnik niet onderdrukken: wat een carnavalsgezelschap komt er nu weer het podium op? Alsof ze zijn weggelopen uit The Walking Dead! Maar wacht even….zie ik dat nou goed? Rijdt er nu iemand in een scootmobiel over het podium? WTF? Maar wacht even….heeft diegene ook nog eens een oude legerjas aan? Dat kan toch niet waar zijn? Maar het is wel waar, beste mensen. Hoe smaakloos wil je het hebben. En dan die muziek van de zes Duitsers: het is een kopie – maar dan een hele slechte – van Rammstein. De riffs, de akkoordenschema’s, de zanglijnen, de opbouw van de nummers: het is allemaal gestolen van Lindemann en Co. maar het komt geen enkel moment ook maar in de buurt van dat niveau. Snel vergeten deze show.



Dat lukte nog niet helemaal met het half uurtje van een band als Nachtgeschrei (hoeveel van dit soort folk/metal/rock bands zijn er wel niet in Duitsland? Deze is trouwens niet verkeerd en weet best te boeien). Ik begon me gelukkig al een stuk beter te voelen na het old school speed metal optreden van Destruction. Ik heb de band rondom levende Duitse legende Schmier al ontelbare malen gezien maar het is toch altijd wel weer leuk om ze te zien en te horen. Zo sympathiek, zo oprecht. Daar hou ik van. Schmier is een strijder, een metal man in hart en nieren. En dat ademt hij uit. Uit elke porie van zijn imposant getatoeëerde lichaam. Klassiekers als ‘Curse Of The Gods’, ‘Mad Butcher’ en het verplichte ‘Bestial Invasion’: ze gaan erin als zoete koek. Niet meer zo strak en overtuigend als vroeger maar het is wel allemaal echt. Puik optreden van deze Duitsers. Maar ik spoel de vieze smaak van eerder die dag pas echt goed weg met het sublieme optreden van Black Stone Cherry. Wat erg dat ik deze band nooit eerder serieus heb genomen! Want vanaf het moment dat de band opkwam en inplugde kregen we een uur lang onvervalste Amerikaanse rock van hoog niveau. En nee, de band heeft helemaal niets te maken met Southern rock (zo werden ze aangekondigd) maar alles met typisch Amerikaanse, meezingbare, melodieuze heavy rock. De vier heren uit Kentucky weten het publiek vanaf de eerste tonen van opener ‘Maybe Someday’ in te pakken en dat is op zich al knap. Want tijdens Summer Breeze wordt het publiek toch voor het overgrote deel getrakteerd op de meer extreme vormen van metal. Maar als er dan zo’n vreemde eend in de bijt langskomt en gemotiveerd tekeer gaat, wordt ook die vreemde eend omarmd. De mannen rondom zanger/gitarist Chris Robertson zijn erg enthousiast en geven alles en dat enthousiasme wordt dus ook opgepikt. Dat werkt dus echt wederzijds versterkend. Want de Amerikanen worden weer extra gemotiveerd als het publiek laaiend enthousiast reageert. Er wordt tussen de songs door nauwelijks tijd verspild aan prietpraat: nee, de band knalt liever de ene na de andere catchy song uit de speakers zoals ‘White Trash Millionaire’, ‘Blind Man’ en ‘Me And Mary Jane’. Hoogtepunt is de ietwat blije rocker ‘Blame It On The Boom Boom’ waarbij het lijkt alsof werkelijk het hele veld meezingt. Geweldig optreden van een echte band.



Vervolgens neemt Sodom ons mee in een volgend uur van Teutoonse metal. Na Tankard en Destruction horen ook zij natuurlijk tot de grote ‘Teutonic Four’ en Tom Angelripper en zijn vrienden laten zeker horen waarom. Ook hier weer zie en hoor je dat het allemaal echt is. Daar hou ik zo van. Dit zijn mannen die houden van metal, die leven voor (en hopelijk van) hun muziek. Niet te complex, maar wel hard en echt. ‘Nuclear Winter’, ‘Sodomy And Lust’; ze gaan erin als zoete koek. Niet te veel gelul, maar lekker doorbeuken, zoals ook Destruction deed. Minder snel maar wel zwaarder dan Schmier en zijn mannen. Het verplichte ‘Ausgebombt’ (waarbij het eerste couplet in het Duits wordt gezongen) sluit een puike set af van deze oerrockers, die we hopelijk nog vaker terug gaan zien op de (Duitse) festivals, want hun muziek heeft de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Tja, en toen was het tijd voor Opeth. Opeth. Ja, Opeth. Ik heb het Groene Boekje nog even geraadpleegd en gezocht naar de meest uiteenlopende superlatieven, omdat ik vreesde dat ik niet genoeg woorden kon vinden om te omschrijven hoe goed Opeth is. Maar ook na het bestuderen daarvan weet ik dat ik niet kan omschrijven hoe goed deze band is. Sakkerju, wat maakten Mikael Åkerfeldt en zijn kornuiten een statement. In 2009 stond de band al eens eerder op het podium van Summer Breeze maar uit de overlevering weet ik dat dat niet echt een succes was. Dat is de band blijkbaar niet vergeten want vanaf de opener ‘Eternal Rains’ is het één groot feest. Het geluid van Opeth is superieur aan alle andere bands die ik ooit op Summer Breeze zag en hoorde. Het is helder doch hard. Alle accenten – hetzij akoestisch, hetzij knalhard – komen overduidelijk bij je binnen. Om nog maar te zwijgen over de functionele maar daardoor niet minder imposante lichtshow. Het meest ben ik onder de indruk van de instrumentbeheersing van de muzikanten. Allejezus, wat kunnen deze gasten spelen. Hard, zacht, snel, ingetogen, jazzy, overweldigend hard: ze kunnen het allemaal. Het akoestische ‘To Rid The Disease’ wordt al even overtuigend neergezet als het knalharde ‘Grand Conjuration’. En ja, de grunt is weer in ere hersteld bij Opeth. En hoe. Er is niemand met zo’n smerige, diepe, alles vermorzelde grunt als Åkerfeldt. Nog steeds niet. En dan die droogkomische stukjes cabaret tussendoor….meesterlijk. Wat een genot. De set is uitgebalanceerd (oud-nieuw, hard-zacht) met als hoogtepunt het afsluitende ‘Deliverance’ dat zo gruwelijk vet wordt neergezet…..Het moge duidelijk zijn: Opeth is echt met afstand de beste band die de metalwereld te bieden heeft.



Nadeel is natuurlijk dat na Opeth niets meer klinkt. Letterlijk niet. En dat betekent dat bands als Saltato Mortis (ze doen hun best en worden door het publiek – terecht- met gejuich ontvangen) en zelfs Kreator niet echt binnen komen. Mille doet zijn best maar weet met zijn mannen toch ook niet verder te komen dan een vrij modale show, die wel erg veel lijkt op de set van Bang Your Head van een paar weken daarvoor. Sterker nog: hij is bijna helemaal hetzelfde. Dat vind ik jammer. Dat vind ik ook niet slim van de band, wetende dat veel landgenoten beide festivals bezoeken. Als je de ‘Teutonic Four’ dan in ogenschouw neemt kan je niet anders dan concluderen dat Kreator het minst oprecht over komt. En dat kan nooit de bedoeling zijn van Mille, dat weet ik zeker.

Vrijdag 14 augustus

Natuurlijk ga ik weer naar het heerlijke Dinkelsbühl, het dorp met haar prachtige huizen in de Altstadt en gezellige terrassen. Een paar pinten drinken, in de schaduw een boekje lezen, lekker wat ontspannen. Het hele dorp wordt overspoeld met headbangers waardoor de vele Chinese toeristen deze dagen kunnen genieten van een Summer Breeze menu. Dat zegt ze niets, maar toch. Lachen. Heidevolk stond voor 11.30 uur geprogrammeerd maar dat vond ik belachelijk vroeg. Dus laat ik een aantal bands schieten. Blutengel, Sister Sin en Necrotted – om er maar eens een paar te noemen – kunnen me gestolen worden. Ik ga pas later in de middag terug naar het festivalterrein en ik zie dan al dat er zich een paar forse, zwarte wolken laten zien. Dat beloofd niet veel goeds. Als ik het terrein op wandel pik ik nog een stuk van Ensiferum mee, maar dat is toevallig een band die me nooit heeft kunnen bekoren. En dat ligt aan mij, ik weet het. Het Duitse publiek lust er wel pap van, van de middeleeuwse toestanden die deze band koppelt aan hun show en image. ‘Warrior Without A War’, ‘From Afar’; het publiek smult ervan. Het hele veld gaat compleet uit haar bol, maar bij mij valt zoals gezegd het kwartje niet. Vervolgens gaat het mis. Weertechnisch gezien dan. De hemel opent haar sluizen en er komt gigantisch veel regen naar beneden, in combinatie met een behoorlijke wind. Voor de organisatie van Summer Breeze het sein om het festival stil te leggen. Ik ben inmiddels naar de grote tent gerend om te schuilen en daar wordt een bandje afgedraaid met een stem die zegt dat we niet in paniek moeten raken. Dat doet ook niemand. Om voor mij onbegrijpelijke redenen worden we vervolgens echter verzocht om het festivalterrein te verlaten. We moeten naar onze auto’s, naar onze tenten of naar opvangcentra in de buurt. Pardon? Opvangcentra? Ja, het regent en het waait maar toch niet in die mate dat we daar voor op de vlucht moeten? Duidelijk is dat organisaties van festivals als de dood zijn voor aansprakelijkheid. Daar heeft niemand zin in, er mag niets gebeuren. Maar er gebeurt ook helemaal niets want zo erg is het allemaal niet. Mijn zin wordt wel wat bedorven want omdat ik de tent uit gejaagd wordt, ben ik alsnog zeiknat. En word ik vervolgens de rest van de avond niet meer droog. Daar kunnen optredens van Sepultura (heavy als vanouds en erg professioneel), Powerwolf (ik moet nog steeds een beetje glimlachen om het imago van de band maar inmiddels moet ook ik toegeven dat ze gewoon erg goed zijn) en Trivium (daar heb ik het echt wel mee gehad, sorry) niets aan veranderen.



Louter positief ben ik toch weer wel over Marduk (nooit eerder gezien, maar erg mystiek en bruut) en Bloodbath. De band speelt niet vaak en daarom stond het helemaal vol voor het Pain Stage. Zonder woorden maakte het publiek hiermee een statement richting organisatie: Bloodbath had natuurlijk op het grote podium moeten staan. Met Nick Holmes als nieuwe frontman lijkt de band herboren, in die zin dat het geïnspireerd over komt allemaal. Meeste indruk maakt echter drummer Martin Axenrot, die we natuurlijk kennen van de band die de dag hiervoor het meest indruk maakte. Wat een partijen slaat die man en met welk een gemak! ‘So You Die’, ‘Breeding Death’, ‘Unite In Pain’: mijn hemel, wat speelde de band strak. Vervolgens kreeg ik het echt te koud en moest ik mijn oude botten in bed gaan leggen, want anders zou ik de volgende dag niet meer op normale manier mee kunnen maken.



Zaterdag 15 augustus

Ik had me voorgenomen om vandaag wat meer bands mee te pikken. Althans, als mijn oude lijf niet te veel zou protesteren. Maar toen ik wakker werd voelden mijn botten en spieren okay en had ik ook geen last van de (vele?) halve liters die ik de dag ervoor achterover had getikt. Gelukkig maar. Na een goed ontbijt en wat gelezen te hebben, vond ik het ook wel weer tijd worden voor weer een halve liter en een Krakauer. Wat zijn die dingen toch lekker! En zie daar, Betontod op het grote podium. Ik kende de band van naam maar hun muziek niet. Al meer dan 25 jaar draaien de anti rockers mee en hier op Summer Breeze zet de geheel in het zwart geklede band een overtuigende set neer. De band speelt muziek met een boodschap – volgens de oude punk traditie – en voor sommigen gaat de band daar een beetje te ver in. Ik vind het echter helemaal niet storend, zeker niet als sommige boodschappen niet politiek geëngageerd zijn maar juist de nodige humor bevatten (‘wir mussen aufheuren weniger zu trinken’). Er ontstaan moshpits, circle pits, er wordt gecrowdsurfd, kortom, het optreden van de sympathieke Duitsers is een groot feest.



Vervolgens loop ik even over de altijd gezellige markt van het festival, met een keur aan verschillende items (kleding, sieraden, dildo’s, cd’s) en waar je niet hoeft te betalen om het handelswaar te mogen zien. Ik pik ook nog even het begin mee van het optreden van Suicide Angels in de grote tent. De Griekse band klinkt als een Slayer cover band. De riffs, de zang: het is allemaal gejat. Al moet gezegd worden dat ze wel goed gejat hebben want het klinkt best wel vet en super strak. Vervolgens is het de beurt aan de Canadese oorlogsmachine Kataklysm om los te gaan. En los gaan ze. Wat een onweerstaanbare groove zet de band neer. Retestrak zeg. De ene keer super snel, de andere keer meer midtempo gebeuk. Lekker zeg. En de frequent in de sportschool bezig zijnde Maurizio Iacono (de Duitsers noemen dat een Muskelpakket) dirigeert zowel de band als zijn toehoorders. Goede set die uiteraard wordt afgesloten met het verplichte maar daardoor niet minder vette ‘Crippled And Broken’.



Ik wil niet teveel woorden vuil maken aan Knorkator. Ik denk dat je Duits moet zijn om de humor van deze band in te (willen) zien. Ik vind het echt helemaal niets. Dit hoort niet thuis op een serieus festival, althans niet op een groot podium. Nee, dan liever even mijn landgenoten meepikken van Rectal Smegma. Ook een band die ik van naam kende maar nog niet eerder live zag. Op het allerkleinste podium kreeg de band een half uurtje om indruk te maken. En dat deden ze. Met open mond heb ik staan te kijken naar deze gasten. Hehehe, wat een mafketels. Je weet werkelijk niet wat je ziet en hoort. De zanger (al is dat niet helemaal de juiste omschrijving van wat hij de microfoon injaagt) staat met ontbloot bovenlijf en met een helblauwe korte broek op het podium en weet tussen de songs niet veel verder te komen dan ‘thank you. Thank you very much. The next song is…’ en hoppa, daar gaan ze weer. ‘Pedofiele Pater’? Ja, ik hoor het echt. ‘Kruisvocht In Spijkerbroek’? Hehehe. De band kan overigens rekenen op veel respons van het publiek die de humor er wel van in kunnen zien. Aangenaam kennismaken heren!



Tijd voor een (Flying) burrito (Brothers). Godsamme, wat zijn die lekker! Goed gevuld, vers en op smaak. Niets mis mee. En ze vullen ook nog. Goed alternatief voor de al even heerlijke Krakauer.
Heel druk wordt het vervolgens voor het grote podium want niemand minder dan Paradise Lost staat om 18.00 uur geprogrammeerd. Een band met een verleden zullen we maar zeggen. Met klassieke albums als ‘Lost Paradise’ en ‘Icon’ op haar naam, maar ook met regelrechte missers in haar zogenaamde ‘Depeche Mode-periode’. Dat is de band inmiddels vergeven, zo lijkt het. Rijen dik staat het publiek te wachten op wat komen gaat. De band opent best sterk met ‘The Enemy’, gevolgd door het nieuwe ‘No Hope In Sight’. Heel gek; deze band staat al 30 jaar op het podium maar desondanks lijken ze soms toch onwennig op het podium te staan. Dat geldt met name ook wel voor frontman Nick Holmes. Hij oogt fris met zijn korte koppie, zijn leuke baardje en zijn glimlach, maar hij weet nauwelijks iets te vertellen tussen de songs, om nog maar te zwijgen over zijn zangkunsten. Laten we gewoon eerlijk en duidelijk zijn: Holmes kan niet zingen. Na al die jaren maakt zijn stem natuurlijk onlosmakelijk deel uit van de totaalsound van de band uit Yorkshire, maar dat neemt niet weg dat hij totaal niet toonvast is of op wat voor manier dan ook bereik heeft. Wat dat betreft komt hij bij Bloodbath veel beter tot zijn recht, want daar blijft zingen ‘beperkt’ tot gegrom en dat kan hij! Greg Mackintosh staat niet geheel geïnteresseerd op het podium, hoewel hij zich in de rug gedekt vindt door zijn Vallenfyre ploegmakker Waltteri Väyrynen, die voor deze gelegenheid de plaats inneemt van Adrian Erlandsson. Dat chagrijn van Mackintosh wordt gelukkig gecompenseerd door de enthousiaste performance van de heren Aedy en Edmondson aan de andere kant van het podium. De band klinkt toch wel vet hoor, maak je geen zorgen. Het is toch een geoliede machine die oude nummers als ‘One Second’ (gedurfd!!) en ‘Gothic’ nog steeds vet laat klinken, naast nieuwe songs als ‘Terminal’. En wat heerlijk om na al die jaren ‘As I Die’ weer live te horen, dat was voor mij persoonlijk alweer een hele tijd geleden.



Minder subtiel gaat het eraan toe bij het navolgende Cannibal Corpse. Mijn hemel, wat is het contrast groot tusen de ene en de andere band. Daar waar Paradise Lost momenten van rust inbouwde en haar best deed om alles goed te laten klinken, gaat het bij Cannibal Corpse maar om één ding: overrompelen. Als je niet bekend bent met het materiaal van de band, heb je geen idee wanneer een nummer eindigt en het volgende begint. Het knalt maar door. En dan die gorgel van George Fisher…mijn hemel. Eat your heart out, Chris Barnes zou ik zeggen. Om nog maar te zwijgen van de manier waarop hij zijn hoofd kan laten roteren. Ik krijg al hoofdpijn als ik ernaar kijk. Eerlijk gezegd vind ik een uur lang Cannibal Corpse teveel van het goede, ondanks klassieke tracks als ‘I Cum Blood’. Het is echt een band die maximaal een half uur tot drie kwartier weet te boeien. En dat deden ze.



Van een geheel andere orde is vervolgens weer Hatebreed. En dat maakt Summer Breeze ook zo leuk: al die verschillende stijlen en een publiek dat elke band een kans geeft. Prachtig. Nou hoeft Hatebreed geen kans te krijgen, want die hebben inmiddels een status waar je u tegen zegt. Het publiek zingt vrijwel elke songs woord voor woord mee. Jamey Jasta heeft maar een paar songs nodig om het publiek voor zich te winnen. En zoals alleen Amerikanen dat kunnen weet hij op heerlijk kitscherige wijze het publiek te bespelen met onzinpraat tussendoor, Over elkaar helpen als er iemand valt in de circle pit bijvoorbeeld, of over het zijn van één grote familie. Tuurlijk Jamey, Allemaal goed. Met tracks als ‘Tear It Down’ en ‘Smash Your Enemies’ gaan band en publiek helemaal los en is het een groot feest. Niet teveel poespas, gewoon rocken en raggen. Na de wat minder tot de verbeelding sprekende show van Dark Tranquility (al moet gezegd worden dat de band melodie op overtuigende wijze weet in te passen in brute death metal, terwijl Michael Stanne een goede frontman is) is het vervolgens de beurt aan Sick Of It All om het publiek mee te nemen op een hardcore trip. Het is vanaf het begin (‘Uprising Nation’) knallen geblazen. Veel meer dan Hatebreed grijpt Sick Of It All terug naar de echte punk/hardcore, zowel door middel van klassieke tracks als middels haar nieuwe songs. Oud of nieuw werk: het publiek geniet er met volle teugen van. De pits zijn groter en heftiger dan bij alle andere bands dit weekend. En dat is een compliment aan de band. Afsluiter dit jaar was Venom. Tja, Venom. Een begrip natuurlijk. De grondleggers van de black metal. En van de oorspronkelijke bezetting is alleen Cronos nog over. Maar dat bleek genoeg. Met een charisma (en een ego) weet hij indruk te maken, zeker in combinatie met songs als ‘Buried Alive’ en ‘Die Hard’. Toch wel vet om die nummers uit de oude doos nu eindelijk nog eens een keer live te kunnen horen. ‘Welcome To Hell’: grijsgedraaid heb ik het en nu zie en hoor ik het hier live. Prachtig. Niets herinnert nog aan de band die destijds op allerlei manieren ter discussie stond: vanwege haar muziek, vanwege haar teksten en vanwege haar gedrag. Dit was gewoon een metal trio die voor mij bekende songs speelde onder de naam Venom. Helaas begon het op een gegeven moment weer gigantisch te regenen en heb ik het einde daardoor aan me voorbij moeten laten gaan. Een beetje een treurig en abrupt einde van een verder meer dan fantastisch festival. Tot volgend jaar!

<< vorige volgende >>