Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Anvil

Melkweg - Amsterdam 13 juli 2010

We waren er even bang voor dat het hele concert niet zou doorgaan als Nederland wereldkampioen voetbal zou worden. De huldiging was namelijk op dezelfde dag gepland als het concert van Anvil in De Melkweg in Amsterdam, en met een miljoen supporters op de been voor onze 'nationale helden' die de beker naar huis zouden brengen, was de kans natuurlijk groot dat een tourbusje van onze Canadese vrinden ergens aan de rand van de stad vast zou komen te staan met als gevolg dat het concert geen doorgang zou vinden. Godzijdank was Oranje in vorm en wist de finale finaal te verprutsen waardoor ze met zilver genoegen moesten nemen en met ongeveer de helft van de verwachte supportersschare. Maar vijfhonderdduizend man in Amsterdam is nog steeds druk. Ook Anvil maakte zich zorgen of er überhaupt iemand zou komen opdagen voor hun optreden… Het zou een verrassende avond voor ze worden, en voor ons als publiek net zo goed…

Door: Wilmar

Fotograaf: Mike Knol

Elders in dit issue van Lords Of Metal zul je een interview aantreffen, maar ook een column van mijn hand, waarin ik eigenlijk een andere toon aansla als in deze recensie. Ik zet terecht vraagtekens bij de populariteit van Anvil. Goed, ze krijgen de Melkweg prima gevuld, maar ik zie ze geen Heineken Music Hall uitverkopen. Dat zal nooit meer gebeuren. Grotendeels is dat te wijten aan het feit dat Anvil, die zichzelf wil etaleren als 'grote band' zich eigenlijk als een amateurgezelschap presenteert. Zo heeft de band geen roadcrew, is het gitaargeluid van Lips prima, maar zodra hij tussen de nummers door het publiek wil entertainen (en dat kan hij als de beste) dan klinkt er vanuit zijn doorgeluste Fender Twin Reverbs een hele nare ruis. Doorgaans wijst dat op een technisch probleem zoals een defecte kabel, een slecht gesoldeerd contactpunt in de elektronica van je gitaar of een probleem met je elementen. Een simpel volumepedaal kan zo'n irritante brom verhelpen, of je moet als band gewoon goed weten gebruik te maken van de PA. Veel grote bands hebben muren van Marshalls staan en als je daar dan achter kijkt staat er een vijftig watt combootje van Mesa Boogie al het werk te doen en versterkt de PA dat perfect uit. Wat ik mij terdege afvraag is of de geluidsman die achter de mengtafel stond ook bij de entourage van Anvil hoorde. Ik denk het namelijk niet. Volgens mij tourt Anvil door Europa zonder crew om geld te besparen. De heren hebben immers allemaal hun baan opgezegd en komen nu rond van de opbrengsten van de band. Dat levert dus taferelen op die je eigenlijk niet meer zou mogen verwachten op het niveau waarvan Anvil beweert dat ze zitten: stemmen tussen de nummers door, zelfs de bassist om een E vragen zodat er goed gestemd kan worden… De meeste bands hebben daar een roadcrew voor en hebben ook meer dan één reservegitaar klaar staan voor het geval er een mankement optreedt. Anvil niet: stug doorspelen, en dat zou later die avond nog pijnlijk duidelijk worden.

band image


Dat was toch even een begin in mineur, maar om heel eerlijk te zijn speelde Anvil de sterren van de hemel. Ze mogen dan ruim dertig jaar bestaan en al veertien jaar ongeveer in dezelfde bezetting spelen (de tweede gitarist was vaak een ander), aan de uitvoering van hun nummers kon je de band absoluut geen amateurisme verwijten. Toen de documentaire, die het voorprogramma vormde, was afgelopen, stond de band al achter het scherm klaar om met 'March Of The Crabs' direct de toon te zetten. Lips wandelde met gitaar en al direct het publiek in, Reiner timmerde alles solide dicht en Glenn Five is inderdaad een meesterlijke bassist. Voor de gelegenheid liep Lips rond in een oranje shirt met de tekst 'Bertje' erop (die krengen kwamen van Heineken, die deelden ze uit op het Museumplein) en hij was oprecht opgetogen dat er zoveel publiek was komen opdagen. Lips is een frontman en een entertainer. Hij let goed op, weet precies die dingen te zeggen die het publiek graag wil horen (zoals complimenten maken aan het Nederlands elftal voor het bereiken van de finale) en siert de set menigmaal op met anekdotes die je niet in het bijzijn van de dominee moet herhalen en reageert daarbij enorm goed op reacties uit het publiek. Het plezier straalde van zijn gezicht af. Menig maal moest Lips ons er even van vergewissen dat de show die ze in Dynamo hebben gespeeld lang niet zo gaaf was als Amsterdam op de dertiende juli van het jaar des Heeren 2010.

band image


De nadruk van de set lag op het tijdvak 1981-1983 dat met maar liefst negen nummers vertegenwoordigd was. De andere vier nummers kwamen van 'This Is Thirteen' (het titelnummer, 'Flying High' en de bonustrack 'Thumb Hang') en 'Still Going Strong' (het instrumentale 'White Rhino', waarin Robb Reiner nog eens liet horen waarom hij één van de beste metaldrummers ter wereld is), maar daarbij wordt het ook duidelijk dat Anvil nu teert op vergane glorie. Perfect uitgevoerde vergane glorie, laat daar geen misverstand over bestaan, maar het is best zuur als de grootste nadruk moet liggen op een plaat die je achtentwintig jaar geleden hebt gemaakt. Het mocht de pret niet drukken: na de instrumentale opener werden wij vergast op vette uitvoeringen van '666', 'Winged Assassins', een hele lange versie van 'Mothra' met vibratorsolo (zo krijg je de set ook weer tien minuten langer), 'Motormount', 'School Love', 'Forged In Fire' en de set werd afgesloten met 'Metal On Metal'. Het publiek was het daar absoluut niet mee eens. Luid bulderend eisten ze meer en Lips zette 'Jackhammer' in met een anekdote over ene Joan die kon pijpen als Traci Lords en daardoor die bijnaam kreeg. En halverwege 'Jackhammer' werd het duidelijk waarom je een roadcrew moet hebben: Lips brak een snaar en moest het nummer dus afmaken door te roeien met de riemen die hij had. Het getuigt van doorzettingsvermogen, het getuigt van karakter dat ze het nummer niet stilleggen, het getuigt ook van een gebrek aan professionalisme: een roadie had razendsnel die gitaar kunnen wisselen, waarbij je misschien een paar maten de gitaar moest missen. Dat konden Glenn en Robb makkelijk opvangen, want die ritmesectie stond als een huis.

Maar goed, na de toegift wilde Lips iedereen persoonlijk de hand drukken. Dat is prima, maar ik ging daar niet meer op wachten: de volgende ochtend zou de wekker weer om kwart voor zes gaan, en het was al rond elf uur. De dag erna was ietwat ambigu: enerzijds nagenieten van een geweldig feestje, anderzijds toch zuur dat een band die zo invloedrijk is geweest in de jaren tachtig op die manier de eindjes aan elkaar moet breien.

<< vorige volgende >>