Listen live to Radio Arrow Classic Rock

METAL! A Headbangers Journey

Door: Wilmar op 6 mei 2009

Op de Elf Fantasy Fair 2009 in Haarzuilens, Utrecht, is het jaarlijks een komen en gaan van freaks, freaks en nog eens freaks. Ik voel mij daar wel thuis. Het is leuk mensen kijken (wie heeft zich het meest uitzinnig uitgedost), ik kan intens genieten van Kasteel de Haar, het park dat eromheen zit is prachtig mooi en ze hebben tientallen kraampjes met duizenden boeken, cd's en DVD's. En de buit was dit jaar weer uitermate divers. Naast de gebruikelijke fantasy-miniseries die wij dit jaar hebben kunnen bemachtigen, vond ik voor een prikkie 'Hypnotize' van System Of A Down (die ik al een tijdje had moeten aanschaffen…) en in een ander kraampje lag voor vijf schamele euro's de documentaire van Sam Dunn 'Metal! A Headbangers Journey'. Een collega van mij had er al menigmaal lovend over gesproken en ik had er via internet al een paar keer naar gezocht, maar niets concreets gevonden. Vijf euro, daar val je geen buil aan, zeker niet met een bonus-DVD met daarop allerlei materiaal, documentaires en podcasts die ervoor zorgen dat dit dus echt een koopje is. En dan kom je thuis, ga je eens kijken wat je Lords collega's ervan vonden en tot mijn stomme verbazing zie ik dan dat er helemaal niets in het archief staat. Daar moet verandering in komen. En dus, omdat het product al vier jaar oud is, besloot ik dan maar om er een column over te schrijven.



Sam Dunn is een antropoloog die zich heeft voorgenomen om de kijker de wereld van de metal te laten zien. Metal is namelijk een subcultuur op zich. Rond de muziekstijl heeft zich een volledig eigen manier van uitdrukken ontwikkelt, kijk bijvoorbeeld naar de shirts, spijkerbroeken, lederen jassen, de backpatches en het vermogen om helemaal los te gaan bij concerten en grote festivals. Dunn bezoekt dan ook het festival dat exemplarisch is voor metal: Wacken Open Air.

De aanpak van Dunn is in feite chronologisch. Hij begint met het standaardprobleem van de metal: wie heeft het uitgevonden? Zoveel metalmuzikanten, zoveel meningen. Blue Cheer wordt genoemd. Lemmy houdt Deep Purple verantwoordelijk en een ander claimt dat Steppenwolf het genre heeft uitgevonden middels de versregel 'Heavy Metal Thunder' uit 'Born To Be Wild'. Maar de naam die Dunn het meeste hoort is Black Sabbath. Dus houdt hij Black Sabbath maar verantwoordelijk voor het uitvinden van het genre. Black Sabbath, ooit begonnen als jazz/bluesband, schreef met het nummer 'Black Sabbath' muziekgeschiedenis door 'the devils tone' in de muziek opnieuw in te voeren. Helemaal nieuw is dat natuurlijk niet, wie 'Une nuit sur le mont chauve' van Modest Mussorgsky ooit gehoord heeft, weet dat hij ook graag dweepte met dissonanten. De eerste keer in rockmuziek zal misschien ook wel eens gedaan zijn, maar Black Sabbath wist er een impact mee te creëren, zeker in combinatie met de spookachtige zang van Ozzy Osbourne en de toegevoegde geluidseffecten van een kerkklok, regen, onweer, en de duistere riffs die het nummer tot de klassieker maken die het is.
Dunn brengt de documentaire eigenlijk tot stand door de kijker mee te nemen naar een aantal belangrijke evenementen in metal, door ze voor te stellen aan iconen in metal (eerder noemde ik al Lemmy, maar ook Tony Iommi, Alice Cooper, Dee Snider, Bruce Dickinson, Rob Zombie en nog vele anderen komen aan bod.

Dunn hanteert een historisch-antropologische methode. Hij start eind jaren zestig en eindigt vandaag de dag. Dit alles doorspekt met contemporaine voorbeelden, zoals Wacken, maar dan weer terugblikkend met artiesten die al een tijdje doorgewinterd zijn, zoals een overigens dolkomische Ronnie James Dio, die in de documentaire uitermate de pik heeft op Gene Simmons. Dunn bespreekt de ontwikkelingen binnen metal door middel van een schema. Dit schema wordt zodanig aan elkaar gewoven dat het uiteindelijk voor de leek niet meer te volgen is. Want als de leek onderscheid moet maken tussen traditionele hardrock en hard alternative, en voor diegene is elke elektrische gitaar herrie, dan zal er weinig te bekennen zijn. Maar het is wel weer leuk om te zien hoe er weer verschillende stijlen bij bedacht worden. Alternative metal wordt hard alternative, iets wat wij onder different metal zouden zetten. Dan heb je nog de 'early black metal' waarin je namen als Venom, Mercyful Fate en Celtic Frost tegenkomt, die weer van invloed zijn op de latere 'Norwegian Black Metal', waarvan overigens op disc twee een complete documentaire staat. Inclusief black metal buikdanseres (lekker ding overigens, maar dat terzijde) en een stukje interview met Gaahl van (toen nog) Gorgoroth, die zichzelf bijzonder spraakzaam betoonde (NOT!).

Als de documentaire steeds dichterbij het heden komt, worden ook bepaalde morele vraagstukken naar voren geschoven. Belangwekkend vind ik metal en homoseksualiteit. Vaak is metal als homo-erotisch betiteld, en dat is ten dele de schuld van Judas Priest. Maar het homofobe karakter van metal, dat laatst weer in opspraak kwam toen Gaahl uit de kast kwam, werd even benadrukt. Veel muzikanten die homo zijn, kwamen er niet voor uit. Die zaten veelal in de glam- of hair metal hoek en die moesten het hebben van meiden. Maar het is uiteindelijk toch triest dat mensen niet voor hun geaardheid uit willen of mogen komen vanwege het geld. Ruim besproken is de relatie tussen metal en religie, of eigenlijk het ontbreken daarvan. Metal wordt doorgaans toegeschreven aan de duivel, en veel fans maken daar dankbaar gebruik van. Realistisch gezien is het aanhangen van het satanisme toch de beste rebelleertechniek om je ouders tot wanhoop te drijven tijdens de puberteit. Ook de oorsprong van de \m/ (the sign of the horns, de corna, of zoals Dio het noemde malocchio) wordt uitgebeend. Ook laat Dunn de gewone fan aan het woord: waarom ben jij een metalfan geworden? Zoals een basspelende fan het stelde: als ik mij down voelde, was metal er altijd. Ook Rob Zombie benadrukte dat metal geen bevlieging is: niemand zegt dat hij afgelopen zomer helemaal 'into Slayer' was. Veel metalfans zijn fans voor het leven.

De leek wordt dan ook geconfronteerd met het feit dat de subcultuur metal, voor velen onbekend, er altijd is geweest, en waarschijnlijk altijd zal blijven. Het heeft kunnen bestaan dankzij een trouw publiek dat albums koopt van hun favoriete bands, naar hun concerten gaat en zodoende in contact met elkaar kan blijven. Internet heeft in dat opzicht de wereld nog kleiner gemaakt. Ik heb ontzettend veel mensen leren kennen die ik normaliter nooit zou hebben ontmoet. Ik heb vrienden over de hele wereld, alleen maar dankzij het feit dat we allemaal fan zijn van dezelfde muziek. En dat is dan ook Dunn's conclusie, die eigenlijk een meer sociologisch karakter draagt dan een antropologisch: we hebben het al jaren gered zonder jullie (lees: de grote meerderheid). Er spreekt in ieder geval een toon uit van 'laat ons lekker ons ding doen, dan doen jullie je eigen ding'. Dat het niet zo werkt, zal onderwerp zijn van een andere column, maar vooralsnog kan ik iedereen van harte aanbevelen om deze film een keer te bekijken. Je kunt hem bij Fame oppikken voor een luizige vijf euro of je bekijkt de hele documentaire op YouTube. Hieronder heb je alvast het eerste deel, de rest vind je vast zelf wel.


Wilmar schreef ook de volgende columns