Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Ode aan Rainbow

Door: Jack The Jester op 7 mei 2006

Vanaf dat ik uit mijn luiers kroop was ik al gek van muziek. Natuurlijk ben je eerst afhankelijk van de smaak van je ouders, maar al snel als je een radiootje weet te bemachtigen ga je op zoek naar je eigen stijl. Ik had al snel door dat de doorsnee muziek, die gedraaid werd op de reguliere zenders, niet mijn ding was. Door Mike Hollis van Radio Tele Luxembourg en mijn buurjongen achter kwam ik in aanraking met Deep Purple. Vanaf dat moment had ik eindelijk een groep gevonden waar ik volledig achter stond. Uren lang liepen we te kloten met LP hoezen en het driftig aan elkaar laten horen van bepaalde passages, solo's of loopjes in een nummer.

Op een gegeven moment sijpelde er nieuws door dat de gitarist Ritchie Blackmore de band had verlaten. Ritchie zocht een nieuwe begeleidingsband en kwam uit bij ELF, die hij nog van vroeger kon. Deze band was het troetelkindje van pianist Ronald Padavona die ook de zang verzorgde. De piano georiënteerde blues stijl die de band speelde was niet wat Blackmore voor ogen had, maar hij zag wel de potentie van de zanger (die zich daarna Ronnie James Dio ging noemen). Ronnie was vroeger een mannetje met een heel zwak gestel en slechte longen en hem werd al vroeg geadviseerd om trompet te gaan spelen om zijn longen en ademhaling te trainen. De 1.63 m kleine man creëerde hiermee het volume in zijn stem waarmee hij later furore maakte.

In eerste instantie kwam 'Ritchie Blackmore's Rainbow' (1975) uit. De hoes was een afbeelding uit 'The Wizzard Of Ozz' en voor het eerst was als logo de regenboog afgebeeld. De LP 'Rising' (1976) volgde en vervolgens kwamen ze al met een live plaat die mij compleet uit mijn schoenen blies: 'Rainbow – On Stage' (1977). Deze LP maakte zo'n verpletterende indruk op mij dat hij me de rest van mijn leven is blijven achtervolgen. De intro van deze dubbellaar is een stukje uit de film 'The Wizzard Of Ozz': “Toto, I have a feeling we are not in Kansas anymore. We must be over the rainbow… rainbow… rainbow…” (het heeft een hele tijd geduurd voor we dat stuk hadden ontcijfert), waarna 'Kill The King' de echte opener was. De Hammond orgel van Tony Carey draaide overuren, en Cozy Powel (R.I.P.) mepte er een flink tempo in. De medley “Man On The Silver Mountain / Blues / Starstruck” werd op vol vermogen gedraaid. Waarbij de teksten voornamelijk fonetisch werden meegebruld. In het tussen stuk – 'Blues' - werd voor de eerste keer de luchtgitaar uit de kast gehaald en werden de gitaarnoten, bij gebrek aan tekst, maar meegezongen. Ook onze vingervlugheid op het orgel werd aan de wereld tentoongesteld. Naar ons idee beschikte elk in ons buurt zijnde voorwerp over toetsen en werd op die manier ook gebruikt. De kracht van dit stuk was dat er niet geschroomd werd om stiltes te laten vallen en dat er een langdurig gesprek is tussen de gitaar en de keyboards. Bij 'Starstruck' komt de kracht van Dio's stem er perfect uit in het á capella gedeelte (wat we uiteraard uit volle borst meebrulde, waarbij geen intonatie gemist werd). Iedereen weet, ooit ga je dood, en meestal denk je daar pas later aan, maar ik had al vroeg door dat als je toch moet dan maar tijdens een mooi stukje muziek. Ik heb al heel vroeg vast laten leggen dat dat gebeuren moet onder 'Catch The Rainbow'. Dit nummer heeft dus duidelijk een sentimentele waarde voor mij. 'Mistreated', het nummer dat volgt, is een oudje van Deep Purple maar die versie wordt door Dio moeiteloos gedeclasseerd. Ook de rest van de plaat was om te kwijlen.

Natuurlijk kwamen er later ook bands die een diepe indruk op mij maakte. Op school liep iedereen met spijkerjasjes met logo's, op de mijne prijkte toen een hele grote van Michael Schenker met zijn Flying V op mijn rug, en op mijn armen zat het logo van de LP 'Rainbow Rising'. Ook badges met het paars van Deep Purple en het pentagram van Rush ('All The World's A Stage') sierde mijn armen. Uiteraard heb ik ook een zwak gehad voor het oude Queen, Led Zeppelin, Pink Floyd en The Who, maar altijd kwam ik weer terug bij deze ene plaat. Van mijn allereerste geld dat ik verdiende met mijn vakantiebaan kocht ik een stereotoren, en op die toren had ik een tijdklok gezet zodat die kon gaan fungeren als wekkerradio zodat ik elke morgen werd gewekt door de klanken van 'Mistreated' of 'Still I'm Sad'. Op het moment dat ik eindelijk overstapte van cassettedeck in mijn auto naar CD was de allereerste CD die ik dubbel kocht Rainbow – 'On Stage'.

Ik had het er laatst met een vriend over welke platen nog meer zo'n impact hebben gehad. Natuurlijk zijn er platen van Rush ('All The World's A Stage', '2112'), The Who ('Tommy') , Deep Purple ('Made In Japan'), Michael Schenker ('One Night At Budokan') en nog veel meer bands die een onvergetelijk indruk op mij hebben gemaakt of die toonaangevend zijn geweest voor een bepaalde periode, maar de primaire bouwstenen uit mijn leven bestaan uit stukjes Rainbow.

Jack The Jester schreef ook de volgende columns