Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Uiterste houdbaarheidsdatum nabij...

Door: Richard V. op 4 mei 2005

Op zaterdag 2 april speelden Scorpions en Judas Priest in de Brabanthallen in Den Bosch. Ze traden niet op in de hal waarin Metallica en Iron Maiden ooit speelden, maar in de nieuwe hal die een capaciteit van ca. 5000 bezoekers heeft. Uitverkocht was het niet, maar de zaal liep toch redelijk vol.

Opening act Paradise Lost had afgezegd i.v.m. ziekte en werd niet vervangen. Om stipt 19:30 openden de Scorpions met een rits klassiekers van de succesalbums “Black Out” , “Love At First Sting” en “Love Drive”. Het geluid was net als op Arrow Rock haarzuiver en de heren hadden er zichtbaar plezier in. Jabs speelde bijvoorbeeld 60 minuten lang met een glimlach op zijn gezicht en blonk uit in souplesse. Van de laatste cd werden slechts twee nummers gespeeld die weliswaar harder beukten dan het oudere materiaal, maar de minste reactie bij het publiek opleverden. Hits als “Rock You Like A Hurricane”, “The Zoo”, nummer 1 hit “Winds of Change” en “Dynamite” gingen er daarentegen in als de spreekwoordelijke koek. Waar Jabs vooral opviel door spelplezier, vervielen zanger Klaus Meine en Rudolf Schenker terug op vertrouwde poses en bewegingen. Beide heren zijn inmiddels fors in de vijftig, maar komen nog zeer energiek over. Schenker heeft bijvoorbeeld nog steeds geen grammetje vet, maar zijn molenwiekende rechterarm en voortdurende open mond passen toch niet meer in het hedendaagse tijdbeeld. Ook de danspasjes van meneer Meine horen thuis in de jaren tachtig. De show stond echter als een huis. Logisch want gezamenlijk hebben Jabs, Schenker en Meine en drummer James Kottak (ex Kingdom Come) minstens 100 jaar podiumervaring. Daar doet de nieuwe bassist niets aan af. Ludiek waren wel de doodshoofden op de t-shirts van sommige bandleden. Dat hebben ze echt niet nodig, die oude koppen zijn al eng genoeg.

Judas Priest begon klokslag negen uur op een groot podium met diverse liften en etages. De band leverde zoals verwacht een zeer professionele, maar wel erg ingestudeerde show af. “Electric Eye” was uiteraard de opener en werd net als op Arrow gevolgd door “Metal Gods”. De set was een aardige dwarsdoorsnede van het repertoire dat de band in 30 jaar heeft opgebouwd: “Riding on the Wind”, “Ripper”, “I'm A Rocker”, “Breaking the Law”, “Touch of Evil”, nieuwe nummers “Judas Rising”, “Deal with The Devil”, “Revolution” en “Hellrider”, “Beyond the Realms of Death”, “Painkiller”, een akoestische versie van “Diamonds And Rust, een waanzinnige versie van “Victim of Changes”, “Hot Rockin' “ en toegiften “Hell Bent For Leather” (met Harley), “You've Got Another Thing Coming” en “Living After Midnight”. Vreemd genoeg speelde de band geen enkel nummer van “Defenders of the Faith”. Nog vreemder was het gebrek aan historisch besef. Tijdens “Revolution” stond Halford te zwaaien met een witte (!) vlag terwijl toch iedereen weet dat wit voor vrede staat en rood de kleur van de revolutie is. Het podium was behoorlijk “metal” en werd na elke vier nummers voorzien van een nieuwe backdrop. Halford had zo'n 8 a 9 jasjes mee die varieerden in gewicht van 10 tot 25 kg. Hij had er zichtbaar plezier in en lachte geregeld (wellicht waren er veel vrienden uit de A'msterdamse gayscene :-)). Ook gitarist Glenn Tipton (net als Schenker zonder enig vet) was zeer tevreden. De band bedankte het publiek uitvoerig na een 2 uur lange set. Het geluid was goed, maar opnieuw waren de 25 jaar oude nummers het best....

Kortom, het was een metal concert zoals er in de jaren tachtig tientallen zijn geweest. Of toch niet? De oplettende bezoeker heeft zonder twijfel gemerkt dat het aantal tieners op één hand te tellen was. Dat is uitzonderlijk. Zelfs bij collega “has beens” AC/DC, Kiss en Alice Cooper lopen er immers nog honderden tieners door de zaal (al dan niet met pa of ma). Een duidelijker teken dat een band geen toekomst heeft, is er eigenlijk niet. Natuurlijk hebben de shock rockers ook geen toekomst meer (allen zijn immers dik in de vijftig), maar hun muziek spreekt blijkbaar nog jongeren aan. Scorpions en Judas Priest dus blijkbaar niet meer. Wellicht logisch want Priest is natuurlijk in hardheid, snelheid en compositorisch vermogen al lang en breed voorbij gestoken door tientallen andere bands, terwijl bijvoorbeeld Kiss en Cooper alleen concurrentie hebben van Marilyn Manson.

Maar er waren meer voortekenen dat de professionele en degelijke show van beide bands wel eens hun laatste in een grote zaal in Nederland kon zijn geweest. De ridicule poses, de danspasjes, de achterhaalde en soms lachwekkende gebaren (zoals de eerder genoemde open monden en de molenwiekende arm), het aanzetten tot meeklappen en zingen, allemaal zo typisch tachtig dat je jezelf waande in een van die oubollige tv-programma's vol oude sentimenten. Af en toe was het ronduit kolderiek; Halford zong “Judas Rising” in een lift boven het podium achter een flauw nepvlammetje. Iedereen die zijn wenkbrauwen bij Rammstein heeft geschroeid, weet dat het anders kan. De Harley op het podium is een Priest traditie, maar vandaag de dag verwacht je minimaal een looping a la Knievel in plaats van een ritje van 3 meter. Alhoewel, de gemiddelde Harley koper in Nederland is 58 jaar…

Als dertiger vind ik Scorpions en Priest degelijke, maar wel belegen acts. Een adolescent vindt het zonder twijfel lachwekkend. Terecht dat ze er dus niet waren. De opwinding die ontstond over een SMS-je dat de paus tijdens (niet bij) de show was overleden veroorzaakte eigenlijk nog de meeste commotie in de zaal. En dat tijdens een concert van Judas Priest…

Richard V. schreef ook de volgende columns