Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Vrouwenpraat: Wees wie je bent

Door: Deborah Bruins op 28 september 2004

Of ik even een vrouwelijke reactie zal geven op de column 'Mannenpraat/ Tijd voor een discussie deel 1'. “Tuurlijk”, zeg ik met mijn duffe kop ergens midden in de nacht.

Der Prinz von Linz vond in zijn column dat de vrijgezelle Nederlandse metalmannen het maar zwaar hebben. Nou, voor de vrijgezelle metalvrouw is de metalscene bepaald geen snoepwinkel. De gemiddelde metalman is een muurbloempje die pas los komt na het nuttigen van een bepaalde hoeveelheid drank. Die zich daarbij ook nog eens door de alcoholconsumptie de omgangsnormen van een holbewoner op nahoudt. Alsof elke meid om een boerende dronkaard staat te springen, die dan waarschijnlijk de volgende dag ook nog vergeten is met wie hij gezoend heeft! Een man die tijdens het slamdancen op je tenen heeft gestaan maakt nóg minder kans op een zoen. Doorweekt van het zweet aantrekkelijk? Ik dacht het niet. Bij een metalconcert lijkt Raspoetin wel te zijn opgestaan in meervoud, want persoonlijke hygiëne is de veel metalmannen vreemd. Met zijn zure zweetlucht en vette haar verpest ie de omgeving, maar denkt nog steeds dat hij god's geschenk voor vrouwen op aarde is.

En dan die kledingstijl! De Homo Sapiens Metalius hult zich het liefst zo fantasieloos mogelijk in een zwart shirt, bij voorkeur bedrukt met een logo van een zo obscuur mogelijk bandje. Godlasterende teksten en opengereten lichamen zijn ook favoriet. Om zijn benen te bedekken draagt hij een spijkerbroek, liefst zwart, maar blauw mag ook. Legerbroeken, zwart, schutkleuren of legergroen, zie je ook vaak. Daaronder draagt hij kisten of boots met veel blik. Nu rijst mij de vraag: Heren, waarom deze kleding? Draagt men deze klederdracht omdat met denkt dat van hen verlangd wordt? Gezien de reacties naar mannen die er niet cliché uitzien zal dat wel vaak voorkomen.

Maar het kan true'er. Soms kom je een fossiel uit de jaren tachtig tegen, levend en wel. Deze dragen vaak een stretchbroek, zwart shirt en een spijkerjack versiert met patches en spikes. En om de stijl af te maken: gympies als schoeisel. Kleren maken de man, maar de oudere metalfan is zich hier, zelfs na twintig jaar lang blauwtjes lopen, nog niet van bewust.

Na het uiterlijk ziet men het gedrag, gedrag wat door driekwart van de kerels simpelweg wordt nageaapt. Clichés als headbangen, slamdancen (moshen) en airguitar spelen is de standaard. Een lekker drankje en sociaal keuvelen hoort er ook bij. Het sociale gekeuvel tijdens concerten is overigens allesbehalve origineel te noemen. De gesprekken gaan voornamelijk over rifje zus en akkoordje zo. Bij gebrek aan onderwerpen beginnen - met name de jongere mannen - over welke bands ze wel niet kennen, wat welke muziekstijl is en over het geloof of juist hun aversie daartegen. Over het algemeen zal men het ook wel vaak over vrouwen hebben, maar om een of andere reden krijg ik daar niet veel van mee.

Dan is er ook nog de man die stoer wil praten. Die zijn vriendin een gleufdier noemt en daar nog trots op is ook. Of nog erger: die tegen zijn vriendjes aan de bar opschept over hoe hij zijn vriendin bedriegt. Dan is er ook een groep mannen die moeten overdrijven. Die zoveel zuipen dat ze niets meekrijgen van de band waarvoor ze gekomen zijn en een last tot anderen zijn. Of die kereltjes die met hun armen over elkaar boos staan te kijken en alles wat in hun ogen niet stoer is belachelijk staan te maken. Tegen deze twee groepen zou ik willen zeggen: “Blijf toch thuis”.

Deborah Bruins schreef ook de volgende columns