Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Het Syndroom van Kaatje

Door: Joep van Leeuwen op 17 augustus 2004

“Schrijf jij effe een stukkie voor de LoM. Maakt niet uit waarover, als het maar heerst. En zo niet, dan wassen we je de oren bij de onze bespreking van de eerstvolgende Izegrim-plaat.”

Ehh, ja… daar zit je dan. Dilemma, dilemma: ik wil best wat kostbare tijd opofferen aan het schrijven van een epistel, maar waar moet het dan over gaan? Plots bedacht ik me dat bovenstaand 'advies' van de LoM-redactie eigenlijk heel goed weergeeft hoe tegenwoordig zaken gedaan worden in het metalcircus. Ja, ik weet, het is een cliché-onderwerp maar eigenlijk is 'de metal' toch al niet meer dan een aaneenrijging van aan elkaar hangende clichés.

Ik voel me niet geroepen om een betoog houden dat 'vroeger' alles beter was. Ik ben immers nog niet zo oud als Horst. Sterker nog, ik ga helemaal geen betoog houden. Immers: oreren, vingerwijzen en argumenten opdringen is iets voor politici en Jehova's Getuigen. We weten allemaal hoe dom en achterbaks die zijn.

Niettemin kan men niet anders concluderen dat het metalgebeuren is uitgegroeid tot een volwassen neo-religie: het metalicisme. Alle ingrediënten zijn aanwezig: de rituelen (bier zuipen, dom lullen en er nog trots op zijn ook), de aanbidding (SUFFOCATION!), de bedevaart (Wacken Open Air), de evangelisten (de metal-bobo's) en een geheel eigen stel aan onbeschreven opvattingen, normen en waarden.

Ooit was 'de metal' synoniem voor eenheid en verandering, rebellie en eigenzinnigheid. De vroege predikers droegen deze grondbeginselen uit met passie en overtuiging. Diezelfde predikers zijn inmiddels verworden tot gereanimeerde doch bijna uitgebluste dinosauriërs, en de commerciële eendagsvliegen blijken voor velen geen geschikte vaandeldragers voor vernieuwing. In de loop der tijd is het juist datgene geworden waar men destijds een dikke middelvinger naar opstak: een onoverzichtelijke puinhoop aan commerciële belangen en eenheidsworst.

Sinds lange tijd tuimelen platenlabels over elkaar heen met de meest nietszeggende releases in een verkrampte poging om nog een paar zieltjes voor zich te winnen. Trend volgt op trend en slechts enkele bands blijven na afloop van de cyclus levensvatbaar. Schaalvergroting heeft het aanbod tamelijk verschraald en uit de toenemende hoop bagger wordt het steeds lastiger om de spreekwoordelijke speld te vinden. De weg naar verlichting is verder weg dan ooit.

Hoe wrang het misschien ook is: dit alles roept men over zichzelf af. Om de zoveel tijd vindt iemand een nieuw trucje uit dat vervolgens door iedereen schaamteloos wordt gekopieerd en door de media wordt omarmd (dat is ook een van de belangrijkste redenen waarom er geen klassiekers meer worden gemaakt van het kaliber 'Master of Puppets'/'Reign in Blood'/'Left Hand Path', maar ook dat ter zijde).

In de schimmige wereld van de boekingsburo's en touragencies is het al niet anders gesteld. Om de haverklap zijn op internet roddels en statements te vinden over welk louche touragentschap welke band weer een oor heeft aangenaaid. Ik heb zelf samen met een paar vrienden eens een Europese tour georganiseerd, om te zien of het mogelijk was het eerlijker en beter te doen dan de amateuristische doch monopolistische klojo's die zich nu in deze toch al dubieuze business begeven.

Afgaande op de bergen die verzet moesten worden, de vage afspraken, de botsende ego's en de financiële risico's, en wat daar verder nog allemaal bij komt kijken, kan ik niet anders concluderen dat het onmogelijk is een agency staande te houden zonder zo nu en dan eens iemand flink financieel bij de neus te nemen. Het is gemakkelijk om de vinger te wijzen naar de tourmanager. Mijn ervaring is echter dat het probleem meestal ligt bij bands die zichzelf schromelijk overschatten en niet lijken te snappen dat de tourbusiness nog het meest weg heeft van een loopgravenoorlog waarbij partijen zonder een groot stuk goodwill geen steek verder komen.

Een ander storend element aan het metalicisme is dat iedereen als het op innovatie aankomt als een kip zonder kop achter elkaar aan hobbelt, en vrijwel niemand nog zijn nek boven het maaiveld uit steekt. Wie het waagt wat anders te doen dan de meute verwacht wordt ter plekke onthoofd (wat natuurlijk wel weer heel erg goed in het genre past). Dat zelfs een band als Metallica een dergelijke verbale slachting ternauwernood heeft overleefd, geeft al wel aan hoe gering de overlevingskansen zijn voor de kleinere jongens.

De sektarische en fantasieloze metal-achterban lijdt dan ook collectief aan het Sydroom van Kaatje: een aantasting van de hersenfunctie met als symptomen hypocriete standpunten en een chronisch gebrek aan relativeringsvermogen. Een epidemie van dit syndroom stak onlangs de kop op toen op internet filmpjes verschenen van genoemde Kaatje, een veelgezien concertgangster in het Oosten, in diverse weinig verhullende poses. Nou, de reacties waren niet van de lucht: “hahaha, wat een vieze slet” en weet ik wat allemaal voor complimenteuze opmerkingen. Terwijl de critici zelf wel een wagonlading aan porno-DVD's in hun boekenkast hebben staan. Vreemd. Deze mevrouw geeft eigenlijk het enig goede voorbeeld. Men zou eens wat vaker wars moeten zijn van wat men zoal aan bekrompen meningen koestert, beter weten wat men wil en doen wat men leuk vindt. Daar ging het immers aanvankelijk toch om?

Het rolbevestigende en conservatieve karakter van het huidige metalicisme stemt mij wel enigszins droevig en ik voel me er persoonlijk steeds minder tot aangetrokken. Het enige wat de 'metalhead' tegenwoordig nog onderscheidt van Hitkrant-lezers zijn z'n vette lange haren, zijn obsessieve aandrang om over alle vruchten in de muzikale fruitmand te bediscussiëren en deze ook met elkaar te vergelijken (je kent het wel, deze band is beter dan die band en dergelijke blablabla). Ondanks een voortschrijdende leeftijd en terugtrekkende haargrens blijft het toch een kritiekloos en onnadenkend volkje, dat metalpubliek.

Daarom wordt het tijd dat het metalicisme zijn eigen Maarten Luther krijgt: een eigenwijze naïeveling die gelooft dat hij wèl ijzer met handen kan breken. Iemand die zijn 99 geboden aan de deur van 013 timmert en daarmee met nieuw elan een nieuwe revolutie ontketent.

Ik doe het zelf niet, want ik moet in verband met de aankomende CD van mijn bandje straks her en der nog een bruine arm gaan halen. Dus… wie werpt zich op?

Joep van Leeuwen schreef ook de volgende columns