Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Het beloofde land van Wacken

Door: Ferdi op 27 juli 2004

Er was eens onderdrukt volk, vreemden in een vreemd land. Ze moesten het hele jaar betaalde arbeid verrichten en werden gedwongen om naar verschrikkelijke top 40-muziek te luisteren. Het waren barre tijden, waarin menig loonslaaf de wanhoop nabij was. Met de dag werd hun hulpgeroep luider, maar niemand leek ze te verstaan. Hun leven ging door, de verschrikkelijke martelingen ook.

Maar de metalgoden hadden een ander plan. Het volk moest naar het Beloofde Land, het land van bier en braadworst. Het land heette Wacken, gelegen in het Mesopotamië van de metal: Duitsland. Op een avond hoorde het volk van het plan. De metalfans verzoenden zichzelf met de redding en fluisteren onderling: “Zoals wij die kleine arenden hoorden piepen, zo hebben de metalgoden de stem van ons volk gehoord. Vertrekken zullen wij, naar het land wat Zij ons beloven!”

De onderdrukkers lieten hun werkers niet zomaar gaan. Verblind door gretigheid, arrogantie en hebzucht dwongen ze het volk Gods te blijven. Maar het metalvolk had hun roeping gehoord. Op een dag kwamen ze uit het niets tevoorschijn en riepen eensgezind: “De metalgoden van Wacken bevelen U: laat dit volk gaan om de Goden te dienen in een drassige zandvlakte in Duitsland! Laat dit volk gaan om de Goden te dienen tijdens de dronkenmansdans in de metaldisco! Laat dit volk gaan om de Goden te dienen in meterslange rijen voor ingang, bar en eettent!.”

Nog steeds liet de onderdrukker het volk niet gaan en dwong het metalvolk om harder te werken dan ooit tevoren. Oh, hoe ze zweepslagen neersloegen alsof het regendruppels waren! De metalgoden zagen de taferelen en werden verontwaardigder met elke weigering om toe te geven. Bij de zoveelste afwijzing namen ze hun wraak op de onderdrukkers, hopende dat hun straffende werking genoeg was om de onderdrukkers te doen zwichten.

En zo lieten ze de zeven plagen los op de onderdrukkers. De eerste plaag was Mojo, die talloze concerten organiseerde die alleen maar te betalen waren voor hen die ook elke dag kunnen dineren met kaviaar en champagne. De tweede plaag was het voetbal, waarbij tienduizenden verstandelijk gehandicapten probeerden om bushok na bushok te slopen. De derde plaag kwam in de vorm van tourorganisator Metallysee, waaraan onbekende bands tienduizend euro mogen betalen om een week lang een kwartier te mogen spelen voordat de zaaldeuren open zijn. De vierde plaag was de taalverloedering. Duizenden kinderen verloren van de ene dag op de andere hun kennis van de Nederlandse taal en sms-den maandenlang volslagen wartaal naar TMF.

“Bidt U toch tot onze metalgoden”, sprak het volk uit. “Dat Zij de breezah-jongeren laat verdwijnen en ons volk leidt naar het beloofde land waar we de Heren kunnen dienen!” Maar nog steeds mocht het onderdrukte volk niet weg. De metalgoden stuurden de laatste drie plagen op de onderdrukker af. Het waren de ergste rampen van allemaal. Commerciële televisie. Textures. Jan-Peter Balkenende. De onderdrukker barstte in tranen uit en schreeuwden naar de hemel. “De goden der Wackengangers zijn ons de baas,” riepen ze.

En zo het geschiedde dat het volk van Wacken werd vrijgelaten.

De Wackengangers vertrokken naar het Beloofde Land. Met 180 kilometer per uur spleten ze de autobahn. In rijen auto's reden ze, vol met familie, vrienden en eten. Aan de horizon niks dan blauw, langs de wegen niets dan bomen en af en toe een Burger King. Op de rondweg langs het festivalterrein doorstonden ze onmenselijke hitte, dorst en slecht Engels sprekende Duitsers. Maar na duizenden ontberingen, zeven plagen en een lange tocht, kwamen ze eindelijk aan in Wacken. Daar zagen ze een uitgestrekte vlakte, vol met tenten tot waar het oog reiken kon.

Opeens klonk een kreet. “Bier! Bier, dáár! De Goden hebben ons bier gegeven!”, schreeuwden een paar langharige jongens die vooruit waren gelopen. De jongens hun ogen vullen zich met tranen, toen ze de grond van het Beloofde Land kusten. Rond het podium speelde het gehele volk de luchtgitaar en zongen ze hun lied van vreugde. “That's the way I like it baby, I don't want to live forever!”. Hun liederen weerklonken door de gehele metalwoestijn. Juichend riepen ze elkaar toe. “Zingt voor de Metalgod, want Hij is heerschend!” Het volk was eindelijk aangekomen in Wacken, waar ze feest vierden, bier dronken en neukten totdat de zon opkwam.

Amen.

Ferdi schreef ook de volgende columns