Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Is Death Metal nog wel leuk?

Door: Marco op 29 augustus 2002

We schrijven 1987.

Als 16-jarige Thrashfanaat en fulltime rebel tegen het ouderlijk gezag zijnde, ben je ervan overtuigd dat Slayer's 'Reign In Blood" DE hardst klinkende lp in de geschiedenis van de Metal is. Sneller en intenser dan dat kan eigenlijk niet meer, het is als het ware het magnum opus van de Thrash. Echter, op een avond zit je bij een maat thuis en krijgt een lp in handen gedrukt van een Amerikaans bandje namens Death. De hoes belooft een hoop goeds en je verwacht een flinke dosis US Thrash zoals dat toen zo floreerde.
Niets kon je echter voorbereiden op de golf van muzikaal geweld die je vervolgens op je afgevuurd krijgt… riffs die vele malen donkerder klinken dan alles wat je tot dan toe gehoord had; tempo's die soms over die van Slayer heen gingen; zelfs flitsende solo's die in tegenstelling tot die van Slayer wèl ergens naartoe gingen, maar vooral… die zang! Een uiterst agressieve borrelstrot waarbij vergeleken Tom Araya himself als een castraatzangertje klonk. Kortom: een orkaan van geluid en je denkt bij jezelf: 'This is it, dit is DE hardste plaat ter wereld!'

Amper een paar maanden later krijg je via via een tape van wederom een Amerikaans bandje met de fijne naam Repulsion. Nog steeds in de overtuiging dat het na Reign in Blood allemaal niet sneller meer kon zet je het ding op… om vervolgens weggeblazen te worden door de geluidsbarriere doorbrekende tempo's die soms wel twee keer zo snel waren dan die van Slayer!

Nu weet je het zeker: er zijn een hoop bands waar je nog nooit van gehoord had die hardere herrie maken dan hetgeen je in de lokale platenzaak tegenkwam. Bands die je allemaal in huis wilt hebben. Death Metal is here to stay.

Bij de Free Record Shop hoefde je toen niet te zijn want die 'deden' geen Metal. Je was aangewezen op obscure achterafzaakjes, kleine distributiekanalen, het al genoemde tapetraden en ook de bands zelf. Maandelijks kocht je de Aardschok (-Metal Hammer) om te zien wat voor vreselijk lekkers er binnenkort in de (import)bakken kwam te staan. Weken-, soms maandenlang zat je je te verheugen op wederom een ruige release waarmee je je ouders kon kastijden. Je ging naar de spaarzame concerten die je je nog maanden, soms jarenlang kon herinneren.

Je maakt kennis met een begrip als tapetraden: het met elkaar ruilen van bandjes met daarop obscure underground muziek, wat resulteert in het op regelmatige basis op de deurmat vallen van herrie die nog harder, nog sneller, maar bovenal nog extremer is dan hetgeen je voor mogelijk hield. Was je net gewend aan Repulsion, krijg je ruk klinkende opnamen van Engelse bandjes zoals Carcass en Napalm Death, bandjes die met hun debuut lp's nog eens vlotjes over de dan geldende extremen heenrosten. Kan het allemaal nog sneller? Kan het allemaal nog extremer?

Jawel. 1989 is het jaar dat Death Metal definitief doorbrak. De debuutplaten van zowel Morbid Angel als Obituary zorgen voor nieuwe standaarden op zowel technisch vlak alsmede op het gebied van heavyness, en de snelheidsmaniakken kunnen hun hartje ophalen wanneer er een plaat van het Amerikaanse Terrorizer uitkomt. Kortom: het was een tijd van records neerzetten en, nog veel leuker, breken. Obscuriteit alom.

We schrijven 2002

Nog steeds kun je als puber niet beter tegen het ouderlijk gezag rebelleren dan met het op stand 10 zetten van je Sony Surroundsystem terwijl een willekeurig zilveren Vader schijfje routineus door de laser wordt afgetast. Je ouders worden knetterleip van de pompende, prominent in de mix liggende blastbeats van de heer Doc en zij weten: hij heeft nog veel meer van dit soort herrie.

Want op je wekelijkse plundertocht door de Free Record Shop kom je nog veel meer van die herrie tegen en als men het daar niet heeft dan zoek je effe op internet. Zat sites waar je gratis ende voor niets de meest extreme herrie kan downloaden om deze vervolgens op cd te fikken.

Je bent nog niet helemaal vertrouwd met de nieuwe wereld die voor je open gaat nadat je twee maanden terug de Nu-Metal vaarwel zei en nadat je met je breedband verbinding eerst de klassiekers uit het genre hebt binnengehaald zet je je aan de schier onmogelijke taak om het materiaal van 475736 andere Death Metal bands te verkrijgen. Kortom: amper drie weken nadat je voor het eerst een Cannibal Corpse cd hoorde en het licht zag, heb je al hun albums, evenals die van vele andere bands in het genre. Cool, lang leve internet!

Maar is dat wel zo cool? Ik vraag het me af.

Natuurlijk is het leuk om heden ten dage al dat lekkers onder handbereik te hebben. Het internet heeft er de laatste jaren voor gezorgd dat zowel onbekende als bekende bands makkelijker verkrijgbaar werden. Met een paar muisklikken weet je alles over een band en heb je hun materiaal op de HD staan. Loop een willekeurige cd winkel binnen en het moet wel heel erg gek lopen wil men geen extreem spul in huis hebben. Elke week kun je je aan flarden reizen om alle bands in het genre te kunnen zien. Death Metal sells, en hoe!

Is dat dan verkeerd? Nee, natuurlijk niet. Maar ergens mis ik de ouwe tijd waarin je soms maanden op een release moest wachten en elke dag naar de brievenbus liep in de hoop dat het door jou gevraagde teepje eindelijk eens een keer gearriveerd zou zijn. Het was als het ware spannender, vooral omdat het dus een tijd van ontwikkeling was, een tijd van records en vernieuwing.

Anno nu kan men niet alleen kiezen uit een overkill aan bands maar -belangrijker nog- is er tegelijkertijd eigenlijk geen record meer dat gebroken kan worden, wanneer men nog sneller gaat drummen gaan er ledematen van rompen afvallen en worden gitaren zo laag gestemd dat je het geluid alleen nog maar kunt voelen.

"Boeien, als het maar lekker klinkt" zullen een hoop mensen misschien zeggen. En ik geef ze nog gelijk ook, wetende dat Death Metal als innovatieve, spannende stijl het eindstation wellicht bereikt heeft.

Marco schreef ook de volgende columns