Listen live to Radio Arrow Classic Rock

SAVE ME…

Door: Patrick op 10 januari 2011

Als het zo doorgaat kan ik eerdaags mijn drankrekening bij mijn stamkroeg vast wel indienen bij het opperhoofd van Lords of Metal. Of zou het misschien verstandiger zijn mijn oude maat Martin een vaste columnist voor ons te maken? Hoe dan ook: toen ik op één van de zeldzame zomerse nadagen op het terras van mijn favoriete kroeg van het zonnetje en de nodige versnaperingen genoot, schoof Martin weer aan. “Ik ben die lui toch echt zo ontiegelijk spuugzat. Aan alle kanten struikel je erover in de muziek scene. Niet gek opkijken als ik er eerdaags één wat aandoe of achter de geraniums wegkruip.” Het stralende zonnetje op het zomerse terras leek plots plaats te hebben gemaakt voor een donderwolk. Er moest Martin wat van het hart. “Ja, sorry dat ik zo binnenval, maar ik heb er mijn buik echt volledig van vol. En ach, mijn gekrakeel zorgt er vast wel weer voor dat jij het om kan zetten in een fraaie column.” Steek van wal Martin; I am all ears…

“Mijn geliefde metalen wereldje is besmet… het is vergeven van de nepfiguren, met de fangirls als allerergste voorop. (editorial: een fangirl (vrouwelijk) of fanboy (tja, welk geslacht zou dat toch zijn?) is iemand die volledig is gewijd aan één of meerdere bands, vaak tot het punt waar het gaat om een ware obsessie en de toewijding dwangmatig wordt.) Je struikelt er aan alle kanten over: concertzalen, forums en sites als Facebook zijn ervan vergeven. Kijk maar eens goed om je heen: je kunt de 'oh my god, I have taken a picture of myself with the lead singer' fans simpelweg niet missen! Voorafgaand aan een concert staan ze ettelijke uren van tevoren al tegen de ingang gekleefd, ze moeten met alles en iedereen op de foto (zelfs een roadie ontkomt er niet aan), een concert is niet geslaagd geweest als ze niet de hele tijd vooraan tegen het podium geplakt hebben gestaan en een zweetdruppel van een van de artiesten hebben opgevangen, er niet iets van een plectrum, drumstick of set list meegenomen kan worden en hun albums, T-shirt(s) en, als het even kan, bepaalde lichaamsdelen niet gesigneerd zijn door hun muzikale afgoden.

Aangezien het veelal jonge meiden betreft, is het laatste zuur verdiende geld, dat achter de kassa van de lokale supermarkt verdiend is, uitgegeven aan een toegangskaartje en dient, omdat de financiële mogelijkheden nou eenmaal niet al te ver reiken, de avond op een droogje doorgekomen te worden. Niet eten en drinken gaat slecht samen met hoge temperaturen… en zodra het aantal graden in de zaal dan ook maar een beetje omhoog gaat, smakken ze met bosjes tegen de vlakte. Maar ook daar is blijkbaar een oplossing voor gevonden…

Toen ik me de afgelopen weken weer eens door een voorprogramma heen worstelde, belandde ik op mijn favoriete plek… aan de bar. Het feit wil nou eenmaal dat met een Jägermeister of biertje de tijd dat dit soort bands op het podium staat, een stuk aangenamer verstrijkt. Terwijl ik mijn bestelling doe, voel ik plots een hand op mijn schouder. Als ik me omdraai, kijken twee reebruine ogen me aan. “Hoi, jij komt hier wel vaker hé? Was je er laatst ook toen Hatebreed speelde?” wordt er op me afgevuurd. Voor ik ook maar tijd krijg om te reageren, knallen de volgende woorden alweer over de net iets te overdreven roze gelipstickte lippen: “Oh, lekker, drink je Jägermeister? Ben ik heel brutaal als ik zeg dat ik er ook wel eentje lust?” De, overigens prachtige, bruine ogen, lange blonde lokken en een cup die de eerste 3 letters van het alfabet ver overstijgt, worden in de strijd gegooid om de aandacht te krijgen. Als ik nog enigszins verbouwereerd naar zuurstof sta te happen, blijkt de verbale trukendoos nog verder opengetrokken te worden. “Ik vind het wel leuk om straks ook met je naar het concert te kijken en misschien kunnen we na afloop nog wat gaan drinken?” Inmiddels heeft de verbijstering plaatsgemaakt voor het gezond verstand. "Ga lekker in de zandbak spelen meissie: ik ben oud genoeg om je vader te kunnen zijn!“ hoor ik mezelf zeggen. De reebruine ogen draaien zich om en verplaatsen zich een paar meter verderop. Als ze aan de bar mijn Jägermeister komen brengen, hoor ik een paar meter verderop “Hoi, jij komt hier wel vaker hé? Was je er laatst ook toen Hatebreed speelde?”…

Omdat ik zeker weet dat ik een volgende keer zo'n meisje hardhandig het lieftallige nekje omdraai, denk ik dat het verstandig is dat ik voorlopig uit de concertzalen wegblijf of eerdaags maar achter de geraniums wegduik. De muziek scene is niet meer wat het geweest is...”

Patrick schreef ook de volgende columns