Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Don’t follow the herd… all you get is mud, shit and dust.

Door: Patrick op 5 januari 2011

Wat is er mooier dan je weekend te starten met op het eind van de vrijdagmiddag een lekker biertje te gaan drinken in je favoriete kroeg? Ik mag me gelukkig prijzen dat er bij mij in de buurt nog een café te vinden is waar biertjes als Chimay, Gulden Draak, Rochefort 10 en St. Bernardus Abt 12 gewoon te verkrijgen zijn. Toegegeven; het feit dat de Jägermeister er ijs- en ijskoud staat, is ook geen straf. Maar al dit lekkers is niet de reden waarom ik eens wat op papier krabbel. De reden daarvoor is…

…Martin. Martin? Ja, Martin! Ik kom hem geregeld tegen in het kleine kroegje en normaal gesproken heeft hij het hoogste woord en kan je uren met hem in gesprek over metal. Hij loopt al een ontiegelijk aantal jaar mee in de scène. Je kunt dan ook heel wat leuke muzikale anekdotes met hem uitwisselen en bovenal: hij weet donders goed waar hij over praat. Zo is het aantal concerten dat hij per jaar bezoekt niet bij te houden. Alle zalen in de buurt, van groot tot klein, kent hij van binnen en buiten. En als er eens wat verder gereden moet worden, gaat hij dat ook niet uit de weg. Hoewel ik Martin af en toe spreek, kende ik hem nog niet goed genoeg om te weten dat het onderwerp festivals beter vermeden kon worden. En ja, dat heb ik geweten. Op één van de eerste dagen dat een zomers zonnetje doorbrak en ik weer richting mijn favoriete pub was gefietst, zat Martin er ook. Hij zat in zijn eentje aan de bar en toen ik naast hem kwam zitten, kwamen we te praten over wat er bij ons beide nog voor muzikale verrassingen op de agenda stonden. Toen ik hem vertelde dat FortaRock bij mij in de agenda genoteerd stond, verdween de gebruikelijke glans uit Martin zijn ogen.

“Wat zeg je me nou? Je wilt toch niet beweren dat jij naar festivals gaat hè? Daar zul je mij dus nooit tegen komen. Ooit begon metal als een stroming waarmee je je kon onderscheiden, mee kon afzetten tegen alles en iedereen en boven de achterlijkheid van de popindustrie uit kon stijgen. En dat vind je toch al lang niet meer op die tot festival terrein omgebouwd weilanden, waar je tussen al die “Slayer” brallende Neanderthalers je pislauwe bier uit een plastic beker moet drinken? Tegenwoordig struikel je er over de emo's, hippies, 'wanna be's' en de meest ellendige malloten die er helemaal niets te zoeken hebben, slechts door hun vrienden zijn meegesleept en die er vakkundig op uit lijken te zijn de dag voor de echte metalheads te verzieken. En dan lopen ze het godganse jaar ook nog eens met die polsbandjes om, om zo toch maar vooral te laten zien waar ze geweest zijn. Snappen die lui dan niet dat metal iets van het hart en niet van uiterlijkheden is? Het is net een kudde koeien waarbinnen ze veilig in de massa kunnen opgaan; ze rennen gewilloos achter elkaar aan, blaten elkaar onnadenkend na en lopen ter herkenning ook nog eens allemaal met een tag. Oké, die zaaltjes kunnen ook lekker volgepakt en massaal, muf en bedompt zijn, maar dat neem ik op de koop als ik daarmee een normaal biertje kan drinken en wel nog een beetje fatsoenlijk naar de wc kan. En het feit dat ik de bandleden zich kan zien inspannen, de zweetdruppels van hun hoofd kan zien glijden en niet van een enorme afstand, gebukt onder een tergende vervorming van het geluid, naar de band moet gaan staan kijken, ben ik ook niet rouwig om. En dan heb ik het nog niet eens over lekkende tenten, tot je enkels in de modder wegzakken, ranzig voer tegen achterlijke prijzen, schraal bier en een gebrek aan sanitair wat je ze in elk willekeurig Derde Wereld land nog niet gunt. Nee, op die festivals zie je mij niet meer. Het is gedaan met aanpassen en mezelf verliezen in de grote schare… ik volg de kudde niet langer: het levert alleen maar modder, stront en stof op.”

“Nog een biertje Martin?”
“Lijkt me een goed plan Patrick.”

Patrick schreef ook de volgende columns