Listen live to Radio Arrow Classic Rock

Beroemde Headbangers: Harry Piekema

By: Patrick

Meneer van Dalen, de komische supermarktmanager van Albert Heijn. Het zal ongetwijfeld zijn hoe voor velen uit tv-kijkend Nederland Harry Piekema bekend zal staan. Maar de acteur en regisseur heeft nog zoveel meer in zijn mars en is zoveel meer dan alleen het vrolijke typetje dat door de paden van de supermarkt danste. Wist je bijvoorbeeld dat hij een enorme voorliefde voor klassieke muziek heeft, maar ook van metal houdt? Begin 2018 ontmoette ik Harry en zijn zoon Wieger, die zijn vader in de wereld van de hardere muziek introduceerde, in een café in Amsterdam, waar we met zijn drieën spraken over theater, het belang van teksten, de invloed van het internet, maar bovenal over muziek.

band imageGoedemiddag Harry en Wieger, alles goed met jullie?
Ja, met ons gaat alles goed. Met jou ook?

Met mij ook prima. Opvallend om te zien dat jouw binnenkomst in het café ervoor zorgt dat wat ogen jouw kant op draaien, Harry. Dat heeft ongetwijfeld met ‘meneer van Dalen’ te maken, maar zullen we het daar nou vandaag eens niet over hebben?
Harry: Over de rol van meneer van Dalen zijn veel aannames. Wat ik tegenwoordig veel tegenkom is dat mensen aannemen dat ik er veel last van heb. “Je zult er wel ziek van worden dat er steeds naar gevraagd wordt.” Dat is niet zo. Het was een mooie rol, het was een heel mooi project wat we toen hebben gedaan en wat goed gelukt is. Eén van de bijproducten van acteren is dat je bekender wordt en dat je herkend wordt. Ja, dat hoort erbij, dat hoort bij het vak. En zo kijk ik er ook tegenaan.

Vanuit je rol als komische supermarktmanager van Albert Heijn, waardoor je toch een publiekelijk bekend figuur werd, heb je de stap gezet naar het theater waar je in je eentje op het podium ging staan. Heel overdreven gezegd: van een enorme rol naar een intieme setting …
Harry: Op het moment dat je op tv bekend wordt, kom je onder een heel groot vergrootglas. En toen ik daarmee stopte, werd het tijd voor nieuwe avonturen. Toen ben ik gaan denken over wat het beste was wat ik kon gaan doen. Eigenlijk was de situatie zo dat de mensen mij niet kennen. Er was één beeld van mij bekend en echt kennen deed men mij niet. Dus, vond ik, kon ik het beste in een kleine setting, live met mensen, een paradevoorstelling maken. In een tent, tent vol krijgen en mensen komen kijken wat ik te bieden heb. En die voorstelling noemde ik toen ook ‘Onbekend’. Dat heb ik uitgeprobeerd en al heel snel kwam daar te veel materiaal uit. En dat was heel erg leuk. Wieger heeft erbij geholpen en mijn dochter ook; de inrichting van de tent bijvoorbeeld. Daar zat ook veel muzikaal materiaal bij en dat heb ik toen doorgetrokken naar een theatervoorstelling. Ik werd toen ook gevraagd voor een grote rol in ‘Borgen’ van het Noord Nederlands Toneel …

Niet zomaar een rol in een stuk dat ongeveer tien uur duurde …
Harry: Inderdaad, negen uur toneel was dat. Ik werd toen gevraagd voor de rol van een extreemrechts politicus. Dat vond ik heel leuk omdat het een rol is wat totaal tegenovergesteld was wat mensen van mij kenden. Daar heb ik niet over getwijfeld; dat vond ik hartstikke leuk om te doen. Het was een monster om te maken, want je hebt zo ontzettend veel materiaal om door te werken. Maar het is heel erg mooi geworden en daar ben ik ook trots op. Tussendoor werd ik nog gevraagd als een heel onsympathieke vader in een film (‘Fataal’) en een heleboel andere kleine dingen. Die komen eigenlijk altijd wel tussendoor. Ik ben nu gevraagd door een band: Knarsetand. En zij maken een soort reggae punkachtige dingen met blazers en al en zij gaan nu een andere kant op en willen wat zwaardere, hardere muziek gaan maken en zij hebben mij gevraagd of ik in een videoclip van hen wil spelen. Toffe band, dus dat ga ik doen. Speel ik weer een akelige man. Ik geloof dat het nummer ‘Blood on my mind’ heet. Ik ben altijd bezig geweest met theater, gemengd met muzikale invloeden, dans of andere disciplines en muziek is eigenlijk mijn eerste inspiratiebron, de eerste kunstvorm waardoor ik geïnspireerd ben. Als kind al. Eerst was dat de klassieke muziek en later kwamen daar heel andere vormen bij.

En dan maakt het jou ook niet uit welke muziekstijl dat is hè?
Harry: Ik heb, wat ze noemen, een heel eclectische muzieksmaak. Heel breed. Dat hebben Wieger en ik wel overeen.

Wieger: Nogal ja. Ik luister echt alles. Van Frank Sinatra naar Bob Marley naar System of a Down. En dat schiet gerust elke vijf minuten een andere kant op.

Harry: Ik hield als kind van klassieke muziek maar merkte al vrij snel in de jaren zeventig dat er van klassieke muziek ook modernere uitvoeringen waren. Ik heb op de middelbare school een film gezien van Emerson, Lake & Palmer (red.: ‘Pictures at an Exhibition’) en die hadden een bewerking van Moessorgski gedaan ... synthesizers, elektrische gitaren ... en dat vond ik heel erg leuk. Die cross-overs van klassiek met elektrische muziek of popmuziek die vond ik heel erg interessant, En dat is eigenlijk altijd zo gebleven; een voorliefde voor mengvormen. Vlak voordat we hierheen kwamen hebben we net nog even System of A Down geluisterd, wat niet alleen te gekke muziek, maar ook heel intelligente muziek is. We zaten net nog even te kijken naar ‘Chop Suey!’; fantastisch nummer, heel veel ritmewisselingen, heel veel energie en ook nog met een boodschap. En ik kreeg associaties, temeer omdat de zanger eigenlijk net zo’n lange goatee heeft, met Frank Zappa. Het heeft kenmerken van wat Zappa deed: ze durven in te grijpen in de muziek, durven het verhaal een andere vorm te geven en continu zoeken naar andere dingen.

Het is geen recht-toe-recht-aan muziek. System of a Down staat voor wat anders.
Harry: Ze zijn veel grilliger. Dit nummer heeft ritmewisselingen, maar het blijft wel in een groove zitten. Volgende maand presenteer ik het Valentijnsconcert van het Noord Nederlands concert in het Concertgebouw. Dat is natuurlijk allemaal klassiek en draait, uiteraard, om Valentijn, om liefde. De ‘Boléro’ (Ravel) zit erin, ‘Adagietto’ van Mahler en ook ‘Toccata Et Fuga’ van Bach, wat een orgelstuk is. Een heel bekend orgelstuk, maar dat wordt ook weer in verschillende vormen uitgevoerd. Het wordt door symfonieën uitgevoerd, maar als je op YouTube kijkt, zal je zien dat het ook veel gespeeld wordt door gitaarvirtuozen op elektrische gitaar. Ik houd daar wel van.

Er zijn genoeg mensen die het kuisteren naar klassiek en metal als een enorm contrast zien. Dat ervaar jij niet zo?
Harry: Als je van een bepaalde muzieksoort de kwaliteit ontdekt, dan ontdek je bepaalde aspecten. In Bach zit bijvoorbeeld swing. Je herkent de kwaliteit van de muziek en kan dat dan ook bij andere stijlen. We hadden het net over System of a Down; dat is intelligente muziek waarover is nagedacht. Je hebt ook nummers die alleen maar een rauwe oerkreet zijn. Muziek vind ik waanzinnig belangrijk want het leert je herkennen wat kwaliteit is. Als ik 'Le Sacre du Printemps' van Stravinsky luister – hmm, nu klinkt het net alsof ik daarvoor ga zitten met een glas, maar dat is niet zo – dan merk je dat het revolutionaire muziek is. Het is een markering in de muziekhistorie – als ik veel mensen moet geloven, ik beschouw mezelf geen kenner. Er was nog niet zulke muziek gemaakt toen. Als je kwaliteit leert horen in muziek, dan hoor je dat ook in andere stijlen terug.

Het betekent dat je kwaliteit ook terug kunt horen in muziek wat helemaal niet jouw ding is. Zelfs als uit iets als een favoriete track popmuziek; het is interessant om te kijken waarom bepaalde muziek mensen boeit, het hen pakt en ze het nog een keer willen luisteren.
Wieger: Dat vind ik ook wel belangrijk. Ik vind van veel popartiesten dat daar een beetje de creativiteit uit gaat, omdat bijvoorbeeld dezelfde beat voortdurend herhaald wordt, maar het is wel belangrijk om te kunnen zeggen dat het niet jouw ding is, maar om wel te herkennen dat het bijvoorbeeld heel catchy is of er een heel goede melodie in zit. Als je dat niet kunt, is muziek alleen maar goed of slecht.



De term ‘Muzikaal elitarisme’ zal je misschien ook niet onbekend zijn: je eigen muzikale smaak als de standaard hanteren waarmee alle muziek gemaakt moet worden of de standaard die alle anderen zouden moeten gebruiken om te kiezen naar welke muziek ze luisteren. Maakt het je leven niet rijker als je wel de kwaliteit in dingen kunt horen zonder dat het je smaak is? Het heeft er bij jullie wel voor gezorgd dat jullie elkaar aansteken met muziek die jullie leuk vinden …
Harry: Er wordt bij ons heel veel muziek geluisterd in de auto. Het is een mooi moment om muziek met elkaar te delen en af toe zetten we om de beurt wat op. Het is heel erg leuk om elkaar op die manier te leren kennen.

Wieger: we gingen een keer naar familie en die wonen ver het land in. Dan ben je twee uur onderweg en toen begonnen we de rit en zei pa: “Laten we om de beurt een nummer doen.” Toen hebben we om en om een nummer opgezet en kwam er echt van alles voorbij. Zo leer je ook nieuwe stijlen kennen en dat is echt tof.

Harry: Het fijne is dat je erover kunt praten, maar het is ook zo dat op het moment dat je muziek uitwisselt, je ook meer uitwisselt. Door ernaar te luisteren, krijg je een gevoel van wat een ander mooi vindt, wat een ander beweegt. What makes you tick. Je hoeft daar soms niet eens veel over te zeggen, omdat de muziek het al duidelijk maakt. En soms heb je ook een moment waarop je denkt ‘Vind je dit leuk?’

Maar dat zijn toch ook prachtige momenten om te delen?
Harry: Absoluut! We waren in keer in het buitenland met het productieteam om daar iets op te nemen. We zaten ’s avonds in het hotel en iemand had een Bose Soundlink Mini meegenomen; iedereen logde erop in via bluetooth en konden we elkaar dingen laten horen. Er was één iemand die heel erg hield van Duitse pop uit de jaren tachtig. Ik moest toen echt wel even doorbijten om de aantrekkingskracht erin te horen. Nu moet ik meteen toegeven dat ik de muziek uit de jaren tachtig eigenlijk niet meer kan horen; er is toen zoveel shit gemaakt, zo vreselijk. Voor anderen zijn dat klassiekers geworden.

Het feit dat je er toch naar gaat luisteren om te ontdekken wat het voor anderen leuk maakt, vraagt wel een bepaalde grondhouding van je. Zijn er niet ook genoeg mensen die daar niet eens aan zouden beginnen?
Harry: Luisteren is als activiteit een heel grote aandachtsbeweging. Dat wil zeggen dat je aandacht zich verruimt en je je zelf openzet. Dat is wat je met luisteren doet. Je zet niet alleen je oren open, maar ook jezelf. Daarmee bereik je een bepaalde mate van openheid.

En dat luisteren is iets van jezelf of dat leerde je …
Harry: … op school. Ik vond het altijd heel erg leuk toen mij werd uitgelegd hoe muziek in elkaar zat en ik muziekles kreeg op de middelbare school. Ik had misschien niet eens zo’n heel goede leraar, maar ik kreeg meer inzicht in muziek en dat vond ik heel erg leuk om te doen. Je kunt dan niet alleen luisteren, maar je kunt ook patronen herkennen.

Om maar eens een cliché van stal te halen: metal gaat over bloed, satan en bier. Hoe belangrijk zijn teksten voor jullie?
Harry: Belangrijk! Ik luister altijd naar teksten, anderen doen dat niet, maar voor mij is het belangrijk. Bij metal zijn ze alleen niet altijd goed te verstaan. Hahaha. Wij waren aan het luisteren naar Five Finger Death Punch; die band is eigenlijk mijn introductie in de metal door Wieger. Ik vond het een fantastische naam, die ik kende vanuit de film en martial arts. Ik hoorde ‘Wrong Side Of Heaven’ en ik vond het een heel lekkere feel hebben. Wieger vertelde me dat het ook nog ergens over ging. Dit gaat over veteranen die hun plek niet meer kunnen vinden. Toen ben ik me meer in de tekst gaan verdiepen. In eerste instantie riep ik ook: “Gaat weer over de hel.” Maar als je je er dan in verdiept, zit er veel meer betekenis achter. Maar dat moet je wel even uitzoeken, want dat is vaak niet zo te verstaan.

Voor sommige mensen doet tekstuele inhoud er toe, maar er zijn er ook die het echt helemaal niets boeit. Een melodielijn of groove pakt hen en dat is voldoende. Maar dat is natuurlijk net alleen in metal zo, maar in alle muziekstijlen.
Wieger: Ik ben 17 en toen ik nog op de middelbare school zat, was de Nederlandse hiphop en rap het meest populair. Als je daar een tijd naar luistert, hoor je veel van hetzelfde ... dezelfde beat of dit herken ik daarvan.

Harry: Weet je wat ik nooit snap? Dan begint zo’n hiphop nummer en het eerste wat ik hoor is ‘Uh … uhu, uhu … uhu, uhu. Yeah!’ En dan denk ik: “Waarom?” Ik snap niet waarom ze dat nodig hebben om in die vibe te komen. Ik kan me voorstellen dat als je dat live doet en bezig bent in contact met mensen dan kan ik het nog begrijpen maar om dat op een plaat te doen? Het zijn natuurlijk dingen die bij hun subcultuur horen.

Het zal ongetwijfeld iets zijn dat bij de subcultuur hoort, maar met het huidige internet zullen mensen toch ook gaan zien en begrijpen dat je slechts een rol aan het spelen bent?
Harry: Weet je wat voor veel artiesten lastig wordt? Heel veel artiesten kunnen bijna geen reputatie meer hebben dat ze tegen alles zijn. Ze kunnen eigenlijk niet meer shockeren. Dat kan eigenlijk niet meer want je moet doen alsof je een hele ruige kerel bent omdat mensen het leuk vinden om te zien, omdat dat hun imago is, omdat het bij de muziek past en mensen dat soort helden willen hebben, maar ondertussen kun je het niet zijn. Je moet jezelf echt gedragen, want met het huidige internet ligt alles meteen op straat. Vroeger kon je iemand zijn en de manier waarop je was, kon je in je muziek uiten en dat was één op één. Tegenwoordig gaat dat niet meer. Zodra je ruiger wordt en tegen de dingen aanschopt, moet je tegelijkertijd laten weten dat je bijvoorbeeld ook een verantwoordelijke vader bent. Gangster rappers kunnen niet zo leven als dat ze in hun muziek laten doorklinken. Doen ze het wel, worden ze opgepakt. Mensen krijgen ook door dat je een versie van jezelf naar voren brengt die niet echt is.

Speelt het bij jou ook nog een rol als je het theater in gaat wat betreft onderwerpkeuze of rollen die je speelt?
Harry: Als ik voor een project gevraagd wordt, maakt het me niet uit. Dan word ik gevraagd om een rol te doen en dat is oké. Zodra ik zelf iets maak en het gaat over mezelf, is het anders. Ik heb bijvoorbeeld die paradevoorstelling gemaakt en daarna een solovoorstelling in het theater en mensen wisten niet wat ze van me moesten verwachten. Ze hadden een heel duidelijk beeld van me, maar wisten niet wat ik in een andere hoedanigheid ging doen. Ik had een soort tussenvorm van liedjes, verhalen, zelfgeschreven dingen. Mensen komen altijd met een verwachting en als ze niet weten wat het wordt, denken ze vaak dat het cabaret wordt: hij gaat het heel erg over zichzelf hebben. Ik heb wel een aantal elementen uit mijn leven genomen, maar ik ga niet van alles over bijvoorbeeld mijn kinderen vertellen. Verder kan ik het overal over hebben. Ik heb een nummer gemaakt dat heet ‘Aartsvijand’, een vrij heftig nummer, en sommige mensen vonden het heel fijn dat ik dat deed, waar er ook anderen waren die het niet bij mij vonden passen. Sommige mensen verwachten dat ik altijd vrolijk en gezellig ben, maar ik houd ook van serieuzere dingen en harde grappen en zo. Ik ben wel vrij scherp in mijn kijken, maar het liefst maak ik daar iets van wat mensen wel kunnen begrijpen.

En dan is het voor jou ook geen probleem om de ultrarechtse politicus Svend Åge Saltum in een stuk als Borgen te spelen?
Harry: In producties waar ik een rol speel, speelt dat niet voor mij. Dan sta ik in een bepaalde setting, in een context. In ‘Borgen’ hadden ze er iets bijgemaakt. Regisseur Ola Mafaalani zei tegen mij dat ze wilde dat ik het stuk zou openen. Hier is je tekst; het gaat over een gehaktbal. Het mocht niet grappig worden, want het stuk gaat over politiek. Een gehaktbal is voor mij het iconische beeld van Nederland. En dan sta je daar en hebben mensen een verwachting over wat er gaat komen. Dat is een uitdaging; dat vind ik dan heel erg leuk om te doen. Ik heb op die tekst gestudeerd, nagedacht over waar ik de klemtoon moest leggen en hoe ik ze aan moest spreken … een beetje streng, maar niet te want ik moest ze meehebben in het stuk, ze moesten mij gaan begrijpen. Ze moeten hem aardig gaan vinden en op een gegeven moment gaan denken: “Ik ben te ver met hem mee gegaan.” En dat lukte. Mijn vrouw zei na afloop dat ze langer naar mij had geluisterd dan dat ze ooit naar Wilders had geluisterd. Maar die openingszin mocht dus niet grappig worden. Nederlandse gehaktbal, samenleving, waarden en normen. En dat is geworden: “De gehaktbal is de ziel van de Hollandse keuken.” Door twee tegenstrijdigheden als gehaktbal en ziel bij elkaar te halen, kijken mensen meteen anders tegen zo’n opening aan. Dat vind ik leuk aan mijn vak: dat je met een tekst, met invulling, met timing kunt spelen en effect kunt sorteren. En muzikaliteit speelt daar ook een grote rol in. Je moet weten wat het ritme is, je moet weten waar je mensen heen stuurt ... het muzikale gevoel heeft me heel erg geholpen bij het leren acteren. Het muzikale gevoel van de tekst, het muzikale gevoel van het samenspel geeft een extra aspect. Je kunt het ook alleen op betekenis en emotie doen, maar als je het gevoel hebt voor de compositie van de taal, dan ben je met muzikaliteit binnen het acteren bezig. En dat is heel erg mooi. Dus uiteindelijk is muziek heel erg belangrijk geweest voor wat ik ben geworden. Ik ben geen muzikant geworden, of dirigent zoals ik wilde, maar ik ben iets anders geworden waarin muzikaliteit nog steeds een basis is.

band image


Mag ik hem even over een heel andere boeg gooien: live muziek. Bezoeken jullie ook metal concerten?
Wieger: Ik was laatst bij Kaleo in AFAS. Het is een rockband uit IJsland en veel van hun muziek is in series en films gebruikt. In 2016 wilde ik er al naar toe, maar was toen te laat met kaarten, dus toen ze vorig jaar kwamen, heb ik meteen kaarten gehaald. Ik ben toen in mijn eentje gegaan en dat vind ik ook heel fijn om te doen. Je hebt dan geen mensen die je aanspreken terwijl je heerlijk van de muziek staat te genieten. Ik heb afgelopen jaar op Lowlands gewerkt en dat was heel tof. Daar speelde Billy Talent. Het is weliswaar niet echt metal, maar één van de stevigere acts op het festival. Het was leuk om te zien dat daar veel mensen op af kwamen waar ik niet van had verwacht dat zij daarnaar luisterden.

Harry: Kaleo is een heel mooie band. Het is een IJslandse band maar de muziek waarmee ze begonnen is echt typisch Amerikaanse roots en het lukt ze heel erg goed om die roots waar ze naar geluisterd hebben in hun eigen muziek te integreren. Ze kwamen precies in een goed tijdperk uit, want hun muziek is gebruikt in heel wat tv-series. Veel series gebruiken ook meer en meer eigentijdse muziek. Een serie als Peaky Blinders. Dat speelt zich af in 1920 in Birmingham en je hoort te gekke, eigentijdse rock en metal muziek. Heel veel series komen tegenwoordig ook uit Scandinavië. Ze hebben die taalbarrière, die altijd Engels was, doorbroken. En er wordt gewoon heel goed in gespeeld. De IJslandse cultuur staat heel erg op zichzelf. Het is heel authentiek en iets van die authenticiteit ... dat is wel een ding voor mij. En wat je vraag betreft: ik ben geen concertganger. Ik word weliswaar herkend, maar als ik iets belangrijk genoeg vind, laat ik mij daar niet door tegenhouden en ga ik er gewoon heen. Maar ik ben van oudsher niet zo’n concertganger. Ik ben meer een luisteraar thuis. Ik vind het ook wel lastig, en dat heb ik altijd al gevonden, om mezelf in het openbaar een beetje te laten gaan. Ik heb niet zoveel met groepen en ga in een massa niet makkelijk op. Er moet wel echt een reden zijn om ook mee te gaan … maar dat is niet zo vaak. Hahaha. Dat is niet zo vaak; nee. Hahaha. Als je jong bent duik je wat makkelijker die mosh pit in. Dat heb ik vroeger wel gedaan; dan was er een studentenfeest en dan draaide ze dat lange nummer van Patti Smith (red.: ‘Horses’) of ‘Gloria’ van Van Morrison en dan ging ik echt helemaal los. Maar echt opgaan in de massa? Nee, dat kan ik eigenlijk niet. Het laatste concert waar ik was, was in Paradiso en dat was de P-Funk van Parliament met Maceo Parker. Maceo Parker is een saxofonist die funk speelt en funk vind ik fantastisch. Dat is echt feestmuziek; je kunt me niet vrolijker krijgen. Van P-Funk word ik altijd vrolijk, maar van metal ook. Soms alleen al omdat het gewoon hard is. Het is heel erg leuk om een trommel te hebben en daar heel hard op te slaan en dan iets te blèren. Daar word je gewoon vrolijk van.

Wieger: Ik vind heel harde muziek juist heel erg rustgevend. Als je je dag niet hebt of je hoofd vol zit, kan je keiharde death metal aanzetten. En dan ga je even lekker zitten en dan is het gewoon heerlijk als er iemand even keihard in je oor aan het brullen is.

Harry: Ik luisterde, toen ik veertien, vijftien, zestien was, naar Yes en … (op de achtergrond komt het nummer ‘Take On Me’ van A-ha voorbij) ... dit is trouwens echt schijtmuziek. We hadden het eerder over jaren tachtig ellende; nou, dit is er eentje. Er is nog zo’n track ... (zingt:) “This Much is True” … sommige vinden het heerlijk, maar ik vind het vreselijk.

Spandau Ballet …
Harry: Die inderdaad. Gauw vergeten. Toen ik naar Yes luisterde ... muzikaal zit het heel goed in elkaar, maar als je dan naar de tekst gaat luisteren, vraag je je af waar hij het over heeft. “Call it morning driving through the sound and in and out the valley.” Het is een prachtig nummer. Ik ben er laatst weer eens naar gaan luisteren en dan zitten er muzikaal heel leuke, intelligente dingen in, fantastische baslijnen… Maar op een gegeven moment kreeg ik ‘Tales from Topographic Oceans’, een dubbel LP. Ik ben er toen naar gaan luisteren op zo’n klein pick-upje. Ik vond het wel leuk om de teksten mee te zingen en toen kwam dit voorbij: “Dawn of light lying between the silence of sense sources. Changing midfusions of wonder. In moments hardly seem forgotten, colours of pastures….” Nou, dan ben je mij helemaal kwijt. Waar gaat dit over? Dan moet je echt iets geslikt of gerookt hebben. Het gaat nergens over, vind ik. Het is meer een impressionistische woordenbrij. Hun muziek, waarin allerlei stijlen door elkaar gemengd worden, is wel heel erg mooi. Dat vind ik aan deze tijd ook erg interessant. Er wordt steeds meer bands die allerlei verschillende stijlen combineren. Dat kom jij vast ook wel tegen?

Absoluut. In november kwam er een album uit waarin een band, The last Of Lucy, death metal combineert met een saxofoon en allerlei jazz invloeden. Nummers vloeien moeiteloos over van harde death naar soepele jazz lijnen. Zeer intrigerend.
Harry: Speel me die naam na afloop nog maar eens door; ik ben benieuwd.

Het internet heeft ons media gebracht als BandCamp, Spotify en YouTube, waarmee de hoeveelheid beschikbare nieuwe muziek enorm groot geworden is. Hoe maken jullie je selectie daaruit?
Wieger: Ik haal het overal en nergens vandaan. Soms ga ik naar Spotify en klik ik gewoon iets aan. Of ik krijg wat van mijn vrienden opgestuurd. Of ik luister gewoon naar muziek op YouTube en daar krijg je dan weer genoeg suggesties n.a.v. wat je net geluisterd hebt. Het is één van mijn favoriete activiteiten om naar nieuwe muziek te zoeken. Ik heb het een keer gehad dat ik vroeg opstond voor school en ik had een half uur om alles te doen. Mijn dag begon rot en ik zat er zo doorheen. Ik drukte op een willekeurige afspeellijst op Spotify, klikte op shuffle en toen kwam het nummer ‘way Down We Go’ van Kaleo voorbij. Ik vond het zo’n mooi nummer en mijn dag werd er gewoon beter door. En dan is het echt alsof ik iets heel nieuws in de wereld heb ontdekt. Het raarste genre van metal dat ik laatst heb geluisterd ... ik kwam het tegen op een YouTube kanaal … Babymetal. Ken je dat? Drie Japanse meisjes van een jaar of twaalf en die maken keiharde metal met schattige refreinen, in Japanse jurkjes en danspasjes. Vaag, maar het was wel catchy.

Harry: Net als die dames band uit ‘Kill Bill’ (red.: 5 6 7 8's)? Daar staat ook zo’n bandje van Japanse dames in. Die spelen vrolijke rock …

Wieger: … ja, zoiets is het wel, alleen met hele kleine meisjes, die heel hoog en hard schreeuwen.

Harry: Ik ben nu geïnteresseerd in alles wat ik vroeger mooi vond. Een soort herkauwen als het ware. Maar ik kom ook gewoon via mijn werk op andere dingen. Neem de speellijst van het Noord Nederlands Orkest; die ben ik dan aan het doorkijken en daar staan dan allemaal klassieke werken op waar ik een inhoud bij moet maken. En dan kom ik ‘Toccata et Fuga’ (Bach) tegen en dan vraag ik me af of ze die in symfonie uitvoering gaan doen, of in orgel uitvoering. Maar er is ook een uitvoering met elektrisch gitaar. Kan daar iets mee gedaan worden? En zo via, via kom je dan van alles tegen. Met het internet kom je wel van het één op het ander, maar groot ding nu en komende jaren is dat je zoekmachines hebt die dingen zoeken die bij je smaak passen of waarvan zij denken dat het je smaak is, krijg je een beperkte blik. En dat gaat de komende jaren een probleem worden. Niet zozeer qua muziek; het is helemaal niet erg als je in je muzieksmaak blijft hangen. Maar wel qua nieuwsvoorziening. Wat dat betreft vind ik het aan te raden om een andere zoekmachine te nemen, zoals Duck Duck Go, zodat je daarbij niet gemonitord wordt en andere, volledigere zoekresultaten krijgt. En voor muziek kan dat natuurlijk ook goed zijn. Dat vind ik wel een maatschappelijk onderwerp waar ik me wel zorgen om maak. Maar terug naar de muziek: muziek blijft heel belangrijk wat betreft maatschappelijke invloeden. Je hoeft maar één liedje te hebben wat aanslaat en iedereen is gelijk met het onderwerp bezig. Met de komst van die vele verschillende media, is het verdienmodel voor muzikanten helaas veel en veel slechter geworden. Dat is natuurlijk wel paradoxaal; iedereen wil muziek hebben, maar niemand wil ervoor betalen …

Daar kunnen we nog tijden over doorpraten, maar jullie moeten over een paar minuten de deur uit, dus zullen we deze bewaren als een fraaie uitsmijter? Dank jullie wel voor het gesprek!
Harry: Jij ook heel erg bedankt en wie weet tot een volgende keer.

<< previous next >>